Vorige week vrijdagavond heb ik weer een boeiend gesprek gevoerd bij De Nieuwe Wereld (DNW). De vraag was of ik kort kon toelichten waarom de boeren in Duitsland de straat op zijn gegaan. Ik heb twee begrippen geïntroduceerd om de onrust te verklaren: a) boeren bevinden zich gezamenlijk in een oligopsonie, en b) de wet van Engels is van toepassing. Beleid dat geen rekening houdt met deze economische theorieën loopt een grote kans op mislukking. Het eisen van verduurzaming van boeren zonder rekening te houden met de (nadelige) effecten op hun inkomen is moreel gezien niet correct.
Wat is een oligopsonie?
Een oligopsonie is een marktvorm waarin er slechts een paar kopers zijn die een aanzienlijke invloed hebben op de markt en de prijzen van goederen of diensten. In een oligopsonie hebben deze beperkte kopers, vaak grote bedrijven of organisaties, de macht om de voorwaarden van de transacties te dicteren, waaronder de prijs die ze bereid zijn te betalen aan leveranciers. Deze situatie staat in contrast met markten met veel kopers, waar de prijzen meer door de markt worden bepaald.
Door hun aanzienlijke inkoopkracht kunnen de kopers in een oligopsonie lagere prijzen afdwingen of betere voorwaarden eisen, wat druk legt op de verkopers. Dit kan bijzonder uitdagend zijn voor kleinere leveranciers die afhankelijk zijn van deze beperkte kopers voor hun inkomsten.
Een oligopsonie kan leiden tot ongunstige omstandigheden voor verkopers, zoals lagere inkomsten en minder onderhandelingsmacht. Voorbeelden van oligopsonische markten zijn de landbouwsector, waar een klein aantal grote supermarktketens of verwerkingsbedrijven de prijzen kan beïnvloeden die zij betalen aan boeren, en de arbeidsmarkt in kleine steden, waar slechts enkele grote werkgevers de arbeidsvoorwaarden kunnen dicteren.

