De Meedogenloze Vallei des Doods: Waarom Kapitaalintensieve Deeptech Struikelt in de Schaduw van Hype

De Structurele Asymmetrie van Innovatie

De transitie naar een duurzame, klimaatneutrale economie vereist technologische doorbraken die de fundamenten van onze industriële productie, energievoorziening en voedselsystemen herdefiniëren. Deze innovaties—variërend van gecultiveerd vlees en circulaire chemie tot geavanceerde batterijtechnologie—vallen onder de noemer ‘deeptech’. In tegenstelling tot software of digitale platformen, kenmerkt deeptech zich door een fundamenteel andere economische en technologische realiteit: het vereist fysieke infrastructuur, schaalbare productieprocessen en, cruciaal, enorme hoeveelheden risicokapitaal voordat er ook maar één euro omzet wordt gegenereerd [1].

Dit brengt ons bij een fenomeen dat in de innovatieliteratuur bekendstaat als de ‘Valley of Death’—de kritieke fase waarin een technologie het laboratorium is ontgroeid, maar nog niet rijp is voor grootschalige, commerciële marktintroductie [2]. Voor kapitaalintensieve bedrijven, in het bijzonder degenen die proeffabrieken (pilot plants) of demofabrieken moeten bouwen, is deze vallei niet slechts een hindernis, maar een meedogenloze scherprechter. Recente faillissementen van ogenschijnlijk veelbelovende Europese scale-ups zoals Meatable, Ynsect en Maeve Aerospace onderstrepen de dodelijke combinatie van hoge kapitaalbehoefte (CapEx), lange ontwikkeltijden en ongeduldig durfkapitaal [3] [4] [5].

De Frictie tussen Biologie, Fysica en Venture Capital

De kern van het probleem schuilt in een diepgeworteld misverstand over de aard van industriële innovatie. Durfkapitaal (Venture Capital, VC) is de afgelopen decennia grotendeels gevormd door de succesverhalen uit Silicon Valley. Softwarebedrijven kennen lage marginale kosten, exponentiële schaalbaarheid en relatief korte cycli tot winstgevendheid. Deeptech, en in het bijzonder biotech en cleantech, opereert echter onder de ijzeren wetten van de thermodynamica en biologie [3].

Neem de sector van alternatieve eiwitten. Het Nederlandse Meatable, pionier in gecultiveerd vlees, haalde in zeven jaar tijd ongeveer 85 miljoen euro op [3]. De technologie boekte ontegenzeggelijk vooruitgang—het bedrijf organiseerde in 2024 succesvolle proeverijen in Leiden—maar de schaalvergroting van levende cellen in bioreactoren bleek weerbarstig. Levende cellen schalen niet lineair; wat werkt in een kolf van een liter, gedraagt zich fundamenteel anders in een industriële tank van 10.000 liter. De kosten van groeimedia en de complexiteit van steriele productie op grote schaal dreven de benodigde investeringen op, terwijl investeerders, gedreven door de logica van snelle rendementen, resultaten eisten die biologisch simpelweg nog niet haalbaar waren [3]. Toen de hoofdinvesteerder Agronomics de geldkraan dichtdraaide, viel het doek voor Meatable [3].

Een vergelijkbare dynamiek speelde zich af bij Ynsect, het Franse vlaggenschip voor insecteneiwitten. Ondanks meer dan 500 miljoen euro aan opgehaald kapitaal en de steun van de Franse overheid, ging het bedrijf ten onder aan de meedogenloze marges van de diervoedermarkt [4]. Ynsect bouwde een gigantische productiefaciliteit (Ÿnfarm) voordat de marktvraag en winstmarges afdoende waren bewezen [4]. Dit is de klassieke valkuil van de kapitaalintensieve Valley of Death: de noodzaak om honderden miljoenen te investeren in een fabriek, in de hoop dat schaalvoordelen de eenheidskosten zullen drukken, terwijl de vaste lasten het bedrijf wurgen als de vraag achterblijft [4]. Duurzaamheid is geen businessmodel op zich; als het product structureel duurder blijft dan conventionele alternatieven zoals soja of vismeel, weigert de markt simpelweg de premie te betalen [4].

De Illusie van de “Fast Exit” in de Reële Economie

De teloorgang van deze bedrijven illustreert een breder, macro-economisch probleem. Er is sprake van een structurele misallocatie van kapitaal, waarbij financiële instituties en grote fondsen (zoals BlackRock) disproportioneel veel kapitaal sturen richting sectoren met de belofte van hypergroei, zoals Artificial Intelligence (AI) en defensietechnologie [3]. Dit zuigt de broodnodige zuurstof—in de vorm van investeringen—weg uit de ‘reële economie’: sectoren zoals energie, industriële chemie en de eiwittransitie, die essentieel zijn voor de fysieke infrastructuur van onze samenleving [3].

In de reële economie bestaan geen “fast exits”. Het bouwen van een proeffabriek of demofabriek voor circulaire chemie, zoals het Nederlandse ChainCraft momenteel poogt te doen, vergt niet alleen 150 miljoen euro aan CapEx, maar ook een lange adem [5]. Oprichter Niels van Stralen benadrukt de enorme druk: “Je weet dat er geld bij moet om te overleven. Dat is niet per se prettig, maar wel de realiteit” [5]. Terwijl AI-startups met een fractie van dat bedrag en binnen enkele maanden een softwareproduct kunnen lanceren, moeten deeptech-ondernemers navigeren door een moeras van vergunningen, ingenieursuitdagingen en haperende toeleveringsketens [5].

Wanneer het ecosysteem “vergrijst”—zoals het Scaleup Dashboard 2025 van het Erasmus Centre for Entrepreneurship aantoont, met een verdubbeling van de gemiddelde leeftijd van snelgroeiende bedrijven door verhoogde uitval [5] [6]—wordt de risicoaversie onder investeerders alleen maar groter. Institutionele investeerders eisen in latere financieringsrondes dat alle risico’s zijn afgedekt [5]. Dit creëert een paradox: de Valley of Death kan alleen worden overbrugd met durfkapitaal, maar het huidige durfkapitaal ontbeert de durf—en het geduld—voor industriële schaalvergroting [5] [7].

Consolidatie en de Herwaardering van Assets

De huidige afkoeling in sectoren zoals plantaardige eiwitten (plant-based proteins) en cleantech is echter niet uitsluitend negatief. Het markeert een noodzakelijke overgang van een door hype gedreven expansiefase naar marktrationalisatie. In de periode 2024-2025 zagen we een golf van consolidatie, met meer dan 40 bedrijven in de alternatieve eiwitsector die sloten, fuseerden of werden overgenomen [8]. Dit raakte met name bedrijven in Europa en Noord-Amerika die worstelden met inflatie, stagnerende consumentenacceptatie en de complexiteit van schaalvergroting [8].

Deze consolidatie leidt tot een interessante dynamiek rondom Intellectueel Eigendom (IP). Grotere, gevestigde voedingsmiddelen- en chemiebedrijven nemen worstelende start-ups over, niet noodzakelijkerwijs voor hun merk, maar voor hun patenten, formuleringen en technologische knowhow [8]. De overname van The Vegetarian Butcher door vleesgigant JBS is hier een pregnant voorbeeld van [8]. Voor de start-up betekent dit dat hun innovatie, hoewel ze de Valley of Death als onafhankelijke entiteit niet overleefden, toch waarde behoudt binnen een groter, kapitaalkrachtig conglomeraat dat wél over de infrastructuur beschikt om te schalen [8].

Conclusie: Naar een Nieuw Paradigma voor Deeptech Financiering

De Valley of Death voor kapitaalintensieve deeptech is geen natuurwet, maar het resultaat van een mismatch tussen de technologische realiteit en de heersende financieringsmodellen. Om de innovaties die cruciaal zijn voor onze planetaire grenzen te realiseren, is een fundamentele verschuiving noodzakelijk. Ten eerste moet er een erkenning komen dat industriële schaalvergroting “geduldig kapitaal” (patient capital) vereist. Investeringen moeten worden beoordeeld op decennia, niet op kwartalen [3].

Ten tweede is er een herwaardering van de reële economie nodig. De focus van financiële markten op snelle, digitale rendementen mag niet ten koste gaan van de tastbare infrastructuur die onze samenleving draaiende houdt. Overheden en publieke investeringsbanken, zoals Invest-NL en het Europese Investeringsfonds, spelen hierin een cruciale, risicomitigerende rol [5] [9]. Het recent aangekondigde Scaleup Europe Fund is een stap in de goede richting om deze financieringskloof te dichten [10].

Tot slot moeten deeptech-ondernemers zélf pragmatischer opereren. De lessen van Meatable en Ynsect tonen aan dat een focus op hoogwaardige ingrediënten (B2B) vaak levensvatbaarder is dan de kapitaalvernietigende race naar consumentenproducten (B2C) [3]. Modulaire schaalvergroting, in plaats van de onmiddellijke bouw van megafabrieken, verlaagt het risicoprofiel aanzienlijk [4]. De Valley of Death is meedogenloos, maar voor de bedrijven die overleven met een combinatie van technologische excellentie, financiële discipline en strategische allianties, is de potentiële impact op onze economie en ons klimaat ongekend groot.

Literatuur en Referenties

[1] Vroon, R. J. (n.d.). Valley of Death for European Cleantech Startups. Delft University of Technology. https://repository.tudelft.nl/file/File_7cff9253-ed27-4129-8c1f-46a426b39804?preview=1

[2] Romme, A. G. L., Bell, J., & Frericks, G. (2023). Designing a deep-tech venture builder to address grand challenges and overcome the valley of death. Journal of Organization Design, 12, 1-15. https://link.springer.com/article/10.1007/s41469-023-00144-y

[3] De Heij, W. (2026, January 26). The Fall of Meatable and the Hard Lesson for Cultivated Meat: Fast Returns and Living Cells Don’t Mix. Protein Trends. https://protein-trends.com/2026/01/26/the-fall-of-meatable-and-the-hard-lesson-for-cultivated-meat-fast-returns-and-living-cells-dont-mix/

[4] De Heij, W. (2026, January 4). The Fall of Ynsect: When Europe’s Biggest Insect Protein Bet Failed. Protein Trends. https://protein-trends.com/2026/01/04/the-fall-of-ynsect-when-europes-biggest-insect-protein-bet-failed/

[5] Wittebrood, W. (2026, June 12). Hoe overleef je de Valley of Death? ‘Een week van tevoren hoorden we dat de deal niet doorging’. Startups & Scaleups / MT/Sprout.

[6] Erasmus Centre for Entrepreneurship. (2026). ScaleUp Dashboard 2025: The State-of-the-Art Report on the Dutch climate for high growth. https://www.ece.nl/en/scaling-up/

[7] Granath, J. (2021). The Search For a Swedish Valley of Death & Possible Ways Out: Investigating Financing Strategies for the Development of Deep Tech Innovation. KTH Royal Institute of Technology. https://www.diva-portal.org/smash/record.jsf?pid=diva2:1574461

[8] De Heij, W. (2025, September 23). The Investment Climate for Plant-Based Proteins: Consolidation, Challenges, and the Road Ahead. Protein Trends. https://protein-trends.com/2025/09/23/the-investment-climate-for-plant-based-proteins-consolidation-challenges-and-the-road-ahead/

[9] European Investment Bank (EIB). (2024). The scale-up gap: Financial market constraints holding back innovative firms. https://www.eib.org/en/publications/20240130-the-scale-up-gap

[10] Delors Centre. (2026, April 7). One Fund to scale them all? Filling crucial financing gaps with the Scaleup Europe Fund. https://www.delorscentre.eu/en/publications/detail/publication/one-fund-to-scale-them-all

De Crisis van Autoriteit in een Tijd van Kakofonie: Een Reflectie op de Tijdsgeest

De tijden waarin we leven, worden gekenmerkt door een unieke spanning. Aan de ene kant beschikken we over ongekende middelen: informatie is overal, wetenschap kan meer dan ooit en technologie heeft ons verbonden met de hele wereld. Aan de andere kant lijken we verder verwijderd dan ooit van een gedeelde werkelijkheid, van gemeenschappelijke waarden en zelfs van het vertrouwen in elkaar. Autoriteit, ooit een vanzelfsprekend gegeven, is steeds moeilijker te onderscheiden van ruis. Wat betekent dit voor de samenleving, en hoe navigeren we door een tijdperk waarin de oude zekerheden verdwijnen?

Van Natuurlijk Gezag naar Wantrouwen

Er was een tijd, zo herinneren sommige gesprekspartners, dat autoriteit vanzelfsprekend was. Een wetenschapper had gezag vanwege zijn of haar expertise, een krant gold als een betrouwbare bron, en politieke leiders stonden symbool voor stabiliteit. Die tijd is voorbij. Diploma’s zijn gedevalueerd door inflatie van opleidingen. De krant, ooit “meneer,” is nu een van vele platforms in een oceaan van meningen. Wetenschappers concurreren om aandacht met influencers en opiniemakers, en politici worden meer dan ooit gewantrouwd.

Deze erosie van gezag is deels het gevolg van democratisering: de toegang tot informatie is nu universeel. Iedereen met een toetsenbord kan publiceren, en sociale media hebben de barrières tussen burger en elite afgebroken. Maar die democratisering heeft ook geleid tot een kakofonie. Als iedereen kan spreken, wie moet er dan worden gehoord? Autoriteit is niet langer vanzelfsprekend, maar moet worden verdiend. En dat blijkt een lastige opgave in een wereld die doordrenkt is van algoritmes, commercie en het constante geroep om aandacht.

De Rol van Wetenschap: Machtige Tools, Beperkte Interpretatie

Wetenschap staat in het hart van deze crisis. Zoals een van de gesprekspartners opmerkt, kan wetenschap tegenwoordig ongelooflijk veel meten, analyseren en zelfs synthetiseren. Maar de interpretatie van die ontdekkingen blijft vaak primitief. Wetenschap is geen systeem dat automatisch antwoorden levert; het is een instrument dat wordt gevormd door menselijke keuzes. En juist daar gaat het vaak mis.

Neem bijvoorbeeld het klimaatdebat. Wetenschappers doen belangrijke ontdekkingen, maar hun werk wordt vaak verward met absolute waarheden. Voor sommige groepen is twijfel aan klimaatmodellen taboe, terwijl anderen diezelfde modellen afdoen als hoaxes. Wat ontbreekt, is een open geest en de bereidheid om wetenschap te zien voor wat het is: een hulpmiddel om de werkelijkheid beter te begrijpen, maar geen bron van morele of politieke besluiten. Wetenschap heeft leiderschap nodig, en leiderschap vraagt om wijsheid—iets wat niet in modellen of algoritmes te vangen is.

De Impact van Technologie en Algoritmes

Een ander thema dat naar voren komt, is de invloed van technologie. Waar vroeger instituten zoals kranten en universiteiten fungeerden als filters van informatie, hebben sociale media die rol overgenomen. Algoritmes bepalen wat we zien, en commerciële belangen sturen die keuzes. Dit heeft geleid tot een versterking van polarisatie en echo chambers. Controverses en extreme standpunten krijgen voorrang, omdat ze beter verkopen. De vraag is niet langer of een standpunt waar is, maar of het aandacht trekt.

Dit mechanisme heeft niet alleen gevolgen voor de media, maar ook voor de politiek. Zoals een van de gesprekspartners opmerkt, lijkt het electoraat steeds vaker op een deelnemersveld in de oude spelshow Ren je Rot: mensen springen naar het vak waar de meerderheid staat, zonder echt te weten wat het juiste antwoord is. Het resultaat is een vluchtigheid in politieke keuzes, waarbij charisma en bombarie belangrijker lijken dan inhoud.

De Menselijke Maat: Terug naar Deugden en Context

In deze context ontstaat een sterke behoefte aan wat een van de gesprekspartners “de menselijke maat” noemt. Het besef dat we niet volledig rationeel of verlicht zijn, maar dat we als mensen functioneren in gemeenschappen met gedeelde waarden. Aristoteles noemde dit deugden: kwaliteiten zoals moed, rechtvaardigheid en bescheidenheid die een samenleving bij elkaar houden. Deze waarden zijn geen abstracties, maar ontstaan in praktijken, in de dagelijkse interacties tussen mensen.

Een herwaardering van deze menselijke deugden kan een tegenwicht bieden tegen de fragmentatie van onze tijd. Het gaat erom respect te tonen voor verschillende perspectieven en nieuwsgierig te blijven naar wat anderen denken en voelen. Niet om consensus te forceren, maar om ruimte te creëren voor een eerlijk en open gesprek.

De Revolutie van Nu: The Worst of Times, The Best of Times

Het beeld dat uit deze discussie naar voren komt, doet denken aan Charles Dickens’ beroemde openingszin uit A Tale of Two Cities: “It was the best of times, it was the worst of times.” We leven in een tijd van ongekende mogelijkheden, maar ook van diepe onzekerheid. De oude structuren brokkelen af, en nieuwe vormen moeten nog worden gevonden.

Wat deze tijd uniek maakt, is de schaal en snelheid van de veranderingen. De erosie van autoriteit, de impact van technologie, en de opkomst van populistische bewegingen zijn geen geïsoleerde fenomenen, maar diep verweven transformaties. Het nieuwe kan gebeuren, zoals een van de gesprekspartners opmerkt. Maar hoe het zich zal vormen, hangt af van onze collectieve keuzes. Willen we voortmodderen in een kakofonie van meningen, of zoeken we naar nieuwe manieren om elkaar te vinden?

De Weg Vooruit

Een duidelijke weg vooruit is niet eenvoudig, maar de contouren beginnen zich af te tekenen in de gesprekken. Het begint met onderwijs—niet alleen als overdracht van kennis, maar als oefening in kritisch denken, luisteren en respect. Daarnaast is er behoefte aan nieuwe vormen van autoriteit: geen hiërarchische structuren, maar platforms waar expertise en track records zichtbaar worden, zodat echte kennis herkend kan worden.

Bovenal vraagt deze tijd om een herwaardering van de menselijke maat. Om het besef dat we nooit volledig verlicht of rationeel zullen zijn, maar dat we wel de keuze hebben om met nieuwsgierigheid en respect samen te leven. Zoals een van de gesprekspartners treffend zegt: “De revolutie voltrekt zich al.” De vraag is alleen: kunnen we haar sturen, of laten we ons erdoor overweldigen?

Deze tijd is uniek, maar niet zonder precedent. De geschiedenis herhaalt zich, zij het in nieuwe vormen. Misschien is dat onze grootste les: niet dat we boven de geschiedenis staan, maar dat we er deel van uitmaken. En dat is zowel een waarschuwing als een uitnodiging.

Elke vrije markt lijkt naar een oligopolie te convergeren

Afgelopen jaar schreef ik mijn eerste stukje op Foodlog. Voor de grap maakte ik een vergelijking tussen een fenomeen uit de colloidchemie met de naam ‘ostwaldvergroving‘ en wat ik nu zie in onze maatschappij: groot wordt groter en slokt klein op. Ook in onze vrijmarkteconomie ziet je dit fenomeen en ik heb sterk de indruk dat een willekeurige markt lijkt te divergeren naar vier of vijf grote spelers. Is er dan eigenlijk wel sprake van een echte vrij markt economie?

Is een keuze uit vier aanbieders nu zo fundamenteel beter dan keuze uit 1 speler (= een gewone monopolist of staatsbedrijf)? In een nieuwe ‘blue ocean‘ markt, zie je eerst dat er maar een of twee starters zijn, daarna volgt de competitie en neemt het aantal aanbieders toe tot dat de markt is verzadigd. Op dat moment is er een volledige red-ocean, en zie je dat door fusies en overnames er oligopolies ontstaan**.

Zonet op Kassa TV ook weer een mooi voorbeeld: er zijn nog maar vier zorgverzekeraars (er zijn nog wel meerdere merken, fijn hè). En zoals verder bekend is, ben ik niet al te happy met hybride organisaties zoals DLO en TNO (maar ook de universiteiten weer focus aanleggen).

Zelf speelde ik het bordspel Monopoly vroeger zelden helemaal af. Er bleven meestal dus ook maar twee spelers over en dat was minder gezellig voor de rest. Enkele andere voorbeelden van oligopolies (de vier grootste marktpartijen hebben dan meer dan 70% vd totale markt in handen), zijn:

  • Mobiele telefonie : KPN, T-Mobile, Vodafone, … 
  • Gewone consumenten banken : ABN, ING, Rabobank, … 
  • Automerken : nog maar 7 grote spelers wereldwijd als ik me niet vergis 
  • ZorgVerzekeraars : CZ, Uvit, Menzis, Zilveren kruis Achmea
  • Retail : 4 inkoop-organisaties (ik verwacht dat de volgende stap gaat zijn: fusies tussen ‘lokale’ oligopolie bijvoorbeeld Ahold & M&S of zo), en de rest zijn het alleen maar ‘merken’, en dus niet echt verschillende bedrijven.
  • Groentesnijders : Hessing, Vezet, Heemskerk en Groentehof 
  • Bierfabrikanten : Heineken, Bavaria, Grolsch, …
  • Melk / zuivel : FrieslandCampina, Arla, Danone, Fronterra
  • Vlees : Vion (en verder zou ik het niet weten 🙂 )

Ik ben echt voor een vrije markt economie (en zoals bekend mag zijn, is mijn persoonlijke kleur “groenrechts“), maar dan wel graag een markt waarin we ook echt kunnen kiezen, kortom waarbij er een volkomen concurrentie is. Kunnen we wel echt kiezen als er nog maar 2-4 spelers in de markt zijn? In de lijn “prijs van ons eten“, maar ook in de “ben je tegen gentech of tegen monsanto” op foodlog ging de discussie ook eventjes over oligopolies.

Blijkbaar lukt het zelfs de NMA en Kroes niet om te voorkomen dat er dergelijke oligopolies ontstaan. Best zorgelijk eigenlijk toch?, maar gelukkig kwam Harold van Garderen met een een paar goede suggesties voor denkrichtingen in de foodlog-lijn ‘Is de melkboer een arbeider of een ondernemer?

Harold van Garderen 

Eerder in deze draad – op 6 november 23:32 vroeg Dick een concrete oplossing aan mij. Tussendoor deed hij – zo zag ik net – gisteren om 12:17 een synthese.

Hierbij mijn eerste poging voor. Deze is vast niet compleet en helemaal goed, dus aanvullingen zijn zeer welkom.

We hebben hier te maken met een probleem waarbij ondernemers – in dit geval melkveehouders – maar hetzelfde zie je bij groente, vlees en fruit, steeds meer in het gedrag komen omdat de omgeving enerzijds steeds hogere eisen stelt en anderzijds door globalisering/wereldhandel en schaal/machtsvergroting in de retail de prijzen onder druk staan. Beide krachten kunnen ongehinderd hun gang gaan en dat kan simpelweg niet goed gaan.

Het belangrijkste woord dat mij hierbij te binnen schiet is GROOT, en dat leidt tot drie netelige problemen:

  • Grote afstanden (vervoer)
  • Grote afnemers/retailmacht
  • Grote landbouwbedrijven

Al deze grootheid wordt m.i. veroorzaakt doordat systematisch de nadelen van groot worden verkleind door kosten niet te nemen. Dat is vooral een gevolg het toepassen van economische modellen die niet kloppen niet. Groot, groter, grootst is niet altijd beter. De verborgen kosten voor milieu, maatschappelijke/sociale schade en ecologie groeien namelijk harder, maar zijn onzichtbaarder.

Daarom gaat dat groeidenken een tijdje goed totdat de maatschappelijke (burger) kosten zo groot worden dat het systeem vastloopt. Dan is het tijd voor een nieuw perspectief Dat nieuwe perspectief kan m.i. niet anders zijn dan dat we niet maar gaan denken in systemen maar in speelvelden waarop het vrij spelen is, maar waaromheen barrières staan. Moderne vormen van systeem-leer, die van de complexe systemen – zeggen namelijk dat “leven” alleen mogelijk is binnen barrières. In de biologie gaat dat met een celwand, in de economie moeten er andere vormen van barrières zijn, maar barrières moeten er zijn. Zonder barrières is er slechts chaos en de dood.

Laten we de drie “grootheden” met de barrière-gedachte eens proberen aan te pakken.

Grote afstanden

Voor vers (groente, melk, fruit) is er allereerst een natuurlijk barrière, de afstand tot de consument die – al eerder in de draad – ongeveer Den Helder/Parijs/Berlijn – is. Deze kun je ook regel-technisch realiseren door een flinke vervoerstax in te voeren. Bijv. 500 km vrij en daarna 0.1ct/km/liter (10ct/liter/100km). Zo bouw je een vrij flexibele barrière tussen de 500 en 700 km rondom de plek van productie (het weiland, de akker). Zoiets is natuurlijk een politieke keuze en daartegen zal altijd in het verweer worden gebracht dat het “vrije handel” onmogelijk maakt. Inderdaad, dat is zo en dat is PRECIES te bedoeling. De moeten af van het idee dat helemaal VRIJ altijd BETER is.

Grote afnemers/retailmacht

Dit is vooral een kwestie van onderlinge afspraken en onderscheidend vermogen. Het begin is heel simpel: weiger een standaardproduct af te leveren. Weg met de standdaardlitermelk, de standaarddoos aardbeien, de standaard 7-8 appels in een kilo. Boeren werken samen in coöperaties. Nou, verplicht die gewoon om hun fabrieken geen dag hetzelfde te laten maken. Bijv. door simpelweg de natuurlijke variatie in het product te laten. Ja, dan krijg je ruzie met de marketing manager. De oplossing is simpel: ontslaan die man!

Daarna wordt het lastiger. Na het ontwennen van standaardproducten, zullen de boeren – ik lijkt Marco Borsato wel – schouder aan schouder moeten blijven staan om het margegat tussen hun verkoopprijs en de detailprijs te verkleinen zonder prijsstijgingen voor de consument. Dat kan alleen als de boeren en tuinders de macht weer overnemen in de coöperaties. Dat is m.i. de noodzakelijke stap die vooraf gaan aan grootschalige rechtstreekse communicatie (twee-richtingen op!) tussen de primaire sector en de consumenten. Opnieuw niet “standaard”, maar juist over de nuances, de niet-standaard bedrijven, de afwijkingen, de diversiteit, etc. Allen dat kan de macht van retail en de communicatie van reclame en journalistiek echt breken.

Grote landbouwbedrijven

Dit lijkt de lastigste te zijn, maar is toch vrij simpel op te lossen denk ik. Binnen het speelveld is er immers weinig reden om niet te groeien als bedrijf in de primaire sector. Zeker niet als er barrières worden opgeworpen rondom het speelveld. Daarom denk ik dat het gewoon simpelweg nodig is om het begrip grondgebonden wat meer betekenis te geven door te stellen dat een ondernemer/boer/tuinders slechts zover mag groeien in oppervlakte als 1 persoon in een dag kan inspecteren. Nu zal dat in de ene omgeving wat meer zijn dan in de andere, maar als de koeien in de wei staan moet de eigenaar/ondernemer in principe de bedrijfsvoering kunnen doen en het blauw/groenbeheer. Dat houdt de schaalvergroting mooi binnen de perken.

Tegenover deze beschermende barrières staat natuurlijk een tegenprestatie vanuit de melk/fruit/groente en dat is een set betere prestaties dan buiten de barrière. Nu is dat niet mijn vakgebied, maar denk aan gebieden als energie, gesloten kringlopen, beheer van de buitenruimte, minder gif, etc. Als melk/fruit/groente-leek krijg ik de indruk dat er op dit vlak al flinke voorsprong is in de regio.

Maar dat is niet genoeg. Als boeren en tuinders duurzaam een functie willen hebben in de buitenruimte zullen ze – net als Rijkswaterstaat en de overheid – de burger moeten uitleggen wat ze doen voor die belastingcenten en wat de burgers daar aan hebben. Want bij MVO hoort ook UMR (Uitleggen Maatschappelijk Rendement).

Aanvulling 15 april 2012:
In de lijn piepers op de dam kwam was een voorbeeld van een drama als een prijs weer eens 0 is. In mijn reactie #97 geef ik een beetje college over het tegenovergestelde van een oligopolie. De Oligopsony / oligopsonie: veel aanbieders en maar weinig kopers.

Ik heb geen economie achtergrond, maar wat ik wel onthouden heb is het volgende, Er is zelfs helemaal geen perfecte mededing; was dat maar waar, dan zou het niet zo erg zijn. Neen, er is juist in de agromark is er precies het tegenovergestelde van een oligopolie (waar er een paar aanbieders zijn en heel veel klanten, denk aan mobiele telefonie, de supermarktketens etc.). Krispijn is nu juist een voorbeeld van ondernemer die zich bevind in een Oligopsony, heel erg moeilijk om daar uit te komen, zeker als de dominantie denkvoorkeur in de sector is ‘costleadership’ (zelfs binnen de Wageningen UR is dit de dominante denkvoorkeur, zie ook dit artikel). Meer over over imperfecte markten is te vinden op wiki. Zoals Dick en Hendrik al aangeven, een groot gebrek op een aantal basale wet in de boereneconomie.

Aanvulling 28 november 2012: 
weer een vraag om overheidsregulering vanuit de primaire sector ;-( en wat een goede reactie weer van Jan Peter van Doorn #3 op foodlog (Boze boeren in Brussel: beperk de productie!)

Innovatie-Management : Deel 1 – Kondratiev en Blue Oceans

Super-cycli van Kondratiev
Als we terugkijken naar de laatste 150 jaar zien we dat er verschillende economische periodes zijn geweest. Deze economische periodes vielen meestal samen met technologische doorbraken. Kondratiev (1925) heeft dit fenomeen beschreven, en vandaar dat we tegenwoordig ook spreken over de Kondratiev-cycles. Heel opvallend is, het gegeven dat de laatste cycli steeds korter worden. We zitten nu al een jaar of 25 in een cyclus waarin ICT (digitalisering, computers, internet, mobiele telefonie) de drijvende kracht was. Ik schrijf bewust ‘was’, alle signalen zijn er om te veronderstellen dat we in de transformatie periode zijn aanbeland naar een nieuwe kondratiev cycle. Ik zie overigens wel een relatie tussen ICT en de bankencrisis. Zonder ‘internet’ zouden we nooit zo snel geld getransporteerd kunnen hebben als nu.

Kondratiev laat zien dat ook nieuwe sectoren op termijn een gangbare sectoren worden. Een sector aan het einde van de kondratiev-cyclus zit wordt gekenmerkt door zware concurrentie, faillisementen en fusies. Uiteindelijk blijven er in zo’n sector maar enkele grote partijen over (eventueel omringt door enkele gespecialiseerde niche-players). Voorbeelden zijn de automobiel industrie en de chemie. Ook de ICT is inmiddels een ‘gewone sector’ is geworden.

De hamvraag is, wat de kenmerken zijn van de volgende kondratiev-cyclus (de 6e). Ik heb geen glazen bol, maar verwacht dat de kenmerken zullen zijn “duurzaamheid, het sluiten van grondstof-stromen, electricity based processing and transportation, vers-bewerkt, smarness-from-nature, life-sciences, en What-would-google-do, Samenwerkings netwerken (open innoavtie), mass-individualisation en distributed-processing.” **

Het begrip tijdschaal is in dit hoofdstuk ook op zijn plaats. Waar de grotere kondratiev-cycli typisch tientallen jaren groot zijn, zijn er ook kleinere cycli binnen sectoren. De mode heeft een typische cyclustijd van 4 tot 12 maanden, besturingssystemen ongeveer 7-8 jaar en auto’s typisch 4 jaar. Ook individuele producten hebben dus een levenscyclus. Dit wordt de product-life-cycle genoemd (PLC). Straks (Deel 2) meer hierover, nu eerst nog een stukje over de ‘markt’.

Blue Ocean strategy.
De essentie van een Blue ocean is dat elke opkomende markt per definitie eerst klein is (niche) en je ook gunstige marges kan maken (de zg. Blue Ocean). Blue Oceans worden vaak gecreerd doordat er een technologische doorbraak is (denk bijvoorbeeld aan de digitale fotografie). Daarna komen er meerdere aanbieders en wordt er geconcurreerd op prijs, gevolgd door bedrijfsconsolidaties (schaalvergroting). Bedrijven die in het laatste stadium van deze cyclus zitten, zitten in een zg “Red Ocean”.

Zit je in een Red Ocean kan je eigenlijk maar drie dingen doen : (a) operation excellence (=kostenreductie programma’s, SixSigma, ..), (b) schaalvergroting (=overnames) EN (3) neppen (lees met verschillende verpakkingsvarianten komen terwijl je intrinsieke productkwaliteit gelijk blijft). De meeste boeren zitten op dit moment in een Red Ocean. Sommige machinebouwers en softwarebedrijven dreigen ook in de Red Ocean te belanden. De retail zit al helemaal in een 53 miljard grote Red Ocean. Vechten en concurreren!

Wat dan doen om uit een Red Ocean te geraken of te voorkomen dat je er alsnog in komt: het meest beproefde recept heet Innovatie. Innoveren op intrinsieke productkwaliteit en zo zelf een nieuwe (niche) markt creëren (=Blue Ocean). En ja, innoveren dat kost geld! Innoveren is risicovol en vraag vooral veel van de competenties van de medewerkers en leiderschap van het management. Overigens heeft het geen zin om marketing bureau in te huren als je deze Blue Ocean wilt creëren. Markets that don’t exist can’t be analyzed

Zit je al in een Red Ocean dan kan je dus eigenlijk maar drie dingen doen (a) blijven zitten en blijven vechten voor een paar marginale centen, (b) de grootste worden, of (c) kapot gaan (stilstand is dan achteruitgang). Dit is een harde boodschap, maar er is geen alternatief.

Zelfs autofabrikanten en TV-makers zitten op dit moment in een Red Ocean (LCD was 7 jaar geleden een disruptieve innovatie; het oprekken van de beeldmaat en de prijsverlagingen nu een vorm van optimalisatie). Het is Darwin ten top, that’s life. Nu is er natuurlijk wel nog probleem dat we het woord ‘innovatie’ zelf ook hebben laten devalueren. We plakken het woord tegenwoord op elke kleine en marginale ontwikkeling of kopieeractie. Als morgen een paprikaverwerker een stoplichtje gaat maken, dan is hij gewoon hoger in de keten aan het komen (zie de opties van de boer) . Dit heeft niets met “innovatie” te maken. Dit noemen we gewoon ontwikkeling of kopieren. Albert Zwijgers heeft het niet voor niets over (1) optimaliseren, (2) restaureren, en (3) innoveren als de drie takken van sport (zie enkele voorbeelden). In deel twee gaan we daarom maar eens kijken naar de verschillende innovatiemogelijkheden in Food.

** sommige mensen zullen wellicht een parallel zien tussen de kondratiev cycle en de piramide van Maslow. Na onze transport en communicatie behoeftes vervult te hebben, hebben we nu als maatschappij meer dan ooit behoefte aan oprecht en authentiek communiceren en hebben we ook oog onze verre toekomst (duurzaam en MV ondernemen).

Nog een kleine aanvulling “randvoorwaarden voor innovatie”

Harold
Onlangs is hier –LinkedIn – Innovatie 2.0 CoT -een vraag gesteld “Innovatie, waarom ook alweer“. Daar kwamen veel reactie op. Op zoveel reacties hoop ik ook met deze vraag …. Vanuit de literatuur is bekend ( http://bit.ly/2Kbh3f ) dat er drie noodzakelijke (maar niet afdoende!) randvoorwaarden zijn voor het optreden van innovatie:

Starvation (Tekort) – Een tekort aan resources dwingt je om nieuwe ingangen te vinden. Om zaken op een andere manier te doen.
Pressure (Druk) – zorgt ervoor dat je je wel met het probleem moet gaan bezighouden.
Perspective Shift (verandering van perspectief) – maak het mogelijk om andere patronen en ideeen toe te laten.

Ik ben hier op zoek naar verhalen/ervaringen die gaan over innovatie en waarin de combinatie van deze drie randvoorwaarden een rol spelen. Lijkt mij erg leerzaam.

Dit was deel 1, klik hier voor deel 2 (er komen in totaliteit 9 delen)

Aanvulling 10 augustus 2010
Op linkedin #CoT neemt de discussie De tussenpersoon heeft geen functie meer en we gaan terug naar de ambachten een verrassende wending aan. Hans Konstapel reageert en vraagt mij om mijn mening rondom Kondratiev. Zelf blijkt Hans een alleraardigst document te hebben geschreven over ‘cycli’.