"with effort and attention everything can growth sustainable" – Small stories from Wouter de Heij (CEO of top-bv.nl & blogging in Dutch via wouterdeheij.nl)
Vorige week heb ik tijdens de Food Valley Expomet een paar kopstukken gesproken over het top-sectoren beleid. Er lijkt brede consensus te zijn. De visie en ambitie zoals weergegeven in innovatiecontractzijn goed, maar de uitwerking (het beleid) is ronduit slordig en onzalig. Eerder schreef ik twee stukken over met name de discutabele rol (bijna ‘fout’ zou ik het willen noemen) van TNO en DLO en specifiek de rol die het oud-smaldeel van LNV lijkt te hebben (link1 en link2). Ik betwijfel of de oorspronkelijke topsector-commissie onder voorzitterschap van Emmo Meijer dit inziet.
Gister las ik in het Financieel dagblad een artikel met de tekst “overheid knaagt aan fundamenteel wetenschap”. Ook ik zie met lede ogen aan dat dit inderdaad het geval is. Door zg. op valorisatie gerichte beleid schuiven de actoren in de kennisketen de verkeerde kant op. Universiteiten schieten naar het gat van TNO/DLO en DLO/TNO concurrerenmet private partijen (sic!). Lees vooral de tekst in het tweede plaatje hieronder maar eens. Kortom, minder markt in plaats van meer is het resultaat. En verder minder fundamenteel onderzoek. Dit laatste is op korte termijn geen punt, maar het effect op langere tijdschalen (denk de komende tien jaar) zal desastreus zijn. Over dit onderwerk schrijf ik al lang; heel erg lang … (zie link1, link2, link3, link4, link5, link6, link7, link8, link9, …).
Ondertussen hebben een tiental private onderzoeks- en innovatieorganisaties waaronder NIZO en TOP juristen op dit dossier gezet en hun rapport –nog niet openbaar- is vernietigend. Tot nu toe is het ministerie stil, heel erg stil. Wat moeten we doen? De pers (het FD?) erbij halen? De NMA heeft inmiddels ook al een dossier gekregen. Wat zal onze volgende stap moeten zijn? Wie heeft er advies voor ons? Ik wordt er soms moedeloos van. De juridische conclusies zijn overigens:
In deze notitie is een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de subsidieverlening aan TNO en DLO op basis van de TNO-wet en de Regeling subsidie Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, en anderzijds de financiering door het Ministerie van EL&I van onderzoeksprogramma’s uitgevoerd door TNO en DLO in het kader van de PPS-en en de TKI-toeslag. Hier wordt uitsluitend de rechtmatigheid van de financiering aan TNO en DLO in het kader van de PPS-en bestreden.
Het Topsectorenbeleid is op een aantal punten onrechtmatig: het is in strijd met de regels betreffende staatssteun, de regels betreffende openbare aanbestedingen, en het vrij verkeer van diensten en het recht van vestiging.
De onderzoeksopdrachten die de PPS-en in het kader van het Topsectorenbeleid beogen te stimuleren zouden ofwel openbaar aanbesteed moeten worden, ofwel bedrijven zouden zelf moeten kunnen bepalen door welke kennisinstelling zij hun onderzoek zouden willen laten uitvoeren, op een markt waar eerlijke concurrentie plaatsvindt.
Het zelfde consortium heeft ook de volgende politieke verzoek neergelegd. We zullen zien of onze gezamenlijk acties effect zullen gaan hebben. Deze private sector is echter inmiddels groot, en ik kan me niet voorstellen dat de ambtenaren op het ministerie hun ogen hiervoor zullen sluiten. Er zijn inmiddels ideeën om maar een high-tech MKB belangenvereniging op te richten.
Lang geleden hoorde ik de theorie van de Naakte (zwemmende) Aap, ook wel de mens genoemd, volgens mij heb ik mijn ouders tijdens mijn tienerjaren hierover horen praten. Zeker weet ik het niet meer. Deze theorie past echter naadloos in de jager-verzamelaars theorie en het feit dat we als ‘diersoort’ oorspronkelijk langs de kust leefde en door o.a. de consumptie van schaal en schelpdieren zo slim zijn geworden (zie gezonde voeding en pinterest). Deze week op het blog van Melchior Meijer het volgende stuk (@Melchior, ik heb je geen toestemming gevraagd, mocht je het niet prettig vinden, haal ik dit stuk weg). Mijn vriendin zei na het lezen : “dus we zijn eigenlijk oorspronkelijk zeemeerminnen en zeemannen”. Een gedachte die haar wel aansprak; ze is gek op de zee.
Steeds meer vondsten duiden erop dat wij niet op de kurkdroge savanne mens zijn geworden, maar in een kustlandschap en deels zelfs in het water. Ons verstand danken we aan onze speklaag. Dat heeft verregaande consequenties!
Zeebioloog Alister Hardy kreeg in 1929 een briljante ingeving toen een bevriende arts zich in de kroeg afvroeg waarom mensen, in tegenstelling tot andere apen, veel onderhuids vet hebben. Hardy had genoeg robben en dolfijnen opengesneden om te weten dat een onderhuidse vetlaag kenmerkend is voor zeezoogdieren. Weer nuchter bedacht hij meer menselijke kenmerken die een verleden als ‘wateraap’ suggereren. Hij veronderstelde dat we ergens in onze geschiedenis vrijwillig of noodgedwongen aan het strand waren gaan leven. Het evolutionaire product van die confrontatie tussen aap en zee: Homo sapiens. Hardy hield zijn hypothese ruim dertig jaar voor zich, vermoedend dat hij zijn carrière kon vergeten als hij er ook maar over zou beginnen. De heersende opvatting was immers dat wij afstammen van apen die het oerwoud verruilden voor het open grasland, de savanne. Pas na zijn pensionering durfde hij zijn gewaagde ideeën naar buiten te brengen. Zijn intuïtie bleek te hebben geklopt. Na de presentatie van zijn voordracht (Was man more aquatic in the past?) buitelden alle vooraanstaande antropologen over hem heen. Hij zet de wetenschap voor gek!
Maar was Hardy’s idee echt zo extravagant? Moderne wetenschappers vinden steeds meer aanwijzingen dat hij het wel eens bij het rechte kan hebben gehad. Zo schreef de Canadese antropoloog en vetzuurdeskundige Dr Stephen Cunnane onlangs de bestseller The Survival of The Fattest; The Key to Human Brain Evolution. Daarin legt hij overtuigend uit dat onze grote, slimme hersenen alleen konden ontstaan in een kustlandschap. Waarom ben jij een zeemeermin? Je hebt ‘idioot’ grote hersens “Onze extreem grote hersens konden uitsluitend ontstaan in een milieu met plenty omega-3 vetzuren, choline en jodium, ofwel in een kust- of waddenlandschap,” aldus Stephen Cunnane. “En vrijwel alle vroege mensachtigen werden gevonden tussen even oude resten van krabben en zeeschildpadden, in gebieden die miljoenen jaren geleden aan zee lagen.” Je bent relatief ‘vet’ Niet schrikken! Mensen worden, in tegenstelling tot chimpansees, ‘moddervet’ geboren. In de laatste weken van de zwangerschap bouwt de foetus een dikke speklaag op. Volgens Dr Cunnane maakt dat vet ons mens. “Zonder die reserve is het onmogelijk om het enorme, energie-vretende mensenbrein te kunnen laten groeien,” zegt hij. “De soort mens heeft massief geinvesteerd in zijn kwetsbare hersenen. Gedurende onze evolutie gold daarom: hoe vetter het kind, hoe beter zijn kansen. Naarmate we ouder worden neemt ons vetpercentage af, maar zelfs de magersten onder ons hebben veel meer onderhuids vet dan andere apen. Ook Elaine Morgan, Hardy’s belangrijkste geestverwant en schrijfster van ondermeer Scars of Evolution, ziet duidelijk mariene verklaringen. “Vet isoleert en geeft drijfvermogen.” Je kunt zwemmen bij de geboorte Een mensenbaby is volkomen thuis onder water, een chimpanseebaby verdrinkt onmiddellijk. Veel traditionele volkeren bevallen bij voorkeur in het water. Kinderen tuimelen uit de baarmoeder, zwemmen dicht tegen de moeder aan naar de oppervlakte en nemen dan pas hun eerste ademteug. Wetenschappers stelden verbijsterd vast dat zuigelingen in water van een graad of 20 niet onderkoeld raken, ondanks hun relatief grote huidoppervlak. Mensen zijn de enige landzoogdieren die bij de geboorte zijn overdekt met een laag wasachtige smurrie: het vernix. Overigens kan een enkele mensenbaby zijn oren afsluiten. En met een zekere regelmaat komt er een ter wereld met vliezen tussen tenen en vingers. Je loopt op twee benen De heersende Savanne Theorie dicteert dat we rechtop gingen lopen toen we de bomen verruilden voor het open savannelandschap. Dit om verder te kunnen kijken, sneller te kunnen lopen en overtollige warmte makkelijker kwijt te raken. Elaine Morgan voert echter aan dat de noodzaak tot waden de sterkst denkbare prikkel is om je op te richten. Onlangs werd op Sumatra een geïsoleerde groep bavianen ontdekt, die deels van de zee leeft. Deze apen lopen tijdens het vissen op twee poten. Omgekeerd is waargenomen dat apen die in een kaal landschap terecht komen, zich juist minder vaak oprichten dan in de jungle. In Scars of evolution stelt Morgan dat wij landrotten voor dit rechtop lopen ook een prijs betalen: rugklachten, hernia’s en spataderen. Je bent kaal De mens is de enige ‘naakte’ aap. Waarom beharing in tropisch water (onze wieg stond in Kenia) een nadeel is? Vraag Inge de Bruin waarom ze haar toch al gladde benen scheert. De orthodoxe verklaring luidt dat we onze pels verloren om op de zinderend hete savanne onze lichaamstemperatuur beter te kunnen reguleren. Top-antropoloog professor Phillip Tobias: “Ook ik heb dat decennia lang geloofd, maar het argument is met één simpele tegenvraag te ontkrachten: waarom hebben alle andere savanne-dieren hun vacht behouden? Het is niet logisch.” Je beheerst je ademhaling In het Schotse Inverness leefde tot enkele jaren geleden Hoova, een zeehond die na een opvangperiode niet meer naar zee wilde en spontaan is gaan ‘praten’. Als Hoova op dreef was, klonk hij als een ouwe man die in het IJslands staat te vloeken. Hoova en alle andere zeezoogdieren hebben een ingedaald strottehoofd. Dat maakt het mogelijk dat ze ook via de mond kunnen inademen, handig voor wie soms plotseling een flinke teug lucht moet happen. Een ingedaald strottehoofd is ook nodig als je door je mond wilt uitademen en dus om klanken te kunnen uitstoten. Alleen mensen en zeezoogdieren hebben bewuste controle over hun ademhaling. In tegenstelling tot de chimpansee houden wij zelfs onze adem in als we schrikken. Een vitale reflex als je tijdens een zwemtochtje plotseling onder water wordt getrokken. Je hebt een erg brede voorvoet Een aap zakt weg in de slik (en vindt nattigheid helemaal niks), jij waadt rustig naar Schiermonnikoog (en vindt dat helemaal te gek, vooral als de gids een beetje leuk is). Je hebt relatief zwakke kaken Het verorberen van vis, schelpdieren en zeegroenten vereist beduidend minder kracht dan de consumptie van een typisch apenmenu.
Okay. Dikke kans dat je nu zegt ‘leuk, maar so what!’ Wat kan ik hier mee, hier en nu? Meer dan je wellicht denkt. Onlangs opperde de Groningse voedingswetenschapper Dr Frits Muskiet dat de mens het best functioneert in een omgeving die niet te zeer afwijkt van de omgeving waarin hij evolueerde. Steeds meer wetenschappers omarmen die logische gedachte. Hoe boots jij je achtergrond als zeemeermin het best na? Volg deze tips op en je komt een heel eind! Eet een Shore Based Diet Zelfs de meest rabiate tegenstanders van het idee dat wij zeemeerminnen zijn, geven toe dat onze grote hersenen uitsluitend konden ontstaan in een milieu waar omega-3 vetzuren overvloedig aanwezig waren. Zonder dat spul geen neurologische ontwikkeling. Voorstanders van de Savanne-hypothese beroepen zich op het ‘Man the Hunter’ concept. Primitieve jager-verzamelaars sloegen de schedel van hun prooi of van door roofdieren achtergelaten karkassen kapot en deden zich tegoed aan de omega-3 rijke hersenen. Volgens professor Cunnane is het echter onwaarschijnlijk dat onze voorouders zoveel hersenweefsel (en dus DHA) konden bemachtigen om hun hersenen te laten groeien. “Het is erg vergezocht, vooral als je bedenkt hoe gemakkelijk zulk kostbaar ‘breinvoer’ in een kustlandschap verzameld kon worden.” Ga zwemmen Je gladde, talg producerende huid. Je flippervoeten. Je voor apen unieke vermogen om je adem in te houden. Je fascinatie voor water. Kom op meid, heb je nog meer hints nodig om te beseffen dat er onder je mantelpakje een zeemeermin schuil gaat? “De behoefte om het water in te gaan is universeel,” aldus Elaine Morgan. “Kinderen die vanaf de geboorte mogen zwemmen, ontwikkelen zich sneller dan andere kinderen. Er zijn nauwelijks activiteiten die mensen een groter gevoel van ontspanning en voldoening geven dan door een branding banjeren en zwemmen. Alleen al een douche lokt positieve fysiologische reacties uit.” Blijf levenslang spelen Dr Stephen Cunnane geeft in Survival of the Fattest een onweerstaanbare dimensie aan ons verleden als ‘wateraap’. Hij maakt aannemelijk dat wij niet evolueerden onder een enorme druk om voedsel te bemachtigen, maar juist als gevolg van de voortdurende aanwezigheid van een tot dan toe ongekend riant buffet. “Plotseling beschikten we over zoiets ongekends als vrije tijd,” stelt hij. “Het lijkt me uiterst voor de hand liggend dat we gingen spelen. Tegelijkertijd kregen onze hersenen de gelegenheid om, in die zee van omega-3 en jodium, te groeien. We waren in alle opzichten te vergelijken met lerende kinderen van nu. Gaandeweg verwierven we allerlei vaardigheden.” Volgens Cunnane was die mogelijkheid tot ongedwongen spelen en leren cruciaal voor onze ontwikkeling tot mens. Les: have fun. Spel is de motor van de menselijke evolutie en we zijn nog lang niet uitgeëvolueerd!
Ik gaf zonet behoorlijk af op Aalt Dijkhuizen (en in mindere mate op Louise Fresco) omdat ze beide wel heel erg het oude WUR-mantra van groter en efficiënter blijven prediken (school Rabbinge). Het ‘geloof’ aan de andere kant (alles moet biologisch, lokaal en kleinschalig, vegetarisch en divers), gaat overigens ook nergens over. Beide uitersten zijn te zwart-wit. Bernard Lietaer ziet deze twee uiterste ook en heeft hier een mooie lezing over gegeven. (Zelf heb ik een paar jaar geleden al veel stukken geschreven over duurzaamheid als technologisch keuzeproces).
Ik ben voor het beprijzen van slecht gedrag, en specifiek voor het belasten van onduurzame producten waaronder vlees en melk. En wellicht moeten we suikerhoudende dranken extra belasten. Maar dit thema is lastiger in de praktijk toe te passen. Juist daarom is het belasten van kunstmest en fossiele brandstof een slimme(re) manier.
Ik ben zeker voor minder en vooral voor consuminderen (gooi de BTW maar omhoog). Maar vooral voor het sluiten van kringlopen waarbij we de biocascaderingspiramide als leidraad gebruiken. Juist daarom zeg ik: geen biofuels uit voedsel.
Ik ben voor diervriendelijkere houderijsystemen, maar dat betekent niet perse buitenloop en/of weideloop e.d. Diervriendelijk binnen is denk ik een goed compromis tussen dierwelzijn en milieu. Kortom, ik ben voor moderne ‘megastallen’ met 2 of 3 sterren.
Ik ben voor een import-export belasting per continent gericht op het in-kaart brengen van fosfaat/kunstmeststromen. De fosfaatkringloop is bijna nog kritischer dan de fossiele brandstoffen uitdaging.
Ik accepteer dat we in een complex adaptieve samenleving (CAS) wonen, waarbij grote ontwerpen en simpele oplossingen niet werken. En in een CAS is juist diversiteit en een vorm van in-efficiency een manier om voldoende veerkracht (resilience) te garanderen. Volgens mij moeten we in-efficiency en veerkracht weer opnieuw heruitvinden.
Ik denk dat een onderdeel van gezonde voeding ook ‘minder voedselconsumptie’ is, maar tevens ben ik een soft-paleo aanhanger. Minder tarwe en graan, en voldoende vlees en vis hoort daar ook bij. Maar dat zou weer milieuonvriendelijk zijn ….
Dit lijstje is natuurlijk niet volledig, maar geeft wel mijn eigen persoonlijk denkrichting aan. Maar nu komt het. Ook dit zijn natuurlijk maar wat houtskoolschetsen. Maar nog niet in balans. Ik dit filmpje spreek ik daarom over de ‘derde weg’ (vergeef me mijn woordkeuze). Volgens mij is er dus een optimum dat zit tussen groot-groter-grootst +monocultuur enerzijds (laten we dit het WUR-Mantra noemen) en kleinschalig, biologisch en Ot & Sien Anderzijds. Via deze ‘derde weg’ kunnen we milieuefficient combineren met diervriendelijkheid (met inzet van cleantech). En we kunnen ‘voldoende’ schaalgrootte, combineren met voldoende ‘divers’. Volgens mij voelen we dan intuïtief wel aan wat daarmee wordt bedoeld. Pas dan zijn we als samenleving optimaal ‘duurzaam’. Tot die tijd moeten we blijven zoeken. DOEN in de praktijk ….
Deze kijk over duurzaamheid heb ik zelfs voor het eerst goed uitgelegd gekregen in een TEDx lezing van Bernard Lietaer. Bekijk onderstaande plaatjes eerst nog maar eens goed. Mijn volgende stukje gaat over Louise Fresco, over “analyseren” versus “een visie/toekomst” durven schetsen.
Aanvulling d.d. 24 december 2012:
Wat dan wel de 5 uitdagingen zijn rondom verduurzaming van ons eetsysteem? Ik heb ze in deze presentatie op een rijtje proberen te zetten:
Mijn volgers weten dat ik kritisch ben over de resultaten van de WUR. Ik ben van mening dat (a) er teveel maatschappelijke middelen naar de commerciële tak van deze organisatie DLO gaan, (b) dat er een mono-denkcultuur is die teveel gericht is op ‘grote bedrijven’ zoals Unilever, (c) dat er teveel wordt ontwikkelt (denk aan de bonenprof), terwijl het fundamenteel nieuw onderzoek zou moeten zijn. en (d) dat “intensief” teveel aandacht krijgt**.
Vooral dit laatste punt is weer hot sinds een paar weken. WUR CEO Aalt Dijkhuizen pleit keer op keer weer voor intensief en nu is -i.v.m. de haar boeklancering het Hamburger Paradijs– ook Louise Fresco veel in het nieuws. Beide prediken het mantra van technologie, schaalvergroting en intensificering. Beide gebruiken het argument “duurzaamheid” waar ze eigenlijk het argument milieu (en nog specifieker CO2 en landgebruik) bedoelen. Verduurzaming draait echt niet alleen om efficiency en schaalvergroting. Het draait nu juist om keuze processen. Verder ziet CEO Dijkhuizen het als zijn taak om 6 miljard en straks 9 miljard mensen te voeden; alsof dat met een groot ontwerp en leiderschap vanuit het kleine Wageningen gerealiseerd zou kunnen worden. Nederigheid rondom dit onderwerp zou op zijn plaatst zijn. Denken in ‘grote’ ontwerpen is niet alleen zinloos, het is ook nog eens heel erg gevaarlijk.
Bekend zal zijn dat ook ik een duurzame technologie aanhanger ben. Maar dan wel in een context van diversiteit en kunnen kiezen. Waar ik ook moeite mee heb is het steeds terugkerende argument dat we de wereld moeten ‘voeden’. Wij (= Nederlanders, Nederlandse Ondernemers in AgriFood) hebben fundamenteel andere uitdagingen dan boeren in Afrika of dan de uitdagingen in China of Brazilië. Verder gaat verduurzaming over de keuzes die we als maatschappij moeten maken. Simpele beelden helpen daarbij niet. Polariseren helpt ook niet. Ik kom hier nog op terug.
Tenslotte heb ik er moeite mee dat er gewoon politiek wordt bedreven door Aalt Dijkhuizen en zijn club. En ik vind dat dit nu nou net een onderwerp is dat in Den Haag thuis hoort. Hier in Wageningen zou het al heel wat zijn als WUR gewoon goed (fundamenteel) onderzoek doen en excellent onderwijs zou geven. Politiek, technologische ontwikkeling, ontwikkelingssamenwerking of economie zijn echt takken van sport die niks met de Universiteit te maken hebben. En kiezen -en dan bedoel ik wat voor een maatschappij we zouden willen hebben, met wat voor een vorm van ‘eerlijkheid’ en welke type ‘producten’- is gelukkig iets voor consumenten en voor onze democratie.
Hieronder een recente presentatie van Aalt Dijkhuizen. Beetje simpele voorbeelden en de inleiding is ook een grote open deur. Mijn vraag zou zijn. Mooi, WUR weet nu ook eindelijk wat de dillema’s zijn (ze lezen toch bij het hoofdgebouw Foodlog gewoon elke dag?). So What, wat zijn nu de fundamenteel onderzoeksvragen waar de WUR haar tanden in gaat zetten? Politiek bedrijven of PR of Marketing hoort daar volgens mij niet bij. Misschien kan Aalt Dijkhuizen zijn staf eens vragen een echte toekomst visie neer te zetten. Want ook die mis ik bij mijn conculega’s hier in Wageningen.
** en neen, ik ben niet voor een 100% biologische sector. Dat kan niet eens.
Aanvulling 8 oktober: Krijn Popper heeft eerder een kort blog-item geschreven met de titel “Tussen Wetenschap en Politiek“. Mijn reactie: Ik ben zowel als burger, maar zeker ook als professionals moeite met de rollen Science arbiter en Broker of policy alternatieven. Onze wereld is complex (genoeg), als wetenschappers politiek gaan bedrijven is het einde zoek. Dit werkt o.a. door in de (on)betrouwbaarheid van de wetenschap; althans zoals deze ervaren wordt door het publiek. We zouden hier scherper op moeten zijn .. Aanvulling 18 oktober Wat dan wel? Er is voor elke sector een balans tussen grootte/efficiency en veerkracht/risico. Waar dat optimum ligt? Ik zou het niet weten. Maar iedereen voelt aan dat 10 miljoen varkensboeren met 2 varkens niet effectief is, terwijl 2 varkensboeren met 20 miljoen varkens elk per varkensboer wel erg risicovol is. Hoe risicovol grote bedrijven kunnen zijn, laat Foppen zien. Dit punt zou ik graag willen horen van Dijkhuizen en Louise Fresco. En fundamenteel onderzoek zou moeten gaan over de vraag ‘waar ligt dat duurzame optimum’. Aanvulling 24 oktober Zonet lees ik de Resource – het blaadje van de WUR – en mijn oog viel op dit artikel “ Efficiënte landbouw wentelt kosten af”, zo is het. Ook dit artikel illustreert heel erg goed waarom het WUR/Dijkhuizen mantra van groot, groter, grootst niet klopt.
Een kleine 15 jaar werk ik in inmiddels in de voedsel(verwerkende) industrie en al lang doe ik ook mee met het debat over voedselsystemen, duurzaamheid en voeding en gezondheid. Mijn favoriete hangplek is foodlog, maar ik heb nog wel een paar digitale hangplekken. Mijn privé mening, daar waar mogelijk logisch onderbouwd, deel ik graag met derden en deel ik uiteraard hier op dit blog.
Ja mijn mening is niet altijd even genuanceerd. Dat klopt. Vaak omwille van het debat (door een scherp standpunt in te nemen krijg je tenminste echte discussie), soms omdat ik gewoon een extreem standpunt heb. Wat ook meespeelt is dat rationeel en daar waar mogelijk wetenschappelijk probeer te argumenteren en daardoor nog wel eens op de teentje sta van alleen emotioneel ingestelde mensen.
Waarom deze inleiding? Omdat ik denk dat ik mezelf niet populair ga maken met dit stukje. Om gelijk maar met de deur in huis te vallen: De meeste boeren, tuinders en veehouders zijn alleen maar anonieme ingrediëntleverancier.En juist daarom is praten in ‘verwaarding’ vanuit het perspectief ‘hoger in de keten’ en ‘meer op de consument gericht’ door deze groep agro-ondernemers onzin. Deze boeren leveren eigenlijk geen voedselproducten (voor het gemak is een product pas een product als het een duidelijke handelseenheid heeft en koopbaar is voor een consument. Je zou kunnen zeggen als het een GSI/Streepjescode heeft).
Een toelichting. Het maagaandeel wat rechtstreeks van het erf naar een consument gaat is niet zo groot. De meeste groente wordt omgepakt (denk aan stoplichtjes), of verwerkt (denk aan een zakje ijsbergsla of een potje van hak). Alle deze ondernemers in de primaire sector leveren hun producten af aan een andere bedrijf en zijn dus eigenlijk grondstofleverancier. Voor vlees geldt denk ik helemaal hetzelfde.
Ik hoor jullie al zeggen? En Tasty Tom dan? En Koppert Cress? Of Chiquita? Inderdaad enkele schaarse voorbeelden van producenten die ‘herkenbaar’ zijn en dus defacto geen ingredientleverancier zijn meer zijn. Je zou kunnen zeggen de uitzonderingen die de regel bevestigen.
Waarom ik dit stukje schrijf en deze stelling poneer? Om vooral aan de LTO achterban weer eens duidelijk te maken dat ze hun leden eerlijk moeten informeren. Dat hun leden in de meeste gevallen grondstofleverancier zijn voor een ompakstation of voor een voedselverwerker. En dat ik ook denk dat deze trend zich nog verder zal gaan doorzetten. En om aan te geven dat Nederland Bloeit achtige campagnes weggegooid geld is.
Een tussentijdse samenvatting: Beste ondernemer uit de primaire sector. Besef dat:
u in de meeste gevallen een ingrediënt leverancier bent. En als grondstof leverancier zult u vaak ‘inwisselbaar zijn’. Niet fijn, maar wel waar. De laagste prijs ‘krijgen’ geldt vrijwel altijd voor een anonieme B2Bleverancier.
u plotseling een voedselverwerker en verkoper wordt, op het moment dat het mes in u product gaat zetten. Dit betekent o.a. een andere governance structuur (lees blijf niet werken vanuit u huidige VOF) ander wetgeving, kortom andere spelregels.
het maar voor heel weinig bedrijven is weggelegd om met een eigen marketingpropositie en/of toegevoegde waarde product te (kunnen) komen. Degene die hier succesvol in waren, hebben zelden ‘schaalvergroting’ en ‘efficiency’ als basis uitgangspunt genomen in hun keuzes om tot een innovatie te komen. Diversiteit is wel het sleutelwoord.
dat bottlenecks liggen bij van-idee-naar-doen, de verkoop, en correcte positionering en niet bij het ‘idee’ zelf. En een nieuw stal(ontwerp), gaat ook niet leiden tot meer verkoop.
Zijn er dan geen nieuwe zakelijke kansen voor boeren? Natuurlijk wel. Intel en GoreTex zijn immers ook ingrediëntleveranciers en hun model is gericht op (a) innovatie van het gebruik van hun grondstof, (b) het herkenbaar maken van hun ingrediënt op het niveau van consumenten. Kortom, blijf je 1) dan zijn er nog steeds innovatiemogelijkheden. Wil je hoger in de keten gaan zitten. Besef dan dat u eigenlijk begonnen bent met voedselverwerking. Unilever, Mars, Heinz etc. zijn ooit ook zo begonnen. En de groentesnijderijen in Nederland ook. Gewoon een andere tak van sport ga je dan doen. Overigens is het goed neerzetten van jezelf als ingrediënt (aka ingrediënt branding) ook een heel specifieke tak van sport. Vraag hulp daarbij van professionals.
Samengevat: beste boer, veehouder, of tuinder wordt eens een goede ingrediëntleverancier en kijk eens naar bedrijven zoals Intel, GoreTex. Hoe zetten deze ingrediëntleveranciers hun producten in de markt en hoe werken ze samen met andere ketenspelers met behoud van identiteit. Een mogelijk inspirerend voorbeeld in de voeding is Ojah. Ojah maakt het ingrediënt Beeter, en Beeter is de vleesvervanger met bite die o.a. zit in de producten van de Vegetarische Slager en VleeschSmakers.
Tenslotte. Ik vind het prima als kleine boeren en tuinders en veehouders een lokale huiswinkel hebben en daar een minimaal gezinsinkomen uit kunnen halen. Ik vind het ook prima dat er komkommertelers zijn die gewoon doorgaan met het maken van heel veel (meer) rechte komkommers. Maar graag dan wel stoppen met klagen omdat u zo hard moet werken voor zo weinig inkomen. En beste melkveehouders, ook niet klagen als straks het melkquotum wordt losgelaten. Afgesproken?