Innovatiebeleid 2.0 – geen verbetering te zien in de laatste 10 jaar. In tegendeel. En juist NU heeft Nederland een goed beleid nodig. (2)

Afgelopen zaterdag schreef ik een fascinatie te hebben voor systeemkunde en complexe systemen. En ik schreef me zorgen te maken over de toekomst van ons land. Juist in de huidige economische piek, kunnen we gemakkelijk bijsturen, en dus een nieuwe weg inslaan.

Als warming-up eerst maar wat inspiratie en daarna wat theorie:

Jonas Ridderstrale – Food Valley congress 2010 from Wouter de Heij on Vimeo.

Harold van Garderen. en Jan Wouter Vasbinder zijn voorbeelden van (academische) denkers uit Nederland binnen dit vakgebied. Ik ken zelf geen vakgroepen aan Nederlandse universiteiten die zich in dit domein hebben willen specialiseren. Een zeer groot gemis denk ik.

Harold heeft -toeval bestaat niet- afgelopen weekend een stuk op Linkedin geschreven met de titel “Hoe evalueer je de effecten van beleid op de praktijk?”. Wat mij betreft is dat artikel verplichte kost voor beleidsmakers, politici en directeuren van grote bedrijven. Monitoring van beleid: ja, maar inzet van KPI’s  (in de vorm van getallen) werkt alleen in goed gedefinieerde en ordelijke systemen. In alle gevallen heb je veel meer aan verhalen (ook wel narratieven genoemd). Niks geen spreadsheets of evaluaties op basis van 1-10 scores dus. En ook geen 0-meting en dan over een jaar herhaling. Verhalen continu, plaatsgebonden en altijd ‘ophalen’, verwerken en duiden. StoryConnect kan daarbij helpen; neem contact met hem op zou ik zeggen.

Innovatiebeleid 2.0 (deel1) : De grote oplossing van alles (terwijl grand designs niet bestaan).

Hier zijn ze de 10 oplossingen (of oplossings-richtingen eigenlijk) voor in complexe systemen:

1. De maatschappij is erg complex. Juist daarom is stevig ingrijpen onverstandig. De safe fail aanpak -waarbij je kleine DOE experimenten in de praktijk uitvoert- is daarom de aanbevolen weg. Overheden bepalen alleen de maatschappelijke spelregels en de politiek geeft de maatschappelijke wilskeuzes aan. Ondernemers moeten het echter zelf doen.

2. Accepteer dat in een volwassen markt (red ocean) er door schaalvergroting en fusies uiteindelijk maar een paar spelers overblijven. Er zijn derhalve maar drie vragen – neen eigenlijk zijn het wilskeuzes – die we moeten beantwoorden:
– Wanneer vinden we dat een ‘markt’ te klein is geworden? Hoeveel spelers moeten er minimaal overblijven zodat er voldoende ‘balance of powers’ is, en dat er geen kartelvorming ontstaat?
– Wanneer is een organisatie of bedrijf in een volwassen markt ‘te groot’? Dit punt heeft uiteraard ook met mededingsrecht te maken.
– In geval van een mondiale markt: welke bedrijven / sectoren zijn van landsbelang om hoe dan ook te behouden in Nederland? En zo ja, wat doen we dan om deze sectoren te behouden?

Voorbeelden: de retailmarkt heeft nog maar vier inkooporganisaties en AH is (lokaal) een monopolist. Dit is een onwenselijke situatie.Volwassen markten zijn volwassen omdat ze volwassen zijn, en we zouden aan volwassen bedrijven geen ‘zakgeld’ moeten geven. Volwassen bedrijven en sectoren kunnen voor zichzelf zorgen is mijn stelling. En we mogen ons ook nooit meer door volwassen bedrijven of sectoren laten ‘gijzelen’ als maatschappij (en dit laatste is gebeurd tijdens de bankencrisis in 2008-2009 en bijvoorbeeld in USA met de automobielfabrikanten).

Voorbeeld: de ING bank is eigenlijk te groot voor onze maatschappij. Wij kunnen de risico’s niet afdekken bij problemen. Dus moeten we stimuleren dat er nieuwe banken -zoals Bunq- komen.

3. De maatschappij zou heldere en eventueel striktere spelregels mogen stellen aan de spelers in een volwassen markt. Deze spelregels moeten gaan over ‘milieu’, ‘sociale facetten’ of bijvoorbeeld over diervriendelijkheid. Kortom naast puur financiële factoren, ook ‘zachte’ en ‘kwaliteits’ eisen opleggen binnen een volwassen markt. Richting spelers in een volwassen markt mogen we zelfs wat strenger zijn dan richting een niet volwassen markt.

Voorbeeld: grotere varkensstallen mogen, mits minimaal aan 1ster wordt voldaan.  Of nog beter 2sterren dierenbescherming met aanvullende milieu maatregelen. Grote varkensstallen zonder een ster van de dierenbescherming zou dus verboden moeten worden. Dat zou een basis van goed beleid kunnen zijn. 

4. Volwassen markten hebben altijd de neiging om te gaan ‘verbulken’, en dit te verbloemen met ‘marketing’. Vernieuwing ontstaat echter vrijwel altijd vanuit de onderkant, aangezien de noodzaak tot verandering (stress) daar meestal het grootste is. Daarom moeten we als maatschappij deze vernieuwing blijven stimuleren.

Voorbeeld: de varkenssector (vion), de dominantie van Microsoft op computers (en Apple op smartphones). Dus het is logisch dat coca-cola een suikertax meekrijgt, of dat we tabaksfabrikanten niet vragen mee te praten met gezondheidstafels.

5. De maatschappij – lees de overheid- heeft de plicht om samen met ondernemers diversiteit te zaaien. Diversiteit zorgt immers voor (a) meer competitie, (b) noodzakelijke vernieuwing / innovatie, (c) voor een stabielere maatschappij (veerkracht). Deze drie facetten zijn van cruciaal belang om ook op termijn een prettig en welvarend land te behouden. Kennisinstellingen en universiteiten zorgen voor een goede opleiding van jong talent (niet meer en niet minder!).

Voorbeeld: 10 jaar geleden was Apple op sterven na dood. Nu is de beurskoers groter dan die van Microsoft. TomTom is pas vijftien jaar oud, maar zit in een lastige tijd (wie gebruikt er nog niet Waze?). Stel ASML komt niet meer met vernieuwing? Hoe ziet Eindhoven er dan uit over vijf tot tien jaar? 

6. Een jonge of opkomende sector (die nog bezig is een blue-ocean te creëren) mag tijdelijk geholpen worden door de maatschappij. Helpen kan met subsidie of kredieten, maar je kan een jonge sector ook ‘in-kind’ helpen of tijdelijk de spelregels versoepelen. Hulp kan echter nooit structureel zijn. Hulp geef je alleen bij de opstart. Doelstelling zou moeten zijn om zo snel mogelijk volwassen te worden.

Voorbeeld: de markt voor vleesvervangers en substituten, er zijn in Nederland ongeveer twintig producenten en de omzet is minder dan honderd miljoen. Het lijkt logisch om deze sector te steunen. Maar vraag dan wel aan de producenten zelf wat ze nodig hebben. Bedrijven weten dat beter dan universiteiten.

7. Diversiteit creëer je door veel nieuwe kleine initiatieven te (laten) starten. Nieuwe initiatieven kun je het beste ‘buiten’ bestaande organisaties of instituten neerzetten. Het realiseren van een innovatie is overigens iets dat je met professionals doet. Het starten van nieuwe initiatieven mag niet als resultaat hebben dan een ‘ander’ nieuw initiatief valselijk wordt beconcurreerd.

Voorbeeld, een start-up runnen in een multinational voelt onhandig. Naast de organisatie zetten is het advies daarom. Zo stuurt Apple zijn R&D-team als los bedrijf aan. Hoe meer nieuwe initiatieven los worden geinititeerd hoe groter de kans op successen. Kortom hanteer het olie-tanker en zodiac model

8. Als overheid kan je diversiteit zaaien door met open innovatieprogramma’s te gaan werken of nog beter door Moonshots te introduceren. Binnen zo’n programma mogen hoofdthema’s worden vastgelegd, maar nooit mag de exacte definitie van het project worden vastgelegd. De beoordelingscommissie moet oordelen op basis van (a) innovatie en diversiteit, (b) samenwerkingsverband (is er synergie), (c) verduurzaming en gezondheid en sociale verbetering, (d) de business case (zit er groeipotentie in het project), en eigenlijk ook op (e) ervaring en motivatie van het team.

Voorbeeld, huidige beoordelingscommissies van innovatie programmas zijn te vaak bemand met inhoudelijke experts die eigenlijk een eigenbelang hebben. Ook wordt er gekeken naar wetenschappelijke criteria. Dit is fout.

9. Om succesvol te kunnen zaaien is, naast een goed idee, vooral (intrinsieke) motivatie, creativiteit en leiderschap nodig. Zonder doorzettingsvermogen wordt een ideetje nooit realiteit. Zonder realiteit geen omzet en mensen werkzaam in de nieuwe sector. Innoveren is kortom DOEN in de praktijk. En het DOEN is iets voor ondernemers. Ondernemers groot en klein dienen elkaar op te zwepen in het proberen te realiseren van ‘moonshots’ en vooral in het oplossen van alle deelproblemen die daarbij op het pad worden tegengekomen.

10. Passie, trackrecord, goede naam, zijn veel belangrijkere criteria dan een goede opleiding of carrière. Schrijven of presenteren is immers niet het doel. Vraag dat dan ook niet teveel aan innovators. Geel, rode denkers dus, en niet blauw en groen.

MKB is geen enge (onbekende) diersoort en ook geen klein kind waar je voor moet zorgen. Praat met elkaar i.p.v. over elkaar. Zo simpel is het.

Ik kom net thuis van een ‘strategie’ bijeenkomst met onze provincie, een grote consultancy club, de universiteit multinationals. En o ja ook een paar MKB-ers (waaronder ikzelf dus). Doelstelling was om meerjaren plannen te maken en te bekijken hoe een eco-systeem verbeterd kan worden. Natuurlijk gingen alle braaf-taal-woorden weer over tafel (samenwerken, duurzaamheid, gezondheid, ecosysteem, etc.) en vond ik het zelf (te) lastig om mijn mond te houden.

Betreffende meeting was ‘geheim’ dus ik kan er nu niets inhoudelijks over zeggen. Wel heb ik weer een groot gedeelte van mijn avond hieraan gespendeerd en heb ik meerdere keren gemerkt dat de hartslagmeter op mijn iPhone op tilt sloeg. We zullen maar zeggen ‘door passie’ van ondergetekende ;-).

Hoe dan ook, zo laat op deze avond nog snel een blogje. Dit keer over de term “MKB”. En wel in de zin met een ‘negatieve of zielige’ lading.

Deze avond in dit hoge heren gezelschap (met te weinig dames moet ik bekken), ging het ook weer eens over “MKB”. MKB moet immers geholpen worden, MKB heeft alleen een korte termijn strategie, MKB heeft kennis nodig, MKB kan geen business cases maken, MKB had geen eens tijd om aan te schuiven, MKB moet meer betrokken worden, MKB heeft ons nodig om te groeien, MKB snapt het niet, MKB etc etc etc.

STOP!

Ik wordt zo moe van dit “MKB zou/heeft/moet” gelul.

MKB is alleen maar een term die gebruikt wordt om een bedrijfsgrootte mee aan te geven. Niets meer en niets minder. “MKB-Bedrijven zijn veel diverser dan alle blanke hoogopgeleiden mannen in deze zaal”, riep ik nog uit. “Ik ben MKB, maar mijn project-innovatie organisatie is niet typisch MKB”. Om een paar voorbeelden te noemen van MKB bedrijven uit Nederland:

  • Een vriendje van mij is eigenaar van een machine-handels en service organisatie. Hij importeert en exporteert machine.
  • Om de hoek zit een privé MKB bedrijf gespecialiseerd in eiwit-onderzoek. Als dienstverlener.
  • Ojah was MKB (en maakt vleesvervangers voor derden). Ze maken en verkoop een gestructureerd eiwitproduct.
  • Een bekende heeft 10 horeca zaken in het oosten van het land.
  • Een relatie heeft een industriële bakkerij en tientallen mensen aan het werk.
  • Een andere vriendje heeft een gespecialiseerd software bedrijf. Internationaal actief.
  • In Helmond zit een loonwerkbedrijf dat zich gespecialiseerd heeft in pascalisatie.
  • Mijn accountant is denk ik ook een MKB-er.

Kortom, allemaal MKB-bedrijven, maar zeer divers is marktpositie, professionaliteit, in lokaal versus internationaal. Soms zijn ze vooroplopend, soms achterblijvers. Vaak prima opgeleid, maar niet altijd. En bijna altijd wordt er heel hard gewerkt.

Mensen, MKB is geen enge onbekende diersoort of zo. MKB is ook geen klein kind dat alleen geholpen kan worden door een universiteit of multinational. Of door de provincie. De woord keuze alleen al ‘geholpen worden’, MKB is vooral ook geen klein kind waar je voor moet zorgen als ouder?

Mijn ervaring: MKB werkt graag samen (met elkaar). En samenwerken doe je vanuit gelijkwaardigheid, toegevoegde waarden en respect over en weer. En mijn ervaring is dat een dergelijke partership fantastisch kan zijn. MKB is menselijk, gepassioneerd, efficient. MKB houdt van zijn omgeving. Vandaar dus mijn advies:

Praat niet over bedrijven of mensen, maar praat met hen. Simpel.

ZO EN NU GA IK SLAPEN.

Ik ben niet tegen (maar ook niet voor) kernenergie. Maar laten we samen eerst eens gaan rekenen. (deel 2 – Lubach op zondag)

In augustus van dit jaar schreef ik een eerste stukje over kernenergie. In dat stukje rekende ik voor dat op dit moment ongeveer 10% van de mondiale elektriciteitsproductie via 450 kerncentrales gemaakt wordt. In Nederland hebben we ook een centrale in Borsele staan van 485MW, goed voor 3% van onze productie van elektriciteit (en dat is weer maar laten we eerlijk zijn elektriciteit is maar 16% van onze totale energie consumptie …). Al eerder heb ik voorgerekend dat we prima alle huishoudens in Nederland van duurzame elektriciteit kunnen voorzien. Maar laten we nogmaals eerlijk zijn, 80% vd elektra wordt zakelijk en industrieel gebruikt, en dus maar 20% in huishoudens).

In de mix van verduurzaming hebben we naast meer wind en zon vooral ook:
– snel op te starten centrales nodig (op biomassa of gas dus).
– toch nog een paar extra kerncentrales in Nederland nodig?

Voordat ik weer “ho nu even wouter” opmerkingen hoor. Ja ik ben niet tegen een beperkte uitbreiding van het aantal kerncentrales in Nederland. Niet als oplossing, maar als onderdeel van de mix. Ik ben niet zo bang voor stralingsrisico’s en ik ben ook niet bang voor het afvalprobleem. Dit laatste wordt prima uitgelegd door Lubach op Zondag. Laten we als doel stellen dat we bijvoorbeeld 6GW plaatsen. Twaalf keer meer capaciteit dan Borssele nu geeft. Bijvoorbeeld 2x 3GW of 3x 2GW. Kosten? Ongeveer 12 tot 15 miljard euro. Best flink.

Waar mijn zorgen dan wel liggen? Simpel:
– gebrek aan visie en besluiteloosheid bij onze politici.
– gebrek aan draagvlak van de gemiddelde Nederlander. En dat snap ik. NIMBY.
– kosten. Kernenergie is gewoon heel erg duur. Wie gaat zij nek uitsteken?

Mijn verzoek aan EZ en LNV is om de gedragdregels van TO2 sterker te (gaan) handhaven, dit voorkomt valse competitie tussen privaat (TO2) en publieke R&D organisaties.

Het huidige topsectoren beleid -en heel specifiek de rol van TO2 en de ministeries daarin- helpt a) innovatie in de praktijk weinig (waar zijn de voorbeelden?), b) frustreert te vaak private R&D bedrijven (zie hieronder), en c) begint inmiddels ook het bedrijfsleven (groot en klein) te frustreren. De TO2 zijn te duur, niet pragmatisch genoeg, en vernieuwen te weinig. Dit alles is niet best. Voor de welvaart van Nederland en dus een ‘fijne’ toekomst van ons land is immers een goed en soepel innovatiebeleid van groot belang. Platte handel zonder vernieuwing heeft geen duurzame toekomst in deze dure omgeving. Een goed landelijk innovatiebeleid is daarom inherent van belang voor de welvaartspositie van Nederland. Zeker op tijdschalen van tientallen jaren.

Goed innovatiebeleid zorgt voor nieuwe producten en diensten, zorgt voor meer werkgelegenheid en zorgt voor groei van het Nederlandse bedrijfsleven. Groei die in een open economie natuurlijk ook een grote internationale component heeft. In 1998 heeft commissie Cohen een rapport geschreven over dit onderwerp (toen ivm relatie Rijkswaterstaat en de NL ingenieursbureaus) met de titel “Markt en Overheid”. Mijn advies is: lees dit rapport van 20 jaar geleden nog eens door.

De private kennisaanbidders “klagen” collectief ook al bijna tien jaar. Vooralsnog zonder resultaat spijtig genoeg. Een notitie van EZ uit 2013 beschrijft deze problematiek gelukkig ook. Op pagina 4 van de betreffende notitie staat een hoofdstuk over de positionering van de TO2 instituten (DLO/WUR, TNO, MARIN, Deltaris, LNR,  etc.) ten opzichte van private kennisaanbidders (zie ook onderaan dit blogje). In bijlage 1 staan tevens gedragsregels. Deze gedragsregels zijn in grote lijnen goed, al zijn ze nog niet precies genoeg (werk aan de winkel dus). Wat is nu het werkelijke probleem? Tot op de dag van vandaag houden de ministeries de TO2 instituten niet aan deze gedragsregels en blijft er dus valse competitie bestaan. 

Recent in september 2018 hebben daarom een tiental private kennisaanbieders maar weer eens brandbrief gestuurd naar de tweede kamer en de minister van EZ. De ministeries van EZ en LNV handhaven domweg de gedragsregels niet en negeren tevens ook de serieuze signalen vanuit het veld (ik doel dus op private aanbieders, maar zeker ook het (MKB) bedrijfsleven) volkomen. Wij zijn erg nieuwsgierig naar het antwoord op onze brandbrief. Zal er een antwoord komen?

Ondertussen wil ik ook via deze weg aan al mijn zakelijke relaties vragen een steunbrief op te stellen. Dit zou ons heel goed helpen. Een dergelijke brief zou de volgende elementen kunnen bevatten:

  • Er is meer geld voor echte innovatie via de overheid nodig. Dit kan subsidie zijn of in-kind vanuit overheidsorganisatie (mits ondersteunend en met toegevoegde waarde).
  • Middelen dienen ook beschikbaar te zijn voor praktische innovatie (om de valley of death te overbruggen). En dus niet alleen dus voor fundamenteel onderzoek of pre-concurentieel onderzoek.
  • Budget moet ingezet kunnen worden in consortia van bedrijven en overheidsinstanties die ‘vooruit’ willen en aan het innoveren slaan.
  • Er mag in het beleid geen onderscheid gemaakt te worden tussen private (TO2) en niet-private kennisinstellingen.
  • Innovatie samenwerking zou op basis van best-buy moeten zijn (en dus geen gedwongen winkelnering bij TO2).
  • De TO2 instellingen (DLO/WUR, TNO, MARIN, Deltaris, LNR,  etc.) mogen niet voorgetrokken worden in welke regeling dan ook.
  • De gedragsregels uit de EZ brief (2014) bijlage 1 moet nader uitgewerkt worden en vooral streng gehandhaafd te worden door EZ en LNV.

Mijn dank is heel erg groot! En ik denk dat ik ook namens mijn conculega’s spreek uit de private sector.

 

TO2 instituten opereren op het snijvlak met de markt. Om het onderzoek van de TO2 instituten zo relevant mogelijk te laten zijn wordt nauw samengewerkt met de eindgebruikers. Dit gebeurt via topsectoren en voor de maatschappelijke thema’s via zogenaamde kennisarena’s.De TO2 instituten hebben primair als taak om nieuwe kennis te ontwikkelen en onderzoeksfaciliteiten efficiënt te beheren, waarmee de markt en andere partijen concrete toepassingen kunnen uitontwikkelen en invoeren. Daar waar de kennis of de faciliteiten met voldoende diepgang in de markt aanwezig zijn, is er geen aanleiding voor de instituten om deze kennis of faciliteiten op te bouwen. Overigens kan de overheid de TO2 instituten als onafhankelijke partijen soms specifiek om kennis vragen.
Deze positionering is van belang om oneerlijke concurrentie te voorkomen en ook vanuit oogpunt van een efficiënte besteding van overheidsmiddelen. Het kabinet kiest er daarbij voor om vast te houden aan een specifieke rol voor de publiek gefinancierde instituten en niet om een open concurrentie mogelijk te maken. Dit omdat dit leidt tot meer onduidelijkheid, inefficiëntie en mogelijke verschraling van de kennisbasis.
Er zijn de laatste jaren signalen gekomen dat ondanks de waarborgen die er zijn, TO2 instituten op onderzoeksterreinen actief zijn waar ook private kennisaanbieders en marktpartijen opereren, waardoor marktverstoring op kan gaan treden. De topsectorenaanpak maakt dit risico in een aantal sectoren eerder groter dan kleiner. Instituten moeten namelijk relevant onderzoek doen voor de topsectoren. Het risico is dat de programmering vanuit topsectoren leidt tot onderzoek waarmee de instituten in het vaarwater van private kennisaanbieders en marktpartijen terecht kunnen komen en de kans op oneerlijke concurrentie wordt vergroot. Dit is aanleiding om het speelveld voor de instituten scherper af te bakenen.
Het kabinet heeft in overleg met de TO2 instituten en na consultatie van partijen in de markt – waaronder private kennisaanbieders – gedragsregels uitgewerkt die het voor alle partijen helder maken waar de rol van de publiek gesubsidieerde instituten ophoudt en die van de markt begint. Deze gedragsregels worden verdeeld in regels voor publiek gesubsidieerd onderzoek en regels voor contractonderzoek. In bijlage 1 staan de gedragsregels vermeld.
De regels worden door de instituten verwerkt in hun strategische plannen en de operationalisering daarvan. Daarbij wordt een continue dialoog gevoerd met de relevante marktpartijen en overheden. Naleving van deze gedragsregels is primair een taak voor de instituten zelf. De instituten zullen voor het eind van het jaar aan mij aangeven op welke wijze ze dit vorm gaan geven en zullen borgen. Gelet op het voorkomen van oneigenlijke concurrentie zal ook naar (fiscale) faciliteiten voor contractonderzoek worden gekeken. Het is daarbij niet de bedoeling dat de samenwerking tussen de instituten en de markt vermindert. In het bijzonder geldt dat ook voor de TO2 instituten en private kennisaanbieders. Die hebben namelijk ook gemeenschappelijke belangen. Voor TO2 instituten zijn private kennisinstellingen ook partijen die kunnen zorgen voor valorisatie van kennis, naast alle andere kanalen die de instituten daarvoor hebben.
Andersom zijn de private kennisinstellingen geholpen met nieuwe kennis en inzichten van TO2 instituten die ze zelf niet kunnen ontwikkelen. Samenwerking tussen deze partijen kan dus voor beide profijtelijk zijn. De TO2 instituten zullen daarom gestimuleerd worden daar waar zinvol om delen van onderzoeksprojecten uit te besteden aan private kennisaanbieders. Verder kan uitwisseling van onderzoekers tussen TO2 instituten, private kennisinstellingen, universiteiten en marktpartijen zinvol zijn.
Bijlage 1 – Gedragsregels.
De gedragsregels voor publiek gesubsidieerd onderzoek voor kennisopbouw zijn:
  • publiek gefinancierd onderzoek dient pre competitief te zijn (het onderzoek leidt niet direct tot een kant en klaar eindproduct voor een bedrijf)
  • de instituten bouwen geen kennis op die in de markt al met voldoende diepgang aanwezig is
  • IE beleid gericht op laagdrempelig toegang verschaffen tot kennis voor private partijen
  • instituten zijn transparant over hun onderzoeksprogramma’s.
  • De gedragsregels voor contractonderzoek en verhuur faciliteiten voor derden zijn:
  • activiteiten moeten synergie hebben de doelstellingen van de instituten en met het publiek gefinancierd onderzoek dat daarbij hoort waar mogelijk afstoten van routinematige activiteiten die markt ook kan uitvoeren
  • altijd minimaal integrale kostprijs bij contractonderzoek
  • geen kruissubsidie, gescheiden boekhouding.

Voor bepaalde thema’s heeft de overheid een exclusieve relatie met de TO2 instituten.

  • Spelregels voor spin-offs (nieuw bedrijf ontstaan vanuit een TO2 instituut)
  • Spin-offs eerst marktconform aanbieden aan marktpartijen
  • Spin-offs van instituten moeten duidelijke status kennen. Of ze zijn onderdeel van een instituut, of ze operen als marktpartij. Een spinn-off die als marktpartij opereert mag niet meer op betere voorwaarden dan andere marktpartijen profiteren van de relatie met het instituut waar het uit voortkomt.
Hierbij geldt een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden:
  • Gedragsregels moeten helderheid scheppen maar geen ‘juridisering’ veroorzaken. Er moet juist geïnvesteerd worden in samenwerking en vertrouwen.
  • Het speelveld is dynamisch, technologie die nu pre competitief is, is in de toekomst competitief. Dit vergt dus continue onderhoud en afstemming.
  • Maatschappelijke belangen en wettelijke taken kunnen een reden zijn om wel kennis bij TO2 instituten teontwikkelen die ook elders aanwezig is. Dit vanwege reden van onafhankelijkheid, beveiligingseisen, beschikbaarheid en directe toegang tot de kennis.

Innovatiebeleid 2.0 – geen verbetering te zien in de laatste 10 jaar. In tegendeel. En juist NU heeft Nederland een goed beleid nodig. (1)

Mijn passie is eigenlijk niet food(tech), maar vooral innovatie, complexiteit, modelling, en vooral het doorgronden van grote complexe systemen (en de interactie met alle kleine details). Wat wel erg leuk aan het food-systeem is, is dat alle lagen van complexiteit aanwezig zijn. Kortom, het is een mooi inhoudelijk domein om de kennis van complexiteitskunde (complexity theority) en systeemkunde (system thinking) op toe te passen.

Ik heb tijdens mijn studie in Delft het grote geluk gehad van de meest meest fantastische professoren college gekregen te hebben. En ik prijs mezelf ook zeer gelukkig dat ik in de laatste 20 jaar de meest brillantine denkers heb mogen ontmoeten en soms met hen heb kunnen samenwerken. Een kleine bekentenis: stiekem zou ik eigenlijk bij Santa Fee Institute  (SFI) willen werken, of bij een vergelijkbaar instituut in Europa (maar dat bestaat niet …).

Ik vind dat het niet zo goed gaat in Nederland. Ja economische gaat het prima, en de gemiddelde burger heeft ook niks te klagen. We zouden ons nu meer dan ook klaar moeten gaan maken voor onze toekomst. Onze lange termijn toekomst bedoel ik natuurlijk. Signalen waaruit blijkt dat onze toekomst ongewis kan zijn (en ik bedoel dat niet inhoudelijk):

  • Rutte en divdidentbelasting. Niet alleen inhoudelijk, maar vooral hoe het komt dat een onze MP (en oud werkenemer van Unilever) zo de plank kan misslaan. Inhoudelijk een zwak voorstel, en politiek geen draagvlag.
  • De gewone Nederland staat al veel te lang stil. Er zijn meer ZZPers met te weinig inkomen. Er zijn minder vaste banen (alleen voor een paar happy few). Ondertussen gaan er twee ziekenhuizen failliet (door mismanagement, en we zien gekke acties uit Den Haag).
  • Te weinig tot geen innovatie komt er uit universiteiten in Nederland. En ondanks dat het start-up klimaat iets beter wordt, is de praktijk dat er heel weinig succesvolle nieuwe bedrijven komen die internationaal doorgroeien. Vooral door gebrek aan kapitaal voor de valley-of-death.
  • Bedrijven zoals TomTom gaat het niet redden op de huidige manier weg die ze ingeslagen zijn. Dit bedrijf moet zichzelf heel snel heruitvinden, en het lukt ze niet. En zo zijn er meer voorbeelden.
  • De door de WUR geprezen meer-met-minder strategie, heeft -ondanks alle waarschuwingen- nationaal gefaald. Elk jaar nemen 2000-3000 boeren afscheid. De toekomst van boeren in Nederland zit er behoorlijk slecht uit.
  • We slaan de plank te vaak mis. Starten op tijd met onderzoek (windmolen onderzoek, batterij onderzoek, zonnepanelen onderzoek), maar de valley of death wordt steeds niet overbrugt, kortom het zakelijk potentieel dat uit onderzoek zou kunnen komen, wordt niet in Nederland gevaloriseerd. Geen nieuwe bedrijven, geen nieuwe werkgelegenheid.
  • En lees ook maar eens de artikelen op FTM of andere serieuze krant.

Ik denk dat we -en daarmee bedoel ik de zakelijke top van Nederland, en vooral ook de politieke top- terug naar het tekenbord moeten (durven( gaan. Niet alleen ons innovatiesysteem, maar ook ons energiesysteem (klimaatakkoord), ons eetsysteem, ons zorgsysteem en ons politiek systeem voldoen eigenlijk niet meer. Dat is althans mijn conclusie, zeker als je een langer termijn (en Europees of zelfs mondiaal) perspectief gaat hanteren.

Hoe bij te sturen? Natuurlijk heb ik geen blauwdruk in gedachten. Maar ik denk wel te weten waar we het antwoord zouden kunnen zoeken: In de complexiteitstheorie en systeemkunde. Dus eerst meer kennis over die abstracte vakgebieden opdoen, en dan oplossingsrichtingen formuleren binnen de inhoudelijke domeinen.

Company introduction of BOX N.V. – The Blue Ocean XLerator. From an innovative idea to a fully de-risked company.

BOX (Blue Ocean XLerator) is a private incubator/accelerator owned by entrepreneurs who invest in sustainable innovations that have it in them to make the world better. BOX is a new but proven way of accelerating: for entrepreneurs by entrepreneurs.

BOX is managed by dr Bert Tournois (former director of ATO-DLO now FBR-WUR, serial entrepeneur since 1999), Rasit Gorgulu (Erasmus business and markering, former M&A Rabobank) and Rene Koster (Holland Food Ventures, former initiator and director of Restaurant of the future WUR) and Samir and Jalal Lahan (Lake Invest, Teeuwissen, bioiberica). In the investment team also Wouter de Heij (CEO TOP and Food4Innovations) and Herman Feil (CEO TDI) participate.

BOX offers a new way of incubating and accelerate: ‘ XLerating ‘. Faster to bigger and better. What we offer is the full engineering of startups to strong propositions and to companies that are in a frog-jump ready for large-scale success.

BOX combines solid scientific and technological expertise with entrepreneurship and years of experience in setting up and selling companies. Our track record of about 40 companies and the high success rate form the basis of good relationships with startups, investors and entrepreneurs. BOX is open for everyone with an eye for sustainability and impact.

Take a look at our introduction video.

BOX Company Introduction – English (with Dutch subs) – v4 from Wouter de Heij on Vimeo.

Our workflow is illustrated by the next picture. From idea to project, from project to company.

Dia2

Beste minister Schouten, ik zal op de Netflix manier zeggen wat anderen niet durven te zeggen. Uw visie document is inhoudelijk een ‘natte scheet’ vooral vol feel-good woorden.

Ik werk niet op een ministerie of bij een provincie. Mijn directheid zou daar overigens niet passen; ik ben teveel op inhoud, innovatie en op toekomst gericht en niet op managementprocessen en werkafspraken. Als buitenstaander heb ik echter wel een opinie over wat ik zie gebeuren in Den Haag. Soms deel ik deze opinie online, overigens met het risico geen vrienden te maken. Maar so be it.

Reed Hasting heef bij het bedrijf Netflix vanaf de start een eigen cultuur geïntroduceerd. Deze cultuur wordt door Patty McCord (14 jaar HR bij Netflix) beschreven in Powerful (NL titel = Krachtig). Eerlijkheid wordt op prijs gesteld. Werknemers moeten elkaar keihard de waarheid zeggen en elkaar vooral ook opzwepen tot betere prestaties. Netflix tast in de praktijk flink in de buidel om goed personeel (tijdelijk) aan te trekken, en het personeel krijgt een zeer grote vrijheid om zich te onderscheiden op durf, innovatie, nieuwsgierigheid en passie. Voldoe je niet aan deze eisen, dan sta je snel op straat.

Mijn zakenpartner Bert vertelde lang geleden “dat je altijd hard op de inhoud en zacht op de persoon moet zijn. Want in een (bedrijfs) omgeving waar je niet meer hard op inhoud kunt en mag debatteren, daar zit vroeg of laat geen energie meer in.” Waar ik op doel? In dit geval doel ik op Den Haag en nog specifieker op het ministerie van LNV. Vandaag dus maar een blogje over het niets-zeggende visie stuk van dit ministerie. Op facebook ook wel door mij politiek incorrect ‘natte scheet’ genoemd.

Het is voor mijn volgers geen verrassing dat ik geen voorstander ben van het ministerie van LNV. Voedselveiligheid hoort immers bij VWS, de economische kant van landbouw bij EZ, en ook voor de milieukant hebben we een separaat ministerie. Dat we nu dus weer een ministerie van LNV hebben zie ik zelf niet als vooruitgang. In tegendeel.

En dit zelfde ministerie van LNV is afgelopen week met een (langverwachte) visie gekomen met de titel: ” Landbouw, natuur en voedsel : waardevol en verbonden”.

Eerst maar even een disclaimer. Ik heb deze zomer kort met Carola Schouten gesproken, en ik ben van mening dat dit een buitengewoon vriendelijke en benaderbare minister is. En het door LNV gepubliceerde filmpje ’starring Carola’ is natuurlijk feel-good too en best aardig. Maar is er werkelijk niemand die haar eerlijk – op de Netflix cultuur manier dus – verteld dat een dergelijk visie document dat deze week gepubliceerd is inhoudelijk niks betekent of toevoegt? Natuurlijk kunnen we vriendelijke meepraten en positief zijn, maar wordt het daardoor inhoudelijk beter? Ik denk van niet. Om een andere quote van Bert aan te halen “je wordt niet betaald om alleen aardig gevonden te worden (al is dat een prettig bijkomstigheid).

Waar gaat het in eerste instantie inhoudelijk om. LNV heeft een visie document gemaakt waarin vooral heel veel feel-good woorden staan. Woorden zoals waardevol, verbonden duurzaamheid, kringlopen, nieuwe verdienmodellen en trots. Deze woorden -ik kan er nog een paar aan toevoegen: ‘eerlijke prijs’, ketendenken, kwaliteit, kennis-economie en samenwerken – hebben geen betekenis (meer) in mijn ogen. Waarom niet? Simpel, draai het eens om, kan je iemand vinden die een voorstander is van on-duurzaamheid, lineaire landbouw, of ouderwetse verdienmodellen waarbij boeren failliet gaan? Of ondernemers die met waardeloze productie bezig zijn. Nee, natuurlijk niet. Zo ken ik ook geen personen die tegen “fijne samenwerkingen” zijn, of een anti-kennis houding hebben (“laten we vooral dom blijven”). Een document maken met alleen dit soort fijn-praat brengt ons – overheid en burgers en bedrijven – daarom helemaal niet verder!

Samenvatting visie – animatievideo – LNV (bij Waardevol en Verbonden). from Wouter de Heij on Vimeo.

 

In tegendeel. Ik word als kritische burger totaal niet blij van een ministerie dat niet verder komt dan alleen dit soort feel-good PR taal. Van een goed ministerie verwacht ik concrete oplossingen, echte maatregelen, praktijk projecten en andere concrete acties. De vraag is dus niet “wat is onze visie op de toekomst?”, maar “wat zijn de daadwerkelijke acties?”. De vraag is vooral HOE gaan we dan die kringlooplandbouw realiseren? HOE zorgen we ervoor dat de inkomenspositie van boeren voldoende goed blijft. HOE gaan we ervoor zorgen dat we minder kunstmest inzetten en vooral reguliere mest blijven gebruiken. Juist op dit soort HOE-vragen verwacht ik een antwoord (en dus ‘inhoud’) van ons ministerie. In de praktijk gaat kiezen altijd ergens pijn doen, en laten we die pijn dan ook gelijk op tafel krijgen. Welke sector moet stoppen? Welke ondernemer krijgt geen toekomst van ons ministerie? etc.

Tenslotte. Waarom zou ik me nu hier druk over maken? Simpel, zolang ik werk kom ik alleen maar dit soort vage feel-good PR stukjes tegen. Gerda Verburg bleef ook al hangen op dit niveau. De oud CEO van WUR dhr Dijkhuizen speelt ook tot op de dag van vandaag de ‘meer met minder plaat’ en ‘de wereld voeden’. LTO komt ook niet verder dan constateren dat het duurzamer en diervriendelijker moet (met vooral ook met een goed verdienmodel voor de boer natuurlijk). Maar ook de vroegere staatssecretarissen onder EZ komen niet verder.

Als je over een periode van 10-20 jaar terug kijkt in de geschiedenis naar deze vele rapporten vanuit dit ministerie van LNV dan zie je dat er geen verbetering in zit. Deze rapporten zijn we over een paar weken weer vergeten (en dus zijn het natte scheten … …). Het blijft eerder een continue herhaling van zetten (en ‘visies’ …) zonder concrete beleidsoplossingen, zonder HOE antwoorden.

Mogen we niet veel meer concreetheid (antwoorden dus op “HOE dan?”) verwachten van goed betaalde ambtenaren uit Den Haag? Ik vind van wel!

Ik ben niet tegen (maar ook niet voor) kernenergie. Maar laten we samen eerst eens gaan rekenen. (waarschijnlijk deel 1)

De laatste tijd krijg ik weer regelmatig vragen over kernenergie en mijn opinie rondom dat thema. “Kernenergie is immers ook een potentiële oplossing of zelfs ‘de’ oplossing”. Anderen vragen weer wat ik van moderne thorium reactoren vind. Want die zijn wel veilig zeggen ze dan voor het gemak snel erbij. Vooropgesteld ik ben geen tegenstander van kernenergie, maar ook niet zomaar een voorstander. Nederland is een klein landje en ik denk niet dat kernenergie opgewerkt in nederland een substantieel onderdeel van de energietransitie gaat zijn. Borselle zou niet hoeven sluiten wat mij betreft. Misschien dienen we eerder nog enkele GW aan vermogen bij te plaatsen op die lokatie. Enfin, laten we eerst maar eens wat gaan rekenen om kernenergie in een perspectief te plaatsen.

Volgens het IAEA waren er op 1 januari 2018 in 30 verschillende landen ter wereld samen 448 kernreactoren in exploitatie, en meer dan 60 in aanleg, vooral in Azië. Hiervan zijn er een honderdtal in de VS en 58 in Frankrijk. Het totale geïnstalleerde vermogen is 392 gigawatt. In 2012 was ongeveer 10% van de mondiale elektriciteitsproductie (niet te verwarren met totaal aan energieconsumptie) van nucleaire oorsprong. Die 448 centrales wereldwijd zijn vrijwel allemaal gefinancierd door overheden (die meestal goedkoop geld kunnen lenen). Bovendien zit er overlap tussen de R&D van kerncentrales en kernwapens in veel landen, zodat moeilijk is te bepalen welke R&D aan kerncentrales moesten worden toegeschreven en welke aan kernwapens.

In de Verenigde Staten was het oorspronkelijke plan dat er in het jaar 2000 zo’n 1200 kerncentrales in bedrijf zouden zijn. Maar het zijn er nu maar 104. De Union of Concerned Scientists (UCS) heeft in februari 2011 het rapport “Nuclear Power: Still Not Viable Without Subsidies” uitgebracht. Daarin staat dat de overheid al 50 jaar lang allerlei omvangrijke subsidies verstrekt aan de kernindustrie. “Zonder die subsidies zouden de meeste van die 104 kerncentrales niet gebouwd zijn.”. Interessant, behalve de klassiek bezwaren zijn er dus ook economische bezwaren. Laten we eens gaan kijken.

Hoe zit het met de CAPEX en OPEX van kernenergie? Cijfers van de Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA), een intergouvernementele organisatie die operereert onder de paraplu van de Verenigde Naties, laten dan ook een grote spreiding zien. In het rapport Climate Change and Nuclear Power 2013 (pag. 35-39) heeft de IAEA kosten van nucleaire elektriciteit en andere vormen van elektriciteit op een rijtje gezet. Het rapport is gebaseerd op cijfers van 200 verschillende opwekeenheden, van kolencentrales tot windparken. Typische komt kernenergie dus uit op een OPEX tussen de 3 en 11 eurocent per kWh. Deze grote spreiding komt vooral doordat de rente op de investering van 5 a 10 miljard euro in een kerncentrale een grote invloed heeft op de prijs. Ter vergelijking: de verwachting is dat zonnepanelen richting 2,5 cent per kWh gaan (en dus vergelijkbaar met OPEX van kernenergie) en windenergie op ongeveer 4 a 5 cent per kWh blijft hangen.

Gas en steenkolen gestookte centrales zijn vooralsnog spotgoedkoop in zowel CAPEX als OPEX. En kernenergie is gewoon duur.

Een kerncentrale kan echter wel gruwelijk veel energie opwekken, kerncentrales hebben meestal flink meer vermogen dan een gas of kolengestookte centrale. Kerncentrales van 1000 MW of 1500 MW (1 a 1,5 GW dus) zijn veel te vinden op onze aarde. De kerncentrale Fukushima in Japen is met met zes aparte reactoren met een gezamenlijk vermogen van 4,7 GW een van de 25 grootste nucleaire energiecentrales in de wereld. De Kerncentrale Tsjernobyl bestond uit 4 units met elk 1000 MW (4 GW, 4000 MW) totaal. Onze eigen Borselle centrale is daarmee vergeleken maar een kleintje met een totaal vermogen van 485 MW. Goed voor ongeveer 4% van de Nederlandse vraag naar stroom (stroom/elektriciteit is niet gelijk aan totale energie consumptie, ik kan dat niet vaak genoeg benadrukken!).

Onze wereldwijde consumptie van energie wordt volgens IEA voor ongeveer 4,5% opgewerkt met nucleaire centrales. Stel we zouden wereldwijd volledig overstappen op nucleaire energie, dan hebben we dus ongeveer 20x centrales nodig. Kortom, we dienen er dan mondiaal ongeveer 8000 bij te bouwen. Klinkt mogelijk, maar ik denk dat dat in de praktijk niet haalbaar is. Om te beginnen de (investerings)kosten. Een kerncentrale kost ongeveer 4,5 miljard per 1500 MW. Kortom ongeveer 2-3 miljoen euro per MW. Vergelijk dit met een gasgestookte centrale (CAPEX 0,7 miljoen per MW vermogen) of wind of zon (CAPEX voor beide ongeveer 1-1,5 miljoen euro per MW vermogen) en je ziet dat kernenergie verre van ‘goedkoop’ is. De argumenten veiligheid, radioactief afval of beschikbaarheid van Uranium zijn niet nodig om op de debettafel te gooien. Kernenergie is gewoon (ook te) duur.

Laten we eens naar de Nederlandse situatie kijken. We hebben ongeveer tien centrales van 1,5 GW nodig (kosten ongeveer 45 miljard), of 2 a 3x fukoshima (vergelijkbare prijs) of 20x Borselle. om onze huidige consumptie van elektriciteit op te wekken. En dan gaan ik voor het gemak even voorbij dat de vraag naar elektriciteit door het ‘klimaatakkoord’ en toename van elektrische auto rijden waarschijnlijk zal verdubbelen (of verdrievoudigen ?!). In dat geval hebben we zelfs tussen de twintig a dertig middelgrote kerncentrales nodig. Of gewoon 5x tot 10x een Fukushima centrale in Nederland. Wilt u een van deze tien centrales in uw achtertuin? Ik zal heel eerlijk zijn. Ikke niet, ik ben daar heel eerlijk in.

Tenslotte vergeet niet dat onze elektriciteitsconsumptie maar 16% van onze totale energieconsumptie is (we gebruiken vooral aardgas en aardolie(producten). Stel dat we ook elektrische gaan rijden, of onze huizen met warmtepomp gaan uitrusten (we gaan toch van het gas af volgens ons kabinet…). Deze transitie kost ongeveer ook 100 tot 200 miljard (ik kom daar later op terug), te investeren over een periode van enkele tientallen jaren. Neen, ik geloof dat er ook geen politieke wil is (of komt) om vijftig tot honderd miljard uit te geven aan enkele zeer grote (tot tientallen) kerncentrales in Nederland. Volledig inzetten op 100% elektrificeren is dus niet zinvol. Juist daarom hebben we ook in de toekomst nog een chemische energiedrager nodig (denk aan methaan, methanol, mierenzuur, ammoniak, maar ik gok niet op waterstof).

“Ik ben pro-elektrificeren en anti all-electra. Ja we kunnen ongeveer tweemaal zoveel elektra (misschien drie) consumeren (en dus minder aardgas etc), maar helemaal zonder een duurzame chemische drager lijkt niet te kunnen. En van de chemische dragers lijkt methaan, methanol, ammoniak, en mierenzuur het meest logische.”

Mijn eerste denkrichtingen voor de klimaattafels. Minder aardolie, steenkolen en aardgas. Meer elektrificeren (ook door de industrie!), en gestaffelde prijzen voor ons allemaal.

De feiten rondom onze energie-huishouding (balans en verbruik in Nederland) heb ik vorige week hier op dit blog geplaatst. Afgelopen weekend in het vliegtuig terug naar Nederland heb ik een aanzet tot een lijst gemaakt met potentiële oplossingen.
Onze overheid kan wel wat hulp gebruiken denk ik. Mijn insteek is praktisch, rationeel en met een onderbouwing.
Wat mij betreft gaat het om een kosten-baten analyse en een realistische kijk op zaken. 400PJ biodiesel is absurt om te vragen, en meer dan 15 panelen past er niet op een gemiddeld Nederlands huis. Ook dat zijn ‘rationele randvoorwaarden’. Mijn insteek is dat een energietransitie zou niet alleen nodig i.v.m. klimaatveranderingen, maar ook (zakelijk) nuttig en leuk kunnen zijn.  Maar het politieke proces heeft vooral een rationele onderbouwing nodig (vind ik). Den Haag kan onze hulp gebruiken.
Deze onderstaande potentiële oplossingen hebben als generieke insteek dat:
  1. Niet alleen de huishoudens en burgers een energietransitie gaan uitvoeren, maar ook de industrie echt aan de slag gaat.
  2. Dat we focus leggen op het reduceren van het gebruik van aardolie, aardgas en steenkolen. Let op het bewust gebruik van het woordje “aard….”.
  3. Dat elektrificatie van alle energievragers verstandig is, maar dat onze energiebronnen duurzaam en veerkrachtig zullen moeten zijn (en dus hebben we gas nodig).
Ik heb inmiddels ook een spreadsheet gemaakt waarin ik per oplossingen inschat wat de CAPEX gaat zijn, en hoeveel PJ besparing we zouden kunnen realiseren op onze consumptie van aardgas, aardolie en kolen. De uitkomsten van deze berekeningen zal ik t.z.t. ook plaatsen op dit blog. Mochten jullie nog aanvullende ideeën hebben, dan verneem ik die graag. Ook die zal ik dan doorrekenen. En uiteraard zal ik ook vragen beantwoorden. 
Omdat het work-in-progress is, besteed ik deze veel te warme avond in Wageningen geen aandacht aan de tekstuele verwerken van deze lijst met potentiële denkrichtingen. Sorry dus voor de taal, tik en spellingfouten.
De eerste denkrichtingen zijn wat mij betreft:
  • Elektrificeer all processen die elektrisch kunnen. Lok uit dat electriciteit voor iedereen -behalve de gasgestookte centrales- relatief goedkoper wordt dan aardgas of aardolie(producten).
    • Industrie krijgt een taakstelling: 50 TWh verschuiving van aardgas/aardolie naar elektra in 2030. En extra 50 TWh in 2040. We trappen niet in hun ‘biofuel’ vraag.
    • Huishoudens moeten 100% duurzaam worden (lees elektrisch of via gas dat we zelf ‘maken’ per straat of wijk of stad).
    • 50% van nieuwe de nieuwe auto’s dient in 2030 elektrisch te rijden.
  • Implementeer een maximum aantal windmolenparken op de Noorzee (maar niet in de wadden, ook niet op het ijsselmeer).
  • Vervang alle windmolens die ouder zijn dan 10 (?) jaar of een vermogen hebben van minder dan 3 MW. Stimuleer dit fiscaal.
  • De grote windmolenparker worden gedwongen om ook te investeren in slimme gasgestookte centrales. Doel is dat deze parken zelf ook de dalen (bij windstilte) gaan opvangen. Dit laaste mag ook door investeringen in hoog/laag water buffers, of andere methoden.
  • Leg alle daken vol met zonnepanelen. Om te beginnen alle huishoudens in Nederland. Gemiddeld zal dat 10-15 panelen zijn, maar daar waar het kan liever nog 25-35 panelen of meer.
  • Wij burgers mogen altijd salderen. Dus alle elektriciteit die we thuis maken mag altijd terug het net in. En we krijgen een faire prijs per kWh!
  • Er komt een verbod op het plaatsen van zonneparken op landbouwgrond. We hebben immers genoeg daken in Nederland, en landbouwgrond hebben we nodig voor voedsel.
  • Investeer in een eigen zonnepanelen fabriek in Nederland . Het is zonde om vele miljarden aan panelen uit het buitenland te halen. Deze ‘omzet’ en werkgelegenheid hoort in Nederland.
  • Blijf elektrisch rijden voor consumenten stimuleren. Natuurlijk gaat het wel om all-electric. Niet om range-extenders auto’s of hybride systemen.
  • inzet van elektrische fietsen en scouters wordt gestimuleert. fietsen plan voor werknemers komt terug.
  • auto’s worden ontmoedigd om te gaan rijden op diesel of lpg. LPG is er voor de industrie en voor elektriciteitscentrales.
  • Transport met binnenschepen en treinen wordt bevorderd, transport via (diesel)vrachtwagens wordt ontmoedigd.
  • Import-tarief van steenkolen wordt sterk verhoogd. We moeten ontmoedigen dat steenkool wordt ingezet bij elektriciteitscentrales.
  • Huizen (straten of wijken) gaan fiscaal gepromoot worden om dag-nacht accu’s neer te zetten.
  • Stimuleer de inzet van warmteboilers of geizers tbv huishoudens, stimuleer de inzet van warmtepompen (of op zijn minst hybride systemen). Hier wordt a) geen BTW op doorbelast, b) extra  gesubsidieerd indien meer dan 15 (?) panelen per huis.
  • Vooralsnog blijft het gasnetwerk bestaan. Maar we gaan dit netwerk ‘vullen’ met biogas van mestvergisters en met gas dat uit elektriciteit wordt gemaakt.
  • Invoering van een gestaffelde gasprijs per huishouden. Boven de 1600 m3 wordt gas duurder per m3, boven de 2500 m3 wordt gas nog duurder per m3.
  • Invoering van een gestaffelde kerosine prijs voor alle binnenlandse-vliegvluchten. Lelystad gaat niet open (maar wel snelle trein naar Schiphol). Maastricht gaat dicht. Eindhoven en Rotterdam Airport mogen niet groeien.
  • Verplichte scheiding van afval: papier en karton, plastic+metaal, groen (wordt goedkoper), en restafval (en dat moet veel duurder worden). Herinvoering van statiegeld op alle PET flessen.
  • Alle prijsverhogingen (en met staffels) die op aardolie(productien) en aardgas wordt geheven gaat per direct terug naar een energie-investeringsfonds. Den Haag mag hier geen vrij gebruik van maken.
  • Alle huizen of gebouwen met een isolatiewaarde van minder dan yyyy dienen deze te gaan isoleren. Verkoop van een huis met een lage isolatiewaarde gaat duurder worden (door verhoging overdrachtsbelasting).
  • Alle grote zware industrie die via hun ‘pijp’ CO2 uitstoten dienen deze CO2 in te gaan zetten t.b.v. syngas, waterstof, kerosine of methaan. Of naar de kassen. En hun warmte naar woningen en gebouwen.
  • Zware industrie wordt verplicht om alle restwarmte in stappen van 20% per 5 jaar in te zetten (of af te zetten naar andere bedrijven). Dit kan bijvoorbeeld via industriele-warmtepompen van 5-25 MW.
  • Op termijn komt er een verbod om aardgas of aardolie te verbranden met alleen als hoofdoel om daar warm-water (CV water) of stoom van te maken. Van fossiele brandstoffen maakt je plastic of chemicaliën, geen warmte.
  • De grote steden gaan investeren in een warmtenet waarop huizen/wijken aangesloten kunnen worden. Dit wordt -naast wegen, glasvezel.koper, elektranetwerk, gasnetwerk- een collectieve infrastructuur.
  • Tennet wordt gevraagd om de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk zo aan te passen zodat a) piekcapaciteit wordt opgevangen (zonnige winderige dag?) en b) dat er op termijn 300 tot 500 TWh kan worden getransporteert per jaar (nu nog 110 TWh). Dit moet klaar zijn in 2035. Investeren dus!.
  • Kinderbijslag boven 2 kinderen per gezin wordt afgeschaft. Heb je meer dan drie kinderen? Het lesgeld wordt dan duurder.
  • Alle varkensboeren met meer dan 6000 varkens moeten hun mest gaan vergisten. Ze kunnen gas terugleveren of zelf met een WKC elektriciteit maken.  Hygienisatie van digistaat wordt verplicht. Export van digistaat ook. Alle melkveehouders met meer dan 80 koeien worden verplicht hun mest te vergisten. Heb je geen eigen grond, dan wordt hygienisatie ook verplicht.
  • Vlees gaat naar 21% BTW. (en dat terwijl dit in de korte C cyclsus zit; I know).
  • Elke prive persoon in Nederland mag maximaal 5000 km vliegen per jaar, tussen 5000-10000 km wordt er extra taxen geheven, en boven 100000 zelfs nog hogere taxen (net als een progressief belastingstelsel).
  • Benzine, diesel en LPG gaan op een termijn van 15 jaar steeds duurder worden. In stappen van 5 jaar. Rij je per persoon meer dan 50.000 km dan extra belasting. Overheid moet echter betrouwbaar worden op hun 10-30 jaar beleid.
  • Er komt een systeem waarbij de burgers onderling hun ‘vlieg-km’ en ‘auto-km’ quotum onderling kunnen gaan verhandelen. Dit lijkt het meest eerlijk. Misschien via blockchain oplossing?
  • Er komt een verbod op de import van biobrandstoffen en teelt van biobrandstoffen (uitgezonderd hout uit bijvoorbeeld Canada). Biologisch restmateriaal gaat vooralsnog naar de mestvergisters.
  • Steden met meer dan 50.000 inwoners gaan een eigen hout-gestookte elektriciteitscentrale neerzetten. Doel is om snoeihout te verwerken (in de winter). Burgers krijgen wel een verbod op een open-haard of hout-kachel (tenzij op hun eigen hout uit de tuin). Minder fijn-stof en een schonere lucht is ook prettig.
  • De Borsele kerncentrale wordt volledige vernieuwd. Maar voor meer kerncentrales is geen plek in Nederland. Wel kunnen we meewerken aan centrales in Belgie, of Frankrijk of andere plek in veilig EU-land.
  • Kassen (o.a. in het Westland) worden verplicht om restwarmte te gebruiken van aanpalende industrieeen. Kosten van aardgas gaan voor hen omhoog en inzet van aardgas flink ontmoedigd.
  • Investeer in hoge snelheidslijnen (maar met beperkt aantal tussenstops!) tussen Berlijn en Amsterdam, Amsterdam-Groningen, Amsterdam-Maastricht (via Eindhoven). Amsterdam-Nijmegen
  • Ontwikkelingshulp mag alleen gegeven worden als dit wordt gekoppeld aan investering van zonne en windparken of de elektrische infrastructuur. Landen die investeren in kolencentrale’s krijgen geen hulp van de Nederlandse overheid.
  • … …

Vliegen op biomassa? ga fietsen! En verkeer of huizen of biomassa? Of de industrie? Niet via ‘eigen’ biomassa uit Nederland. Wel via mestvergisting.

Een paar weken geleden schreef Hendrik Kaput een stukje op foodlog over inzet van biomassa voor schiphol. Zijn conclusies in gewone mensentaal:

  • Schiphol had 168 petajoule nodig in 2017
  • Daar is ruim 1 miljoen hectare voor nodig (om precies te zijn 1065449 ha)
  • Dat is ongeveer de helft van het Nederlandse landbouwareaal (circa 2,3 miljoen hectare).

En dan hebben we het nog niet over de giga hoeveelheid nutrienten (water en kunstmest uit o.a. ruw-fosfaat, zie ook #saveourchildren) die daarbij nodig zijn. En het feit dat we dan i.p.v. 80 tot 100 miljoen Europeanen van eten kunnen we voorzien dit ook met de helft reduceert. En dat dit dus ook een omzet-derving van tientallen miljarden euro’s in het agri-food complex betekent. En misschien flinke kostenverhoging van eten, en minder duurzame productie van ons voedsel.

Onze (zware) industrie vroeg heel vriendelijk bij de klimaattafels aan Ed Nijpels om 400 PJ aan bio-fuels. Ik schrijf het op alsof het niks is. Maar ook dat gaat over 1x Nederland m.b.t. ons landbouwareaal. Volkomen onzin natuurlijk dit verzoek. Tenzij we grote stukken Brazilie (regenwoud omkappen?), Oost-Europa of Canada gaan inzetten. Klinkt goed en heel groen, maar is natuurlijk net zo’n onzin. Bio-energie wordt hem niet! (zie ook link1 en link2)

Ter vergelijking. We verbruikte in 2015 in Nederland voor 49 PJ aan biobrandstoffen (waaronder veel houtsnippers uit Canada … … ). En PBL denkt dat we voor maximaal 140 PJ beschikbaar hebben. Ook daar geloof ik weinig tot niks van. Die 140PJ is immers ook 40% “NL Landbouwgrond”. Mijn advies is om vooral biologische restmaterialen mee te vergisten met varkens en koeienmest. Hiermee kunnen we voor ongeveer 100PJ aan groene stroom maken. En misschien zelfs 200PJ. Maar op basis van plantjes? No way.