Over electrofuels voor auto’s en vliegtuigen (geen heilige graal is, maar in de combinatie zit) en de (te) grote opgave waar we voor staan.

Gisteren schreef ik over mijn pleidooi om de varkenssector in Nederland te behouden mits deze ook elektriciteit en warmte gaan produceren via vergisting. Dit heeft immers een dubbel positief effect: i) veel minder methaan emissies, en ii) duurzame elektriciteit productie waarbij er geen extra CO2 wordt geproduceerd. Ongeveer 4000-6000 MW elektriciteit kan jaarlijks gemaakt worden in de sector (dat is bijna 10x de hoeveelheid van het wanstaltige dure Gemini windmolen park; een hoeveelheid vergelijkbaar met 10 kolengestookte centrales). De visie mbt wind-op-zee van onze overheid (prima plan wat mij betreft) is om nog eens 7000 MW aan windmolens op zee neer te zetten tot 2030 om dit in perspectief te zetten. Vergeet deze varkens-energie-optie dus niet!

Op social media heb ik gisteren meerdere keren moeten uitleggen dat ‘van het gas af’ eigenlijk zou moeten zijn ‘van het aardgas af uit Groningen’. Nog specifieker, we moeten van onze verslavingen aan alle fossiele energie af (aardgas, aardolie, kolen). Maar we moeten niet van gas (methaan of waterstof) of andere chemische energiedragers af. Echt niet!

De energiedichtheid van een chemische drager is veel hoger (en duurzamer) dan die van een batterij of accu. De mogelijkheid om energie op te slaan zonder verlies ligt veel hoger met een chemische energiedrager dan bij een batterij. Neen, ik ben pro-chemie wat dat betreft. Laten we niet naïef zijn en denken dat we met alleen zonnepanelen en windenergie (en elektrificatie) we al onze behoeftes kunnen vervullen. Zie ook mijn schets hieronder.

IMG_1960

De echter maatschappelijk opgave ligt vooral bij de hele grote getallen rondom ons energieverbruik. En dat zijn niet onze huishoudens, of onze gewone elektriciteitsbehoeftes. We moeten juist kijken naar de “grote slurpers” van fossiele energie.  Neen, de werkelijk grote getallen liggen bij:

  • (Zware) industrie :ongeveer 20% van alle energie.
  • Verwarmen (huizen, gebouwen en warm water) : ongeveer 16% van alle energie
  • Transport (auto’s en vliegtuigen) : ongeveer 20% van alle energie.
  • warmteverliezen bij verbranding : ongeveer 30% van alle energie.

De vraag gaat zijn – en het antwoord gaat niet waterstof zijn! – hoe kunnen we:

  • duurzame groene chemische brandstoffen maken (denk aan methaan uit varkens) of andere electrofuels (synthetische kerosine). En wel op zeer grote schaal.
  • elektriciteit (op piekmomenten als we teveel zon of wind hebben bijvoorbeeld) kunnen omzetten naar chemische energiedragers (en die dan opslaan).
  • Hoe kunnen we chemische energiedragers efficiënt omzetten naar elektriciteit.
  • dat we vooral moeten inzetten op warmtehergebruik en (industriële) warmtepompen. En dan bedoel ik niet alleen huizen, maar vooral 2-10MW installaties voor de industrie.

Voor het gemak negeer ik bij deze denkrichtingen even:

  • dat we misschien gewoon minder energie moeten gaan gebruiken als samenleving.
  • dat we prijs instrumenten dienen te introduceren (belasting op kerosine ?!)
  • dat we teveel mensen op deze aarde hebben die per persoon steeds meer nodig hebben.

In alle gevallen ben ik van mening dat we ook een rationele afweging moeten maken over de kosten (en wie die gaat betalen). Daar kom ik volgende week nog eens op terug. Maar ook land-usage en competitie met het eet-systeem dient meegewogen te worden in het nemen van onze (politieke) beslissingen. Het is niet voor niks dat ik geen voorstander ben van biobrandstoffen.  Landbouwproducten zijn er vooral voor het voeden van mensen en van dieren (ook vanwege fosfaat tekort; #saveourchildren). Alleen echte bijproducten en afvalstromen uit het feed/food systeem mogen gebruikt worden om energie te gaan maken. Dit plaatje illustreert dit als we kijken naar kerosine:

Aviation-needs-alternative-fuels

Mijn varkens-energie voorbeeld past binnen deze filosofie: Mest omzetten in methaan (die dan groen is!), afvangen en eventueel omzetten tot elektriciteit. Een andere voorbeeld kwam ik vandaag tegen. Zo kunnen we bijvoorbeeld CO2 uit de hoogovens van Tata-steel (IJmuiden) op termijn opvangen en omzetten in synthetische kerosine. Maar er wordt ook gekeken naar electrofuels.

De toekomst ligt dus in slim combineren. Slim combineren van energiesystemen die op chemie gebaseerd zijn (methanol, methaan, groen-LNG, mierenzuur, synthese-gas, synthetisch kerosine, en misschien waterstof) EN systemen die direct elektrisch zijn (windmolens, solar, etc.). MAAR vooral op alles slimme opzettingen tussen chemie en elektra. Daar liggen de duurzaamheidskansen, de innovatiekansen en dus de kansen voor high-tech ondernemers. Want behalve grootschalig, gaan al die technologieën ook kleinschalig nodig zijn (en er komen). 

PS de echte politieke vraag is: wie gaat hier de CAPEX voorfinancieren. Het gaat immers om tientallen miljarden euro’s. En hoe voorkom je dat huishoudens/burgers en MKB hier de dupe van worden. 

 

Sannering van Varkenshouderij zorgt voor meer en niet minder broeikasgassen op termijn. Hou de sector dus, maar innoveer ook daar vooruit minister Schouten!

Een lokale politicus gaf van de week antwoord op mijn simpele vraag “hoe komt het dat er zo weinig inhoudelijke kennis bij lokale politici en in den haag zit?”. Zijn antwoord, het gaat uiteindelijk alleen om macht en invloed. En inzicht en kennis zijn daarbij maar heel beperkte factoren.

Tja, daar sta je dan. Ik mag graag het kleine jochie zijn dat aangeeft dat de keizer in zijn nakie staat. De betreffende politicus gaf via zijn antwoord eigenlijk aan. “Of de keizer in zijn nakie staat of niet is niet relevant. Hij is en blijft immers de keizer; en de keizer heeft alle macht”

Ik moet er aan denken nu we in de weken van klimaattafels en aan de vooravond van een niet-haalbaar klimaatakkoord komen. Niet-haalbaar omdat een reductie van broeikasgassen met bijna 50% fossiel in 2030 technisch en financieel vrijwel onmogelijk is. Maar vooral niet haalbaar om enkele suggesties ons niet dichterbij dit doel gaan brengen.

For the record; ik ben voor een verlagen van de concentratie van broeikasgassen, en dus ook voor het verlagen van onze aardolie en aardgas verslaving. Geen twijfel over dat politieke besluit wat mij betreft. De vraag is echter hoe.

Meer elektrificeren is een prima richting. Daar groots op inzetten is op lange termijn dus een verstandige strategie. Elektriciteit is mooi. Maar hoe maak je elektriciteit? Juist; nu nog via kolen en gas. Minder gas uit Groningen omhooghalen is prima, maar wel met het argument “minder aardbevingen en schade” die ontstaat bij de bevolking.

Dus je zult mij niet horen zeggen “we moeten van het gas af”. Ik kom daar zo op terug. Meer wind en zon dan? Ja, natuurlijk moet elk dak in Nederland 10-20 panelen hebben, en natuurlijk kunnen we het aantal windmolens verdubbelen of zelfs verdrievoudigen. En heel misschien kunnen we dan ongeveer 1/2 van de elektriciteit van de huishoudens vergroenen. Maar ja, dat is maximaal 12-15% van onze totale energiebehoefte. Voor het getal: we zitten nu op 6% (of eigenlijk 2% als je hout als onduurzaam bestempelt), enkele feiten staan hier en hier.

Neen, we moeten juist niet van gas af! Wel moeten dus wel van gas uit Groningen af, naar import van gas uit de Noordzee of voor mijn part uit Rusland. EN we moeten voor naar groen-gas. Ik heb daarbij meerdere argumenten:

  • We hebben chemie nodig om energie in op te slaan en te transporteren. Elektriciteit  is fijn thuis, of op kantoor. Maar de opslag van elektriciteit is technisch lastig. Neen, kom nu niet met het argument accu’s. Voor de opslag van energie hebben we een chemische oplossing nodig. Denk aan … methaan! Of onder druk gezet methaan, LNG
  • We hebben een super mooie gasinfrastructuur. En deze infrastructuur hebben we niet voor waterstof. En waterstof opslaan is ook nog eens gevaarlijk en lastig. Een waterstofeconomie wensen is kul. Ik wens daarom een natuurlijk-(bio)gas economie.
  • We dienen dus op grote schaal in technologie te gaan investeren waarmee we elektriciteit kunnen omzetten in methaan (of methanol, of mierenzuur, of …) en van methaan weer terug naar elektriciteit. Hier ligt een innovatiekans.
  • Biomassa en mest kan via fermentatie worden omgezet in methaan. Yes! Weer groen-gas dus. Methaan is echt de meest logische link tussen ons natuurlijk ecosysteem en elektriciteit.

Dus read my lips: zet de kraan in Groningen uit, maar blijf een focus houden op gas en ons gasnetwerk! Het liefste Groen-LNG dus.

Terug naar onze varkensboeren. Het is vreselijk dom om warm te gaan saneren. Dat kost gewoon geld en je krijgt daar nu juist geen extra waarde voor terug. Nog erger ik voorspel dat we een achteruitgang op diervriendelijkheid EN meer methaan uitstoot terug krijgen (want vlees blijven we eten, varkenshouders in Oost-Europa doen het niet beter dan hier). In 2011 heb ik daarom al gepleit voor het verplicht fermenteren van mest tot methaan. Dit mes werkt immers twee kanten op. De methaan emissies dalen, en je krijgt er gelijk groen-LNG of elektriciteit voor terug. Doen dus.

Even wat getallen. Als een middelgrote varkensboer zijn mest gaat vergisten dan kan er 1 a 2 MW per locatie gemaakt worden. De hele sector (4000 varkensboeren) kunnen dan samen 4000 tot 8000 MW (en dat is gelijk aan 4 tot 8 GW) duurzamen elektriciteit maken. Evenveel als ongeveer 10 kolencentrales!

Dit jochie ziet de keizer dus (weer) in zijn nakie staan. Ik pleit voor a) verplicht fermenteren van alle mest bij alle varkenshouders, b) behoudt dus van de sector in Nederland, c) sluiting van 10 kolencentrales. Met dit plan (en die 10 zonnepanelen en verdubbeling van aantal windmolens) kunnen we dan inderdaad voor 2030 alle elektriciteit van alle huishoudens in Nederland vergroenen. Nederland kan via deze truck bijna 25-30% minder emissies uitstoten.

Ik geef daarom graag de volgende tips aan minister Schouten van LNV:

  • niks geen warme sanering van de varkenssector.
  • hou die 12-15 miljoen varkens gewoon in Nederland,
  • innoveer vooruit. Zorg dat we mbt diervriendelijkheid en duurzaamheid voorop blijven open. Motiveer onze vlees-sector deze weg in te slaan.
  • Laat de varkenshouderij een belangrijke rol gaan spelen in de duurzame energie sector.

Tenslotte. De grote issues zijn:

  • zware industrie.
  • Verwarming van onze huizen en gebouwen.
  • Transport (auto’s en vliegtuigen).

We gaan er dus niet aan ontkomen om:

  • BTW en extra taxen op kerosine te zetten. Vliegen moet duurder worden.
  • Extra beprijzen van benzine en diesel. Autorijden moet nog duurder worden.
  • Warmtepompen etc. in onze huizen plaatsen.
  • Inzet van restwarmte (en opwaardering van laag-kwaliteit restwarmte).

De grootste uitdaging? Shell, DSM, Hoogovens, AVEBE, AKZO etc. en de andere zware industrieel. Wegpesten lijkt met uitermate onverstandig. Maar hoe die sectoren de transitie kunnen gaan vormgeven? ik zou het niet weten.

WUR houdt voor LNV een enquete onder boeren m.b.t. samenwerking en verkoopprijs. Ik zeg lees gewoon Homo Deus (Y. N. Harari) eerst even. En ga daarna #Doen.

Op verzoek van het ministerie van LNV heeft het LEI (oeps Wageningen Economic Research) recent een enquete gehouden onder boeren. Een kul rapportje natuurlijk, maar als je baas (=LNV) het vraagt en betaalt dan doe je dat gewoon.

Boeren ervaren hun positie immers als zwak -ik kom daar zo op terug- en krijgen ook geen ‘eerlijke’ prijs in hun ogen horen en lezen we weer veel het laatste jaar.

Over dat laatste punt – discussie over een eerlijke prijs- verbaas ik me steeds weer. Een eerlijke prijs is die prijs die je krijgt op de markt, en een markt die steeds teveel volume maakt, met te weinig toegevoegde waarde krijgt soms de kostprijs, heel vaak iets erboven, maar ook regelmatig een prijs onder de kostprijs. Dat is de verklaring voor de situatie van veel Nederlandse agri-ondernemers.

Nu is de de keten natuurlijk wat complexere dan alleen maar boer –> consument, en dat hoort ook bij een goede analyse. Maar deze onderwerpen zijn wat mij persoonlijk betreft al zo uitgekauwd en bekend bij insiders dat ik er eigenlijk niks meer over wil schrijven. In 2012 schreef ik dit stukje over het lot van ‘bulksupplier’ zijn, in 2013 en 2017 gaf ik nog wat tips aan retail, en tenslotte vind ik dat boeren zelf aan de volume knop moeten gaan draaien (of gaan innoveren op toegevoegde waarde).

Maar dus toch maar weer een stukje op dit blog.

Ik ben deze week lekker van het mooie NL weer aan het genieten. Maandag ga ik weer naar kantoor en tot die tijd ontspannen wij ons een beetje op het water. Dit laatste door vooral heel veel boeken te lezen. Op dit moment geniet ik van Homo Deus van Yuval Noah Harari. Zeker te weten ga ik in de komende tijd vaker blogjes schrijven met verwijzingen naar zijn boeken. Wij Homo Sapiens zijn zo’n populaire diersoort doordat we goed kunnen samenwerken is zijn analyse. Lees onderstaande bladzijde maar eens met me mee.

IMG_2043.jpg

Terug naar de boeren. Stel dat Rome gelijk staat aan Retail, en Griekenland gelijk aan ‘boeren’. In dat geval kan je concluderen dat alle werknemers samen bij de retailers (en het personeel bij hun belangenorganisaties) gewoon beter samenwerken dan de boeren onderling of met hun keten partners doen**. Of te wel de boeren die klagen werken gewoon niet zo goed samen. Evolutionair gezien is er maar een oplossing voor niet goed samenwerkende boeren : faillissement. Hulp geven aan ‘arme’ stakkers die a) geen goed ondernemer zijn, b) niet mee kunnen in de tijd, c) niet kunnen samenwerken is uitermate onverstandig. Een zeer onpopulaire boodschap. I know.

conclusie WUR

Ook de WUR concludeert dat er er meer moet worden samengewerkt door primaire producenten. Chapeau. De adviezen die echter op papier gezet zijn, zijn wat slapjes (zie hierboven). De werkelijke advies is natuurlijk niet “ga meer samenwerken”, maar de WUR zou eens een praktisch advies kunnen geven over de vraag “hoe dan?”. Daar zie ik geen richtinggevende antwoorden voor staan in het betreffende rapport. WUR ga de boeren eens helpen in de praktijk, is mijn advies.

Ik zal zelf nog een aanvullende slap advies geven voor boeren: ga ondernemen, ga innoveren, ga denk vanuit toegevoegde waarde (en niet alleen kostprijs), doe aan ketenverkorting, stuur op consumenten belangen en behoeftes. In dit blogje geef ik dus zelf ook geen antwoord op de vraag “hoe dan?”. Waarom zou ik? Ik zit nu binnen, en buiten schijnt de zon lekker en ik heb vakantie. Tot maandag!

** ik ben van mening dat het gaat om a) goed samenwerken, b) slim en inventief en creatief zijn, c) naar de toekomst kijken (wat zijn latente consumenten behoeftes), d) #DOEN (of te wel niet klagen, maar gewoon aan de slag gaan, en e) vooral een heel goede strategie uitstippelen en deze ook gaan volgen. Andere tips zie ik graag op mijn facebook pagina.

In het zonnetje gezet: Wouter de Heij (haha, maar Business Club Radio gesprek was te leuk om niet te delen op F4I).

Afgelopen woensdag schoof ik aan bij Jan Sonneveld van Business Club Radio voor een live gesprek van een uur.  Natuurlijk draaide het ook om muziek, maar Jan heeft me flink doorgevraagd over waar ik vandaan kom, wat we doen, de rol van universiteiten en over hoe innovatie verloopt. Nadat ik zonet even gecontroleerd heb of ik niet teveel onzin heb uitgekraamd, hierbij dus ook maar een kort blogje. Ik probeer al 10 jaar anderen in het zonnetje te zetten (google maar op dit blog), maar nu even nadruk op mezelf. Ik hoop dat ik jullie er mee kan inspireren. Fijn weekend.

 

De door mij gekozen muziek nummers en het gesprek staat ook op deze site:

BCR 195 Wouter de Heij

Wouter de Heij wordt een klagende ondernemer denkt hijzelf. Terecht of onterecht? That’s the question. 

Ik zit in het vliegtuig naar Cairo, Egypte. Zojuist heb ik het Financieel Dagblad op mijn iPad gedownload en gelezen. Twee artikelen vielen me gelijk op. De twee onderwerpen zijn open het eerste gezicht totaal verschillend, maar mijn hersenen laten het niet toe om het zo te zien. Neen, ik koppel beide stukken (zie hieronder) direct aan elkaar. Terwijl ik dat doe, realiseer ik me dat ik een zure oude klagende ondernemer begin te worden. De vraag die ik mezelf nu stel: is dat terecht of onterecht?

Laat ik eerst maar een toelichting geven. Te beginnen met mijn zorgen over het innovatiebeleid. Dat beleid is voor de toekomst van ons land zeer belangrijk. Als het goed is lokt innovatie immers nieuwe bedrijvigheid uit, en deze nieuwe bedrijvigheid zorgt voor (extra) werkgelegenheid op langere termijn. Althans, dat is wat mij betreft het werkelijke doel van goed innovatiebeleid. Ik schijf en debatteer al bijna 20 jaar over dit onderwerp en in mijn eigenwijsheid denk ik dat ik over dit onderwerp inmiddels een beetje kennis heb vergaard. Het huidige innovatiebeleid moet in Nederland echter heel snel op de schop want de wijze waarop met topsectoren wordt omgegaan lokt nu absoluut geen nieuwe bedrijvigheid op. In de praktijk betekent het vooral de oude kennisinfrastructuur in stand willen houden of zelfs nog erger, vooral de winst van deze (semi)overheidsinstellingen te co-financieren.

Echter innovatie gaat over ideeën, prototypes, eerste klanten en groei. Een fundamenteel wetenschap analyse volgt achteraf wel. De gedwongen winkelnering door inzet van ‘uurtjes’ WUR of TNO, heeft in tien jaar tijd tot praktische nul nieuwe innovatie geleid. Recent sprak ik met een hoge manager binnen de WUR en zelfs hij stelde mij als outsider de vraag: “kan je me innovatie voorbeelden geven van mijn organisatie in de laatste vijf jaar?” Het werd stil.

Ondertussen hebben innoverende MKB bedrijven -ook in de huidige economische hoogconjunctuur het steeds moeilijker. Zelf subsidies aanvragen in slimme consortia (denk aan het vroegere FND programma) is vrijwel niet meer mogelijk. Zo is er een totaal gebrek aan inlevingsvermogen op provinciaal niveau over de realiteit van het runnen van een MKB bedrijf.  Denk je nu echt dat een MKB bedrijf tonnen gaat/kan voorfinancieren en dan een jaar of langer kan wachten voordat een provincie geld uitbetaald? Natuurlijk niet. En waarom zou een MKB bedrijf onder het mom van samenwerking een absurd dagtarief van 800-1000 euro betalen aan een willekeurige overheidsorganisatie? Vaak ook nog door zelf eerst kennis te komen brengen. Waarom moeten we meer betalen dan de kostprijs per uur bij onze overheid? De kostprijs zit op ongeveer 65 euro per uur voor een gemiddelde onderzoeker.

IMG_1623

Ik hoor het jullie al zeggen, er zijn nu toch investeringsfondsen? Tja, in Nederland hebben we enkele nieuwe fondsen die door voor 50% mede-gefinancierd worden door onze overheid. Ik weet van tenminste een van die nieuwe innovatiefondsen in mijn domein dat er op dit moment vrijwel nul euro aan middelen is weggezet bij innovatieve starters. Voor de fondsmanagers maakt dat natuurlijk niet uit. Die krijgen hun management-fee’s en carry-forward heus wel. Het zijn net curatoren die een failliet bedrijf besturen; eerst wordt hun begeleiding betaald en dan zien wat er overblijft. “Je gaat het pas zien als je het doorhebt” zei Johan Cruijf lang geleden. Nu, ik begin het een beetje te ‘zien’. En nee, werkelijke private investeerders en fondsen doen dat beter (nemen dus meer risico), maar lopen wel in eerste instantie om de starters heen.

Deze week hebben we met tientallen bedrijven ook weer een mooi staaltje arrogantie meegemaakt van een kennisinstelling. Niks samen optrekken. En vooral een minister en haar top-ambtenaren afschermen. ikke ikke ikke straalt het uit. Respectloos. Natuurlijk ik ben daar extreem gevoelig voor. Misschien zelfs te gevoelig; dat wil ik wel toegeven. Maar ik kan je verzekeren dat alle bedrijven die meegegaan zijn dit ook gevoeld hebben. Ik ben zo blij dat we een oud-ambassadeur bij ons hadden, die in zijn praatje bij de huidige ambassadeur subtiel maar helder zijn zorg over dit punt met het publiek deelde.

Op mijn eigen kantoor in Wageningen probeer ik altijd te zoeken naar een rationele verklaring te geven voor waarom het lijkt te zijn zoals het is: departementen zijn gewoon mono-culturen in denken geworden. Procedures en afspraken nakomen heeft prioriteit, zonder inhoud of visie, dat is een stuk van de verklaring. Maar waar blijft dan onze faciliterende overheid en haar diensten die vooral op de achtergrond het bedrijfsleven ondersteunt in het creëren van lange termijn werkgelegenheid?

Maar weten hoe het zo gekomen is, betekent niet dat we hoeven te accepteren dat het ook ‘goed’ is.  Lees daarom het artikel uit het Financieel Dagblad waar ik mijn verhaal mee begon. Ik ben gelukkig niet de enige die zeer kritisch is. We moeten snel naar een veel moderne (innovatie)beleid toe. Voor de toekomst van ons allemaal!

Lees na dat eerste artikel ook het tweede stuk. Die gaat over de administratieve lasten. Ik kan uit ervaring verzekeren, dat deze in tien jaar tijd extreem toegenomen zijn. (En dus absoluut niet afgenomen wat vaak als doel wordt gesteld)

In Den Haag leerde ik lang geleden de term ‘high trust’. Maar die bestaat niet meer en de provincies hebben deze werkwijze nooit gehad. En die nieuwe AVR? Ergens een beetje nodig natuurlijk, maar als (MKB) bedrijf hebben we nu eenmaal een klantenlijst, een nieuwsbrief en een personeelsbestand. Natuurlijk sturen we geen spam, dat is gewoon niet netjes. En het is ook logisch dat al onze personeelsbestanden achter slot en grendel staan. Daar gaat het niet om, maar de administratieve lasten in de breedte blijven gewoon stijgen. Via de AVR mag je vrijwel niks meer; en neem ik als bestuurder wél nog meer risico op mijn nek.

Beide stukken gaan dus over vestigingsklimaat in Nederland. Ze gaan over de randvoorwaarden van ondernemerschap en of ondernemerschap ook op lange termijn nog zinvol, leuk en interessant is.   Samenwerkingen gaan in de praktijk altijd over het creëren van win-wins. Gaan ook over respect voor elkaar, en toenadering zoeken. Daar hoort nooit een rupsje-nooitgenoeg-houding bij.

Het bedrijfsleven wil best met kennisinstellingen gaan samenwerken en een fair gedeelte van de kostprijs betalen. Maar vraagt daar dan ook iets voor terug. Inhoudelijke kwaliteit van werk en vaak ook IP. Het is immers de primaire taak van het bedrijfsleven om kennis en IP tot waarde te brengen. Dat kan alleen binnen het eigen bedrijf of via een start-up of joint ventures constructie. Kennisinstellingen zijn er nadrukkelijk nooit voor verwaardig van IP, maar deze gedachte lijkt er nu wel ingeslopen te zijn. Ook mag een kennisinstelling nooit diensten aanbieden die in concurreren met het private bedrijfsleven. Heeft het ministerie dit niet door? Ik wil hoe dan ook graag weer verwijzen naar het rapport van van Cie Cohen uit 1998 met de titel Markt en Overheid.  Lees dat rapport nog maar eens goed door.

IMG_1624

Is alles dan zo slecht in Nederland? Neen, natuurlijk niet. Ons belastingsysteem zit prima in elkaar. Het is gemakkelijk om een bedrijf op te zetten. Corruptie is (vrijwel) niet aanwezig. Onze handelsgeest, talenkennis en openheid om snel partnerships aan te gaan, dat is echt geweldig aan Nederland (en tussen Nederlanders). Ook is het opleidingssysteem in Nederland super. Niks te klagen. Ook ons gezondheidszorg zit goed in elkaar en we hebben een sociaal vangnet (nog steeds gelukkig!!). Heel veel systemen en processen zijn echt goed in Nederland. Daar moeten we dus trots op zijn. We hebben wat deze voorbeelden betreft een fantastisch ecosysteem.  Allemaal geweldig!

Maar rondom innovatiebeleid gaat het gewoon niet goed. Het topsector beleid werkt niet; daar moeten we mee stoppen. Het DNA van kennisinstellingen is gewoon niet (meer) wat het zou moeten zijn.  Het begrip en de collaboratie tussen welwillende innoverende ondernemers en (landelijke) overheden moet omhoog. Minder formeel, en procedureel, meer persoonlijk, flexibel en vooral resultaat gericht.

Kortom, iedereen moet beter zijn rol gaan oppakken, en niet op de stoel van de ander gaan zitten.

High-tech ondernemerschap is in essentie heel boeiend kan ik jullie verzekeren.  Jong talent inspireren is ook geweldig en geeft een grote mate van voldoening. Iets ‘echts’ creëren of realiseren blijft fascinerend. Maar de te nemen risico’s en negativiteit in mijn omgeving maken het dat ik steeds minder energie krijg.

Zeur ik terecht of onterecht? That’s the question.

 

BewarenBewaren

Een kleinere veehouderij en gaskraan Groningen dicht: We schuiven gewoon de hete aardappel door aka not in my backyard (Nimby).

 

Raad van leefomgeving geeft recent advies : Krimpt de veehouderij sector in Nederland!

Minder vee klinkt goed.
Dat is toch goed om opwarming tegen te gaan?
Het milieu helpen daar kan toch niemand tegen zijn?
Nu nee! Niet zo!

Het verplaatsen van vee naar ergens anders zet voor moeder aarde geen zoden aan de dijk. Zeker niet als de uitstoot per eenheid vlees of zuivel daar waarschijnlijk ook hoger is! Zonde van het jaren lange beleid in Nederland gericht op diervriendelijkheid en milieu. Zonde van een sector waar we best een beetje trots op mogen zijn.

Er is geen relatie tussen productie van vlees (de grootte van de veehouderij) en consumptie van vlees. En wil je de vlees-consumptie per persoon per jaar laten dalen? Daar is echt ander type beleid voor nodig.

Een ander voorbeeld.

We gaan van het gas af horen we nu stoer. Natuurlijk gaan we schandalig om met de mensen in Groningen. Wees daarom ruimhartig en vergoed alle schade die aardbevingen veroorzaken, laat individuen nooit de dupe zijn!

Maar de gas kraan dicht en dan gas gaan importeren uit Noorwegen of Rusland (sic!) is natuurlijk geen oplossing. Parijs komt dan echt geen millimeter dichterbij.

Er is geen relatie tussen het gebruik van gas en de productie(land) van dat gas. Wil je de consumptie van gas verlagen in Nederland? Ja dan moeten we op zeer grote schaal aan de warmtepompen, dienen we restwarmte te gaan hergebruiken, en vooral de industrie moet dan heel veel gaan doen.

Nee, beide voorbeelden vallen in de categorie “hete aardappel doorgeven”. Beleid dat ervoor dat zorgt dat we alleen ons eigen straatje ogenschijnlijk schoonvegen.

Beleid waarbij we alleen het vuil over de grens gaan vegen, en zelf doorleven in onze penthouse van de piramide van Maslow. Dit soort adviezen zijn vallen in de categorie: Not in My backyard (Nimby). Het lost niks op.

“Lies, damned lies, and statistics” – Our world in Data, over feiten in getallen, tabellen, grafieken (en liever een verbod op het gebruik van procenten).

Als goed opgeleide beta uit Delft ben ik geschoold en later getraind in het kwantitatief kijken naar de wereld, naar de bevolking en vooral naar massa- en energiebalansen. Nu we in een fact-free, alternative facts, fake-news samenleving lijken terecht gekomen te zijn, is het wat mij betreft meer dan ooit van belang om rationeel te blijven en meningen goed te onderbouwen met (wetenschappelijk) gegevens. Feiten weergeven in getallen en grafieken dus.

Een van de grotere doodzondes  wat mij betreft, is om over procenten te blijven praten. Recent op internet werd aangeven dat de Nederlandse tuinbouw 80% van de energie gebruikt. Ja dat klopt ongeveer wel als je kijkt naar fossiele energie-input. Het klopt echter niet als je kijkt naar CO2 equivalente emissies. Daarbij speelt vooral de dierhouderij een grote rol met de methaan emissies. Maar ja, je mag ook niet zomaar methaan optellen bij CO2 uit fossiel en dan weer over procenten gaan praten.

Debatteren over procenten daar moeten we dus van af vind ik. Deze manier van communiceren zorgt voor teveel fake-news of misverstanden. Procenten worden vooral in de statistiek (en economie) gebruikt. Economie is geen wetenschap 😉 , en over statistiek zeggen ze het volgende:

“Lies, damned lies, and statistics”

Google maar eens even op deze wikipedia pagina: Lies, damned lies, and statistics” is a phrase describing the persuasive power of numbers, particularly the use of statistics to bolster weak arguments. It is also sometimes colloquially used to doubt statistics used to prove an opponent’s point. The term was popularised in United States by Mark Twain (among others), who attributed it to the British Prime Minister Benjamin Disraeli: “There are three kinds of lies: lies, damned lies, and statistics.” However, the phrase is not found in any of Disraeli’s works and the earliest known appearances were years after his death. Several other people have been listed as originators of the quote, and it is often erroneously attributed to Twain himself.

 

Daar waar het gaat over serieuze onderwerpen zoals de groei van de wereldbevolking, duurzaamheid, energieverbruik, emissies, fosfaat en andere mineralen zouden we beter moeten weten. Ik vind dat we bij discussie over deze onderwerpen een verbod moeten introduceren op het gebruik van “procenten”. Wat dan wel? Simpel: getallen, tabellen en grafieken. Voor veel alpha’s en politici misschien lastig. Maar dan gaan ze het maar leren. Of leren vertrouwen op mensen die wel kunnen omgaan met getallen, tabellen en grafieken.

Vandaag heb ik versie 5 van mijn ‘duurzaamheid en voeding’ powerpoint op slideshare gezet. Per direct zal ik ook aan versie 6 starten. Versie 5 bevat nu bijna 200 slides met grafieken en getallen informatie. Ruw zonder toelichting. Versie 4 is meer dan 3000 keer bekeken, de eerdere versies bij elkaar bijna 7000 keer. Blijkbaar wordt het gewaardeerd.

Tenslotte ook een tip van de dag. Vijf uitstekende websites met data en grafieken:

 

Geniet van het mooie weer, ik schrijf ondertussen over “Het catastrofale Lot”. en wij blijven als kikkers zitten in de warme ketel. 1/2

Recent hebben 15.000 wetenschappers een brief geschreven om weer eens te waarschuwen over de staat van onze aarde en de toekomst. Vooralsnog vertrouw ik de getallen die ook in dit artikel in De Morgen genoemd worden wel. De werkelijk vraag is natuurlijk wanneer wie niet alleen wakker worden, maar ook echt in beweging gaan komen. We liggen nu vooralsnog gewoon collectief lekker warm in ons bedje, terwijl het huis misschien toch echt wel een beetje in de brand aan het staan is.

Ja ik snap het, het heeft geen zin om doembeelden te delen. ….

“Elke generatie heeft immers recht op zijn eigen problemen” hoor ik wel eens. Nu, ik denk daar niet zo over. Verduurzaming is een ‘plicht’ om een fijnere aarde voor toekomstige generatie achter te laten dat vind ik echt. En als we het goed doen, dan is dat nog een leuk proces ook! Het kan namelijk ook gewoon leuk zijn die transitie, zo wil ik er althans naar kijken. Geen ‘dominee’ vinger dus.

Deze week kwam het advies van de Raad voor de Leefomgeving uit. Op Facebook werd er nog wat over door gepraat. Nu zou je kunnen denken op basis van mijn eerste alinea dat ik zelf dit rapport een prima rapport vind. Ik moet je teleurstellen. Dit soort ‘adviesrapporten’ kunnen gelijk de prullenbak in wat mij betreft. Zwakke analyse, zwakke oplossingen, en geen echte handvaten voor beleid. Sterker nog onze veehouderij sector doet het per liter melk of per kg vlees heel aardig. Pleiten voor een kleinere sector is drukken op een waterbed. Een economische sector verplaatsen naar een andere land met de kans dat uitstoot juist toeneemt.

De realiteit is namelijk dat er geen correlatie is tussen productie van vlees in Nederland en de consumptie van vlees. Wij exporteren ongeveer 80%, 20% blijft hier. Dat we daarvoor ongeveer maar 6-12% CO2-equivalenten (vooral methaan van boerende koeien) maar uitstoten is verbazingwekkend. Deel dit getal door 4 (vanwege die exportpositie dus) en je komt uit op een paar procenten uit. Denken jullie nu werkelijk dat als de veehouderij in Nederland zou decimeren wij Nederlanders dan ook minder vlees gaan eten? Nee, natuurlijk niet. Er is echt geen directe relatie tussen de grootte van de veehouderij en de consumptie van vlees. Als heel Europa vegetariër wordt dan besparen we ongeveer 25-30% laten schattingen zien. Dus 4%-8% blijft er over.

Dan die antropogene methaan uitstoot via vee. Wereldwijd is deze uitstoot voor 2/7 ongeveer via veehouderij, 1/7 via rijst en andere crops, en 2/7 door afval bergen (landfills etc), en 2/7 door verbranding van fossiel. Ik stel daarom voor om vooral mest van varkens te vergisten in WKK’s (daar maak je in Nederland 2000-6000 MW mee, of te wel 8 kolencentrales); hierdoor sla je twee vliegen in 1 klap. En ondertussen gaan we koeien en runderen alleen op gras zetten (dus circulair, geen kunstmest, geen krachtvoer). De hightech kaart spelen is echt het beste.

Neen, al die anti-vlees lobby argumenten zitten vooralsnog vooral in de categorie oplossingen waarin ook van gloeilampen naar LED zit, die van certificaten voor groene stroom uit Zweden, en aanschaf van grote Tesla’s. Allemaal ‘oplossingen’ die vertroebelen en waardoor we niet naar het werkelijk probleem gaan te kijken:

  • Teveel mensen, groei van de bevolking en groei van consumptie per persoon. Dit onderwerp is absoluut onbespreekbaar. Zullen we het daarom maar op de politieke agenda gaan zetten?
  • Fossiel. En dan specifiek a) transport (inclusief luchtvaart en schepen), b) verwarmen (inclusief warm water en koken), en c) zware industrie.

Het woord tijd voor een integrale energie en antropogeen CO2 visie waarbij we alle aspecten gaan meewegen. Waarbij vooral gekeken wordt naar de grote brokken, en de goedkoopste en snelste oplossingen. Eentje die met een concrete roadmap waardoor we 30 jaar vooruit gaan kijken. En roadmap met een kosten-baten analyse. Een weetje tussendoor alvast: een groot gedeelte 30-50% van alle fossiel verdwijnt in de vorm van niet nuttige warmte naar de engeltjes. Zullen we eens gaan beginnen die te gaan inzetten?

Geniet van het mooie weer. Morgen volgt stukje twee denk ik. …  tenminste als ik niet in de tuin ga werken. Fijn weekend allemaal.

Teun is geen journalist maar een slim ondernemer. En ook ik heb mijn twijfels bij de ADH-cocnept : een schijnprecisie die er niet is in de praktijk.

Een stormpje in een glas water deze week: Teun van de Keuken (KvW het TV programma, columnist in de VK en vooral handig ondernemer in de chocolade) krijgt gelijk – het bewijs moet ik nog zien – van de Reclame Code Commissie (RCC) in de zaak tegen vitamine pillen draaier Swisse.

Swisse  had reclame gemaakt door te stellen dat de ADH (Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) gaat over de minimale hoeveelheid vitamines en mineralen. En dat is natuurlijk niet zo. Het gaat over de gemiddelde hoeveelheid die een gemiddeld mens nodig lijkt te hebben. Gelukkig schrijft Gert Schuitemaker een prima stuk over deze casus, en specifiek over de ADH op Foodlog. Er zijn pas 6 reacties, maar het onderwerp is leuk genoeg om daar wat over te schrijven op deze zondag.

En ik kan het dus niet laten om daar ook wat over te “vinden”. Wat ik vind? **

  • Teun is idd geen journalist (meer), maar gewoon een goede en handige ondernemer in de chocolade, programmamaker en een bekende ‘Amsterdamse’ opiniemaker. Niks mis mee overigens. Journalisten beschrijven en duiden feitelijkheden, maar zijn verder altijd ‘neutraal’. Een goed journalist is een ‘observer’ en ‘analist’ dus. Opiniemakers en politici hebben een andere agenda en dat is okay. Teun een journalist noemen is net zo fout als dat ik mezelf nog wetenschapper noem (ik publiceer immers al meer dan 10 jaar niet in wetenschappelijk tijdschriften, en mijn ‘wetenschap’ zet ik volledig in t.b.v. ondernemerschap). Wouter Klootwijk heeft daarom gelijk in mijn ogen met zijn reactie.
  • de ADH geeft schijnzekerheid op basis van inzichten uit de vorige eeuw. We weten niet wat we nog niet weten, en de variantie in behoeftes tussen mensen (oud en jong) is groot, dat weten we immers wel. Ook zijn het normen (bijvoorbeeld Vitamine D) die op (bekende) ziektebeelden (Engelse Ziekte) gebaseerd zijn, terwijl we ons meer realiseren dat het specifieke micro-nutrient ook andere functies kan hebben in ons lijf (b.v. op ons immuunsysteem). De ADH zou daarom a) doelgroep specifiek moeten zijn en een range zijn,  b) waarschijnlijk uitgedrukt moeten worden per kg lichaamsgewicht, en c) moeten meebewegen met de nieuwste inzichten. Ook is er een razend interessante groep moleculen in planten waar we nog veel te weinig naar kijken en vanaf weten: complexe phytochemicaliën. De preciesheid die de huidige ADH dus lijkt te suggereren is wetenschappelijke kul. 
  • Het stuk van Gert is daarom volledig correct, al zal het ook voor meer verwarring gaan zorgen bij het gewone publiek. De ADH is in de basis een concept om ‘iets’ over de hoeveelheid micro-nutrienten te kunnen zeggen voor specifieke doelgroepen. Maar zou als concept meer door ontwikkelt moeten gaan worden. Eigenlijk zou de ADH per micronutrient een range moeten zijn: “De gemiddelde Nederlander heeft tussen de x en y mg aan Vitamine C nodig”.  Nu is fundamenteel onderzoek doen naar ADH niet echt populair, en dus zijn er te weinig budgetten voor in Nederland. Daarom ben ik bang dat we vooralsnog met dit ‘concept’ blijven zitten zoals het nu is, een concept waarvan de (theoretische) basis natuurlijk niks mis mee is. De  vraag is wat mij betreft daarom: hoe gaan we ervoor zorgen dat het ADH concept doorontwikkeld blijft worden en niet ‘met het badwater’ wordt weggegooid.  
  • Terug naar Swisse. Natuurlijk was het woord ‘minimum’ als marketing-term wat onhandig gekozen. Immers: ALS je geen verstand van de materie hebt (denk aan RCC leden ), en ALS je ‘gelooft’ in de correctheid en preciesheid van ADH (zonder dus de achtergrond en context te snappen), en ALS je inderdaad Teun als goedbedoelde journalist ziet, DAN snap je de uitspraak van de RCC. Het is echter een juridische logica wat mij betreft, maar geen inhoudelijke wetenschappelijke logica.
  • Swisse is de uiteindelijke winnaar van deze klacht bij RCC. Ik kende het merk tot twee weken geleden helemaal niet. En nu valt zelfs hun TV reclame mij op. Knappe marketing, je zou bijna danken dat Teun -handig genoeg in communicatie- daar een financieel belang bij zou hebben gehad. Moderne bedrijfs-communicatie maakt immers maar al te vaak gebruik van social media hypes, en probeert die dan ook te initiëren.. Hoe dan ook: wat een storm in een glas water. Fijne zondag mensen.

 

** niks wetenschappelijks, niks feitelijks, gewoon mijn persoonlijke mening dus.

In het Zonnetje gezet: Het gelijk (in mijn ogen) van Katans mening rondom voedingswetenschappen.

Bijna 15 jaar lang was ik fan van Martijn Katan. Katan – een gepassioneerde biochemicus – voerde (voedings-) onderzoek uit zoals ik dat graag zie. Gericht op ‘moleculen’ en biochemische hypotheses. Gewoon goed fundamenteel onderzoek dus. Het laatste jaar kijk ik echter steeds meewariger naar deze emeritus hoogleraar. Zijn rol als ‘populaire foodie’ en ‘geestige commentator’ gaf hem een geliefde plek in de media, maar rondom onderwerpen die wat mij betreft net te serieus zijn om nog meer verwarring in het publiek te scheppen. Enkele voorbeelden:

  • Met de beste wil in de wereld kan je niet stellen dat Red Bull niet ongezond is**
  • Steeds maar weer het kroket en friet voorbeeld naar voren halen ***
  • Voedingsstoffen, voedingsmiddelen, voedingspatronen ****

Neen, die rol van Katan vond ik minder goed worden. Waarom? We leven al in een complexe wereld, en als fundamenteel wetenschappers dan ook voorlichting (denken te moeten) geven (is ook een vak!) of zich met politieke interventies gaan bemoeien of nog erger zich laten uitnodigen door de industrie (en daarmee hun goede naam op het spel zetten), dan gaat het hier net de VS worden met Trump. Verwarring en fake-nieuws in overvloed  maakt mensen passief en zet niet aan tot denken. Terwijl we wel wat moeten doen! We worden gemiddelde dikker, we worden daarmee ongezonder, en de gelijkheid neemt af, terwijl gezondheidskosten de pan uit stijgen.

“Alleen als wij terug keren naar moleculair denken wordt voeding weer een harde wetenschap”. Over het terugwinnen van vertrouwen is Katan duidelijk: “Voedingswetenschappers moeten niet meewerken aan marketing van de industrie. Dat tast het vertrouwen aan, zelfs als je uitspraken 100% waar zijn.”

Neen, ik ben een groot voorstander van heldere scheiding der machten. Goede fundamentele (voedings)onderzoekers moeten daarom verre weg blijven van het ‘voedingscentrum’ of producten ontwikkelen. Goede onderzoekers blijven zich vooral bezig houden met biochemische inzichten. En zeker vreselijk oppassen met elke samenwerking met industrie (en dus alleen daarom ben ik tegen PPS’en). Geestig dat juist wetenschapper Katan daarom nu zo graag populaire commentator wilt zijn.

En toch hield ik een zwak voor hem. Wat ben ik daarom blij met de recente lezing van Katan op 30 januari. Terecht stelt hij dat voedingswetenschappers terug naar de basis moeten; terecht geeft hij kritiek op epidemiologie, en terecht stelt hij dat voorlichting nu juist geen rol of functie van voedingswetenschappers is. Ik was mijn fan-schap wat kwijt, maar met deze lezing lijk ik toch weer een beetje fan geworden te zijn van Katan. Goed werk Martijn. Ik deel daarom je mening 😉

Voedingswetenschappers hebben aan geloofwaardigheid ingeboet door de samenwerking met de commercie. Ze worden daar door de overheid toe gedwongen, maar de grens tussen onderzoek en marketing wordt gemakkelijk overschreden. Uit ervaring weet hij hoe marketeers van bedrijven universitaire wetenschappers gebruiken om hun verkoopverhaal geloofwaardiger te maken.

** Als je het drinkt zoals een gemiddelde tiener dat doet. Veel, vaak en soms in combinatie met alchohol. 

*** een paar patatjes in een lux restaurant zijn prima. Net als een kroketje soms ook wel mag. Kortom, met mate geconsumeerd zijn er weinig slechte voedingsmiddelen. 

**** goed onderzoek maakt daar onderscheid tussen. Voorlichting gaat vooral over voedingspatronen (en heel soms over producten, denk aan sigaretten). Wetenschap zou vooral bezig moeten zijn met voedingsstoffen en biochemische inzichten (en dus niet met voedingspatronen en producten). 

Het onderzoek was gericht op het traceren van voedingsstoffen in voedingsmiddelen die aandoeningen konden voorkomen of juist  veroorzaken. Dat werkte goed: gebreksziekten konden worden genezen met vitamines en hart- en vaatziekten namen af dankzij gebruik van de juiste voedingsstoffen. Die benadering is de laatste jaren echter vervangen door onderzoek naar effecten van hele voedingsmiddelen en voedingspatronen. “Begrijpelijk” zegt Katan, “want het grote probleem van nu is obesitas en dat wordt niet veroorzaakt door een stofje in eten. Obesitas is echter ook niet te verklaren uit eigenschappen van voedingsmiddelen. Het wordt veroorzaakt door een omgeving die aanmoedigt tot teveel eten en te weinig bewegen.”

Persbericht NAV publiekslezing
door Prof. Martijn Katan

Hoe wordt voeding weer een wetenschap?

Driebergen, 30 januari 2018. Stel je bent een jonge voedingswetenschapper. Je wilt nieuwe ontdekkingen doen over de relatie van voeding met ziekten en wordt aangemoedigd door het vurige maatschappelijk debat dat hierover gevoerd wordt. Je positie is echter wankel; een deel van het publiek vertrouwt je niet en sommige medisch-biologische onderzoekers vinden jouw vakgebied geen ‘echte’ wetenschap meer. Tijdens de zesde publiekslezing van de NAV op 30 januari, sprak professor Katan gepassioneerd over dit dilemma en de toekomst van de voedingswetenschap. “Alleen als wij terug keren naar moleculair denken wordt voeding weer een harde wetenschap”. Over het terugwinnen van vertrouwen is Katan duidelijk: “Voedingswetenschappers moeten niet meewerken aan marketing van de industrie. Dat tast het vertrouwen aan, zelfs als je uitspraken 100% waar zijn.”

Voedingsonderzoek op dood spoor?
In de eerste succesjaren van de voedingswetenschap stonden gebreksziekten centraal. Later verschoof de nadruk naar welvaartsziekten zoals hart- en vaatziekten. Het onderzoek was gericht op het traceren van voedingsstoffen in voedingsmiddelen die aandoeningen konden voorkomen of juist  veroorzaken. Dat werkte goed: gebreksziekten konden worden genezen met vitamines en hart- en vaatziekten namen af dankzij gebruik van de juiste voedingsstoffen. Die benadering is de laatste jaren echter vervangen door onderzoek naar effecten van hele voedingsmiddelen en voedingspatronen. “Begrijpelijk” zegt Katan, “want het grote probleem van nu is obesitas en dat wordt niet veroorzaakt door een stofje in eten. Obesitas is echter ook niet te verklaren uit eigenschappen van voedingsmiddelen. Het wordt veroorzaakt door een omgeving die aanmoedigt tot teveel eten en te weinig bewegen.” Daarmee is het geen voedingswetenschappelijk maar een politiek en sociaal probleem. Onderzoek naar gezondheidseffecten van voedingsmiddelen en voedingspatronen is volgens Katan vooral nuttig om wat we nu weten te vertalen in effectieve voorlichting en beleid. “Maar als we zeggen dat de effecten van broccoli op de gezondheid niet te begrijpen zijn uit de stoffen die erin zitten, gaan we terug naar de Middeleeuwen”, aldus de emeritus hoogleraar.Onderzoek achterliggende mechanismen!
Er bestaan twee manieren van onderzoek: observeren en experimenteren, ofwel kijken en ingrijpen. Katan: “In voedingsonderzoek hebben we veel gehad aan het kijken, de epidemiologie. Maar de mogelijkheden van deze zogeheten observationele benadering zijn uitgeput. Gezonde eetgewoonten gaan tegenwoordig namelijk sterk samen met minder roken, een gezonder gewicht, meer bewegen en andere leefgewoonten. Daardoor weet je niet meer wat wat veroorzaakt.” De zoektocht naar epidemiologische verbanden levert veel ‘schijnverbanden’ op. Zijn er nog wel nieuwe dingen te ontdekken? “Zeker!” zegt Katan. “Als je maar probeert te snappen wat stoffen doen en hoe die worden verwerkt in je lichaam. Zo weten we uit grote experimenten bij mensen dat betacaroteen – de oranje stof uit worteltjes en andere groente – in hoge doses juist kanker veroorzaakt. Vervelend als je mensen wilt aanmoedigen meer groente te eten, maar als voedingswetenschapper moet je hier niet voor weglopen, Het biedt een geweldige kans om ontdekkingen te doen over voeding en kanker.” Hij roept jonge wetenschappers dan ook op om uit te zoeken welke mechanismen hier achter zitten.Mendeliaanse randomisatie
“Het hardste bewijs voor een verband tussen een voedingsstof en een ziekte, komt uit experimenten bij mensen. Die zijn echter duur en tijdrovend. Aan de hand van een voorbeeld legt hij uit hoe ze vervangen kunnen worden door een methode waarvan Katan wel eens als de grondlegger is beschouwd: de Mendeliaanse Randomisatie. Hierbij worden mensen in groepen verdeeld op basis van verschillen in een gen. Zo’n genetisch verschil heeft hetzelfde effect als een voedingsstof, het zorgt bijvoorbeeld voor een verschillend gehalte aan vitamine D in het lichaam. Net als in een experiment, zijn die groepen mensen in alle andere opzichten gemiddeld hetzelfde, bijvoorbeeld roken of bewegen. Deze techniek levert de laatste jaren veel nieuwe inzichten, ook over voeding en gezondheid. “Een bijkomend voordeel is dat voedingswetenschappers weer gaan denken in termen van de moderne biologie, dus van DNA”.Wees terughoudend met commercie
Voedingswetenschappers hebben aan geloofwaardigheid ingeboet door de samenwerking met de commercie. Ze worden daar door de overheid toe gedwongen, maar de grens tussen onderzoek en marketing wordt gemakkelijk overschreden. Uit ervaring weet hij hoe marketeers van bedrijven universitaire wetenschappers gebruiken om hun verkoopverhaal geloofwaardiger te maken. “Daar moet je als voedingswetenschapper niet aan meewerken, zelfs al is alles wat je in het krantje van de industrie zegt 100% waar”. Katan besluit zijn betoog hoopvol: “Met de juiste wetenschappelijke methoden zijn er in de voeding Nobelprijzen te winnen. Als we maar gaan voor de wetenschap en niet voor de voorlichting of de commercie.”
Antropia, Driebergen
Noot voor de redactie:
De lezing is uitgesproken op persoonlijke titel op uitnodiging van de NAV.Meer informatie:

Download bijlagen: 

Prof Martijn Katan (website) is biochemicus. Zijn onderzoek droeg bij aan de ontdekking van de ongunstige effecten van transvet, de cholesterolverhogende factor in koffiebonen en het dikmakende effect van suikerhoudende dranken. Ook gaf hij een eerste aanzet tot de genetisch-epidemiologische techniek van ‘Mendelian randomization’. Katan is columnist bij NRC, auteur van twee boeken over voeding, lid van de NAV en lid van de KNAW.

De NAV is een Platform van ruim 270 geregistreerde wetenschappelijk opgeleide Voedingswetenschappers in Nederland. Het biedt de gelegenheid aan haar leden uit verschillende sectoren (kennisinstellingen, overheid, industrie, NGO’s) kennis uit te wisselen en te discussiëren over ontwikkelingen in voedingsland. De NAV wil ook niet-leden de gelegenheid geven mee te discussiëren. Daartoe organiseert zij o.a. één keer per jaar een publiekslezing waarin een actueel voedingsvraagstuk centraal staat.
Contactadres: Postbus 837 │ 6800 AV Arnhem │T: 06 5083 5993 │
E: info@voedingsacademie.nl