Schrijven of rekenen? Of toch maar vertellen (met of zonder beeld)? Hoe ziet de toekomst van Vlog, Blog en Podcast eruit?

Ongeveer vijftien jaar geleden ben ik begonnen met het schrijven van een Blog. Eerst op Blogger (nu een platform van Google), en een paar jaar geleden heb ik alles toch maar omgezet naar WordPress. De reden om wat online te gaan tikken was drieledig: a) ik kon mezelf hiermee ‘dwingen’ om regelmatig een stukje te schrijven, b) persoonlijk kennismanagement, c) ik denk dat ik soms wat interessants te melden heb voor derden.

Afbeeldingsresultaat voor groei youtube

We zijn immers een paar jaar verder. Digitale fotografie is flink beter geworden, en we kunnen nu zelfs in 4k video maken. En dan onze smartphones, wie had ooit gedacht dat onze telefoon 12 megapixel foto en 4k film zou kunnen maken. Ook best fijn dat internet meegegroeid is en nu sneller dan ooit is, een foto is binnen enkele seconden online, en zelfs een filmpje staat binnen tientallen seconden op het net.

De technologie kortom, is hoog professioneel, kwalitatief zeer goed en gelukkig betaalbaar. Als techneut vind ik dit geweldig. En ik experimenteer dan ook graag met deze tech-tools. De resultaten van dit ‘gespeel’ zet ik vervolgens op youtube, vimeo, wordpress en soundcloud. Blogjes, vlogjes, en podcasts dus. Verspreiding van deze content kan via linkedin, facebook, instagram en twitter.

Hoe zit dit er over tien jaar uit? Wordt alles ‘vlog’ of blijft er ook een plek voor geschreven woord en geluid (podcasts). TV en radio blijven ook al tientallen jaren naast elkaar bestaan, dus waarschijnlijk geldt dit ook voor het internet. Zelf denk ik dat Facebook, twitter en instagram vluchtige media zijn en blijven. Youtube, vimeo, soudclound en wordpress ervaar ik als ‘duurzamer’. Voor mij is wel duidelijk dat beeld en geluid blijvende communicatie media zijn, ook voor kleine bedrijfjes en individuen.

Maar kijk eens naar bovenstaand plaatje. In bijna 10 jaar tijd 10x zoveel content per minuut. Ik heb geen nieuwe data opgezocht maar stel dat deze groei zich heeft doorgezet, dan zou in 2023 er ongeveer 1000 uur video per minuut worden ge-upload bij Youtube. Oeps, dat is 60.000 uur per uur, of te wel 1,4 miljoen uur per etmaal. Veel heel veel is informatie is dat. Waar kan dan het maximum ligt? Stel de helft van de wereldbevolking zet 1 minuut online per etmaal, dit is dan 4,5 miljard minuten 75 miljoen uur per etmaal. Zal dit realiteit zijn rond 2033?

 

Het klimaat na de warmste dagen ooit. Dit keer over hockeysticks 2.0 en fourieranalyses. En mijn persoonlijke opinie erbij (juli 2019).

Wetenschap afdoen als een mening dat is een mening waar ik weinig mee heb. Beweren dat wetenschap waardevrij en/of compleet is, zal ik ook nimmer beweren. In tegendeel. Ook wetenschap die gemakkelijk lijkt doordat het over fysica en wiskunde gaat, zit in de praktijk veel complexer in elkaar. We weten niet wat we niet weten. En wetenschappers zijn ook maar mensen wat dat betreft: gek op aandacht.

We hebben anno 2019 wel een groot geluk. Informatie is op grote schaal aanwezig en bereikt ons sneller dan ooit. Dit met als nadeel dat er zoveel overvloed is dat je inderdaad altijd wel een opinie en tegen-opinie kunt vinden. Hoe dan in dit bos van geluiden je weg vinden, dat is lastig (ook voor goed opgeleiden).

Twee vriendjes van me op Facebook (Mark en Harold) heb ik op hun intellect hoog zitten. Ook hebben ze allebei een een technische opleiding aan een gerenommeerde technische universiteit afgerond, kunnen dus allebei goed rekenen en zijn getraind in het doorzien van fictie versus feiten denk ik. Mark deelt regelmatig artikelen waarin de strekking is “wij mensen zorgen voor globale healing”, en Harold zit een beetje aan de andere kant van het spectrum “wij mens hebben maar een beperkte invloed, en er zijn voldoende verklaringen van natuurlijk cycli”.

Ik voel dat ik daar een beetje tussenin zit. Ik heb de overtuiging dat we minder afhankelijk moeten worden van fossiele brandstoffen, ik heb ook wel de overtuiging dat wij mensen voor een extra verhoging van de concentratie aan broeikasgassen zorgen. Ook wil ik meegaan in de assumptie dat toename van broeikasgassen zorgt voor antropogene verwarming (globale heating door de mens dus). Hoe groot dat effect is daar durf ik niks over te zeggen. En je zult me nooit horen zeggen “vorige week was het 40oC, zie je wel dat wij de aarde verkloten met ons gedrag”. Een dergelijke relatie leggen op basis van een warmte week gaat mij ook te ver.

Enfin tijd om maar wat zaken op een rijtje te zetten.

Eerst maar de nieuwe hockeystick. In de volkskrant van afgelopen week staat een fraai artikel met de titel “Duidelijker wordt het niet: de klimaatverandering van nu is echt uniek”. In een reeks van artikelen in Nature en Nature Geoscience wordt -in mijn ogen- een best overtuigende nieuwe hockeystick gepresenteerd. De onderliggende boodschap is: over een periode van tweeduizend jaar kunnen we best goed de gemiddelde wereldtemperatuur reconstrueren en als we deze vergelijkingen met de metingen in de laatste 150 jaar, dan zien we duidelijk dat de temperatuur met een dikke graad is gestegen. Deze stijging komt overeen met ons gebruik van fossiele brandstof.

763

Twee andere overtuigende argumenten:

  • de nieuwste klimaatmodellen zijn best goed.
  • lokale warmere en koudere periode zijn er ook altijd geweest.

In het artikel staan nog twee mooie plaatjes. Best overtuigend toch? Nou niet helemaal, de journalist van de Volkskrant is wel wat ‘klimaat-links’ geweest. En op klimaatgek.nl (laat je niet verwarren door de titel, het is echt een heel goed blog!) zien we dan gelijk een goed stuk dat wel wat nuances plaatst. Zo zijn de drie artikelen afkomstig van dezelfde vakgroep van de universiteit van Bern (en kan je dus maar beter als 1 artikel lezen). En terecht merkt Klimaatgek ook nog op dat het vreselijk moeilijk is om regionale en mondiale stijging (en dalingen) exact te duiden zeker over een periode van de laatste duizend a tweeduizend jaar. Kortom er valt wel wat op af te dingen lijkt het.

Dan komt in de discussie ook vaak de natuurlijke periodiciteit voor. Zonnestraling, interacties met planeten, etc. In 1941 kwam een onderzoeker met een theorie hierover, en vanaf eind jaren zeventig van de vorige eeuw kreeg deze onderzoeker erkenning:

Milanković theorie beschrijft de effecten van de beweging van de planeet aarde op het wereldklimaat. Milutin Milanković (Dalj, 1879 – 1958), civiel ingenieur en wiskundige, beschrijft in een publicatie in 1941 dat de variaties in de baan van de aarde rond de zon (excentriciteit), de variaties in de aardashoek (obliquiteit) en de tolbeweging van de aardas (precessie) van invloed zijn op de temperatuur op aarde. Als gevolg van deze variaties varieert de temperatuur op aarde en zijn de ijstijden gedurende het Kwartair  (2,5 miljoen jaar – heden) te verklaren.

In de wetenschap wordt bij onderzoek naar periodiciteit graag gebruik gemaakt van Fourier analyses. Een Fourier analyse is een wiskundige methode waarmee je data uit het tijd-domein kan transformeren naar een domein waarin de cycli (periodes) staan. Fourier analyses zijn geen meningen of trucjes! Een zeer interessante en overtuigende lezing over klimaat en Fourier analyses is op YouTube te vinden “Climate Change “Problem” Solved – its Natural; Prof Weiss” Hierin bewijst hij voor mij (en Harold) overtuigend dat er 6 cycli zijn te zien in de laatste 230 jaar. Zijn conclusie – die ik niet deel – is dan ook dat Global warming natuurlijk is, en dat we weer koud weer krijgen rond 2030. Oeps, een ontkenner dus.

Ikzelf heb over Weiss een iets andere mening. Ja er bestaan cycli die op tijdschaal van honderden of duizenden jaren aanwezig zijn. Maar indien de stijging nu doorzet -en dat lijkt die hockeystick toch te suggereren, dan is dat een lineaire of zelfs exponentieel toename, en een dergelijk fenomeen kan je niet halen uit een Fourier analyse. Dus mooie wiskundige methode om het verleden mee te duiden, maar niet geschikt om een uitspraak te doen over de laatste tientallen jaren of een voorspelling voor de toekomst mee te doen.

Mijn opinie ter herhaling (want stond al hierboven) : “Ik heb de overtuiging dat we minder afhankelijk moeten worden van fossiele brandstoffen, ik heb ook wel de overtuiging dat wij mensen voor een extra verhoging van de concentratie aan broeikasgassen zorgen. Ook wil ik meegaan in de assumptie dat toename van broeikasgassen zorgt voor antropogene verwarming (globale heating door de mens dus). Hoe groot dat effect is daar durf ik niks over te zeggen.” 

En de echte vragen? Wat gaan we doen! Welke maatregelen hebben de beste kosten baten en over welke tijdsvlakken gaan we maatregelen nemen. Daar slaat politiek Den Haag wel de plank mis denk ik.

PS hieronder de hitte records van afgelopen week (bron: NRC.nl):

IMG_0436

Bewerkt eten is helemaal niet fout. Steun aan mijn Wageningse vrienden levensmiddeltechnologie. Lof voor Tiny van Boekel en Harry Wichers. 1/2

Vorige week was ik een weekje zeilen, als ik wel gewoon gewerkt had, dan was ik zeker  naar de afscheidsrede gegaan van professor Tiny Van Boekel (zie hieronder). Ik beken -en dat is dan maar een disclaimer – ik ben een groot fan van professor Tiny Van Boekel. Tiny is een professor zoals een professor hoort te zijn. Rustig, weloverwogen, gericht op kennis-delen en kennis-ontwikkeling, en het gesprek. Hij wordt op handen gedragen door zijn studenten en oud studenten. Formeel ben ik geen student van hem (ik heb immers geen levensmiddeltechnologie gestuurd, mijn achtergrond is TU-Delft), maar heb enorm veel van hem geleerd in de laatste twintig jaar.

Rondom mijn eigen voeding en gezondheidslezingen gebruik ik daarom regelmatig de beroemde uitspraak van Tiny “er zijn geen gezonde of ongezonde producten, wel gezonde of ongezonde voedingspatronen”.

Tiny is nu dus formeel echt met pensioen. Maar ik hoop dat we hem vaker dan ooit in de pers en in het nieuws mogen tegenkomen met zijn mening. Een stuk van zijn boodschap – niet echt populair bij het grote publiek – is: bewerkt eten is niet perse fout, en het vakgebied voedseltechnologie heeft ons juist enorm veel gebracht (en gaat ons in de toekomst nog meer brengen)”.

Het blijven klagen op ‘processed foods’ en ‘ultraprocessed’ foods is daarom echt klinkklare onzin. Ik heb daarom persoonlijk ook niet zoveel met het voedselkwalificatie systeem NOVA (zie ook Foodlog Huib Stam). Het gebruik van dit classificatiesysteem is mij veel te artificieel. En om met een dergelijke ’nep-meetlat’ vervolgens onderzoek te doen in het public health domein, lijkt me daarom ook totaal niet passend. Neen, laten we daarom vooral bij de Tiny-uitspraak blijven “er zijn geen gezonde of ongezonde producten, wel gezonde of ongezonde voedingspatronen”

Chips is in essentie een gefrituurde aardappelschijf met wat zout. Natuurlijk met als doel om lekker gevonden te worden. Ultraprocessed? Tja, maar in mijn ogen zijn chips snoep, en geen voedsel voor dagelijkse consumptie. Een chipje in het weekend moet kunnen, maar niet elke dag een zak (logisch toch). Aan de andere kant is een lekkere honingtomaat geen ultraprocessed food, maar ik wil jullie niet aanraden om daarvan honderden grammen dagelijks te consumeren. Idem voor verse vruchtensap, een flesje moet kunnen, maar zeker geen liter per dag.

Neen, ik denk dat de enige echte grootheid die wel relevant kan zijn de nutrient density (voedingswaarder per kj energie) is (of Nutriscore). En zelfs daar moet voorzichtig mee omgegaan worden in het licht van voedingspatronen. Leven op alleen ijsbergsla en water is echt niet gezond (ondanks Nutriscore A). En producten met een hogere Nutriscore (bijvoorbeeld coca cola, of lays chips) kunnen best in het weekend genuttigd worden, maar mogen ook prima in het 21% BTW tarief gestopt worden. Een suikertax of carb tax dus? Ik denk dat Harry, Tiny, Kees en Vincenzo het daar vast ook mee eens zijn. Ik zeg daarom, niet meer onderzoek hiernaar (honderden onderzoeken en praktijkcasusi zijn er), maar gewoon snel implementeren. Politiek moet maar eens wat lef tonen. Kom op Den Haag!

Het duurder maken van producten met een lage nutritionele dichtheid (bijvoorbeeld BTW naar 21%), en het promoten van producten met een hoge nutritionele dichtheid is in mijn ogen een verstandig denkrichting en zou snel politiek geïmplementeerd kunnen worden.

Tiny en zijn collega’s Harry, Vincenzo, en Kees, hebben daarom in mijn ogen helemaal gelijk met hun stukje op Foodlog. Deze vak(broeders) hebben steun van andere levensmiddeltechnologen nodig en moeten maar eens naar buiten gaan met het debat rondom het onderwerp processing. Het gaat dus niet om de vraag of iets processed is of niet, met deze discussie gooien we het kind met het badwater weg. En voordat er gelijk weer een karaktermoord wordt gepleegd op hen: deze professoren zijn integer tot op het bod, en zijn dus niet ‘gekocht’ door de big-food industrie. Die belangen liggen niet bij dit viertal.

Ik ben ondertussen nog steeds zeer kritisch op een groot stuk (te commercieel) Wageningen dat mag bekend zijn. Ik ben ook kritisch over het huidige topsectoren (TKI) beleid dat dwingt dat kennisinstellingen alleen met hen ‘projecten’ draaien. Ook ik vind dus dat er teveel invloed is vanuit big-food en big-farma en big-agro op het onderzoek en beleid. Maar deze vier professoren staan boven alle twijfel is mijn ervaring! Suggereren dat ze omgekocht zouden zijn kan dus niet, dat is gewoon smaad of zwartmakerij.

Professor Harry Wichers heeft ook lang tegen de stroom ingezwommen. Harry was een van de eerste professoren in Wageningen die ageerde tegen de consumptie van high-carb foods, Harry verrichte tijdens zijn hele carrière onderzoek naar ontstekingen en allergieën. Hij is niet dus niet strikt anti-vet, en een gedeelte van zijn onderzoeken gingen over aminozuren en eiwitten (gezond en ongezond). Harry werkt daarbij altijd integer vanuit zijn vakgebied, en dus de wetenschappelijke inhoud. Dit laatste heeft wel behoorlijk wat keren tot ‘discussie’ gezorgd, ook intern bij de WUR weet ik toevallig. De wetenschappelijk inhoud staat dus bij Harry altijd voorop, en natuurlijk het inhoudelijke gesprek (het debat zoals je wilt) over de inhoud, ook als dat tot ongemakkelijke boodschappen leidt. Dit is een fundamenteel andere, positieve(re), open, op de maatschappij gerichte, en wetenschappelijk houding dan bijvoorbeeld die van oud-professor Frans Kok met zijn bierstichting en de starre bijna arrogante houding van hem tegenover anderen.

Tiny zit ook zo als Harry in elkaar, gewoon volledige focus op de wetenschappelijke inhoud, en erg aangenaam in de omgang. Ik heb zelf Tiny leren kennen tijdens de acrylamide onderzoeken bijna twintig jaar geleden. Acrylamide wordt gevormd bij het frituren of bakken, en is een zeer carcinogene component. Het onderzoek naar de chemie en de vormingskinetiek van AA heeft lang centraal gestaan bij de programmas van Tiny. Goed fundamenteel onderzoek en een zeer open academische houding daarbij zoals het hoort.

In zijn afscheidslezing heeft Tiny ook op een fantastische manier aandacht gegeven aan ‘wetenschappelijke feiten’ (die er in life sciences en food zelden zijn). Terecht geeft aan aan dat in het domein public health en food&health er op zijn best spraken is van een indicatie tot relaties zijn, relaties die onzeker, een beetje zeker, of zeer zeker kunnen zijn. Het gaat dus om de waarschijnlijkheid dus; en niet om harde wetenschappelijk feiten of zekerheden (want die zijn er bijna nooit!). Kijk en luister goed naar zijn afscheidsrede. Een must see! En lees ook dit Foodlog artikel nog eens na, inclusief alle reacties onder het stuk.

PS ik ga nog een tweede stukje schrijven over het vak levensmiddeltechnologie (ook wel voedseltechnologen genoemd). Hier lijkt toch ook wel veel onduidelijkheid over te bestaan bij buitenstaanders. Levensmiddeltechnologen houden zich bezig met het maken van recepturen op grotere schaal in machines (fabrieken), het veilig produceren van deze producten, het zo duurzaam (minder afval, minder energie en water). Levensmiddeltechnologen houden zich bezig met houdbaarheid en stabiliteit van producten. Levensmiddeltechnologen zijn geen marketeers (die proberen ‘te verleiden tot koop’) of algemeen managers die ‘goedkoper’ eisen, levensmiddeltechnologen bepalen ook niet wat er in het schap komt te liggen. In het fundamenteel onderzoek in dit vakgebied gaat het over fysica en chemie en kinetiek. Dus het snappen hoe reacties verlopen en hoe snel onder welke temperatuur, druk, zuurgraad, gasconditie of wateractiviteit. 

 

Waarom PBL financiële sommen voor klimaat-akkoord eigenlijk niet (kunnen) kloppen. Ter illustratie de sommen van mijn eigen situatie thuis (en ook met vliegen erbij). Over OPEX, CAPEX en ‘meer-kosten’ berekeningen.

Zeker 1.000 miljard euro. Zo hoog wordt volgens Forum voor Democratie de rekening voor het klimaatneutraal maken van Nederland in 2050. Leider Thierry Baudet noemde het bedrag vorige week nog in het Kamerdebat over het ontwerp-Klimaatakkoord. NRC checkte dit bedrag en bestempelde het als onwaar. Ikzelf denk dat het NRC niet helemaal correct was met haar analyse … …. straks meer.

Op 13 maart 2019 kwam eindelijk het langverwachte PBL rapportuit. Een paar weken ervoor kwam ook Stichting Milieu, Wetenschap & Beleid(SMWB) met een indrukwekkend rapport uit. Beide rapporten proberen in kaart te brengen hoe a) welke CO2 reducerende maatregelen er genomen kunnen worden, en b) wie de rekening gaat betalen. Kortom, beide rapporten kijken naar suggesties uit het Energieakkoord en de bijbehorende kosten. De doorrekening van het PBL laat trouwens duidelijk zien dat we de doelstelling van Parijs waarschijnlijk niet gehaald zal worden, PBL schat in dat de emissies in Nederland in 2030circa 43-51%lager zijn dan 1990.

De halvering van de emissies in 2030 t.o.v. 1990 is de doelstelling. De meer-kosten volgens de experts zijn 56-75 miljard tot 2030 (PBL) en rond de 107 miljard (SMWB). De bandbreedte is ongeveer 5 tot 10 miljard per jaar dus (aan meer-kosten) tot 2030.

By the way, ik vind mezelf absoluut geen klimaatcriticus. De exacte relatie tussen antropogene CO2_eq emissies en opwarming (en de vraag of wij Nederlanders daar mondiaal veel of weinig aan bijdragen) vind ik niet bijzonder relevant. Wel zegt de ‘chemicus’ in mij al heel erg lang: het gaat vooral om onze ‘verslaving aan aardolie, aardgas en steenkolen’.En daar ben ik dan ook wel een voorstander van. Verder bestaan er geen snelle gemakkelijke en goedkope oplossingen oplossingen, en alles wat we nu gaan doen dus, zorgt voor een kostenverhoging (wat niet erg is wat mij betreft). We gaan dit allemaal voelen in onze portemonnee.

De stelling van Hendrik J Kaput is daarom al lang:“Gestaffelde brandstofprijzen voor alle sectoren en Schiphol dicht natuurlijk”. Hiermee benadrukt hij dus ook ‘ons fossiele brandstofverbruik’ reduceren, daar ligt onze werkelijke uitdaging.

Laat ik eerst een wat simpele sommen maken voor ons eigen huishouden. Is het mogelijk om onze duurzame energie te verhogen met 50% in 2030 (en daarna met 90% in 2050) zodat we automatisch ook 50% minder emissies hebben,de uitgangspunten die ik gebruik zijn:

  • 3200kWh verbruiken we per jaar en 1600 m3 gas per jaar (gasverbuik in kWh is ongeveer 14.000kWh)
  • We rijden in twee auto’s en gemiddeld per jaar is dat ongeveer 60 duizend km. Ongeveer 4000 liter benzine. Als we dit elektrisch zouden gaan doen, dan kost ons dat ongeveer 13.000 tot 15.000 kWh.
  • We vliegen als huishouden ongeveer 15x enkele vluchten per jaar (waarvan er eigenlijk 8-12 zakelijke vluchten, dus die hoef ik niet mee te tellen).
  • We eten vlees (maar niet elke dag).
  • We scheiden ons afval in plastic, biologisch en restafval.
  • Voor het gemak van de sommen tel ik onze gewone consumptie van voedsel en spullen even niet mee.

Enkele investeringen die we waarschijnlijk gaan doen of recent gedaan hebben:

  • 12.000 euro voor 29 zonnepanelen die ongeveer 7500-8000kWh opleveren. Hiermee kunnen we denk ik in de toekomst a) in ons huidig E verbruik voorzien, b) een E-boiler inzetten, c) een warmtepomp aan het werk zetten.
  • Voor het gemak van de getallen ga ik alles even omzetten naar kWh en neem voor het gemak ook allerlei problemen die met conversie verliezen te maken hebben niet mee.
  • Een elektrische boiler zodat we onze gas gestookte geiser kunnen weggooien. Kosten ongeveer 1200 euro, en dit wel kost 1000-1200kWh extra per jaar (maar minder gas).
  • Een warmtepomp (+top-koeling) voor de totale verwarming van ons huis. Waarschijnlijk kost dit ongeveer 5.000 euro, maar het kan ook meer zijn. 8.000-10.000 euro lijkt reëler. Ik denk dat dat ongeveer 2600kWh aan elektra (en een besparing van 1000 m3 gas).
  • Extra isolatie (ons huis is behoorlijk goed op dit moment): 3.000 tot 5.000 euro.
  • Extra panelen (kan fysiek niet; ons dak ligt vol) of wind-delen (stukje eigen windmolen?) zodat we ook duurzaam kunnen auto-rijden. Eigen duurzame E productie kost dan ongeveer 20.000 tot 25.000 euro eenmalig denk ik.

Met een totale investering van dus 46.000 euro (af te schrijven in 15 jaar, dus 3000 euro per jaar) kunnen we a) zelf onze energie duurzaam produceren, b) van het gas af (al blijven we een aansluiting nodig hebben), c) auto+warmwater+verwarming+elektra_thuis ‘groen’ krijgen.

Ik tel dan nietmee dat een elektrische auto waarschijnlijk 10.000 tot 20.000 euro duurder is (4000 euro per jaar?). En vooral onze vliegreizen en overige consumptie heb ik ook nietmeegeteld.

De vraag is dan hoeveel CO2 emissie we dan als huishouden gaan besparen. Hierbij een over-de-duim berekening. Stel dat al ons huidig energieverbruik nu niet-duurzaam is. Dan verbruiken we nu jaarlijks ongeveer 30.000 kWh (ik tel dus de vliegreizen en andere consumptie nog steeds niet mee!). Met een investering van 46.000 euro gaan we dus een volledig duurzaam huishouden kunnen zijn (zonder die vliegreizen …).

Hiermee (met 50k) voldoet ons huis dan alvast aan 2050 doelstelling (als we tenminste die 50k ook gaan stukslaan en niet uitbundiger gaan leven). Of toch niet helemaal … …  

Maar hoe zit het dan nu met die vliegreisjes? Laat ik wat zeer grove veronderstellingen doen. Het brandstofverbruik van de jumbojet bedraagt gemiddeld ongeveer 10 ton kerosine per uur. Rekening houdend met de dichtheid van kerosine komt dit neer op 12.500 liter kerosine per uur. Acht uur vliegen levert dus een verbruik op van 100.000 liter, dat is 300 liter per persoon, of te wel 40 liter kerosine per uur per persoon. Onze reizen zijn meestal binnen Europa, dus ik neem een gemiddelde van 4 uur voor een vlucht aan. 15 vluchten per jaar x 4 x 40 liter = 2400 liter kerosine (of 1200 liter als ik de zakelijke vluchten niet meetel). De uitstoot van een liter kerosine is best vergelijkbaar met die van benzine. Dus 2400 liter is ongeveer 10.000 kWh. Oeps, dan heb ik nog eens voor minstens 15.000 euro aan investeringen in windmolens of zonnepanelen te doen (onze 30.000 kWh jaarlijks wordt dan 45.000kWh jaarlijks) om vliegreizen te compenseren.

Stel dat we dat -compensatie van de vliegreizen- nu eens niet gaan doen tot 2030. Ons huishouden verduurzaamt dan 30.000 : 45.000 = 67%.We doen dan dus een reductie van 67% op ons eigen fossiele brandstof verbruik en daarmee dus automatisch ook op de CO2 uitstoot van ons totale huishouden. Dit kost ons huishouden de komende 15 jaar wel ongeveer 50k_euro of te wel 4200 euro per jaar(maar dan halen we wel het klimaatdoel 2030!).

Waar PBL en politiek zegt “wij investeren een hoeveelheid miljard”, bedoelt de politiek waarschijnlijk “wij als politiek gaan subsidies geven en dat kost ons nationale overheid ongeveer een paar miljard per jaar”. De echte investeringen (=CAPEX), is de uitgaven (en de financiering daarvan) voor alle nieuwe machines, windmolens, nieuwe infrastructuur, etc. deze collectieven totale investeringsopgave loopt echt in de honderden miljarden euro’s. Maar die CAPEX ligt bij huishoudens en industrie en andere marktpartijen! Thierry Baudet neemt wel deze totale CAPEX aan investeringen mee in zijn sommen. Verzachten van deze totale CAPEX kan, maar dan moet de communicatie gaan over ‘de meerkosten’.

Nu de volgende snelle berekening. Er zijn ongeveer 7,5 miljoen huishoudens in Nederland. Stel dat we nu 50.000 euro x 7,5 miljoen huishoudens doen. Dan komen we uit op een 375 miljard euro voor alle huishoudens**.Let op in die 50k per huishouden zit geen extra meerkosten voor aanschaf van elektrische auto’s, zit niet ingecalculeerd dat consumentenproducten duurder gaan worden, zit geen geen investering bij de elektra-maatschappijen of industrie (dat uiteindelijk doorbelast wordt in de consumentenprijzen). 375 miljard is flink meer dan de 107 miljard van SMWB of dan de 56-75 miljard van PBL.Waar ligt dat aan? Simpel? Er wordt gekeken bij PBL naar de ‘meerkosten’ (of te wel de extra kosten t.a.v. de huidige situatie) en niet naar de werkelijke investeringen (CAPEX).

Stel we gaan dat ook nog eens proberen mee te nemen in de berekeningen. We bepalen dus niet de CAPEX, maar gaan de extra meerkosten inschatten. Dan moeten we rekening houden met de opbrengsten die we kunnen gaan krijgen door de investeringen (meestal een verlaging van de OPEX: minder gas, minder benzine, etc.). Nu geven wij thuis jaarlijks uit (dat zijn de werkelijke getallen waarop ons huishouden kan besparen):

  • 4000 liter benzine a 1,70 euro (all in) = 6800 euro.
  • 1600 m3 gas (ik tel de aansluiting niet mee) a 0,25 euro = 400 euro.
  • 3200 kWh a 0,10 euro = 320 euro per jaar.

Dus onze potentiële besparing is 7500 euro per jaar en onze jaarlijkse afschrijvingskosten (over 15 jaar) waren maar 4200 euro (46k : 15 jaar). Deze som zou suggererendat we dus bijna 3000 euro minder gaan betalen indien we investeren, maar ja, een elektrische auto is wel duurder (ik schat 4k per jaar aan afschrijving). Dus de extra kosten per jaar voor de 67% verduurzaming van ons huishouden is dan ongeveer nog steeds 1000 euro (7500-4200=3000, 3000-4000= -1000 per jaar. 15k voor 15 jaar).

Voor 7,5 miljoen huishoudens zit ik dan op 7,5 miljard euro per jaar aan extra investeringen of te wel 112 miljard euro aan de meer-kostenin de komende 15 jaar. En dit bedrag ligt qua orde grootte dichter bij SMWB schattingen dan bij PBL schattingen. Ik denk dat het PBL rapport daarom een politiek tintje heeft meegekregen tijdens het schrijven (een te duur beleid zou niet goed vallen in Den Haag)

Ik denk dat de totale investering voor de energietransitie in de komende 15 jaar ongeveer is: 375 miljard voor huishoudens (waarvan 112 miljard aan meerkosten) en ergens tussen de 500-750 miljard voor de industrie (waarvan ongeveer 100 tot 200 miljard aan meer-kosten). Ik stem niet op hem, maar ik denk dat die 1000 miljard aan totale investeringen van Thierry Baudet nog niet zo gek gegokt was door hem.

Tenslotte. Bovenstaande sommen gaan uit van ‘een gemiddeld huishouden’. En totale energieverbruik van de huishoudens is maar 20%. Stel dat ook alle industrie gaat investeren? Hoeveel miljard gaat dat dan de industrie kosten? Dit is een zeer lastige som, ik zou niet weten waar we moeten beginnen; dit is iets voor een volgende blogje dus.

Een tipje van de sluier? Ik denk dat een euro investering in de industrie meer emissie besparing kan opleveren dan bij een huishouden (misschien 2-4x meer?) Mijn eerste schattingen zijn daarom:

  • 375 miljard x 4 (want 4x meer energie verbruik) = 1500 miljard euro. 1500 miljard euro  : 3 (want besparingen kunnen beter en kosten efficiënter in de industrie gedaan worden dan bij huishoudens) = 500 miljard euro aan CAPEX.
  • 500 miljard aan CAPEX : 15 jaar = 33 miljard per jaar voor de totale industrie. Hiermee kan dan waarschijnlijk ook wel een -50% emissie reductie gehaald worden.
  • hoeveel meerkosten t.a.v. de gewone investeringen of OPEX kosten is dit dan? Heel lastig hier antwoord op te geven. Ik denk dat het misschien gaat om 100-250 miljard totaal gedurende de komende 15 jaar.  Wie deze meerkosten gaat betalen? Juist de huishoudens. Jij en ik dus (en consumenten in het buitenland).
  • Alle huishoudens in Nederland gaan dus denk ik 115 miljard (de huishoudens zelf) plus 100 miljard (meerkosten door-belasting op producten via de industrie) aan werkelijke kostenverhoging moeten gaan slikken de komende 15 jaar. Ongeveer 15 miljard extra per jaar.
  • De totale kosten stijging per huishouden voor de verduurzaming per jaar gaat ongeveer 2000 euro netto. Hiervoor gaat een gemiddeld gezin dus 3500-4000 bruto extra salaris moeten krijgen OFgenoegen nemen met een achteruitgang van zijn inkomen.

Het laatste woord is hier nog niet over gezegd denk ik. Wat ik de politiek wel wil meegeven als tip: ga vooral kijken naar reductie gebruik van fossiele brandstof (dus aardgas, aardolie, steenkolen), ga vooral kijken welke maatregelen het goedkoopste zijn om deze beoogde reductie te realiseren (kosten baten analyse dus). Ga niet teveel in op CO2 emissie reductie als doel (want dan krijg je afgeleide discussies) en ga al helemaal niet in op de relatie ‘opwarming van de aarde’ versus onze CO2 emissies (zonder rekening te houden met kringlopen). Hanteer daarom de stelling van Hendrik J. Kaput.

In het zonnetje gezet : Midas Dekkers “griep is voor medewerkers, ondernemers hebben soms last van een verkoudheid”.

Nog snel een tweede ‘in het zonnetje gezet’. Al mijn hele leven ben ik fan van Midas Dekkers. Wat een geweldige kennisdrager die ook nog eens fantastisch kan vertellen en schrijven. Bij toeval (dank YouTube) luisterde ik zonet naar hem.

Midas heeft geen griep vertelt hij want hij komt uit een middenstandsfamilie. Ondernemers worden alleen verkouden, en krijgen nooit de griep. Griep is voor medewerkers in vaste dienst. Medewerkers hebben twee genoegens in de winter. De wintersport en de griep. Met de griep kan je lekker een weekje in bed liggen en filmpjes kijken.

In het zonnetje gezet : prof Imke de Boer (WU) – de eerste integrale genuanceerde lezing rondom ons voedselsysteem. Neem een uur de tijd, luister en leer.

Dit blogje bestaat bijna tien jaar en gedurende die tijd heb ik een stuk of twintig keer bijzonder personen in het zonnetje gezet**. Vrijwel altijd zijn dit autonome denkers in hun vakgebied. Soms werkzaam aan een universiteit, maar zeker minstens net zo vaak personen die ook wel ‘volksprofessoren’ genoemd worden. Vandaag Imke de Boer (WU), maar eerst een lange introductie.

Door mijn prikkelende manier van schrijven – altijd op de inhoud, en nooit op de persoon! – heb ik binnen enkele managers bij de WUR niet altijd een even goede naam opgebouwd (bij veel inhoudelijk experts aan de WUR overigens wel!). Noem me maar een romanticus, maar ik ben van fundamenteel van mening dat je juist bij een goede universiteit inhoudelijk tot op het bot zou mogen debatteren op inhoud. Het hartgrondig niet met elkaar eens hoeft te zijn, zodat je vanuit dit ‘schuren’ tot betere inzichten komt. Een universitaire omgeving waar dat niet mag of kan, is gedoemd om weg te zakken.

Een universiteit waarin managers meningen van experts willen controleren, de communicatie wenst te reguleren, eigenlijk censuur toepast en van derden verwacht hun mond te houden mag zich geen universiteit noemen.

Mijn (kennis) ervaringen na dik twintig jaar liggen op de domeinen van gezonde voeding, voedsel en eet-systemen en generiek op complexiteit en innovatiebeleid en innovatiemanagement. Deze domeinen kan je alleen doorzien als je probeert de volledige integraliteit te doorgronden. Waarschijnlijk kost dit laatste me nog de rest van mijn leven. Want hoe meer je weet, hoe nederiger je wordt t.a.v. de complexiteit van deze systemen.

Een paar van mijn paradepaardjes zijn:

  • een beperkte hoeveelheid eiwitten zijn essentieel voor onze gezondheid. En vlees (en vis) in beperkte mate hoort daarbij. Volledig vegan of vegetariers zijn is dus niet nodig, en waarschijnlijk zelfs onduurzaam en minder gezond.
  • Inzetten op bio-energie (ook hout!) is niet duurzaam. Het energie-systeem mag nooit in competitie zijn met het voedselsysteem. Biobrandstoffen zijn derhalve geen oplossing voor ons energie-uitdaging.
  • Onze verslaving aan mijnbouw inputs -naast aardgas, aardolie, steenkolen vooral ook fosfaat– zijn onze grootste ‘zonde’, en in combinatie met een groeiende wereldbevolking levert dit de grootste ‘stress op het systeem aarde’ (zie ook save our children).
  • De meer-met-minder-keert is een onhandige (en wellicht zelfs verkeerde) strategie om te volgen. Meer yield per hectare (zonder rekening te houden met eindige inputs) of dierconversie (zonder rekening te houden met food-feed competitie) of emissie-reductie (zonder onderscheid in kort en lang-cyclus C) zijn dus verkeerde parameters om op te sturen in het grotere geheel. Dijkhuizen heeft met deze mono-manier van denken te lang zijn omgeving geframed.
  • Ik ben bijzonder kritisch op alle braaftaal die we gebruiken in zowel de media als politiek (en dus ook in academische setting) waarmee we niks meer duiden en dus ook defacto niks veranderen. Vandaar ook mijn kritiek op het holle kringloopvisie stuk van onze minister.
  • Hightech is en blijft een onderdeel van het eetsysteem. Minder chemie is echt een juiste richting (en ik ben chemicus ;-)), meer inzet van slimme fysische technologie (robots, machines, LED, etc etc.) mits elektricity-based is goed. We kunnen niet terug naar ot-en-sien, en ook niet doorgaan op de huidige schaalvergroting, mono-cultuur en chemie manier van voedselmaken. Ik pleit daarom voor een ‘derde weg’.
  • We dienen kennis-ontwikkelaars (pHd’s, universitair docenten en professoren) volledig te steunen, mits deze zich uit het domein van innovatie en ondernemerschap EN politiek houden. Een overheidsinstelling (CRO en universiteit) zou zich verre moeten houden van ontwikkeling en innovatie en helemaal buiten politieke en andere wilskeuzes moeten houden.

Terug naar Imke de Boer, vanochtend heb ik de tijd genomen om haar WURtalks lezing te bekijken op youtube. Deze lezing die bijna een uur duurt is werkelijk fantastisch. Ze vertelt op een zeer heldere manier hoe complex ons eet-systeem is en welke stappen we zouden moeten zetten naar een iets minder onduurzaam systeem. Een van de eerste keren dat ik een expert aan de WU zo glashelder hoor vertellen hoe het complexe systeem in elkaar zit. Een paar van haar inhoudelijke statements die langskomen in haar lezing (en die ik inhoudelijk deel):

  • focus op foodprint en yield is in het kader van ‘kringlopen’ een veel te eenzijdige aanpak. Focus op mineralen waaronder fosfaat (want eindig). Stikstof kunnen we uit de lucht halen.
  • Het verbouwen van diervoer (graan, mais, etc.) is eigenlijk niet duurzaam en dus onwenselijk. Landbouwproducten dienen we in te zetten als eten voor mensen, dieren dienen resten en on-eetbare gewassen te consumeren.
  • Landbouwdieren horen dus volledig in een modern eetsysteem. Wij mensen kunnen geen gras eten, en dieren zijn ook ‘reststroom’ opruimers. Tevens dient alle mest van dier EN mens, dient terug naar het land te gaan. Vooral om mineralen kringlopen -daar heb je hem weer fosfaat- te sluiten.
  • Rond de 25 gram dierlijk eiwit per persoon per dag lijkt (we weten het niet zekere) een soort van optimum te zijn. In vleestermen: maximaal 75 gram vlees per persoon per dag. Pleiten voor vegan worden is dus niet nodig.
  • Agri en food-reststromen dienen a) ingezet te worden als fertilizer op het land, b) als diervoer (mits reststromen), c) als bio-energie (vergisten!) d) koolstofopslag in de bodem (en dat is eigenlijk geen oplossing). En wel in deze volgorde!

** ja ook meerdere keren medewerkers van de WUR. Denk hierbij aan Tiny van Boekel, Ulphart Thoden van Velzen. En nu dus Imke de Boer.

Reclamefilmpje op Hormoonfactor terugkomdag 2018 en #SoftPaleo (plus de richtlijnen goede voeding 2025).

Een paar weken geleden heb ik op een zondag een lezing mogen geven bij Ralph Moorman (Hormoonfactor), ik had de ambitie om de hele lezing op te nemen op video … en dat is gelukt … tenminste voor de helft. Deze eerste helft is eigenlijk een reclamefilmpje voor TOP b.v.. 🙂

Voeding en Gezondheid blijft een geweldige hobby waar ik met plezier over schrijf op softpaleo.blog en wat kennis deel. Ralph Moorman en ikzelf hebben daarom een paar jaar geleden alvast maar de richtlijnen goede voeding 2025 geschreven.

Fijne Kerstdagen !

De Hormoonfactor terugkomdag 25 november 2018 – introductie Wouter de Heij en TOP b.v. from Wouter de Heij on Vimeo.

Nogmaals over de boeren-economie (een oligopsonie) en over de drie overwonnen vijanden (volgens Harari) via mijn vlogjes #11, #12 en #13.

Niet alleen onze boeren maar ook boeren wereldwijd zitten gevangen in het zelfde systeem. Een systeem van ‘waarde’ hebben, maar (te) weinig inkomen. De oplossingen die vanuit de zijlijn gegeven worden zijn altijd in de vorm van ‘meer met minder’, ga op zoek naar toegevoegde waarde, of werk beter samen.

Deze open deuren blijven intrappen heeft geen zin.

Vorige week in Egypte heb ik zelfs de wereldbank deze “open deuren” horen benoemen en een tijdje geleden de WUR nog. Maar ik beken, ik kan er zelf ook wat van. Mijn retail-tips staan hier, en boeren dienen aan hun volume klop te draaien.

Ik zou er moedeloos van worden. Het boeren-economie systeem is bijzonder want het is een Oligopsonie. Er zijn veel aanbieders, een maar paar klanten. Prijselastische is dit een grote ramp: Een paar procent teveel volume in de markt, en de prijzen per eenheid zakken volledig weg. Vaak zelfs onder de kostprijs.

Wat dan wel?

Om te beginnen, hou je bezig met de toekomst. Durf in te schatten waar het naar toegaat, laat je inspireren. Ga ondernemen en durf van de gebaande paden af te stappen. Snap verder wat er wereldwijd speelt, en verdiep je in de psychologie van burgers (en consumenten). Wij in de westerse wereld leven immers in de penthouse van de piramide van Maslov, en we hebben drie belangrijke vijanden overwonnen. Luister maar naar deze drie Vlogjes op mijn YouTube kanaal.

Even bijpraten over het Nationaal preventie Akkoord, discussie op Foodlog en de omarming van NutriScore door CBL.

De laatste twee weken zijn er twee interessante onderwerpen die met onze gezondheid te maken hebben in de pers gekomen. Natuurlijk kregen we vorige week het (mislukken van) het Nationaal Preventie Akkoord van minister Blokhuis; breed besproken in de pers. Maar deze week ook een opmerkelijk positief persbericht van CBL (Marc Jansen, of te wel de Supermarkten).

Om met dit laatste te beginnen. In het NRC valt te lezen dat de Supermarkten (CBL dus) hun verzet tegen een gezondheidslogo staken, en zelfs een voorstander geworden zijn van de Franse Nutriscore. Ik vind dit een mooie ontwikkeling. De Nutriscore is niet perfect (daarvoor moet je toch eerder kijken naar de nutrient-density; zie ook FDA). Maar na geklungel met het Vinkje (en opvolgers), gaan we nu gelukkig toch een stap vooruit zetten. Dat FNLI ging sputteren was natuurlijk ook te verwachten. De supermarkten kiezen nu voor zichzelf en het belang van de consument; en ik juich die draai zeer toe. 

Supermarkten staken hun verzet tegen een logo dat in één oogopslag laat zien of een product ongezond is. Dat zegt Marc Jansen, voorzitter van de branchevereniging van supermarkten (CBL), tegen NRC. De supermarkten pleiten nu voor een logo waarmee eten en drinken een score van A (groen) tot E (rood) krijgt. In het verleden wilden supermarkten dit niet. Jansen: „We zijn niet langer tegen ‘rood’ op een verpakking. Consumenten weten zelf heel goed welke producten ongezond zijn.”

Het logo dat de supermarkten willen, lijkt op het bekende energielabel en is gebaseerd op de Franse Nutriscore. Op dit label staat een oordeel over het product als geheel. Gekeken wordt naar calorieën, suikers, verzadigd vet, zout, eiwit, vezels, fruit, groente en noten. A staat voor de gezondste samenstelling en score E betekent dat het een ongezond product is. Het CBL vindt wel dat het Franse systeem moet worden afgestemd op de Nederlandse Schijf van Vijf, de lijst voor een gezond eetpatroon van het Voedingscentrum.

Terug naar het Nationale Preventie Akkoord. De drie thema’s roken, overgewicht en alcohol zijn in een maand of tien besproken door bijna 70 maatschappelijke organisaties. Vorige week maakte ik al twee podcasts hierover (zie hieronder). Nummer drie zal ik ook wel gaan maken wanneer ik wat meer tijd beschikbaar heb.

De inhoud van nummer drie zal ik wel alvast verklappen. Ik ben van mening dat het Nationale Preventie akkoord eigenlijk mislukt is. Op roken worden aanvullende maatregelen genomen (de industrie zat ook niet aan tafel), en bij alcohol wordt ‘lafjes’ alleen nadruk gelegd met maatregelen op specifieke doelgroepen (zwangere vrouwen, kinderen en alcoholisten). Maar bij thema overgewicht zijn de voorstellen bij lange na niet voldoende om welk doel dan ook te behalen.

Ik snap dat ook wel: Polderen met de voedselindustrie heeft natuurlijk geen zin; die willen geen rode stoplichten, suikertax of andere maatregelen die hun belangen schaden. Coca Cola en Unilever betrekken bij het thema overgewicht dat is  dus gewoon niet van deze tijd (=gele kaart Blokhuis). Je krijgt dan echt geen suikertax of strenge maatregelen. Zie ook mijn mening bij de discussie op Foodlog hierover (mijn reacties staan rond #1, #10 tot 12#).

Uit FTM.nl “Geef het universitair onderwijs terug aan de docent. Van kruisbestuiving tussen onderzoek en onderwijs heb ik nooit zoveel gemerkt”

Top stuk in het FTM vandaag. Weinig op aan te vullen dus.

Het schuurt aan drie kanten dus op de universiteiten. i) Slechtere opleidingen, ii) minder diepgravend onderzoek, en iii) valse concurrentie met privaat bedrijfsleven rondom innovatie en ontwikkeling.

Goede OPLEIDING is DE doelstelling van hoge scholen en universiteiten (en de mogelijke onderzoeksvaardigheden van docenten heeft daar dus niks mee te maken dus), maar ook ONTWIKKELING en INNOVATIE hoort dus ook niet thuis bij een goede universiteit!

Laat ik het anders zeggen,  onderzoek is een afgeleide doelstelling: “door jong talent goed op te leiden, zal dit talent NA zijn universitaire opleiding bij het bedrijfsleven producten en diensten KUNNEN gaan ONTWIKKELEN”.

Vandaar dat ik nog veel stellige ben dan FTM. Onderzoek is ALLEEN een MIDDEL om NA een MSc traject, jonge talent dat een ONDERZOEKS-CARRIERE ambieert te leren (via een praktijk traject rondom het fundamentele onderzoeksproject dus) een extra opleiding mee te geven. We noemen in het Nederlands een phd-student niet voor niks een (ONDERZOEKS)ASSISTENT IN OPLEIDING (AIO).

Dus:

  1. Het GOED opleiden van jong talent tot een ZELFSTANDIGE DENKENDE BSc of MSc met KENNIS zou voorop moeten staan als doelstelling van elke Universiteit.
  2. BSc en MSc moeten in de praktijk (bij het bedrijfsleven dus) gaan leren hoe ontwikkeling en innovatie moet worden uitgevoerd. ONTWIKKEL en ONTWERPEN leer je in de praktijk bij een (privaat) bedrijf dus.
  3. ONTWIKKELING van diensten en producten is dus derhalve GEEN universitaire taak. En daarvoor dient dus ook geen budget beschikbaar voor te zijn bij universiteiten. En misschien moet er gewoon een verbod komen op deze ontwikkel-activiteiten.
  4. Het opleiden van potentiële (fundamentele) onderzoekers KAN via een AIO traject. Het DOEL van een AIO traject is dus het OPLEIDEN van MSc tot goede ONDERZOEKERS. Het opleiden van goede onderzoekers KAN ook bij het bedrijfsleven worden gedaan natuurlijk.
  5. Het doen van ONDERZOEK aan een universiteit is derhalve een OPLEIDINGSMIDDEL.
  6. Maar een beperkt aantal goed opgeleide ONDERZOEKERS kan een carrière opbouwen aan een Universiteit.
  7. Elke Universiteit heeft daarom gewoon twee primaire taken: het opleiden van BSc’s en MSc’ en het opleiden van MSc tot goede onderzoekers via AIO trajecten.

Simpel toch? Waarom vragen we daarom meer als maatschappij aan universiteiten?