Waarom PBL financiële sommen voor klimaat-akkoord eigenlijk niet (kunnen) kloppen. Ter illustratie de sommen van mijn eigen situatie thuis (en ook met vliegen erbij). Over OPEX, CAPEX en ‘meer-kosten’ berekeningen.

Zeker 1.000 miljard euro. Zo hoog wordt volgens Forum voor Democratie de rekening voor het klimaatneutraal maken van Nederland in 2050. Leider Thierry Baudet noemde het bedrag vorige week nog in het Kamerdebat over het ontwerp-Klimaatakkoord. NRC checkte dit bedrag en bestempelde het als onwaar. Ikzelf denk dat het NRC niet helemaal correct was met haar analyse … …. straks meer.

Op 13 maart 2019 kwam eindelijk het langverwachte PBL rapportuit. Een paar weken ervoor kwam ook Stichting Milieu, Wetenschap & Beleid(SMWB) met een indrukwekkend rapport uit. Beide rapporten proberen in kaart te brengen hoe a) welke CO2 reducerende maatregelen er genomen kunnen worden, en b) wie de rekening gaat betalen. Kortom, beide rapporten kijken naar suggesties uit het Energieakkoord en de bijbehorende kosten. De doorrekening van het PBL laat trouwens duidelijk zien dat we de doelstelling van Parijs waarschijnlijk niet gehaald zal worden, PBL schat in dat de emissies in Nederland in 2030circa 43-51%lager zijn dan 1990.

De halvering van de emissies in 2030 t.o.v. 1990 is de doelstelling. De meer-kosten volgens de experts zijn 56-75 miljard tot 2030 (PBL) en rond de 107 miljard (SMWB). De bandbreedte is ongeveer 5 tot 10 miljard per jaar dus (aan meer-kosten) tot 2030.

By the way, ik vind mezelf absoluut geen klimaatcriticus. De exacte relatie tussen antropogene CO2_eq emissies en opwarming (en de vraag of wij Nederlanders daar mondiaal veel of weinig aan bijdragen) vind ik niet bijzonder relevant. Wel zegt de ‘chemicus’ in mij al heel erg lang: het gaat vooral om onze ‘verslaving aan aardolie, aardgas en steenkolen’.En daar ben ik dan ook wel een voorstander van. Verder bestaan er geen snelle gemakkelijke en goedkope oplossingen oplossingen, en alles wat we nu gaan doen dus, zorgt voor een kostenverhoging (wat niet erg is wat mij betreft). We gaan dit allemaal voelen in onze portemonnee.

De stelling van Hendrik J Kaput is daarom al lang:“Gestaffelde brandstofprijzen voor alle sectoren en Schiphol dicht natuurlijk”. Hiermee benadrukt hij dus ook ‘ons fossiele brandstofverbruik’ reduceren, daar ligt onze werkelijke uitdaging.

Laat ik eerst een wat simpele sommen maken voor ons eigen huishouden. Is het mogelijk om onze duurzame energie te verhogen met 50% in 2030 (en daarna met 90% in 2050) zodat we automatisch ook 50% minder emissies hebben,de uitgangspunten die ik gebruik zijn:

  • 3200kWh verbruiken we per jaar en 1600 m3 gas per jaar (gasverbuik in kWh is ongeveer 14.000kWh)
  • We rijden in twee auto’s en gemiddeld per jaar is dat ongeveer 60 duizend km. Ongeveer 4000 liter benzine. Als we dit elektrisch zouden gaan doen, dan kost ons dat ongeveer 13.000 tot 15.000 kWh.
  • We vliegen als huishouden ongeveer 15x enkele vluchten per jaar (waarvan er eigenlijk 8-12 zakelijke vluchten, dus die hoef ik niet mee te tellen).
  • We eten vlees (maar niet elke dag).
  • We scheiden ons afval in plastic, biologisch en restafval.
  • Voor het gemak van de sommen tel ik onze gewone consumptie van voedsel en spullen even niet mee.

Enkele investeringen die we waarschijnlijk gaan doen of recent gedaan hebben:

  • 12.000 euro voor 29 zonnepanelen die ongeveer 7500-8000kWh opleveren. Hiermee kunnen we denk ik in de toekomst a) in ons huidig E verbruik voorzien, b) een E-boiler inzetten, c) een warmtepomp aan het werk zetten.
  • Voor het gemak van de getallen ga ik alles even omzetten naar kWh en neem voor het gemak ook allerlei problemen die met conversie verliezen te maken hebben niet mee.
  • Een elektrische boiler zodat we onze gas gestookte geiser kunnen weggooien. Kosten ongeveer 1200 euro, en dit wel kost 1000-1200kWh extra per jaar (maar minder gas).
  • Een warmtepomp (+top-koeling) voor de totale verwarming van ons huis. Waarschijnlijk kost dit ongeveer 5.000 euro, maar het kan ook meer zijn. 8.000-10.000 euro lijkt reëler. Ik denk dat dat ongeveer 2600kWh aan elektra (en een besparing van 1000 m3 gas).
  • Extra isolatie (ons huis is behoorlijk goed op dit moment): 3.000 tot 5.000 euro.
  • Extra panelen (kan fysiek niet; ons dak ligt vol) of wind-delen (stukje eigen windmolen?) zodat we ook duurzaam kunnen auto-rijden. Eigen duurzame E productie kost dan ongeveer 20.000 tot 25.000 euro eenmalig denk ik.

Met een totale investering van dus 46.000 euro (af te schrijven in 15 jaar, dus 3000 euro per jaar) kunnen we a) zelf onze energie duurzaam produceren, b) van het gas af (al blijven we een aansluiting nodig hebben), c) auto+warmwater+verwarming+elektra_thuis ‘groen’ krijgen.

Ik tel dan nietmee dat een elektrische auto waarschijnlijk 10.000 tot 20.000 euro duurder is (4000 euro per jaar?). En vooral onze vliegreizen en overige consumptie heb ik ook nietmeegeteld.

De vraag is dan hoeveel CO2 emissie we dan als huishouden gaan besparen. Hierbij een over-de-duim berekening. Stel dat al ons huidig energieverbruik nu niet-duurzaam is. Dan verbruiken we nu jaarlijks ongeveer 30.000 kWh (ik tel dus de vliegreizen en andere consumptie nog steeds niet mee!). Met een investering van 46.000 euro gaan we dus een volledig duurzaam huishouden kunnen zijn (zonder die vliegreizen …).

Hiermee (met 50k) voldoet ons huis dan alvast aan 2050 doelstelling (als we tenminste die 50k ook gaan stukslaan en niet uitbundiger gaan leven). Of toch niet helemaal … …  

Maar hoe zit het dan nu met die vliegreisjes? Laat ik wat zeer grove veronderstellingen doen. Het brandstofverbruik van de jumbojet bedraagt gemiddeld ongeveer 10 ton kerosine per uur. Rekening houdend met de dichtheid van kerosine komt dit neer op 12.500 liter kerosine per uur. Acht uur vliegen levert dus een verbruik op van 100.000 liter, dat is 300 liter per persoon, of te wel 40 liter kerosine per uur per persoon. Onze reizen zijn meestal binnen Europa, dus ik neem een gemiddelde van 4 uur voor een vlucht aan. 15 vluchten per jaar x 4 x 40 liter = 2400 liter kerosine (of 1200 liter als ik de zakelijke vluchten niet meetel). De uitstoot van een liter kerosine is best vergelijkbaar met die van benzine. Dus 2400 liter is ongeveer 10.000 kWh. Oeps, dan heb ik nog eens voor minstens 15.000 euro aan investeringen in windmolens of zonnepanelen te doen (onze 30.000 kWh jaarlijks wordt dan 45.000kWh jaarlijks) om vliegreizen te compenseren.

Stel dat we dat -compensatie van de vliegreizen- nu eens niet gaan doen tot 2030. Ons huishouden verduurzaamt dan 30.000 : 45.000 = 67%.We doen dan dus een reductie van 67% op ons eigen fossiele brandstof verbruik en daarmee dus automatisch ook op de CO2 uitstoot van ons totale huishouden. Dit kost ons huishouden de komende 15 jaar wel ongeveer 50k_euro of te wel 4200 euro per jaar(maar dan halen we wel het klimaatdoel 2030!).

Waar PBL en politiek zegt “wij investeren een hoeveelheid miljard”, bedoelt de politiek waarschijnlijk “wij als politiek gaan subsidies geven en dat kost ons nationale overheid ongeveer een paar miljard per jaar”. De echte investeringen (=CAPEX), is de uitgaven (en de financiering daarvan) voor alle nieuwe machines, windmolens, nieuwe infrastructuur, etc. deze collectieven totale investeringsopgave loopt echt in de honderden miljarden euro’s. Maar die CAPEX ligt bij huishoudens en industrie en andere marktpartijen! Thierry Baudet neemt wel deze totale CAPEX aan investeringen mee in zijn sommen. Verzachten van deze totale CAPEX kan, maar dan moet de communicatie gaan over ‘de meerkosten’.

Nu de volgende snelle berekening. Er zijn ongeveer 7,5 miljoen huishoudens in Nederland. Stel dat we nu 50.000 euro x 7,5 miljoen huishoudens doen. Dan komen we uit op een 375 miljard euro voor alle huishoudens**.Let op in die 50k per huishouden zit geen extra meerkosten voor aanschaf van elektrische auto’s, zit niet ingecalculeerd dat consumentenproducten duurder gaan worden, zit geen geen investering bij de elektra-maatschappijen of industrie (dat uiteindelijk doorbelast wordt in de consumentenprijzen). 375 miljard is flink meer dan de 107 miljard van SMWB of dan de 56-75 miljard van PBL.Waar ligt dat aan? Simpel? Er wordt gekeken bij PBL naar de ‘meerkosten’ (of te wel de extra kosten t.a.v. de huidige situatie) en niet naar de werkelijke investeringen (CAPEX).

Stel we gaan dat ook nog eens proberen mee te nemen in de berekeningen. We bepalen dus niet de CAPEX, maar gaan de extra meerkosten inschatten. Dan moeten we rekening houden met de opbrengsten die we kunnen gaan krijgen door de investeringen (meestal een verlaging van de OPEX: minder gas, minder benzine, etc.). Nu geven wij thuis jaarlijks uit (dat zijn de werkelijke getallen waarop ons huishouden kan besparen):

  • 4000 liter benzine a 1,70 euro (all in) = 6800 euro.
  • 1600 m3 gas (ik tel de aansluiting niet mee) a 0,25 euro = 400 euro.
  • 3200 kWh a 0,10 euro = 320 euro per jaar.

Dus onze potentiële besparing is 7500 euro per jaar en onze jaarlijkse afschrijvingskosten (over 15 jaar) waren maar 4200 euro (46k : 15 jaar). Deze som zou suggererendat we dus bijna 3000 euro minder gaan betalen indien we investeren, maar ja, een elektrische auto is wel duurder (ik schat 4k per jaar aan afschrijving). Dus de extra kosten per jaar voor de 67% verduurzaming van ons huishouden is dan ongeveer nog steeds 1000 euro (7500-4200=3000, 3000-4000= -1000 per jaar. 15k voor 15 jaar).

Voor 7,5 miljoen huishoudens zit ik dan op 7,5 miljard euro per jaar aan extra investeringen of te wel 112 miljard euro aan de meer-kostenin de komende 15 jaar. En dit bedrag ligt qua orde grootte dichter bij SMWB schattingen dan bij PBL schattingen. Ik denk dat het PBL rapport daarom een politiek tintje heeft meegekregen tijdens het schrijven (een te duur beleid zou niet goed vallen in Den Haag)

Ik denk dat de totale investering voor de energietransitie in de komende 15 jaar ongeveer is: 375 miljard voor huishoudens (waarvan 112 miljard aan meerkosten) en ergens tussen de 500-750 miljard voor de industrie (waarvan ongeveer 100 tot 200 miljard aan meer-kosten). Ik stem niet op hem, maar ik denk dat die 1000 miljard aan totale investeringen van Thierry Baudet nog niet zo gek gegokt was door hem.

Tenslotte. Bovenstaande sommen gaan uit van ‘een gemiddeld huishouden’. En totale energieverbruik van de huishoudens is maar 20%. Stel dat ook alle industrie gaat investeren? Hoeveel miljard gaat dat dan de industrie kosten? Dit is een zeer lastige som, ik zou niet weten waar we moeten beginnen; dit is iets voor een volgende blogje dus.

Een tipje van de sluier? Ik denk dat een euro investering in de industrie meer emissie besparing kan opleveren dan bij een huishouden (misschien 2-4x meer?) Mijn eerste schattingen zijn daarom:

  • 375 miljard x 4 (want 4x meer energie verbruik) = 1500 miljard euro. 1500 miljard euro  : 3 (want besparingen kunnen beter en kosten efficiënter in de industrie gedaan worden dan bij huishoudens) = 500 miljard euro aan CAPEX.
  • 500 miljard aan CAPEX : 15 jaar = 33 miljard per jaar voor de totale industrie. Hiermee kan dan waarschijnlijk ook wel een -50% emissie reductie gehaald worden.
  • hoeveel meerkosten t.a.v. de gewone investeringen of OPEX kosten is dit dan? Heel lastig hier antwoord op te geven. Ik denk dat het misschien gaat om 100-250 miljard totaal gedurende de komende 15 jaar.  Wie deze meerkosten gaat betalen? Juist de huishoudens. Jij en ik dus (en consumenten in het buitenland).
  • Alle huishoudens in Nederland gaan dus denk ik 115 miljard (de huishoudens zelf) plus 100 miljard (meerkosten door-belasting op producten via de industrie) aan werkelijke kostenverhoging moeten gaan slikken de komende 15 jaar. Ongeveer 15 miljard extra per jaar.
  • De totale kosten stijging per huishouden voor de verduurzaming per jaar gaat ongeveer 2000 euro netto. Hiervoor gaat een gemiddeld gezin dus 3500-4000 bruto extra salaris moeten krijgen OFgenoegen nemen met een achteruitgang van zijn inkomen.

Het laatste woord is hier nog niet over gezegd denk ik. Wat ik de politiek wel wil meegeven als tip: ga vooral kijken naar reductie gebruik van fossiele brandstof (dus aardgas, aardolie, steenkolen), ga vooral kijken welke maatregelen het goedkoopste zijn om deze beoogde reductie te realiseren (kosten baten analyse dus). Ga niet teveel in op CO2 emissie reductie als doel (want dan krijg je afgeleide discussies) en ga al helemaal niet in op de relatie ‘opwarming van de aarde’ versus onze CO2 emissies (zonder rekening te houden met kringlopen). Hanteer daarom de stelling van Hendrik J. Kaput.

In het zonnetje gezet : Midas Dekkers “griep is voor medewerkers, ondernemers hebben soms last van een verkoudheid”.

Nog snel een tweede ‘in het zonnetje gezet’. Al mijn hele leven ben ik fan van Midas Dekkers. Wat een geweldige kennisdrager die ook nog eens fantastisch kan vertellen en schrijven. Bij toeval (dank YouTube) luisterde ik zonet naar hem.

Midas heeft geen griep vertelt hij want hij komt uit een middenstandsfamilie. Ondernemers worden alleen verkouden, en krijgen nooit de griep. Griep is voor medewerkers in vaste dienst. Medewerkers hebben twee genoegens in de winter. De wintersport en de griep. Met de griep kan je lekker een weekje in bed liggen en filmpjes kijken.

In het zonnetje gezet : prof Imke de Boer (WU) – de eerste integrale genuanceerde lezing rondom ons voedselsysteem. Neem een uur de tijd, luister en leer.

Dit blogje bestaat bijna tien jaar en gedurende die tijd heb ik een stuk of twintig keer bijzonder personen in het zonnetje gezet**. Vrijwel altijd zijn dit autonome denkers in hun vakgebied. Soms werkzaam aan een universiteit, maar zeker minstens net zo vaak personen die ook wel ‘volksprofessoren’ genoemd worden. Vandaag Imke de Boer (WU), maar eerst een lange introductie.

Door mijn prikkelende manier van schrijven – altijd op de inhoud, en nooit op de persoon! – heb ik binnen enkele managers bij de WUR niet altijd een even goede naam opgebouwd (bij veel inhoudelijk experts aan de WUR overigens wel!). Noem me maar een romanticus, maar ik ben van fundamenteel van mening dat je juist bij een goede universiteit inhoudelijk tot op het bot zou mogen debatteren op inhoud. Het hartgrondig niet met elkaar eens hoeft te zijn, zodat je vanuit dit ‘schuren’ tot betere inzichten komt. Een universitaire omgeving waar dat niet mag of kan, is gedoemd om weg te zakken.

Een universiteit waarin managers meningen van experts willen controleren, de communicatie wenst te reguleren, eigenlijk censuur toepast en van derden verwacht hun mond te houden mag zich geen universiteit noemen.

Mijn (kennis) ervaringen na dik twintig jaar liggen op de domeinen van gezonde voeding, voedsel en eet-systemen en generiek op complexiteit en innovatiebeleid en innovatiemanagement. Deze domeinen kan je alleen doorzien als je probeert de volledige integraliteit te doorgronden. Waarschijnlijk kost dit laatste me nog de rest van mijn leven. Want hoe meer je weet, hoe nederiger je wordt t.a.v. de complexiteit van deze systemen.

Een paar van mijn paradepaardjes zijn:

  • een beperkte hoeveelheid eiwitten zijn essentieel voor onze gezondheid. En vlees (en vis) in beperkte mate hoort daarbij. Volledig vegan of vegetariers zijn is dus niet nodig, en waarschijnlijk zelfs onduurzaam en minder gezond.
  • Inzetten op bio-energie (ook hout!) is niet duurzaam. Het energie-systeem mag nooit in competitie zijn met het voedselsysteem. Biobrandstoffen zijn derhalve geen oplossing voor ons energie-uitdaging.
  • Onze verslaving aan mijnbouw inputs -naast aardgas, aardolie, steenkolen vooral ook fosfaat– zijn onze grootste ‘zonde’, en in combinatie met een groeiende wereldbevolking levert dit de grootste ‘stress op het systeem aarde’ (zie ook save our children).
  • De meer-met-minder-keert is een onhandige (en wellicht zelfs verkeerde) strategie om te volgen. Meer yield per hectare (zonder rekening te houden met eindige inputs) of dierconversie (zonder rekening te houden met food-feed competitie) of emissie-reductie (zonder onderscheid in kort en lang-cyclus C) zijn dus verkeerde parameters om op te sturen in het grotere geheel. Dijkhuizen heeft met deze mono-manier van denken te lang zijn omgeving geframed.
  • Ik ben bijzonder kritisch op alle braaftaal die we gebruiken in zowel de media als politiek (en dus ook in academische setting) waarmee we niks meer duiden en dus ook defacto niks veranderen. Vandaar ook mijn kritiek op het holle kringloopvisie stuk van onze minister.
  • Hightech is en blijft een onderdeel van het eetsysteem. Minder chemie is echt een juiste richting (en ik ben chemicus ;-)), meer inzet van slimme fysische technologie (robots, machines, LED, etc etc.) mits elektricity-based is goed. We kunnen niet terug naar ot-en-sien, en ook niet doorgaan op de huidige schaalvergroting, mono-cultuur en chemie manier van voedselmaken. Ik pleit daarom voor een ‘derde weg’.
  • We dienen kennis-ontwikkelaars (pHd’s, universitair docenten en professoren) volledig te steunen, mits deze zich uit het domein van innovatie en ondernemerschap EN politiek houden. Een overheidsinstelling (CRO en universiteit) zou zich verre moeten houden van ontwikkeling en innovatie en helemaal buiten politieke en andere wilskeuzes moeten houden.

Terug naar Imke de Boer, vanochtend heb ik de tijd genomen om haar WURtalks lezing te bekijken op youtube. Deze lezing die bijna een uur duurt is werkelijk fantastisch. Ze vertelt op een zeer heldere manier hoe complex ons eet-systeem is en welke stappen we zouden moeten zetten naar een iets minder onduurzaam systeem. Een van de eerste keren dat ik een expert aan de WU zo glashelder hoor vertellen hoe het complexe systeem in elkaar zit. Een paar van haar inhoudelijke statements die langskomen in haar lezing (en die ik inhoudelijk deel):

  • focus op foodprint en yield is in het kader van ‘kringlopen’ een veel te eenzijdige aanpak. Focus op mineralen waaronder fosfaat (want eindig). Stikstof kunnen we uit de lucht halen.
  • Het verbouwen van diervoer (graan, mais, etc.) is eigenlijk niet duurzaam en dus onwenselijk. Landbouwproducten dienen we in te zetten als eten voor mensen, dieren dienen resten en on-eetbare gewassen te consumeren.
  • Landbouwdieren horen dus volledig in een modern eetsysteem. Wij mensen kunnen geen gras eten, en dieren zijn ook ‘reststroom’ opruimers. Tevens dient alle mest van dier EN mens, dient terug naar het land te gaan. Vooral om mineralen kringlopen -daar heb je hem weer fosfaat- te sluiten.
  • Rond de 25 gram dierlijk eiwit per persoon per dag lijkt (we weten het niet zekere) een soort van optimum te zijn. In vleestermen: maximaal 75 gram vlees per persoon per dag. Pleiten voor vegan worden is dus niet nodig.
  • Agri en food-reststromen dienen a) ingezet te worden als fertilizer op het land, b) als diervoer (mits reststromen), c) als bio-energie (vergisten!) d) koolstofopslag in de bodem (en dat is eigenlijk geen oplossing). En wel in deze volgorde!

** ja ook meerdere keren medewerkers van de WUR. Denk hierbij aan Tiny van Boekel, Ulphart Thoden van Velzen. En nu dus Imke de Boer.

Reclamefilmpje op Hormoonfactor terugkomdag 2018 en #SoftPaleo (plus de richtlijnen goede voeding 2025).

Een paar weken geleden heb ik op een zondag een lezing mogen geven bij Ralph Moorman (Hormoonfactor), ik had de ambitie om de hele lezing op te nemen op video … en dat is gelukt … tenminste voor de helft. Deze eerste helft is eigenlijk een reclamefilmpje voor TOP b.v.. 🙂

Voeding en Gezondheid blijft een geweldige hobby waar ik met plezier over schrijf op softpaleo.blog en wat kennis deel. Ralph Moorman en ikzelf hebben daarom een paar jaar geleden alvast maar de richtlijnen goede voeding 2025 geschreven.

Fijne Kerstdagen !

De Hormoonfactor terugkomdag 25 november 2018 – introductie Wouter de Heij en TOP b.v. from Wouter de Heij on Vimeo.

Nogmaals over de boeren-economie (een oligopsonie) en over de drie overwonnen vijanden (volgens Harari) via mijn vlogjes #11, #12 en #13.

Niet alleen onze boeren maar ook boeren wereldwijd zitten gevangen in het zelfde systeem. Een systeem van ‘waarde’ hebben, maar (te) weinig inkomen. De oplossingen die vanuit de zijlijn gegeven worden zijn altijd in de vorm van ‘meer met minder’, ga op zoek naar toegevoegde waarde, of werk beter samen.

Deze open deuren blijven intrappen heeft geen zin.

Vorige week in Egypte heb ik zelfs de wereldbank deze “open deuren” horen benoemen en een tijdje geleden de WUR nog. Maar ik beken, ik kan er zelf ook wat van. Mijn retail-tips staan hier, en boeren dienen aan hun volume klop te draaien.

Ik zou er moedeloos van worden. Het boeren-economie systeem is bijzonder want het is een Oligopsonie. Er zijn veel aanbieders, een maar paar klanten. Prijselastische is dit een grote ramp: Een paar procent teveel volume in de markt, en de prijzen per eenheid zakken volledig weg. Vaak zelfs onder de kostprijs.

Wat dan wel?

Om te beginnen, hou je bezig met de toekomst. Durf in te schatten waar het naar toegaat, laat je inspireren. Ga ondernemen en durf van de gebaande paden af te stappen. Snap verder wat er wereldwijd speelt, en verdiep je in de psychologie van burgers (en consumenten). Wij in de westerse wereld leven immers in de penthouse van de piramide van Maslov, en we hebben drie belangrijke vijanden overwonnen. Luister maar naar deze drie Vlogjes op mijn YouTube kanaal.

Even bijpraten over het Nationaal preventie Akkoord, discussie op Foodlog en de omarming van NutriScore door CBL.

De laatste twee weken zijn er twee interessante onderwerpen die met onze gezondheid te maken hebben in de pers gekomen. Natuurlijk kregen we vorige week het (mislukken van) het Nationaal Preventie Akkoord van minister Blokhuis; breed besproken in de pers. Maar deze week ook een opmerkelijk positief persbericht van CBL (Marc Jansen, of te wel de Supermarkten).

Om met dit laatste te beginnen. In het NRC valt te lezen dat de Supermarkten (CBL dus) hun verzet tegen een gezondheidslogo staken, en zelfs een voorstander geworden zijn van de Franse Nutriscore. Ik vind dit een mooie ontwikkeling. De Nutriscore is niet perfect (daarvoor moet je toch eerder kijken naar de nutrient-density; zie ook FDA). Maar na geklungel met het Vinkje (en opvolgers), gaan we nu gelukkig toch een stap vooruit zetten. Dat FNLI ging sputteren was natuurlijk ook te verwachten. De supermarkten kiezen nu voor zichzelf en het belang van de consument; en ik juich die draai zeer toe. 

Supermarkten staken hun verzet tegen een logo dat in één oogopslag laat zien of een product ongezond is. Dat zegt Marc Jansen, voorzitter van de branchevereniging van supermarkten (CBL), tegen NRC. De supermarkten pleiten nu voor een logo waarmee eten en drinken een score van A (groen) tot E (rood) krijgt. In het verleden wilden supermarkten dit niet. Jansen: „We zijn niet langer tegen ‘rood’ op een verpakking. Consumenten weten zelf heel goed welke producten ongezond zijn.”

Het logo dat de supermarkten willen, lijkt op het bekende energielabel en is gebaseerd op de Franse Nutriscore. Op dit label staat een oordeel over het product als geheel. Gekeken wordt naar calorieën, suikers, verzadigd vet, zout, eiwit, vezels, fruit, groente en noten. A staat voor de gezondste samenstelling en score E betekent dat het een ongezond product is. Het CBL vindt wel dat het Franse systeem moet worden afgestemd op de Nederlandse Schijf van Vijf, de lijst voor een gezond eetpatroon van het Voedingscentrum.

Terug naar het Nationale Preventie Akkoord. De drie thema’s roken, overgewicht en alcohol zijn in een maand of tien besproken door bijna 70 maatschappelijke organisaties. Vorige week maakte ik al twee podcasts hierover (zie hieronder). Nummer drie zal ik ook wel gaan maken wanneer ik wat meer tijd beschikbaar heb.

De inhoud van nummer drie zal ik wel alvast verklappen. Ik ben van mening dat het Nationale Preventie akkoord eigenlijk mislukt is. Op roken worden aanvullende maatregelen genomen (de industrie zat ook niet aan tafel), en bij alcohol wordt ‘lafjes’ alleen nadruk gelegd met maatregelen op specifieke doelgroepen (zwangere vrouwen, kinderen en alcoholisten). Maar bij thema overgewicht zijn de voorstellen bij lange na niet voldoende om welk doel dan ook te behalen.

Ik snap dat ook wel: Polderen met de voedselindustrie heeft natuurlijk geen zin; die willen geen rode stoplichten, suikertax of andere maatregelen die hun belangen schaden. Coca Cola en Unilever betrekken bij het thema overgewicht dat is  dus gewoon niet van deze tijd (=gele kaart Blokhuis). Je krijgt dan echt geen suikertax of strenge maatregelen. Zie ook mijn mening bij de discussie op Foodlog hierover (mijn reacties staan rond #1, #10 tot 12#).

Uit FTM.nl “Geef het universitair onderwijs terug aan de docent. Van kruisbestuiving tussen onderzoek en onderwijs heb ik nooit zoveel gemerkt”

Top stuk in het FTM vandaag. Weinig op aan te vullen dus.

Het schuurt aan drie kanten dus op de universiteiten. i) Slechtere opleidingen, ii) minder diepgravend onderzoek, en iii) valse concurrentie met privaat bedrijfsleven rondom innovatie en ontwikkeling.

Goede OPLEIDING is DE doelstelling van hoge scholen en universiteiten (en de mogelijke onderzoeksvaardigheden van docenten heeft daar dus niks mee te maken dus), maar ook ONTWIKKELING en INNOVATIE hoort dus ook niet thuis bij een goede universiteit!

Laat ik het anders zeggen,  onderzoek is een afgeleide doelstelling: “door jong talent goed op te leiden, zal dit talent NA zijn universitaire opleiding bij het bedrijfsleven producten en diensten KUNNEN gaan ONTWIKKELEN”.

Vandaar dat ik nog veel stellige ben dan FTM. Onderzoek is ALLEEN een MIDDEL om NA een MSc traject, jonge talent dat een ONDERZOEKS-CARRIERE ambieert te leren (via een praktijk traject rondom het fundamentele onderzoeksproject dus) een extra opleiding mee te geven. We noemen in het Nederlands een phd-student niet voor niks een (ONDERZOEKS)ASSISTENT IN OPLEIDING (AIO).

Dus:

  1. Het GOED opleiden van jong talent tot een ZELFSTANDIGE DENKENDE BSc of MSc met KENNIS zou voorop moeten staan als doelstelling van elke Universiteit.
  2. BSc en MSc moeten in de praktijk (bij het bedrijfsleven dus) gaan leren hoe ontwikkeling en innovatie moet worden uitgevoerd. ONTWIKKEL en ONTWERPEN leer je in de praktijk bij een (privaat) bedrijf dus.
  3. ONTWIKKELING van diensten en producten is dus derhalve GEEN universitaire taak. En daarvoor dient dus ook geen budget beschikbaar voor te zijn bij universiteiten. En misschien moet er gewoon een verbod komen op deze ontwikkel-activiteiten.
  4. Het opleiden van potentiële (fundamentele) onderzoekers KAN via een AIO traject. Het DOEL van een AIO traject is dus het OPLEIDEN van MSc tot goede ONDERZOEKERS. Het opleiden van goede onderzoekers KAN ook bij het bedrijfsleven worden gedaan natuurlijk.
  5. Het doen van ONDERZOEK aan een universiteit is derhalve een OPLEIDINGSMIDDEL.
  6. Maar een beperkt aantal goed opgeleide ONDERZOEKERS kan een carrière opbouwen aan een Universiteit.
  7. Elke Universiteit heeft daarom gewoon twee primaire taken: het opleiden van BSc’s en MSc’ en het opleiden van MSc tot goede onderzoekers via AIO trajecten.

Simpel toch? Waarom vragen we daarom meer als maatschappij aan universiteiten?

Vooraankondiging FTM.nl (2028) – Hoe Holst in Wageningen ook een mislukking werd, een reconstructie tien jaar na dato.

FTM.nl (Follow the Money)
Datum 14 november 2028

In de Gelderlander van afgelopen week (“onderzoekscommissie Holst in Wageningen (OnePlanet) uit zware kritiek op de provincie, Gedeputeerde stapt per direct op”, 10 november 2028) vroeg een lokale collectief onderzoeksjournalisten zich af hoe het heeft kunnen gebeuren dat 65 miljoen gemeenschapsgeld niet tot het gewenste resultaat heeft kunnen leiden. “hoe kan het dat met in 2018 lokaal niet wist hoe innovatieprocessen verlopen en toch in het Holst van Wageningen heeft kunnen investeren”.

Hoe kan het dat een zwak plan -waar private investeerders geen heil in zagen in 2018- toch door de provincie gefinancierd werd en alle negatieve signalen van tien jaar geleden dat was de centrale vraag waar de de onderzoekscommissie die recent na drie maanden onderzoek zijn vernietigende rapport toelichtte bij een persconferentie antwoord op probeerde te geven. De vertrokken gedeputeerde gaf als reactie op deze persconferentie nog het zwakke argument “in 2018 hebben hebben mijn voorgangers na een zorgvuldig proces waarbij de adviseurs van de WUR, de regionale ontwikkelingsmaatschappij en McKinsey geconsulteerd zijn, het besluit genomen tot deze investering. Ook kregen wij morele steun van tientallen organisaties. Met de wijsheid van nu (2028) hadden we wellicht tien jaar geleden (2018) een ander besluit genomen. Met mijn aftreden trek ik de politieke consequentie die getrokken moet worden uit dit duidelijke maar snoeiharde rapport”.

Follow the Money pakt dit onderwerp op en zal een reconstructie maken van de gebeurtenissen van tien jaar geleden in de komende weken Hoe heeft de besluitvorming in de provincie kunnen plaats vinden in 2018? Hoe komt het dat de gemeente Wageningen en specifiek de provincie Gelderland in dezelfde valkuil getrapt te zijn waarin ook het Holst instituut in Eindhoven getrapt is?

Het wordt een analyse rondom het gebrek aan kennis van innovatieprocessen bij ambtenaren, over een te ambitieus en naïef zakelijk plan, totale gebrek aan participatie van lokaal hightech MKB en vooral ook gebrek financiering vanuit het private bedrijfsleven in de jaren 2018-2025. Een eerste tipje van de sluier: Het onderwerp was in 2018 goed gekozen, de uitvoering gericht op fundamenteel onderzoek (AIO’s) niet. De governance en executie zijn totaal verkeerd ingeregeld bij de opstart van het goedbedoelde initiatief.

In de komende weken zullen wij bij Follow the Money antwoord geven op de vragen: wat was het Wageningse Holst instituut nu eigenlijk? Waarom is het uiteindelijk mislukt. Waarom heeft de provincie toch in 2018 zijn besluitvorming rondom een investering van 65 miljoen ondanks signalen uit het veld kunnen doorzetten? Tenslotte zullen we lessen voor de toekomst trekken. … en waarom lokale overheden in deze valkuil zullen blijven trappen in de toekomst.

 

Innovatiebeleid 2.0 – geen verbetering te zien in de laatste 10 jaar. In tegendeel. En juist NU heeft Nederland een goed beleid nodig. (2)

Afgelopen zaterdag schreef ik een fascinatie te hebben voor systeemkunde en complexe systemen. En ik schreef me zorgen te maken over de toekomst van ons land. Juist in de huidige economische piek, kunnen we gemakkelijk bijsturen, en dus een nieuwe weg inslaan.

Als warming-up eerst maar wat inspiratie en daarna wat theorie:

Jonas Ridderstrale – Food Valley congress 2010 from Wouter de Heij on Vimeo.

Harold van Garderen. en Jan Wouter Vasbinder zijn voorbeelden van (academische) denkers uit Nederland binnen dit vakgebied. Ik ken zelf geen vakgroepen aan Nederlandse universiteiten die zich in dit domein hebben willen specialiseren. Een zeer groot gemis denk ik.

Harold heeft -toeval bestaat niet- afgelopen weekend een stuk op Linkedin geschreven met de titel “Hoe evalueer je de effecten van beleid op de praktijk?”. Wat mij betreft is dat artikel verplichte kost voor beleidsmakers, politici en directeuren van grote bedrijven. Monitoring van beleid: ja, maar inzet van KPI’s  (in de vorm van getallen) werkt alleen in goed gedefinieerde en ordelijke systemen. In alle gevallen heb je veel meer aan verhalen (ook wel narratieven genoemd). Niks geen spreadsheets of evaluaties op basis van 1-10 scores dus. En ook geen 0-meting en dan over een jaar herhaling. Verhalen continu, plaatsgebonden en altijd ‘ophalen’, verwerken en duiden. StoryConnect kan daarbij helpen; neem contact met hem op zou ik zeggen.

Innovatiebeleid 2.0 (deel1) : De grote oplossing van alles (terwijl grand designs niet bestaan).

Hier zijn ze de 10 oplossingen (of oplossings-richtingen eigenlijk) voor in complexe systemen:

1. De maatschappij is erg complex. Juist daarom is stevig ingrijpen onverstandig. De safe fail aanpak -waarbij je kleine DOE experimenten in de praktijk uitvoert- is daarom de aanbevolen weg. Overheden bepalen alleen de maatschappelijke spelregels en de politiek geeft de maatschappelijke wilskeuzes aan. Ondernemers moeten het echter zelf doen.

2. Accepteer dat in een volwassen markt (red ocean) er door schaalvergroting en fusies uiteindelijk maar een paar spelers overblijven. Er zijn derhalve maar drie vragen – neen eigenlijk zijn het wilskeuzes – die we moeten beantwoorden:
– Wanneer vinden we dat een ‘markt’ te klein is geworden? Hoeveel spelers moeten er minimaal overblijven zodat er voldoende ‘balance of powers’ is, en dat er geen kartelvorming ontstaat?
– Wanneer is een organisatie of bedrijf in een volwassen markt ‘te groot’? Dit punt heeft uiteraard ook met mededingsrecht te maken.
– In geval van een mondiale markt: welke bedrijven / sectoren zijn van landsbelang om hoe dan ook te behouden in Nederland? En zo ja, wat doen we dan om deze sectoren te behouden?

Voorbeelden: de retailmarkt heeft nog maar vier inkooporganisaties en AH is (lokaal) een monopolist. Dit is een onwenselijke situatie.Volwassen markten zijn volwassen omdat ze volwassen zijn, en we zouden aan volwassen bedrijven geen ‘zakgeld’ moeten geven. Volwassen bedrijven en sectoren kunnen voor zichzelf zorgen is mijn stelling. En we mogen ons ook nooit meer door volwassen bedrijven of sectoren laten ‘gijzelen’ als maatschappij (en dit laatste is gebeurd tijdens de bankencrisis in 2008-2009 en bijvoorbeeld in USA met de automobielfabrikanten).

Voorbeeld: de ING bank is eigenlijk te groot voor onze maatschappij. Wij kunnen de risico’s niet afdekken bij problemen. Dus moeten we stimuleren dat er nieuwe banken -zoals Bunq- komen.

3. De maatschappij zou heldere en eventueel striktere spelregels mogen stellen aan de spelers in een volwassen markt. Deze spelregels moeten gaan over ‘milieu’, ‘sociale facetten’ of bijvoorbeeld over diervriendelijkheid. Kortom naast puur financiële factoren, ook ‘zachte’ en ‘kwaliteits’ eisen opleggen binnen een volwassen markt. Richting spelers in een volwassen markt mogen we zelfs wat strenger zijn dan richting een niet volwassen markt.

Voorbeeld: grotere varkensstallen mogen, mits minimaal aan 1ster wordt voldaan.  Of nog beter 2sterren dierenbescherming met aanvullende milieu maatregelen. Grote varkensstallen zonder een ster van de dierenbescherming zou dus verboden moeten worden. Dat zou een basis van goed beleid kunnen zijn. 

4. Volwassen markten hebben altijd de neiging om te gaan ‘verbulken’, en dit te verbloemen met ‘marketing’. Vernieuwing ontstaat echter vrijwel altijd vanuit de onderkant, aangezien de noodzaak tot verandering (stress) daar meestal het grootste is. Daarom moeten we als maatschappij deze vernieuwing blijven stimuleren.

Voorbeeld: de varkenssector (vion), de dominantie van Microsoft op computers (en Apple op smartphones). Dus het is logisch dat coca-cola een suikertax meekrijgt, of dat we tabaksfabrikanten niet vragen mee te praten met gezondheidstafels.

5. De maatschappij – lees de overheid- heeft de plicht om samen met ondernemers diversiteit te zaaien. Diversiteit zorgt immers voor (a) meer competitie, (b) noodzakelijke vernieuwing / innovatie, (c) voor een stabielere maatschappij (veerkracht). Deze drie facetten zijn van cruciaal belang om ook op termijn een prettig en welvarend land te behouden. Kennisinstellingen en universiteiten zorgen voor een goede opleiding van jong talent (niet meer en niet minder!).

Voorbeeld: 10 jaar geleden was Apple op sterven na dood. Nu is de beurskoers groter dan die van Microsoft. TomTom is pas vijftien jaar oud, maar zit in een lastige tijd (wie gebruikt er nog niet Waze?). Stel ASML komt niet meer met vernieuwing? Hoe ziet Eindhoven er dan uit over vijf tot tien jaar? 

6. Een jonge of opkomende sector (die nog bezig is een blue-ocean te creëren) mag tijdelijk geholpen worden door de maatschappij. Helpen kan met subsidie of kredieten, maar je kan een jonge sector ook ‘in-kind’ helpen of tijdelijk de spelregels versoepelen. Hulp kan echter nooit structureel zijn. Hulp geef je alleen bij de opstart. Doelstelling zou moeten zijn om zo snel mogelijk volwassen te worden.

Voorbeeld: de markt voor vleesvervangers en substituten, er zijn in Nederland ongeveer twintig producenten en de omzet is minder dan honderd miljoen. Het lijkt logisch om deze sector te steunen. Maar vraag dan wel aan de producenten zelf wat ze nodig hebben. Bedrijven weten dat beter dan universiteiten.

7. Diversiteit creëer je door veel nieuwe kleine initiatieven te (laten) starten. Nieuwe initiatieven kun je het beste ‘buiten’ bestaande organisaties of instituten neerzetten. Het realiseren van een innovatie is overigens iets dat je met professionals doet. Het starten van nieuwe initiatieven mag niet als resultaat hebben dan een ‘ander’ nieuw initiatief valselijk wordt beconcurreerd.

Voorbeeld, een start-up runnen in een multinational voelt onhandig. Naast de organisatie zetten is het advies daarom. Zo stuurt Apple zijn R&D-team als los bedrijf aan. Hoe meer nieuwe initiatieven los worden geinititeerd hoe groter de kans op successen. Kortom hanteer het olie-tanker en zodiac model

8. Als overheid kan je diversiteit zaaien door met open innovatieprogramma’s te gaan werken of nog beter door Moonshots te introduceren. Binnen zo’n programma mogen hoofdthema’s worden vastgelegd, maar nooit mag de exacte definitie van het project worden vastgelegd. De beoordelingscommissie moet oordelen op basis van (a) innovatie en diversiteit, (b) samenwerkingsverband (is er synergie), (c) verduurzaming en gezondheid en sociale verbetering, (d) de business case (zit er groeipotentie in het project), en eigenlijk ook op (e) ervaring en motivatie van het team.

Voorbeeld, huidige beoordelingscommissies van innovatie programmas zijn te vaak bemand met inhoudelijke experts die eigenlijk een eigenbelang hebben. Ook wordt er gekeken naar wetenschappelijke criteria. Dit is fout.

9. Om succesvol te kunnen zaaien is, naast een goed idee, vooral (intrinsieke) motivatie, creativiteit en leiderschap nodig. Zonder doorzettingsvermogen wordt een ideetje nooit realiteit. Zonder realiteit geen omzet en mensen werkzaam in de nieuwe sector. Innoveren is kortom DOEN in de praktijk. En het DOEN is iets voor ondernemers. Ondernemers groot en klein dienen elkaar op te zwepen in het proberen te realiseren van ‘moonshots’ en vooral in het oplossen van alle deelproblemen die daarbij op het pad worden tegengekomen.

10. Passie, trackrecord, goede naam, zijn veel belangrijkere criteria dan een goede opleiding of carrière. Schrijven of presenteren is immers niet het doel. Vraag dat dan ook niet teveel aan innovators. Geel, rode denkers dus, en niet blauw en groen.

MKB is geen enge (onbekende) diersoort en ook geen klein kind waar je voor moet zorgen. Praat met elkaar i.p.v. over elkaar. Zo simpel is het.

Ik kom net thuis van een ‘strategie’ bijeenkomst met onze provincie, een grote consultancy club, de universiteit multinationals. En o ja ook een paar MKB-ers (waaronder ikzelf dus). Doelstelling was om meerjaren plannen te maken en te bekijken hoe een eco-systeem verbeterd kan worden. Natuurlijk gingen alle braaf-taal-woorden weer over tafel (samenwerken, duurzaamheid, gezondheid, ecosysteem, etc.) en vond ik het zelf (te) lastig om mijn mond te houden.

Betreffende meeting was ‘geheim’ dus ik kan er nu niets inhoudelijks over zeggen. Wel heb ik weer een groot gedeelte van mijn avond hieraan gespendeerd en heb ik meerdere keren gemerkt dat de hartslagmeter op mijn iPhone op tilt sloeg. We zullen maar zeggen ‘door passie’ van ondergetekende ;-).

Hoe dan ook, zo laat op deze avond nog snel een blogje. Dit keer over de term “MKB”. En wel in de zin met een ‘negatieve of zielige’ lading.

Deze avond in dit hoge heren gezelschap (met te weinig dames moet ik bekken), ging het ook weer eens over “MKB”. MKB moet immers geholpen worden, MKB heeft alleen een korte termijn strategie, MKB heeft kennis nodig, MKB kan geen business cases maken, MKB had geen eens tijd om aan te schuiven, MKB moet meer betrokken worden, MKB heeft ons nodig om te groeien, MKB snapt het niet, MKB etc etc etc.

STOP!

Ik wordt zo moe van dit “MKB zou/heeft/moet” gelul.

MKB is alleen maar een term die gebruikt wordt om een bedrijfsgrootte mee aan te geven. Niets meer en niets minder. “MKB-Bedrijven zijn veel diverser dan alle blanke hoogopgeleiden mannen in deze zaal”, riep ik nog uit. “Ik ben MKB, maar mijn project-innovatie organisatie is niet typisch MKB”. Om een paar voorbeelden te noemen van MKB bedrijven uit Nederland:

  • Een vriendje van mij is eigenaar van een machine-handels en service organisatie. Hij importeert en exporteert machine.
  • Om de hoek zit een privé MKB bedrijf gespecialiseerd in eiwit-onderzoek. Als dienstverlener.
  • Ojah was MKB (en maakt vleesvervangers voor derden). Ze maken en verkoop een gestructureerd eiwitproduct.
  • Een bekende heeft 10 horeca zaken in het oosten van het land.
  • Een relatie heeft een industriële bakkerij en tientallen mensen aan het werk.
  • Een andere vriendje heeft een gespecialiseerd software bedrijf. Internationaal actief.
  • In Helmond zit een loonwerkbedrijf dat zich gespecialiseerd heeft in pascalisatie.
  • Mijn accountant is denk ik ook een MKB-er.

Kortom, allemaal MKB-bedrijven, maar zeer divers is marktpositie, professionaliteit, in lokaal versus internationaal. Soms zijn ze vooroplopend, soms achterblijvers. Vaak prima opgeleid, maar niet altijd. En bijna altijd wordt er heel hard gewerkt.

Mensen, MKB is geen enge onbekende diersoort of zo. MKB is ook geen klein kind dat alleen geholpen kan worden door een universiteit of multinational. Of door de provincie. De woord keuze alleen al ‘geholpen worden’, MKB is vooral ook geen klein kind waar je voor moet zorgen als ouder?

Mijn ervaring: MKB werkt graag samen (met elkaar). En samenwerken doe je vanuit gelijkwaardigheid, toegevoegde waarden en respect over en weer. En mijn ervaring is dat een dergelijke partership fantastisch kan zijn. MKB is menselijk, gepassioneerd, efficient. MKB houdt van zijn omgeving. Vandaar dus mijn advies:

Praat niet over bedrijven of mensen, maar praat met hen. Simpel.

ZO EN NU GA IK SLAPEN.