Je ontbijt overslaan is heel onverstandig (als je slank wilt blijven) #IFT12
Food4Innovations (NL) – ir. Wouter de Heij
"with effort and attention everything can growth sustainable" – Small stories from Wouter de Heij (CEO of top-bv.nl & blogging in Dutch via wouterdeheij.nl)
Vandaag op de IFT 2012 ben ik stiekem binnengelopen bij een lezing over productinnovatie en consumenten inzichten. Productinnovaties en technologie is mijn vak, maar consumenten inzicht zeker niet. Ik ben blij om met toppers zoals Jan Peter, Edwin en Lotte te kunnen werken, maar ben nooit te oud om te leren dunkt me ;-). Dit is daarom een poging om een stukje te schrijven over een onderwerp waar ik eigenlijk geen verstand van heb. Het gaat over “the working class”.
Entertainment is de manier om te vluchten uit het dagelijkse leven. Een dagje Disney World per jaar hoort daarbij, maar ook samen romantiseren over een beter leven. Facebook, internet en TV zijn de manieren om te vluchten in een droom. TV kijken doe je samen, en Facebook is er om de hechtheid van ‘the inner circle’ te versterken. Lekker voedsel is voedsel dat herkend wordt en dat ook de ‘standaard’ is van de inner cirkel.
Dit big food bedrijf heeft dit vertaald in twee ontwikkel richtingen:
1. Let them feel full: Producten die erg goedkoop zijn en ‘vullen’ zonder teveel calorieën.
2. Kick it up: Dit zijn gemaksproducten waarmee je simpele happen net iets ‘extra’s’ kunt geven.
In november 2011 schreef Jaap Seidell een leuk verhaaltje over het land van de korte beentjes. Ik moest er vandaag aan denken, toen ik aanschoof bij een hele nette meeting georganiseerd door het ministerie en het topteam agrofood. Ik zal jullie een klein sprookje vertellen over de zogenaamde publieke kennisinfrastructuur, eh ik bedoel de publieke omroep:
In een klein landje hier niet ver hier vandaan wordt de televisie nog gefinancierd door de overheid. De overheid stopt enkele honderden miljoenen per jaar in deze publieke omroep, omdat men de informatie voorziening van groot belang vind. De overheid in dit kleine landje bemoeit zich daarom actief met de programmering van de TV programma’s die te zien zijn op het publieke net.
Nadat een programma commissie met oude wijze mannen, haar wensen heeft uitgesproken, financiert deze overheid ook het maken en uitzenden van deze programma’s op het publieke net. En om het feest leuker te maken voor henzelf, zorgen de makers van de TV programma’s en de programma commissie (de opdrachtgevers dus in feite) dat er niemand anders betrokken wordt. Soms verwisselen ze gewoon van stoel, dan valt het minder op dat ze eigenlijk gewoon vriendjes zijn. Want dat is wel zo gemakkelijk. Ons kent ons, en wij weten wel wat goed is voor de kijkers van dit kleine landje denken ze dan. “De kijkers zijn trouwens maar lastige mensen, zeggen ze soms intern tegen elkaar, en wij weten wel wat goed voor het volk is.”
De overheid in dit kleine landje is zeker niet tegen het bestaan van private omroepen. Ook private omroepen mogen dus gewoon hun eigen TV programma’s uitzenden, er is geen verbod of zo. En aangezien private omroepen aan het einde van maand hun rekeningen moeten kunnen betalen, hebben deze private omroepen besloten om aan hun klanten (de kijkers dus) een kleine bijdrage te vragen voor hun dienstverlening. De klanten van deze private omroepen zijn erg tevreden over wat er uitgezonden wordt op TV, en dus vinden die het niet erg om een kleine rekening te betalen. Logisch toch.
Het aantal kijkers bij de private omroepen neemt daardoor gestaag toe, en hun klanten zijn zoals gezegd erg tevreden. Een kleine groep ‘private’ kijkers –maar die wel hard kunnen schreeuwen- heeft echter zitten vragen aan de overheid waarom de publieke omroep nu programma’s blijft maken waar deze kijkers niet op zitten te wachten. Dat is toch zonde van het maatschappelijke geld? “Wij kijkers weten toch zelf wel wat goed voor ons is; waarom zou de overheid de programma’s bij de publieke omroepen moeten blijven programmeren?” Voor dit argument is de politiek in het kleine landje eigenlijk wel gevoelig. Daar moest inderdaad wat aan worden gedaan. Ze vragen daarom hun ambtenaren, die ook in de programma commissie zitten van de publieke omroepen, om hulp.
Na lang denken –met hulp van de kleine groep ‘private’ kijkers van de private omroep- komt de overheid, nou ja eigenlijk de makers van de TV programma’s van de publieke omroepen en hun commissies, daarom met een plan. “Het moet allemaal een beetje marktgerichter bij de publieke omroep zeggen ze. De klant moet voorop staan!” De klanten van de private omroepen mogen daarom vanaf nu in kleine groepjes gewoon zelf aan de overheid vragen welke TV programma’s ze willen zien. “Gelukkig maar denkt de overheid, wij hadden eigenlijk geen ideeën meer voor leuke nieuwe TV programma’s, en nu komen de klanten van de private omroepen zelf met ideeën naar ons toe”.
Nieuw beleid werd bedacht. Nu zou je denken dat deze nieuwe publieke TV programma’s 2.0 –dus mede bedacht door klanten van de private sector- gewoon gratis te zien blijven op de publieke netten voor alle burgers van het kleine landje. Maar neen hoor, in al haar wijsheid heeft men besloten dat deze specifieke TV programma’s –die dus betaald blijven worden door de overheid- alleen bekeken mogen worden door de paar kijkers die het programma bedacht hebben. Dit specifieke TV programma wordt achter een decoder gestopt; helemaal alleen voor die paar ex-private kijkers.
Jullie voelen m al aan. De klanten van de private omroepen die eerst dus nog moesten betalen voor hun TV programma’s telden hun knopen. Ze konden immers gratis hun eigen TV programma laten maken en bekijken, en tevens via de decoder voorkomen dat andere kijkers van het kleine landje mochten meekijken. Dat was voor deze paar ‘private’ klanten natuurlijk een erg mooie deal!
De overheid was wat traag met het uitrollen van dit nieuw beleid. In de tussentijd vroegen vele klanten van de private omroep af: “Wat gaat dit voor mij betekenen?” En in die onzekerheid zegde ze voor de zekerheid hun abonnement bij de private omroep alvast op. Veel klanten van de private omroepen gingen uiteindelijk gebruik maken van deze ‘gratis’ regeling. Het resultaat was echter dat de inkomsten van de private omroepen kleiner en kleiner werden. Logisch, toch, je zal als betaalde kijker van een private omroep helemaal gek zijn als je gratis en voor niks alsnog achter een decoder de alleen voor jouw gemaakte TV progamma’s op het publieke net kon gaan kijken. “Wat maakt dat nu uit, toch …. “
Nou dat maakt zeker uit. De publieke omroepen die voorheen door de belasting betaalde TV-programma’s maakte, en die door alle burgers van het kleine landje bekeken konden worden, gingen hun TV programma’s –die ze vanaf nu alleen speciaal voor hun vriendjes gingen maken- inderdaad achter de decoder zetten. De rest van de burgers had daarmee gewoon pech. Die konden afwachten of de paar overgebleven TV programma’s hun interesse bleven vervullen (of niet).
En de private omroepen dan? Die kregen minder en minder betaalde kijkers en het aantal kijkers die overbleven wilden allemaal minder gaan betalen per TV programma. “Hoe durfde deze private omroepen eigenlijk überhaupt nog om een vergoeding te vragen aan hun klanten! Schande.” De paar overgebleven ‘private’ kijkers dreigde uiteindelijk daarom ook over te stappen stappen naar de publieke omroep. Daar was het immers gratis! Mits je goed bevriend was, natuurlijk.
Het resultaat? Faillissement van de private omroepen, en meer en meer TV programma’s achter een decoder met alleen toegang voor een kleine elite. Met dank aan de maatschappelijke belasting middelen die de rekening betaalde voor de hobby’s van deze kleine elite.
Lullig hoor voor de rest van de burgers van dit kleine landje. Lullig dat ze wel TV belasting mochten blijven betalen, maar niks leuks meer konden zien. Lullig, dat er niks meer te kiezen viel. Lullig dat een private sector valselijk werd beconcurreerd en dat de het TV landschap verschraalde. Vooral lullig dat de toekomstige The Voice of Holland voortaan ingekocht moest worden vanuit Amerika of een ander innovatie land, en niet andersom. Lullig dat men niet gewoon goed beleid –sturen op kwaliteit en vernieuwing en niet gericht op vriendjespolitiek en gratis- durfde te maken, waardoor die arme Henk en Ingrid nu de dupe werden ten kosten van de grachtengordel mensjes. Vooral lullig dat door dit nieuw beleid de middelmaat weer terugkwam op TV, de nieuwe spannende en echt vernieuwde TV progamma’s verdwenen uiteindelijk en de 6-jes cultuur kwam weer terug. Maar ach, de grachtengordel mesjes waren tevreden en de makers van de publieke omroep ook. Weg democratie.
Jammer zeg, dat dit kleine landje nog verder wegzakte in de vergelijkende lijstjes.
Een paar weken geleden plaatste Dick een stukje op Foodlog met de titel “biobrandstoffen zijn geen bedreiging voor de voedselproductie”. Mijn eerste reactie –ingegeven door de kennis van mijn studie in Delft- was “he, dat kan helemaal niet!” (zie link). Vandaar dat ik ook nog een prikkelende stelling op Linkedin plaatste, altijd goed voor wat wisdom-of-the-crowed kennis om een eerste gevoel te checken.
Ik zal deze stelling proberen toe te lichten in dit stukje. In deel 2 van deze serie heb ik het concept van biocascadering toegelicht. Zoals getoond, staat fuel vrij laag. Dit betekent dat je beter niet een agroproduct als brandstof kunt gebruiken. Maar waarom eigenlijk niet? Om een agroproduct te maken is licht van de zon (of kunstmatig), stikstof en fosfaat, water en natuurlijk landbouwgrond nodig. Zonlicht is er voldoende, stikstof en water in principe ook (natuurlijk zijn er landen waar er water tekort is, maar dat is maar een detail 😉 ), maar landbouwgrond of fosfaat/kunstmest hebben we zeker niet in overvloed.
Natuurlijk kunnen we tussentijds nog meer regenwouden gaan kappen, of maling hebben aan het feit dat we de wereldwijde fosfaatmijnen uitputten in de komende 60-100 jaar. Maar persoonlijk vind ik dat niet ‘eerlijk’. Zeker niet omdat er alternatieven zijn. Landbouwgrond dat wordt gebruikt voor biobrandstoffen kan immers niet gebruikt worden voor voedsel. En de wereldbevolking blijft groeien, dus voedsel hebben we nodig, heel veel voedsel.
De inzet van fosfaat en landbouwgrond kan je zien als communicerende vaten in de biocascadering piramide. Het huidige politieke en economische systeem beïnvloedt deze communicerende vaten in de biocascadering op een niet-duurzame manier. Deze beïnvloeding vind plaatst door drie factoren. (a) fossiele energie wordt bewust duurder gemaakt en zal door tekorten alleen maar in prijs blijven stijgen, (b) de inzet van zg. ‘groene’ energie wordt bewust gesubsidieerd, (c) we hebben in Europa een landbouwpolitiek gericht op teveel en te goedkoop voedsel. Daardoor lijkt het alleen maar economische interessant om in biobrandstoffen te gaan. Maar duurzaam is het niet zeker niet.
Dan nog een technische argument. Plantjes zijn eigenlijk heel inefficiënt in het omzetten van zonlicht in ‘energie’. De zon straalt ongeveer 1kW aan energie per vierkante meter op de aarde. Een zonnecel haalt ongeveer 10% (=100 Watt per m2), terwijl een plant maar maximaal 2-3% kan opslaan (20-30Watt per m2). Kortom, wat je ook doet, energie kan je beter op een andere manier ‘vangen’. Het Technische Weekblad heeft wat berekeningen uitgevoerd die hier staan (of Duitse bron).
Mag je dan nooit een plantje inzetten t.b.v. energie? Natuurlijk wel. Als je een reststroom hebt uit de voeding (of zelfs feed) industrie dan kan je deze gerust inzetten. Eerder heb ik een stukje geschreven over mestvergisting. Bij mestvergisting moet je nog wat biomassa bijmengen. Dit kan volgens de cascaderingspiramide. Mest wordt omgezet in warmte en elektriciteit en de digistaat is als fertilizer gewoon nog beschikbaar. Op deze manier zou de varkenssector in Nederland 4-8% van onze elektra kunnen maken (daar ligt een kans voor de sector). Goedkoop en duurzaam. Een heel goed idee, daar zou ik als ik minister was best wat investeringsgeld voor over hebben.
Het koppelen van energie t.b.v. transport, verlichting, gebruik van machines of verhitting met de voedselproductie is een lastig onderwerp. Maar het voedselsysteem is gewoon te kwetsbaar om de energiesector en de voedingssector op grote schaal te gaan mengen. Het systeem is te complex. Fosfaat, water en landbouwgrond moeten we denk ik blijven inzetten voor voeding (en minder voor feed, dus minder vlees eten) en dus niet voor biobrandstof. Maar door het huidige fiscale beleid krijgen we oneigenlijke competitie. En we kunnen echt niet overzien wat de consequenties op langere termijn gaan zijn.
We hoeven volgens mij niet meer te eten, wel beter, gezonder en lekkerder. Natuurlijk is het is verstandig om zuiniger met energie om te gaan. Specifiek het gebruik van aardolie, kolen en gas moet naar beneden. Dat is wel zo eerlijk tegenover de volgende generaties. Consuminderen dus, meer kwaliteit maar minder; dat is wat we moeten doen in de transitie naar de 6e kondratief cyclus.
Hendrik J. Kaput heeft daarom gelijk “Schiphol dicht en gestaffelde brandstofprijzen”. Maar zelf zou ik daar aan toe willen voegen “Belast de import van kunstmest sterk, en zorg dat de prijs van landbouwgrond omhoog gaat (eventueel via een belasting)”. Ja voedsel wordt dan ook duurder. Maar het uiteindelijke effect is goed. Minder eten (dus minder overgewicht) en minder (onzuivere) financiële competitie met de energiesector (waar subsidie op windenergie, waterenergie of zonnecollectoren prima is). Kortom, een beter gebruik van landbouwgrond en waardevolle inzet van mineralen uit onze aarde. Duurzamer met oog voor de volgende generaties.
Aanvulling 17 oktober 2012: energie wordt snel duurder, en elektriciteit via zonnepanelen wordt goedkoper. Mijn voorspelling gaan uitkomen. Mijn reacties staan op foodlog (zie #17 tot #18).
Na het algemene eerste stukje in deze nieuwe serie, nu maar wat meer diepgang. Sinds ik in de voeding zit gebruik ik een heel simpel model om te bepalen of een bepaalde innovatie ‘goed’ of ‘fout’ is. Ik kijk namelijk niet altijd naar de economische haalbaarheid. De economische haalbaarheid van een ‘duurzaamheids’ innovatie kan aan alle kanten vertroebeld zijn door subsidie, door belastingmaatregelen of andere financiële factoren die onduurzaamgedrag juist promoten. Neen, onderstaande cascaderings-model, geeft een denkrichting aan die meer ingegeven wordt door verduurzaming. Wat mij betreft is dit model een belangrijk model dat tevens richting geeft in onze maatschappelijke transitie naar de 6e kondratief cyclus.
Het werk simpel:
Als je deze piramide bekijkt, dan snap je gelijk waarom ik werkelijke niets zie in biobrandstofen (zie discussie op Foodlog). Waarom zouden we fosfaat (fertilizer) met energie (fuel) en goede landbouwgrond omzetten in voedsel, om vervolgens voedsel (food) weet om te zetten in biobrandstof (fuel). Neen, dat zijn ‘oplossingen’ die ik niet zie zitten. Toch moet je voorzichtig zijn, er zijn namelijk uitzondering. Het is mogelijk om met zonlicht water om te zetten in waterstof. En waterstof vervolgens met CO2 uit de lucht met een enzym-proces om te zetten in biomethanol (zo wordt het dan genoemd). Dit lijkt een prima proces. Je gebruikt immers de zon, en CO2 uit de korte cyclus. Daar is dus geen ‘fertilizer’ of ‘landbouwgrond’ voor nodig.
Een ander voorbeeld. Rundvlees van runderen die 100% op grasland staan. Deze runderen eten een ‘groente’ (= gras) dat wij mensen niet kunnen verteren. En aangezien natuurlijk grasland niet bemest wordt (behalve door de mest van de runderen) kan je direct ‘hoog’ in de piramide komen. Niks mis met grass-fed biefstuk dus (al is het voor onze gezondheid niet goed om te vaak rood vlees te eten).
De F-en lijst hierboven is in mijn ogen overigens niet helemaal goed. Zelf zet ik graag nog “Functional Foods’ boven Food. Waarom? Stel we hebben een groentereststroom van een groentesnijderij. In de praktijk wordt er nu diervoer (feed) van gemaakt. Zelf zou ik er liever de vezels en micro-nutrienten uithalen om deze vervolgens als voedsel-ingrediënt weer in te zetten. Beter dan houtvezels gebruiken. Kansen 😉
Waar gaat het debat vaak mis:
1. er wordt te economische gekeken naar verduurzaming terwijl er bijvoorbeeld geen rekening is gehouden met externe kosten. Goed technologische oplossingen worden dan niet geïmplementeerd.
2. er wordt te technisch gekeken naar verduurzaming. Technologische kan er meer dan ecologisch wenselijk is.
Mijn pleidooi is daarom: gebruik dit model als denkrichtig bij het maken van beleid. Verduurzaming mag niet economische stuk gerekend worden. Of nog erger worden overgelaten aan een ‘domme’ technologie push waarbij verkeerde ecologische keuzes worden gemaakt.
Dit model ‘de F-en ladder’ lijkt best een beetje op de Ladder van Lansink. De Nederlandse politicus Lansink bedacht dik dertig jaar geleden al een model rondom afval. Bovenaan staat natuurlijk preventie van afval, en onderaan storten/weggooien. Sindsdien wordt dit model gebruik in de afval-sector.
Duurzaamheid en voedselverspilling. Twee onderwerpen die hot zijn en vooral ook met elkaar te maken hebben. Een serie over duurzaamheid –vooral over het ontwerp van een duurzaamheidscore en scanner- heb ik al geschreven op dit blog. Daarnaast schrijf ik regelmatig over innovatie, over geschiedenis & voeding en probeer ik mensen in het zonnetje te zetten. Tijd dus voor een nieuwe serie met de titel Cascadering, Duurzaamheid en Kringlopen.
De twee onderwerpen waar ik specifiek fascinatie voor heb zijn de fosfaat-kringloop en kringlopen in zijn algemeenheid. Mijn opleiding in Delft heeft ervoor gezorgd dat ik vooral denk in tijd- en lengteschalen (zie Buxton index). Ik kan er niks aan doen. En als je dan zoals ik dag en nacht met voedsel en ander biologische materialen te maken hebt, dan ga je de kennis uit mijn opleiding combineren met voedsel. Welke componenten zitten in een kringloop en welke niet.
Een paar jaar geleden heb ik daarom een voor het eerst stukje geschreven over fosfaat en de fosfaatkringloop: “Zolang we poep en pies wegspoelen, hoeven we ook niet biologisch te eten”. Alles wat groeit kan alleen groeien als er fosfaat, nitraat, water, zuurstof, koolstofdioxide, sporenelementen en natuurlijk licht is. En natuurlijk heel veel vruchtbare landbouwgrond. Licht is er voldoende via onze zon (eigenlijk hebben we helemaal geen energietekort, wel teveel mensen). De waterkringloop, nitraat en zuurstofkringloop zitten best goed in elkaar (zie plaatjes hieronder). Maar vooral de fosfaatkringloop is vrijwel niet gesloten. Fosfaat –‘nodig’ voor kunstmest- komt uit mijnen. Daarbij zijn we in ongeveer 150 jaar ook nog eens energie (olie en gas) uit diepe aardlagen gaan halen. Beide raken ‘op’. Niet handig met een groeiende wereldbevolking (die niet voorbij de 10 miljard lijkt door te groeien).
Deze twee kringlopen (a) fosfor, (b) koolstof hebben we met technologie en de groei van onze wereldbevolking volledig ‘open getrokken’, de kringloop is niet meer gesloten. Hier liggen dan ook de mondiale uitdagingen waar we als mensheid voor staan. En er zijn grote groepen mensen die deze twee kringloop ook nog eens willen gaan mengen door biobrandstof in te willen gaan zetten ter vervanging van olie. Onzalig denk ik (op een later moment geef ik een toelichting); gelukkig komt mijn geliefde Wageningen-UR daar nu ook achter. Of we dat lang volhouden of niet, tijd zal het leren. De mens is creatief (en anders technologie wel).
In deze serie ben ik van plan om:
Verder zullen er vast nog de nodige andere onderwerpen voorbij komen waaien in de komende maanden.
Vandaag Deel 5 van de serie over voeding en geschiedenis op dit blog. Ik ga dit onderwerp echt een steeds leuker onderwerp vinden en weet nu waarom. Waar deel 1 uit 2010 eigenlijk alleen ging over Kondratiev cycli en een lezing van Hans Konstapel en dus niet over voeding, probeerde ik in deel 2 een overzicht te geven van 200.000 jaar moderne mensheid en specifiek voedsel-innovatie. Deel 3 heb ik tot mijn spijt nog steeds niet kunnen afmaken; het gaat over de laatste 200 jaar en vooral hoe de industriële revolutie ons eetsysteem behoorlijk heeft veranderd. Mijn lezing bij TEDxBinnenhof – ik ben niet door de voorronde gekomen 🙁 – zou ook gaan over dit onderwerp, deze lezing heb ik wel al gemaakt en zal ik eerdaags opnemen en via mijn youtube kanaal verspreiden.
Deel 4 was een schaamteloze vertaling in het Nederlands van dr. Jared Diamond. Diamond is vooral bekend geworden door het schrijven van populaire wetenschapsboeken die over antropologie, biologie en geschiedenis gaan. Hij won de Pulitzer-prijs in 1998 voor zijn boek Zwaarden, paarden en ziektekiemen (Engelse titel: Guns, Germs and Steel).
Maar na wat zelf-onderzoek denk ik nu beter te weten waarom me dit onderwerp zo interesseert. Voeding en geschiedenis gaat eigenlijk over innovatie en veranderingen in onze maatschappij. Voeding en voedseltechnologie is mijn vak en innovatiemanagement is mijn tweede expertise. Het onderwerp Voeding en geschiedenis is eigenlijk de ‘bindende’ factor waar mijn beide ‘hobby’s’ dus bij elkaar komen. En vanuit dit onderwerp Voeding & innovatie is de link naar voeding & gezondheid voor mij ook weer heel erg logisch stap (zie deel 3)! **
Na een twitter tip van Peter Jens kopieer ik vandaag een stukje uit de Trouw met het interview van voedselhistoricus Peter Scholliers. De kop van het artikel van Kees de Vre vind ik eigenlijk niet zo goed (anonimiteit en interesse in de afkomst is immers ook het onderwerp in het boekje van Jan Peter en The Food Agency : d’r op en d’r over, en is daarin beter beschreven vind ik). Als ik het stukje van Kees de Vre goed lees, dan lees is woorden zoals ’transitie’, ‘verandering’, ‘niks nieuws onder de horizon’ (Dick Veerman noemt dat heel toepasselijk her-uitvinden). Of te wel allemaal voorbeelden – de introductie vd aardappel, de introductie van kolen, achtergrond yoghurt- van innovatie. Maar ja het zal wel mijn eigen beroepsblindheid zijn …. ….
** zal een psycholoog nu zeggen dat ik eigenlijk op zoek ben naar de betekenis van mij leven en het leven in zijn algemeenheid. En dat dat op mijn leeftijd ‘normaal’ is? Who know’s!