De Hutspot-hersen-darm theorie en The internet of Human Bodies: denkvoer voor voedingsmedici en ethici

Dit stukje gaat wellicht gezien worden als gezwets, ik waarschuw dus alvast maar. Wetenschappelijk gezien klopt er waarschijnlijk niks van. Maar misschien ook wel, of zal het ooit nog eens wetenschap worden. Ik weet het niet; maar heb mijn fantasie gewoon even de vrije loop gelaten. Moet kunnen toch? Ik begeef me kortom flink buiten mijn inhoudelijke expertise en kennis. Op dit moment ben ik op vakantie ondergesneeuwd in Oz en heb geen internetverbinding -eigenlijk ook geen zin- om wat wetenschappelijk literatuur onderzoek te doen. Maar ach, waarom ook niet gewoon wat gedachten opschrijven. Een keertje een persoonlijk theorietje op papier zetten. Waar gaat het over, ik noem het mijn hutspot-hersenen-darm-theorie. De theorie gaat over de tweezijdige communicatie -via eiwitten en andere signaal stoffen- tussen onze darmflora en onze hersenen en het feit dat we daarmee vertering van voedsel kunnen beïnvloeden en de opname van nutriënten.

Ziek door hutspot
Laat ik eerst eens een verhaaltje over vroeger vertellen. Vroeger speelde ik veel buiten met mijn buurjongen. Onze tuin in de Flevopolder grensde aan een bosje, daarna kwam een groot grasveld en daarna de landerijen van de boeren en de bossen daarachter. Een super speeluin dus. Niet alleen voor ons, maar ook voor onze ouders. Mijn vader had er plezier in om illegaal een paar bomen per jaar te kappen met het argument “die bomen worden ook zo groot; we hebben bijna geen zon meer in de tuin”. En de vader van mijn vriendje was creatief met ‘hout’. Zo bouwde hij achter in de bosjes een tuinhuisjes op vier palen. Gewoon een hut voor kinderen. In die hut is het een keer misgegaan. Op een kleine hele vieze BBQ hebben we een keertje zitten koken. Wat aardappels, wat peen, wat uien e.d. Verre van hygienisch waren we bezig, en je raad het al. Kleine Wouter werd ziek, heel erg ziek. Sindsdien heb ik last van wat ik noem een psychische stoornis: “alleen als ik hutspot al ruik wordt ik misselijk en gaan mijn darmen te keer”. Ik lust hutspot absoluut nog steeds niet en lang heb ik ook gerechten die daarmee geassocieerd worden -denk aan speklappen- gemeden.

Symbiose tussen de hersen en de darmflora.
Een paar weken geleden dronk ik een kopje koffie met de directeur van een bedrijf dat pro-biotica maakt. Niet voor gewone consumentenproducten, nee, voor patienten. bijvoorbeeld na een operatie. Mijn stelling tijdens ons gesprek was “pro-biotica heeft zin als je ziek bent of bent geweest, maar heeft geen zin voor gezonde mensen die gezond eten”. Deze directeur bevestigde deze stelling. Volgens hem heeft preventief dagelijks probiotica consumeren idd niet zoveel zin. Maar vertelde hij “weet je dat onze darmbacterien met onze hersenen communiceren. En wel twee kanten op”. Ik had eerder gelezen over dit aspect, maar deed het eerder af als een fabel. Maar de stelligheid waarmee deze directeur sprak, deed mij twijfelen. “Stel nu dat er idd twee-zijdige communictatie mogelijk is”. Dat zal interessant zijn! Dat onze paar miljard bacteriën in onze darmen belangrijk zijn voor ons is immers niets nieuws. Zonder deze gasten in onze darmen kunnen we niet veel.

Extern milieu en onze extere-interne gasten.
Op de middelbare school hebben we het als het goed is allemaal geleerd tijdens biologie: Wij mensen zijn eigenlijk een holle buis met vier ledematen. Ons mond-slokdarm-maag-darm-anus kanaal behoort volledig tot het externe milieu. De darmbacterieen die we echter meeslepen -onze interne gasten- helpen ons bij het verteren van voedsel. Het meest gezonde voedsel voor ons (#softpaleo) bestaat uit vlees, vis, groente, noten en een beetje fruit en beetje knolgewassen. In tegenstelling tot koeien die goed plantaardig kunnen verteren hebben we maar 1 maag en daar moeten we het mee doen. En ook in tegenstelling tot mensapen -die eten vooral plantaardig eten- is ons maagdarm kanaal erg klein. Apen fermenteren met hulp van bacteriën het plantaardige voedsel dat ze consumeren immers ook. Het resultaat is dat apen (a) meer en langer moeten eten, (b) er veel langer over doen om al die plantaardige massa te verteren. Wij eten ook hoogwaardige eiwittenen; ons maagdarm heeft daarom minder tijd nodig.

Voedseltechnologie en geconcentreerd voedsel.
Hoe geconcentreerder ons voedsel -ik bedoel voedingsrijker niet calorie-rijker- hoe meer tijd we hebben voor cultuur, elkaar en niet-eten(zoek) activiteiten zoals technologie-ontwikkeling. Dat is wel zo efficiënt blijkt uit de laatste 200.000 jaar (zo lang bestaat de huidige mens ongeveer). Na landbouw (10.000 jaar geleden) en de versnelling van onze samenleving sinds het begin van de industriele revolutie (200 jaar geleden) besteden we denk ik gemiddeld minder dan 2 uur per dag per persoon aan eten zoeken, eten voorbereiden en eten zelf. 22 uur per dag kunnen we dus andere activiteiten ontplooien. Mooi toch! Ik ben daarom van mening dat dit alleen heeft kunnen plaatsvinden door technologie en onze darm-gasten (en toeval natuurlijk omdat in Midden-Afrika de omstandigheden perfect waren. Vuur (koken) maakt dat we slecht verteerbaar voedsel kunnen ‘voorverteren’ en kunnen consumeren. Wapens maken het mogelijk om snelle beesten (eiwitten) te kunnen ‘vangen’. En superfoods zoals schaal en schelpdieren (omega 3) gaven ons een slim brein. Is onze darm-flora daarom ook niet een vorm van technologie?

Niks geen raw-food: verteren en voorverteren daar gaat het om!
De rauw-foodies hebben daarom in mijn ogen absoluut geen gelijk. Eigenlijk zijn er maar een paar natuurlijke producten die we zo rauw kunnen eten. Fruit en noten zijn voorbeelden. Vrijwel al ons overige voedsel moet met technologie zo worden gemodificeerd dat we het goed kunnen opnemen. Verhitten (koken, pasteuriseren, steriliseren, bakken, stomen) en fermenteren zijn denk ik de twee belangrijkste technologieën (en wat fysische technologie). Aardappels rauw eten is geen goed idee. En veel groente (denk aan bruine bonen, rode kool etc.) zijn gezonder en beter opneembaar nadat ze gekookt zijn. Via een dergelijke verhittingsstap maak je immers de celwand kappot, kunnen we dus de intracellulaire inhoud in onze bloedbaan opnemen, en hebben we niet zoals een aap of koe veel ‘fermentatie’ tijd nodig. Fermentatie is een goede tweede manier om ons voedsel voor te verteren. Fermentatie kan op twee manieren. Extern of intern. Met extern bedoel ik buiten ons lichaam, en met intern bedoel ik in ons lichaam (nou ja in ons darmkanaal, feitelijk dus ook buiten ons lichaam). Fermentatie kan aeroob en anaeroob, en voor fermentatie zijn tevens nodig (a) nutrienten/voedsel voor de bacterieen, (b) een juiste fermentatietemperatuur en (c) een juiste starterscultuur (=darmflora). Gelukkig is ons lichaam op exact de juiste temperatuur voor fermentatie. Voorbeelden van externe fermentatie kennen we ook. Wijn, zuurkool, bier en yoghurt productie zijn allemaal vormen van fermentatie. Ik ben een fan van gefermenteerde producten en ik merk dat mijn lichaam een grote voorkeur heeft voor dergelijke gefermenteerde producten.

Hutspot-hersen-darm-theorie en de rol van apps.
Mijn hutspot-hersen-darm-theorie zegt dat onze bio-sensoren (ogen, neus, tong) via onze hersenen en de daar opgeslagen ervaringen signaalstoffen kunnen afgeven aan onze darmbacteriën en dat we daarmee de vertering (onbewust) kunnen sturen. Onze ervaringen zijn opgeslagen, via de feedback die onze darmbacterien ooit eens gegeven hebben, in onze hersenen. Onveilige hutspot uit mijn jeugd heeft een kokhals-ervaring opgeslagen in mijn hersenen. Stom maar waar. Maar als er nu idd een tweezijdige communicatie zou zijn tussen onze hersenen en onze darmflora, dan kunnen we wellicht via ons hoofd onze darmflora dresseren. Is er dan een verschil tussen onze creativiteit inzetten om techniek te verzinnen of dat fenomeen? Ik denk het niet. Twee technologieën -verhitten en fermenteren- hebben de basis gelegd voor het succes vd mensheid. Technologie blijft onze maatschappij voortduwen dus. Over 10 jaar rond 2025 zijn computers in staat sneller te denken dan onze hersenen (Wet van Moore, exponentiële groei). Hoe snel zal het dan nog duren voordat we een technische sensor-chip in onze darmen krijgen die via een app op onze smartphone of smartwatch (die dan misschien ook gewoon ingebouwd zit in ons lijf) de opnamen en vertering van voedsel kunnen gaan beïnvloeden. Zal die technologie dan een manier zijn zelf onze gezondheid (preventief) te sturen? Ik denk het. Misschien kan ik daarmee ook weer hutspot eten. En wat voor mijn dan werkt, zou dat dan niet voor mijn vriendjes gelden? Kan ik mijn ervaringen (nou ja die van mijn darm-sensor-chip) dan doorgeven aan de darmflora van mijn vriendjes? Een soort van virtuele poep-transplantatie? Ik weet het. Waarschijnlijk slaat mijn fantasie op hol.

De grote technologie bedrijven zitten nu op the-internet-of-things. Ik denk dat de volgende stap is “the internet-of-human-bodies”. Voer voor ethici lijkt me die kunnen en willen voordenken, maar hoe dan ook een onderdeel van de 6e cyclus van kondratief

oja, natuurlijk weet ik dat het bijgesloten plaatje boerenkool is. Maar boerenkool is niet alleen lekkerder, maar ook gezonder dan hutspot. Aanvulling 19-2-2014 : oeps, het was andijviestampot

En lees ook Melchior Meijer rondom aardappelzetmeel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s