Academische tijdschriften en universiteiten hebben hervorming nodig – Monopolies beperken toegang tot kennis en verstikken intellectuele diversiteit (uit Washington Times 21/10/2024).

(1:1 vertaald uit het Engels: Academic journals and universities need reform)

Een recent door wetenschappers aangespannen rechtszaak tegen zes grote academische tijdschriftuitgevers werpt licht op een al lang bestaand probleem dat de bredere problemen in de academische wereld weerspiegelt: een buitensporige concentratie van macht. Net zoals hervorming dringend nodig is in universiteiten die zijn afgedwaald van hun educatieve missie, zijn academische tijdschriften in handen gevallen van een paar monopolistische entiteiten die innovatie en intellectuele diversiteit verstikken. Zowel het hoger onderwijs als de academische publicatiesector hebben dringend hervorming nodig om terug te keren naar hun oorspronkelijke doel: het bevorderen van de vrije uitwisseling van ideeën.

Jarenlang hebben academische tijdschriften gefunctioneerd zonder veel verantwoording af te leggen, terwijl ze buitensporige vergoedingen vragen aan onderzoekers om hun werk te publiceren en het voor universiteiten, bibliotheken en het publiek financieel onbetaalbaar maken om toegang te krijgen tot deze informatie.

Zo werkt het: de academische wereld neemt promovendi, docenten en onderzoekers aan op basis van hoeveel ze publiceren in academische tijdschriften. Als reactie daarop werken deze mensen 12 tot 18 uur per dag om data te verzamelen om te kunnen publiceren. Dezezelfde mensen schrijven hun onderzoek in een artikel en beoordelen vervolgens elkaars werk voor het tijdschrift, zonder enige vergoeding.

Al dit werk wordt gedaan voor het “prestige” van het indienen van het artikel bij een academisch tijdschrift dat miljoenen tot miljarden waard is. Vervolgens krijgt het tijdschrift de auteursrechten, publiceert het werk, en verkoopt daarna de publicatie weer terug aan dezelfde onderzoekers. Het is alsof je gedwongen wordt om een weg te bouwen zonder betaald te worden, en daarna moet betalen om die weg te gebruiken.

De rechtszaak in Amerika is een belangrijke stap in het aanpakken van dit uitbuitende systeem, maar het is ook een symptoom van een veel groter probleem waar al lange tijd over wordt geklaagd. De concentratie van macht in de handen van een paar elite-instellingen is niet alleen schadelijk voor de zoektocht naar kennis, maar ook contraproductief voor de principes van vrije markten en concurrentie die we koesteren.

Net zoals het hoger onderwijs is verworden tot een bureaucratische chaos die er niet in slaagt om zijn afgestudeerden klaar te stomen voor de arbeidsmarkt, is academisch publiceren een gesloten systeem geworden waar een paar grote spelers de voorwaarden dicteren en degenen die de inhoud leveren vaak weinig tot geen beloning ontvangen, terwijl de uitgevers miljardenwinsten genieten.

Grote universiteiten en tijdschriften werken vaak nauw samen, waarbij ze bepaalde narratieven promoten en andere onderdrukken, wat leidt tot een zelfversterkende cyclus van intellectuele eenvormigheid. Dit verstikt innovatie, beperkt de diversiteit aan ideeën en houdt onafhankelijke of afwijkende stemmen buiten het debat.

De kern van het probleem is het gebrek aan concurrentie. In een vrije markt stimuleert concurrentie innovatie, verbetert het de kwaliteit en verlaagt het de kosten. Maar de academische tijdschriftenindustrie, net als het moderne universitaire systeem, werkt meer als een kartel dan als een competitieve markt.

Met zes grote uitgevers die het merendeel van het academisch onderzoek controleren, bepalen zij de prijzen, regelen zij de toegang en dicteren zij welk onderzoek wordt verspreid. Als gevolg hiervan blijven kleinere instellingen, onafhankelijke onderzoekers en het publiek verstoken van betaalbare toegang tot kennis, terwijl uitgevers enorme winsten maken. Belangrijk is dat veel andere tijdschriften, zowel commerciële als non-profit, hetzelfde doen als de zes die in de rechtszaak worden genoemd.

Geef een reactie