Remco de Boer’s analyse op LinkedIn biedt een scherpe en kritische blik op het falen van het Nederlandse klimaatbeleid ten aanzien van de industrie, waarbij hij drie dieperliggende oorzaken identificeert. Hieronder een samenvatting en reflectie op zijn argumenten.
Diepere oorzaken van het falen
- Eén uitstootdoel voor alle sectoren: een fundamentele beleidsfout
De keuze om een gezamenlijke reductiedoelstelling voor zowel ETS- als niet-ETS-sectoren te formuleren, legt volgens De Boer de basis voor een verstoring van het Europese speelveld. Nederland heeft namelijk geen specifieke reductiedoelen voor ETS-sectoren (industrie en elektriciteitsproductie) vanwege het Europese Emissiehandelssysteem (EU-ETS). Door dit te negeren, werd de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven binnen Europa verzwakt. - Nederland als koploper: ambitie zonder uitvoering
Het streven om koploper te worden in klimaatbeleid – met innovaties en technologieën – had een commercieel voordeel kunnen opleveren. Echter, het ontbreken van een consistente en effectieve uitvoering heeft geleid tot mislukking. Overheidssteun bleef achter, en de kans om Nederland als gidsland te positioneren, ging verloren. - Antipathie jegens industrie: een ondermijnend sentiment
Het derde en meest complexe probleem is de structurele negatieve houding tegenover de industrie in Nederland. Milieuorganisaties en sommige politieke partijen hebben de industrie neergezet als de grote boosdoener. Deze framing, gecombineerd met een gebrek aan steun binnen overheidsinstellingen, heeft bedrijven ontmoedigd en hen aangezet om hun productie te verplaatsen naar landen die wel waarde hechten aan industriële activiteiten.
De-industrialisatie en dalende uitstoot
Een belangrijk punt in De Boers betoog is de link tussen de dalende uitstoot en de teruglopende industriële activiteit. Minder productie betekent automatisch minder uitstoot, maar dit is een symptoom van economische verschraling in plaats van effectieve vergroening. De Nederlandse ambitie lijkt zich dus deels tegen zichzelf te keren: in plaats van duurzame groei ontstaat er een situatie van ‘stilzwijgende’ de-industrialisatie.
Reflectie: kansen gemist, gevolgen zichtbaar
De punten die De Boer aanhaalt, wijzen op een structurele mismatch tussen ambitie, beleid en uitvoering. De focus op reductie zonder oog voor de economische en sociale waarde van industrie heeft geleid tot een verlies aan kansen en concurrentievermogen. Bedrijven trekken zich terug, en Nederland verliest zijn positie als innovatief gidsland.
Wat nu?
De analyse suggereert dat Nederland een fundamentele heroverweging nodig heeft. Een meer evenwichtige benadering, waarin zowel klimaatdoelen als de waarde van de industrie worden meegenomen, is cruciaal. Dit betekent:
- Realistische doelstellingen die aansluiten bij Europese kaders.
- Langdurige en consistente steun voor innovatieve verduurzaming.
- Een cultuuromslag binnen politiek en maatschappij, waarin industrie wordt gezien als een partner in plaats van een vijand.
Remco de Boer slaat met zijn analyse de spijker op zijn kop: Nederland loopt het risico zijn industrie te verliezen en daarmee ook de kans om via innovatie en samenwerking wereldwijd impact te maken op verduurzaming.