Een Persoonlijke Opinie over het Stikstofbeleid in Nederland: Hard voor boeren, zacht voor de luchtvaart.

In Nederland hebben we een stikstofbeleid gecreëerd dat meedogenloos is voor kleine ondernemers, terwijl grote vervuilers profiteren van juridische trucs en achterhaalde wetenschappelijke aannames. Boeren moeten elk nieuw project toetsen met de AERIUS-calculator en bewijzen dat hun stikstofuitstoot geen significante schade aan de natuur veroorzaakt. Maar voor Schiphol, de luchtvaart en de zware industrie gelden andere regels. Daar waar een boer in een “Computer says no”-situatie belandt, blijven grote uitstoters grotendeels buiten schot. Dit toont aan dat het stikstofbeleid niet alleen wetenschappelijk tekortschiet, maar ook fundamenteel onrechtvaardig is.

De luchtvaart: de grote blinde vlek

Luchtvaart is een van de sectoren met een grote stikstofuitstoot, maar wordt systematisch buiten de scherpste regelgeving gehouden. Vliegtuigen stoten stikstofoxiden (NOₓ) uit op grote hoogte, die vervolgens via atmosferische processen kunnen bijdragen aan stikstofdepositie op natuurgebieden honderden kilometers verderop. Toch wordt deze impact nauwelijks meegewogen in het stikstofbeleid. Schiphol en Lelystad hebben relatief veel ‘stikstofruimte’, terwijl een individuele boer bij de aanvraag van een vergunning tot op de komma wordt doorgerekend. Dit is niet alleen oneerlijk, maar ook wetenschappelijk onverantwoord.

Meer hierover: De onderbelichte stikstofimpact van de luchtvaart

De 25 km-afkapgrens: een bureaucratisch dogma

De Raad van State heeft bepaald dat stikstofberekeningen in AERIUS niet verder hoeven te kijken dan 25 kilometer van de bron. Dit is een administratieve grens, geen wetenschappelijke. Want wat blijkt? Lage emissiebronnen zoals boerderijen hebben vaak een impact die binnen enkele kilometers neerslaat, terwijl hoge bronnen zoals fabrieksschoorstenen en vliegtuigen hun stikstofdepositie juist over tientallen tot honderden kilometers verspreiden.

Dit betekent dat grote uitstoters kunstmatig buiten schot blijven, terwijl boeren wél maximaal worden doorgelicht. In een eerlijke en wetenschappelijke benadering zou de afkapgrens afhangen van de emissiebron. Voor stallen zou een afkapgrens van 3-8 km logisch zijn, voor industriële installaties en vliegtuigen 100 km of meer. Maar dat zou betekenen dat Schiphol en Tata Steel geen vrijbrief meer krijgen. En dát lijkt politiek onwenselijk.

Meer hierover: Reflecterende opinie over de afkapgrens in AERIUS

Politieke keuzes verpakt als wetenschap

Wat hier gebeurt, is niet een neutrale wetenschappelijke afweging, maar een politieke keuze. Door de afkapgrens op 25 kilometer te zetten en de luchtvaart grotendeels te ontzien, wordt de illusie gewekt van een ‘eerlijk’ en ‘wetenschappelijk onderbouwd’ stikstofbeleid. In werkelijkheid is dit een selectieve benadering die bepaalde sectoren ontziet en andere keihard aanpakt. Kleine ondernemers, zoals boeren en mkb’ers, worden onderworpen aan een rigide toetsing, terwijl grote industrieën en de luchtvaart speelruimte behouden.

Het gevolg? Een beleid dat geen echte milieuwinst oplevert, maar wel een sociaal-economische kaalslag veroorzaakt in de agrarische sector. Dit beleid is niet gebaseerd op de beste wetenschappelijke kennis, maar op politieke compromissen en juridische trucs.

Tijd voor een eerlijker beleid

Als we écht werk willen maken van een duurzaam stikstofbeleid, dan moet het uitgangspunt wetenschappelijke consistentie zijn. Dat betekent:

  • Een afkapgrens die afhankelijk is van de emissiebron en niet van een arbitraire administratieve limiet.
  • Een herziening van de stikstofruimte van de luchtvaart, zodat deze sector niet langer wordt ontzien.
  • Gelijke spelregels voor alle sectoren, zodat boeren niet de rekening betalen voor een probleem dat veel breder is.

De huidige aanpak is oneerlijk, wetenschappelijk zwak en maatschappelijk destructief. Het is tijd om deze realiteit te erkennen en het stikstofbeleid fundamenteel te herzien.

Geef een reactie