De Nederlandse landbouwsector staat voor immense uitdagingen, variërend van voedselzekerheid en ondernemersklimaat tot complexe vraagstukken rondom stikstof, waterkwaliteit en ruimtelijke ordening. In deze turbulente tijden is het meer dan ooit cruciaal dat de sector een eensgezinde stem laat horen en een duidelijke koers uitzet voor de toekomst. Met deze achtergrond is de recent gepresenteerde gezamenlijke visie op de toekomst van de Nederlandse landbouw, opgesteld door een breed scala aan landbouworganisaties, een mijlpaal van formaat. Het is zeer verheugend en bewonderenswaardig dat zoveel agrarische partijen, ondanks hun uiteenlopende belangen en soms diepgewortelde tegenstellingen, de handen ineen hebben geslagen om een gezamenlijk visiedocument uit te schrijven. Deze collectieve inspanning getuigt van een diepgaand besef van de noodzaak tot eenheid en een gedeelde verantwoordelijkheid voor de toekomst van de sector.
De totstandkoming van dit document is een krachtig signaal aan politiek en samenleving: de landbouw is bereid en in staat om constructief mee te denken over oplossingen voor de uitdagingen van deze tijd. Het feit dat organisaties zoals Agractie Nederland, Dutch Dairymen Board (DDB), Farmers Defence Force (FDF), Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV), Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP), Producenten-Organisatie Varkenshouderij (POV) en de Vereniging van Kalverhouders (VVK) zich hebben verenigd, toont de breedte en de diepte van dit initiatief. Samen vertegenwoordigen zij een aanzienlijk deel van de Nederlandse boeren, wat deze visie een robuust en representatief karakter geeft.
Echter, bij een dergelijk breed gedragen initiatief valt één aspect op dat de kracht van de visie nog verder zou kunnen versterken. Het is jammer dat LTO Nederland en NAJK niet hebben meegedaan aan de totstandkoming van dit document. Deze organisaties vertegenwoordigen eveneens een belangrijk deel van de agrarische gemeenschap en hun deelname zou de visie een nog breder draagvlak hebben gegeven. Het zou dan ook heel goed zijn als zij alsnog expliciet steun zouden geven aan deze visie. Een volledig verenigd front van de Nederlandse landbouw zou een onmiskenbaar sterkere positie innemen in de dialoog met de overheid en de maatschappij, en de urgentie en de legitimiteit van de gepresenteerde oplossingsrichtingen verder onderstrepen.
De Kern van de Visie: Zeven Pijlers voor een Duurzame Toekomst
De gezamenlijke visie concentreert zich op zeven cruciale thema’s die de kern vormen van de uitdagingen en kansen voor de Nederlandse landbouw. Deze thema’s zijn met zorg gekozen en bieden een integrale benadering voor een toekomstbestendige sector.
1. Voedselzekerheid: Een Nationale Prioriteit
De visie benadrukt terecht dat voedselzekerheid in Nederland geen vanzelfsprekendheid is. Ondanks onze positie als tweede exporteur van land- en tuinbouwproducten wereldwijd, is een aanzienlijk deel van de export geen eigen productie. Bij calamiteiten kan Nederland onvoldoende voedsel voor de eigen bevolking hebben. Het inperken van de voedselproductie in Nederland heeft bovendien directe gevolgen elders in de wereld, waarbij de armsten het meest getroffen worden. Nederland is bij uitstek geschikt voor voedselproductie dankzij vruchtbare gronden, een gematigd klimaat, uitstekende boeren en een sterke agribusiness. De visie pleit voor een actualisering van het Beleidsdraaiboek Crisisbeheersing Nationale Voedselvoorziening, de ontwikkeling van een nationale Voedselstrategie, de oprichting van een Publiek-Privaat Innovatiefonds Voedselzekerheid van minimaal €2,5 miljard per jaar, meer vruchtbare grond door inpoldering van de Markerwaard, en een Directie Voedselzekerheid bij het Ministerie van LNV.
2. Ondernemersklimaat: Ruimte voor de Agrarische Ondernemer
Het ondernemersklimaat in Nederland holt achteruit, zo blijkt uit recente peilingen. Regeldruk, hoge belastingen, problemen met vergunningen en een ongelijk speelveld binnen de EU worden genoemd als de belangrijkste oorzaken. De landbouw en agribusiness vormen de grootste maaksector van ons land, dragen 7,5% bij aan het nationaal inkomen en zorgen voor 600.000 arbeidsjaren. Familiebedrijven, de ruggengraat van de sector, passen zich continu aan veranderende omstandigheden aan. De visie roept op tot het schrappen van knellende wet- en regelgeving, het faciliteren van ondernemers met passend beleid, en het betrekken van de sector bij de ontwikkeling en handhaving van nieuw beleid. Er moet maximale ruimte en financiële ondersteuning komen voor de toepassing van Kunstmatige Intelligentie (AI) en andere baanbrekende technologieën. Cruciaal is ook een gelijk speelveld binnen de EU, zonder nationale ‘koppen’ op Europees beleid, en uniforme handhaving om oneerlijke concurrentie te voorkomen.
3. Stikstof & Natuur: Een Nieuwe Koers
Het stikstofdossier is een van de meest controversiële en urgente vraagstukken voor de Nederlandse landbouw. De visie stelt dat Nederland moet afstappen van de eenzijdige focus op stikstof en de onnauwkeurige modellen-werkelijkheid. Stikstof is slechts één van de twintig drukfactoren op de natuur. In plaats daarvan moet Nederland aansluiten bij de Europese systematiek, die uitgaat van de staat van de natuur. Beheerplannen per Natura-2000 gebied, gebaseerd op deugdelijke Natuur Doel Analyses met wetenschappers en praktijkmensen, moeten centraal staan. De KDW-doelstellingen en het AERIUS-model moeten uit de wet, omdat er nauwelijks een verband aantoonbaar is tussen de staat van de natuur en stikstofdepositie, en het AERIUS-model ongeschikt is voor het berekenen van bedrijfsspecifieke depositie. De rekenkundige ondergrens voor stikstofdepositie moet met spoed worden verhoogd naar 1 mol, conform buurlanden, wat de natuur niet aantast en helpt bij de legalisering van PAS-melders. De visie pleit voor een fundamenteel andere aanpak, met een inkadering van het begrip ‘significante effecten’ uit de Habitatrichtlijn, bij voorkeur zonder het AERIUS-model (drempelwaarde). Activiteiten onder deze drempelwaarde zouden geen passende beoordeling meer nodig hebben, wat bedrijfsontwikkeling en legalisatie van PAS-melders en interimmers mogelijk maakt. Tot slot wordt benadrukt dat ook andere sectoren hun verantwoordelijkheid moeten nemen in de stikstofreductie.
4. Waterkwaliteit: Realistisch en Lokaal Beleid
De waterkwaliteit is een ander punt van zorg. De visie pleit ervoor dat Nederland de nieuwe, voorlopige EU-afspraken over de Kaderrichtlijn Water, Grondwaterrichtlijn en Richtlijn Milieukwaliteitsnormen met spoed volgt, zonder extra nationale eisen. Er moet uniformiteit komen in normstelling tussen lidstaten en waterschappen, en correctie voor natuurlijke vervuiling (zoals door watervogels) moet standaard worden. Gebieden waar de waterkwaliteit al langere tijd op orde is, moeten geschrapt worden als ‘kwetsbaar gebied’, wat de derogatie voor 250 kg stikstof per hectare weer mogelijk maakt voor veel bedrijven. Een algemene wettelijke norm voor grondgebondenheid wordt afgewezen; bemesting moet gebaseerd zijn op lokale bodemvruchtbaarheid en de behoefte van bodem en gewas, ondersteund door precisielandbouw. Mest wordt gezien als een waardevolle grondstof en te weinig dierlijke mest kan leiden tot uitspoeling van stikstof.
5. Gewasbescherming: Innovatie en Erkenning
De discussie over gewasbescherming is complex. De visie erkent de inspanningen van de plantaardige sectoren en roept op tot samenwerking voor verdere verduurzaming. Er wordt gewaarschuwd voor de gevolgen van brede spuitvrije zones rondom natuurgebieden en bebouwing, die de facto leiden tot teeltvrije zones en aanzienlijk areaalverlies voor de plantaardige sectoren, met negatieve gevolgen voor de voedselzekerheid. Ook een verbod op preventief spuiten wordt bekritiseerd, aangezien veel moderne, milieuvriendelijke middelen juist preventief werken via geïnduceerde resistentie. De visie pleit voor een snellere toelating van minder milieubelastende middelen en een proeftoelating voor laag-risico middelen tijdens het toelatingsproces.
6. Ruimtelijke Ordening: Regie en Bescherming van Landbouwgrond
Na het van tafel vegen van het Nationaal Plan Landelijk Gebied (NPLG) is het cruciaal dat de plannen niet ongewijzigd terugkomen in andere vormen. De visie vraagt het Rijk om regie te nemen om willekeur in provinciaal beleid te voorkomen. In het licht van voedselzekerheid moet het Natuur Netwerk Nederland (NNN) heroverwogen worden. Daarnaast moet landbouwgrond beter beschermd worden tegen opkoop voor andere doeleinden, zoals woningbouw of infrastructuur, om de agrarische productiecapaciteit te behouden.
7. Rechtszekerheid: Herstel van Vertrouwen
Rechtszekerheid is van fundamenteel belang voor elke ondernemer. De visie benadrukt dat de overheid betrouwbaar moet zijn en gemaakte afspraken moet nakomen. Een einde moet komen aan willekeur en het met terugwerkende kracht aanpassen van regels. Er wordt gepleit voor een onafhankelijke evaluatie van het beleid van de afgelopen jaren en het herstellen van het vertrouwen tussen overheid en sector. Dit is essentieel voor een stabiele en voorspelbare omgeving waarin agrarische ondernemers kunnen investeren en innoveren.
Een Oproep aan Politiek en Overheid
De gezamenlijke visie van de landbouworganisaties is meer dan een document; het is een oproep aan alle politieke partijen en een nieuw kabinet. De landbouw heeft een gezamenlijke visie, en specifiek, de landbouwpartijen hebben een stikstofvisie. Dit is geen verzameling losse ideeën, maar een coherent en doordacht plan dat de belangen van een brede groep boeren vertegenwoordigt. Het is een unieke kans om de impasse te doorbreken en te komen tot duurzaam en gedragen beleid.
Deze visie biedt een realistische en pragmatische routekaart voor de toekomst van de Nederlandse landbouw, waarin productiviteit, duurzaamheid en een gezond ondernemersklimaat hand in hand gaan. Het is van cruciaal belang dat de politiek deze handreiking serieus neemt en erkent dat de sector zelf de beste kennis en ervaring in huis heeft om tot werkbare oplossingen te komen.
Daarom is er ook een dringende oproep aan de minister en de ambtenaren van LVVN: gebruik deze visie en de brede samenwerking die eraan ten grondslag ligt. Ga in gesprek met de opstellers van dit document en werk samen met hen. Gebruik deze gezamenlijke inzichten en de bereidheid tot samenwerking als fundament voor nieuw beleid. Alleen door een constructieve dialoog en een gedeelde verantwoordelijkheid kan de Nederlandse landbouw een bloeiende en duurzame toekomst tegemoet gaan, ten gunste van de boeren, de natuur en de voedselzekerheid voor iedereen.
De tijd van polarisatie en stilstand moet voorbij zijn. Deze gezamenlijke visie biedt een uitweg en een pad voorwaarts. Het is nu aan de politiek en de overheid om deze kans te grijpen en samen met de sector te bouwen aan een sterke en veerkrachtige Nederlandse landbouw.