“Nederland is Modellengelovig Geworden”: Ronald Meester over de Illusie van Stikstofzekerheid bij De Nieuwe Wereld (25/10/2025)

In een openhartig gesprek bij De Nieuwe Wereld licht hoogleraar statistiek Ronald Meester zijn vernietigende rapport over het Nederlandse stikstofbeleid toe. “Een model is geen autoriteit, het is een hulpmiddel.”

“Ik hoorde dat en ik dacht: dit zal toch niet waar wezen. Ik bedoel, dit is toch zo ver van alle realiteit vandaan.” Ronald Meester, hoogleraar Waarschijnlijkheidsrekening aan de Vrije Universiteit Amsterdam, schudt zijn hoofd als hij een anekdote vertelt over een ambtenaar die voorstelde om met Duitsland te gaan onderhandelen over de stikstof die vanuit het buitenland Nederland binnenwaait. “Dan ben je in mijn ogen een modellengelovige geworden.”

Het is een veelzeggende uitspraak in een gesprek waarin Meester zijn recent gepubliceerde rapport “De illusie van een betrouwbare stikstof-modelwerkelijkheid” toelicht. Het rapport, geschreven in opdracht van staatssecretaris Jean Rummenie, is een vernietigende analyse van de wetenschappelijke basis van het Nederlandse stikstofbeleid. En de conclusie is helder: we zijn blind modeluitkomsten aan het volgen, zonder de mogelijkheid te hebben om te controleren waar we mee bezig zijn.

Een Onafhankelijke Blik

Waarom komt een staatssecretaris bij een hoogleraar statistiek terecht voor een onderzoek naar stikstof? Meester legt uit dat het juist zijn gebrek aan betrokkenheid bij het stikstofbeleid een voordeel was. “Het hele stikstofdiscours wordt eigenlijk vooral gedomineerd door een bepaald klein clubje wetenschappers die zich daar continu mee bezig houden. Dat brengt natuurlijk een bepaald gevaar met zich mee. Mensen gaan elkaar napraten, elkaar citeren. Er is eigenlijk te weinig tegenspraak, te weinig wetenschappelijke tegenspraak.”

De staatssecretaris was op zoek naar iemand die ten eerste inhoudelijk zou kunnen en willen analyseren, en ten tweede die niet bang zou zijn om bepaalde conclusies op te schrijven, mochten die conclusies op een bepaalde manier uitvallen. “En om de een of andere reden is hij toen bij mij uitgekomen,” zegt Meester.

Voor een wiskundige is het niet ongewoon om te werken in domeinen waar hij geen specialist in is. “Statistiek gaat altijd ergens over. Kansen zijn altijd kansen op bepaalde gebeurtenissen. Dat zijn geen wiskundige dingen. Dat zijn ecologische, juridische, natuurkundige, biologische dingen. Dus dat is business as usual voor mij.”

Het Mechanische Wereldbeeld

Wat Meester aantrof in zijn analyse van de natuurdoelanalyses (NDA’s) en de adviezen van de Ecologische Autoriteit was een “heel mechanisch, technocratisch wereldbeeld” waarin de Kritische Depositiewaardes (KDW’s) absolute waarden zijn en de berekeningen van Aerius voor waar worden aangenomen.

Als je eronder zit gaat het goed, als je erboven zit gaat het fout. Heel simplistisch eigenlijk,” legt Meester uit. “Ik heb dat zelf ‘metaforische knoppen’ genoemd in mijn rapport. Je kunt dus draaien aan de wereld en dan gebeurt er precies wat je denkt dat er gaat gebeuren omdat de modellen dat voorspellen.”

Dit wereldbeeld blijkt uit talloze citaten in de NDA’s en EA-adviezen. Meester gebruikte zelfs moderne zoekfuncties om dit systematisch te onderzoeken. De vraag is: is dat wereldbeeld gerechtvaardigd?

De Onhoudbaarheid van de KDW’s

Meesters eerste bevinding betreft de Kritische Depositiewaardes zelf. Deze grenzen—bijvoorbeeld 714 mol per hectare per jaar voor stuifzandheiden of 500 voor zwakgebufferde vennen—worden gepresenteerd als exacte wetenschappelijke feiten. Maar dat zijn ze niet.

“Er blijkt in de literatuur helemaal geen eenduidige methodologie te zijn om daar iets simpels over te zeggen,” vertelt Meester. “Het is behoorlijk ad hoc en er worden hele grote conclusies getrokken op basis van hele kleine experimenten, waarbij het maar zeer de vraag is of de achtergrondonzekerheden die er sowieso bestaan niet veel groter zijn dan de onzekerheden waar het eigenlijk om gaat.”

Meester kwam tot de conclusie dat het evident is dat er te veel stikstofdepositie kan zijn—“van alles kan te veel zijn”—maar dat er geen enkele reden is om te denken dat die getallen ook maar iets te maken hebben met echte harde grenzen.

Een cruciaal probleem is het gebruik van statistische significantie om te bepalen wat “kritisch” is. “Mensen denken: als iets significant is, dan is het ook belangrijk. Maar significantie heeft helemaal niks te maken met of het belangrijk is in de wereld of niet,” legt Meester uit. Hij publiceert al jaren over de noodzaak om dit begrip kwijt te raken, omdat het een verkeerd begrip is. “Toch wordt dat daar toegepast. Dus dat is de verkeerde statistische methodologie.”

Het Meetprobleem

Het tweede ingrediënt van het systeem is de berekening van de depositie zelf, met behulp van het Aerius/OPS-model. En hier wordt het probleem nog fundamenteler: je kunt stikstofdepositie niet meten zoals je de temperatuur kunt meten.

“Mensen denken dat je die depositie kunt meten zoals je de temperatuur buiten kunt meten. Maar dat is niet zo,” zegt Meester. “Dat meten is ook heel indirect en dat gaat ook aan de hand van weer een ander model met allemaal weer eigen onzekerheden.”

Wat er wél gemeten wordt zijn langjarige gemiddelden, “hoog over als het ware.” Maar wat je niet kunt meten is hoeveel van de neergeslagen stikstof op een specifieke plek afkomstig is van boer X. “Dat weet je niet. Dat gaat niet.”

En zelfs binnen al die onzekere marges blijkt—en dat geeft het RIVM toe—dat de gemeten en de berekende waarden tientallen procenten, 70 tot 80 procent, uit elkaar kunnen liggen.

De Duitse Stikstof

De anekdote over de ambtenaar die met Duitsland wilde onderhandelen illustreert hoe ver de modelgelovigheid is doorgeschoten. “Er was iemand die had geroepen: uit het buitenland, en voornamelijk Duitsland, komt zoveel stikstof ons land binnenwaaien waar we geen controle over hebben. Zelfs als we alle aanbevelingen zouden volgen, dan nog kunnen we niet gaan bouwen vanwege de stikstof die vanuit het buitenland ons land binnenkomt.”

De reactie van de ambtenaar? “Ja, dat is belangrijke informatie. Ik denk dat we dat met Duitsland moeten gaan bespreken.”

Meester: “Ik hoorde dat en ik dacht: dit zal toch niet waar wezen. Dat je zoveel geloof hebt in je stikstofmodellen dat je denkt: als deze modellen voorspellen dat we niks meer kunnen als Duitsland niks gaat doen, dat je dan even met Duitsland gaat bellen en dat Duitsland zegt ‘ja oké, dat gaan we doen.’ Ik bedoel, dat is zo ver van de realiteit.”

Nederland Staat Alleen

Een opvallende bevinding in Meesters rapport is dat Nederland vrijwel het enige land is dat zich zo nadrukkelijk op stikstofmodellering heeft toegelegd. “In Nederland is het vrijwel het enige land dat zich zo nadrukkelijk op stikstof heeft toegelegd. Dat gebeurt eigenlijk nergens anders, behalve in Vlaanderen op dit moment.”

Meester keek naar Italië, Duitsland en Denemarken. “Daar gebeuren allemaal hele andere dingen. Behalve Vlaanderen, die kopieert nu een beetje het Nederlands gedrag.”

Dit roept de vraag op: is Nederland wetenschappelijk strenger, of gewoon onwetenschappelijker in de omgang met modellen?

Het Risico van Modelgelovigheid

Meester maakt een fundamenteel onderscheid tussen wat modellen wel en niet kunnen. “Een model is niet de autoriteit. Een model is een hulpmiddel, een rekenapparaatje wat wij gebruiken en waar wij iets in stoppen om te kijken of het misschien redelijk is wat we doen. Maar het wordt nu opgevoerd als een autoriteit en dat is het natuurlijk helemaal niet.”

Hij verwijst naar zijn eerdere boek “Van aardbeving tot zoönose – over de inzet van modellen voor beleid” waarin hij samen met Marc Jacobs een duidelijk standpunt inneemt: modellen zouden nooit in de wet opgenomen mogen worden. “Gewoon per definitie niet, want het is een keuze om het model wel of niet te gebruiken. En dat is hier wel gebeurd. Dus vanuit mijn perspectief is het daar al fout gegaan en het is heel moeilijk om dat te corrigeren.”

Betekent dat dat je modellen helemaal niet meer moet gebruiken? Nee, zegt Meester. “Een volwassen omgang met modellen veronderstelt dat je een model gebruikt als een begin van een gesprek. Dat is wat een model moet doen. Een manier om jouw kaarten op tafel te leggen, om jouw keuzes communiceerbaar te maken, zodat duidelijk is waar jij de keuzes hebt gemaakt en waarom je dat belangrijk vindt.”

De Politieke Dimensie

Meester benadrukt dat zijn rapport niet zegt dat er niets zou moeten gebeuren aan natuurbehoud. “Niemand heeft ooit gezegd dat er niks zou moeten gebeuren. Dat je aan natuurbehoud wil doen en misschien zelfs moet doen, daar ben ik helemaal niet kritisch over. Dat vind ik eigenlijk ook dat je dat moet doen.”

Maar als de politiek ervoor kiest om het met stikstof te doen, dan moet ze wel de gevolgen onder ogen zien. “Dan laat ik je nu de gevolgen zien wat er gebeurt. Dan heb je te maken met modellen die niks met de werkelijkheid te maken hebben en die dus dit soort gevolgen kunnen hebben. Als jij dat politiek akkoord vindt, dan heb ik je in ieder geval verteld wat je eigenlijk aan het doen bent en waarom ik vind dat dat wetenschappelijk niet verantwoord is.”

Meester geeft aan het eind van zijn rapport wel degelijk een aantal stappen om tot een ander beleid te komen, ook met het oog op wat er in het buitenland gebeurt. “Als wij een stikstofbeleid hanteren op deze manier waardoor wij geen woningen meer kunnen bouwen, dan denk ik: waar ben je mee bezig?”

De Rol van Wetenschap

Een fundamenteel punt in Meesters betoog is dat de wetenschap in dit dossier wordt overvraagd. De politiek en de rechterlijke macht vragen om exacte antwoorden, om harde getallen, om zekerheid. En wetenschappers leveren die—soms tegen beter weten in.

“Ik zou teruggeven aan die politici: hou op met die modellen autoriteit toe te kennen, want dat hebben ze niet,” zegt Meester. “En ik zeg dat niet omdat ik modellen vervelend vind. Ik heb gewoon het dossier bestudeerd en gezien dat eigenlijk geen andere conclusie mogelijk is dan dat.”

Hij waarschuwt ook voor een bredere trend in het gebruik van modellen voor beleid. Zo is hij fel gekant tegen het doorrekenen van politieke partijprogramma’s. “Op een gegeven moment gaan de mensen van politieke partijen, de wetenschappers, in de gaten krijgen wat die modellen willen en niet willen doen. Het geeft een schijnzekerheid. Dan gaan mensen elkaar bestrijden om te zeggen dat zij 10.000 banen gaan creëren en de ander 20.000. Ik moet er heel hard om lachen, want er is niets in de modellen die dat ook maar in de verste verte kan garanderen.”

Empirische Benadering

Wat is dan het alternatief? Meester pleit voor een empirische benadering: werk vanuit wat je daadwerkelijk kunt meten en waarnemen in plaats van vanuit wiskundige modellering.

“Mijn advies zou altijd zijn om uit te gaan van empirie, veel meer dan van modellen,” zegt hij. “Als het gaat om biodiversiteit, kijk dan naar wat je daadwerkelijk ziet gebeuren in de natuur, in plaats van te vertrouwen op wat een model voorspelt.”

Dit betekent niet dat modellen geen rol kunnen spelen, maar ze moeten worden gebruikt als hulpmiddel in een gesprek, niet als autoriteit die beslissingen dicteert.

De Verwachtingen Zijn Te Hoog

Aan het eind van het gesprek vat Meester de kern van het probleem samen: “De verwachtingen van die modellen zijn te hoog.”

We vragen van de wetenschap om zekerheid te leveren waar die zekerheid er simpelweg niet is. We vragen van modellen om beslissingen te nemen die politici zouden moeten nemen. En we doen alsof we precies weten hoeveel stikstof waar neerslaat en wat dat betekent voor de natuur, terwijl we dat in werkelijkheid niet kunnen weten met de precisie die we claimen.

Het resultaat is een systeem dat is gebouwd op een fundament van schijnzekerheid, met verstrekkende gevolgen voor boeren, bouwers en de hele Nederlandse samenleving. Nederland zit op slot, niet omdat de wetenschap dat dicteert, maar omdat we blind zijn gaan vertrouwen op modeluitkomsten die we niet kunnen verifiëren.

Conclusie: Terug naar de Realiteit

Het gesprek met Ronald Meester is een wake-up call. Het laat zien dat het Nederlandse stikstofbeleid niet alleen technisch problematisch is, maar ook filosofisch en wetenschappelijk onhoudbaar. We zijn “modellengelovig” geworden, zoals Meester het noemt, en hebben de modellen een autoriteit gegeven die ze niet hebben en niet kunnen hebben.

De weg vooruit vraagt om politieke moed: de moed om te accepteren dat we sommige dingen niet met de gewenste precisie kunnen weten, de moed om beslissingen te nemen onder onzekerheid, en de moed om af te stappen van een systeem dat is gebouwd op schijnzekerheid.

Meesters rapport biedt daarvoor de wetenschappelijke basis. Nu is het aan de politiek om die handschoen op te pakken en het dossier terug te nemen van de modelleurs. Want zoals Meester zegt: “Een model is geen autoriteit. Het is een hulpmiddel.” En het wordt tijd dat we dat weer gaan inzien.

Over het gesprek: Dit artikel is gebaseerd op het gesprek tussen Jelle van Baardewijk en Ronald Meester bij De Nieuwe Wereld, uitgezonden op 25 oktober 2025. Het volledige gesprek is terug te kijken op de website van De Nieuwe Wereld.

Over Ronald Meester: Prof. dr. Ronald Meester is hoogleraar Waarschijnlijkheidsrekening aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij publiceert breed over kansrekening, statistiek en het gebruik van wiskundige modellen. Hij treedt regelmatig op als forensisch statistisch expert bij rechtszaken en heeft grote impact gehad op het Nederlandse rechtssysteem, onder meer in de zaak Lucia de B. Zijn recente publicaties omvatten “Van aardbeving tot zoönose – over de inzet van modellen voor beleid” (met Marc Jacobs) en “Kan dat geen toeval zijn – een kritische blik op statistische bewijsvoering” (met Klaas Slooten).

Bronnen:

  • Meester, R. (2025). De illusie van een betrouwbare stikstof-modelwerkelijkheid. 17 oktober 2025.
  • Van Baardenwijk, J. (2025). Gesprek met Ronald Meester. De Nieuwe Wereld. 23 oktober 2025.

Voor een diepgaande analyse van Meesters rapport, zie ook onze eerdere longread “De Illusie van Zekerheid”.

Geef een reactie