Soms is een blik in het verleden de meest confronterende spiegel voor het heden. In januari 2014, ruim een decennium geleden, verscheen op dit blog Food4Innovations een artikel met een profetische titel: “Innoveren is #doen in de #praktijk – Bedenken en realiseren (=maken) horen heel dicht bij elkaar” [1]. Het was een tijd waarin de echo’s van de financiële crisis nog nagalmden en de roep om een nieuwe, robuuste economie steeds luider klonk. Het artikel, geschreven door mij (Wouter de Heij), en was een vurig pleidooi voor een herwaardering van de maakindustrie en een waarschuwing tegen de illusie van een pure diensteneconomie. “De tijd van website klussen, analyses op papier, management-consultants met powerpoints, en alleen bedenken is voorbij,” zo stelde ik. Tien jaar later is het pijnlijk om te constateren dat we niet alleen weinig met dit advies hebben gedaan, maar in veel opzichten exact de tegenovergestelde weg zijn ingeslagen.
Deze longread duikt in de ‘oude doos’ van 2014, legt de toenmalige adviezen naast de realiteit van 2025 en trekt een ongemakkelijke, maar noodzakelijke conclusie: het probleem van Europa’s innovatiecrisis is niet een gebrek aan inzicht, maar een stuitend gebrek aan actie.
De Kern van 2014: Bedenken en Maken zijn Onlosmakelijk Verbonden
De centrale these van het artikel uit 2014 was glashelder. Geïnspireerd door het succes van high-tech bedrijven als ASML en de trend dat zelfs Apple weer fabrieken in Amerika opzette, betoogde ik dat een gezonde economie niet kan bestaan zonder een sterke, lokale maakindustrie. Hij schreef:
“Bedenken en maken horen bij elkaar, zeker in een innoverende samenleving die op veranderingen in haar omgeving probeert in te spelen. #doen betekent ook maken in de praktijk.”
Het artikel verwees naar een conferentie van het MIT uit 2013, waar men tot de schokkende conclusie kwam dat de Amerikaanse maakindustrie was ingestort en dat dit een existentiële bedreiging vormde voor de welvaart van het land. De oplossing, volgens de MIT-president van destijds, was “inzetten op innovatie in manufacturing”. Innovatie, zo leerde men, vindt niet plaats in een vacuüm van R&D-afdelingen, maar op het kruispunt van disciplines, op de productievloer. Boeing, zo werd als voorbeeld aangehaald, besloot zijn ingenieurs terug naar de fabriekshal te verhuizen. De boodschap was duidelijk: de fysieke en intellectuele wereld moeten met elkaar verbonden blijven.
Voor de voedselsector was de voorspelling eveneens helder: “Wat gaat dit betekenen voor voedselproductie en voedseltechnologie? Zelf maken gaat weer hip worden denk ik. Niet alleen hip, maar vooral erg noodzakelijk voor onze toekomstige welvaart.” Het was een oproep om de productieketens te verkorten en de innovatiecyclus te versnellen door de makers en de denkers weer in dezelfde ruimte te plaatsen.
De Realiteit van 2025: Een Decennium van Ontkoppeling
Hoe staat het er tien jaar later voor? Hebben we geluisterd? De realiteit is ontnuchterend. In plaats van bedenken en maken dichter bij elkaar te brengen, heeft Europa een systeem geperfectioneerd dat deze twee werelden verder dan ooit uit elkaar heeft gedreven. Het meest schrijnende voorbeeld hiervan is de Novel Food-procedure, de poortwachter voor voedselinnovatie in de EU.
Een recente analyse van 292 aanvragen toont aan dat het gemiddeld 2,56 jaar duurt om een goedkeuring te krijgen [2]. Dit is een proces dat volledig is losgezongen van de praktijk. Het is een papieren exercitie, een bureaucratische uitputtingsslag waarbij startups en innovators vastlopen in een moeras van ‘Additional Data Requests’ en eindeloze ‘suitability checks’. Terwijl de innovators proberen te maken, zijn de regulators in Brussel en Parma uitsluitend aan het bedenken en beoordelen. Het gevolg: de daadwerkelijke productie en marktintroductie van innovatieve, duurzame voedingsmiddelen vindt niet plaats in Europa, maar in Singapore of de Verenigde Staten, waar men wel begrijpt dat snelheid essentieel is [3].
De scheiding is compleet. De ingenieurs zijn niet naar de productievloer verhuisd; ze zijn naar een ander continent verhuisd.
De Roep om ‘Slimme Regulering’ versus de Realiteit van Bureaucratische Wildgroei
Een ander cruciaal punt uit 2014 was de noodzaak van een ander soort overheid. Het artikel citeerde de bevindingen van het MIT:
“In plaats van een complexe bestuursomgeving is er nood aan een slimme regulering. Minder gebruiksvriendelijk betekent immers ook minder bedrijfsvriendelijk.”
Het advies aan de Nederlandse en Europese beleidsmakers was dan ook om hier “veel meer rekening mee te houden”. Wat is er met dit advies gebeurd? Het tegenovergestelde. De afgelopen tien jaar is de regelgeving niet slimmer geworden, maar exponentieel complexer. De Transparantieverordening van 2021, bedoeld om het vertrouwen te vergroten, voegde een nieuwe laag van bureaucratie toe die op zichzelf al voor maanden vertraging zorgt [3]. Elke nieuwe ‘guidance’ van EFSA lijkt de lat hoger te leggen en de bewijslast te verzwaren, zonder het proces fundamenteel te versnellen of te vereenvoudigen [2].
Het resultaat is een systeem dat door voormalig ECB-president Mario Draghi wordt omschreven als een belangrijke oorzaak van Europa’s tanende concurrentiekracht [4]. Zijn rapport uit 2024 is een echo van de waarschuwing uit 2014: de papierwinkel is onhoudbaar geworden. Natuurkundige Sabine Hossenfelder verwoordt de frustratie treffend: “Nadat we de boot gemist hebben, vormen we een commissie om de pier te bestuderen” [5]. Dit is geen slimme regulering; dit is geïnstitutionaliseerde verlamming.
| Advies uit 2014 | Realiteit in 2025 |
| Bedenken en maken bij elkaar | Scheiding is groter dan ooit: 2,56 jaar bureaucratisch proces voor Novel Foods. |
| Slimme, bedrijfsvriendelijke regulering | Complexiteit is toegenomen: Meer regels, langere procedures, zwaardere bewijslast. |
| #DOEN in de praktijk | Meer analyseren, minder doen: Rapporten (Draghi) worden geschreven, maar niet geïmplementeerd. |
| Lokaal en snel maken | Innovatie vlucht weg: Startups schalen buiten de EU vanwege onhoudbare time-to-market. |
| Ecosystemen en clusters bouwen | Fragmentatie blijft: Een investeringskloof van €700 miljard met de VS en geen effectieve ecosystemen. |
De Bittere Ironie: Amerika Leerde de Les, Europa Niet
Het meest ironische van de terugblik op 2014 is de context. Het artikel gebruikte de Amerikaanse maakindustrie, die destijds in een diepe crisis verkeerde, als waarschuwend voorbeeld. Het MIT luidde de noodklok over het verlies van industriële capaciteit. Wat is er in de tien jaar daarna gebeurd? Amerika heeft geluisterd. Met massieve investeringsprogramma’s zoals de Inflation Reduction Act (IRA) en de CHIPS Act heeft de Amerikaanse overheid vol ingezet op het terughalen van de maakindustrie en het stimuleren van technologische innovatie. Ze hebben de diagnose van 2013 ter harte genomen en zijn gaan doen
Europa daarentegen, lijkt de waarschuwing volledig in de wind te hebben geslagen. Terwijl Amerika zijn industriële basis herbouwt, de-industrialiseert Europa verder, verstikt in zijn eigen regelgeving. We hebben de Amerikaanse ziekte van de vroege jaren 2000 geïmporteerd, precies op het moment dat Amerika zelf aan de behandeling begon. We hebben de verkeerde les geleerd van de verkeerde crisis.
Conclusie: We Wisten Het, Maar Deden Niets
Als we het artikel uit 2014 herlezen, is de conclusie even onvermijdelijk als pijnlijk. De diagnose was correct. De voorgestelde remedie was adequaat. De waarschuwing was tijdig. En het advies aan de overheid was expliciet.
“Onderzoek is uit, innovatie is nu in, en maken/realiseren wordt helemaal de toekomst.”
We wisten dat een pure diensteneconomie een illusie was. We wisten dat bedenken en maken hand in hand moeten gaan. We wisten dat we slimme, faciliterende regelgeving nodig hadden in plaats van complexe bureaucratie. We wisten dat we moesten inzetten op ecosystemen en snelheid.
Het falen van de afgelopen tien jaar is geen intellectueel falen. Het is geen gebrek aan kennis, rapporten of analyses. Het is een falen van de executie. Een falen van de wil om te veranderen. Een triomf van de procedurele voorzorg over de strategische noodzaak. De ‘oude doos’ van 2014 is geen nostalgisch document; het is een akte van beschuldiging. Het laat zien dat we al die tijd wisten wat er op het spel stond, maar ervoor kozen om de andere kant op te kijken, druk bezig met het opstellen van de notulen terwijl de concurrentie de toekomst bouwde.
Referenties
[1] De Heij, W. (2014, januari 26). Innoveren is #doen in de #praktijk – Bedenken en realiseren (=maken) horen heel dicht bij elkaar. Food4Innovations. https://food4innovations.blog/2014/01/26/innoveren-is-doen-in-de-praktijk-bedenken-en-realiseren-maken-horen-heel-dicht-bij-elkaar/
[2] Le Bloch, J., et al. (2025). The novel food evaluation process delays access to food innovation in the European Union. npj Science of Food, 9(117). https://doi.org/10.1038/s41538-025-00492-x
[3] O’Rourke, S. (2025, juli 15). Guest article: EU novel food delays. Bureaucracy is choking food innovation. AgFunderNews. https://agfundernews.com/guest-article-eu-novel-food-delays-why-bureaucracy-is-choking-off-food-innovation
[4] Europese Commissie. (2024, september 9). The Draghi report on EU competitiveness. https://commission.europa.eu/topics/eu-competitiveness/draghi-report_en
[5] Hossenfelder, S. (2025, november 15). What the HELL is wrong with Europe? [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=iH0aij_A08A