Snotneus? Denk Rhino, niet COVID nu. Maar waarom deden we het ook al weer? Waarom paniek over positieve PCR niet tot aanvullend beleid mag leiden!

Sinds 1 juni is er meer testcapaciteit, prima. Dat is waar we in maart immers al door het ijs heen zakte. Hoe zit het met deze test? Deze test is een zogenaamde PCR-test: “De polymerasekettingreactie (PCR, van polymerase chain reaction), is een manier om uit zeer kleine hoeveelheden RNA of DNA (enkele basen) specifiek een of meer gedeeltes te multipliceren (amplificeren) tot er genoeg van is om het te analyseren”.

Deze PCR is met de moderne snelle en goedkope analyse-technologie heel erg gevoelig. Een paar brokjes RNA in je neus dat via een ‘swap (het wattenstaafje) in de PCR wordt gestopt kan daarom al leiden tot een ‘positieve COVID’ waarde.

Nu zegt het HELEMAAL niks of je dan ziek bent of wordt, of je besmettelijk bent of niet. Het zegt niet eens wat over de mogelijke aanwezigheid van een ‘levend’ virus brokje (ja ja die term klopt niet, I know). Het kan immers ook een restbrokje zijn of een stukje virus in zo’n lage concentratie dat het a) niet ziekmakend is en b) niet besmettelijk is.

Waar het natuurlijk werkelijk om gaat is of een persoon klinische verschijnselen (klachten) heeft. Dus of deze persoon serieuze klachten heeft. Gaat deze persoon ziek worden of voelt hij zich al ziek? Kan deze persoon dood gaan. In maart ging het immers vooral over de stress door grote toename van de IC’s en de oversterfte. Daarvoor namen we maatregelen (flatten the curve). Dat zijn toch de parameters waarom het ging?! Al het andere is niet zo relevant.

Stel je hebt nu een snotneus, en dat kan nu heel erg goed, het Rhino-virus dwaalt immers rond in Nederland en hiervan kan je dus een snotneus krijgen. Stel dat je ook een restje corona-RNA hebt in je neus, en hierop PCR-test laat uitvoeren door de GGD. De conclusie gaat dan zijn “positieve test, en snotneus = COVID besmettelijk”. Maar in dit geval is de kans dat die snotneus komt door Rhino veel groter. PCR wordt normaal in aanvulling van klinische klachten gebruikt en niet andersom.

Wat zijn de feiten nu (=data RIVM):

Dus wel wat extra positieve testen (met PCR dus!) in de laatste weken (er zijn ook meer testen uitgevoerd), maar dat getal zegt dus helemaal niks over de klinische status van deze mensen. Wat we wel zien is dat het aantal ziekenhuisopnamen en het aantal doden helemaal niet toeneemt. Dus niks geen tweede golf.

Nogmaals: laten we vooral naar ziekenhuis-opnamen, naar IC-opname en sterfte cijfers blijven kijken. Vooral niks ander. PCR-positief krijgt nu veel teveel aandacht in de media en in Den Haag.

Wat betekent dit voor het corona-beleid? Nu in mijn ogen helemaal niks (hoop ik!). We moeten niet de duimschroeven gaan aandraaien, we moeten wel vooral stoppen om bang te zijn. We moeten heel nuchter en voorzichtig kijken naar percentage PCR-positieven per aantallen testen. Naar PCR-positieven per 100.000 mensen dus. Maar we moeten VOORAL blijven kijken naar aantal IC-opnamen, het aantal ziekenhuis-opnamen en de sterfte (per dag). Dat zijn de juiste KPI’s. Dat zijn de enige relevante parameters op het dashboard waar we naar moeten kijken.

Extra beleid bouwen op PCR-positief mag niet. Zeker niet als dat beleid een verdere inperking betekent van onze vrijheden of tot verdere achteruitgang in onze privacy gaat zorgen. Ik wil vrij kunnen leven, kunnen denken, kunnen schrijven. Ik wil zelf risico’s kunnen afwegen. Ik wil geen boetes als ik de 1,5 meter niet nakom, en ik wil geen mondkapje buiten gaan dragen.

Doe normaal! Laten we nuchter en rationeel blijven. No panic!

PS : Hieronder wordt dit prima uitgelegd in onderstaande youtube.

Aanvulling 12 oktober 2020

Op 27 augustus heb ik een tweede stukje geschreven over de PCR. Vooral rondom de statistiek. Zowel de betrouwbaarheid van de PCR test zelf, als rondom monstername, als rondom relevantie t.a.v. besmettelijkheid blijft er discussie. Daarnaast op verzoek hierbij mijn excel file versie 1:

Over het juiste Corona-model 2/3 : Paracelcus en het Het meest rationele corona model in mijn ogen.

Ik schreef over Jaap Goudsmit en vooral over intuitive wetenschap. Je kunt het ook zeggen, rationaliteit in denken zonder dat er al wetenschappelijk bewijs is (want dat kan immers lang duren, veel peer-reviewed papers nodig, heel wat debat, het kost jaren). Natuurlijk helpt het als je een basis-kennis hebt, een goede opleiding hebt kunnen volgen en nog wekelijks inhoudelijk geprikkeld wordt. In dit blogje probeer ik het in mijn ogen meest rationele corona-model te schetsen. Eerst nog maar een keer de zwart-wit tegenstelling:

Model A – Maurice de Hond.
– Superspread events zijn oorzaak exponentieel groei Corona in maart.
– Het gros van de besmettingen verloopt via aerosolen.
– Focus op ventilatie (verse lucht van buiten naar binnen).
– Mondkapjes kunnen van toegevoegde waarde zijn.
– Buiten besmettingen komen zelfden voor.
– Wetenschappelijke rationaliteit deel je met je omgeving.
– Interactie met de omgeving is nodig om ‘samen’ verder te leren.
– In de zomer is het veilig, een tweede golf komt bij start griep-seizoen.

Model B – Jaap van Dissel
– Een besmet persoon besmet een ander persoon (dus vooral 1:1).
– Afstand houden is van cruciaal belang (1,5 meter), voorkom druppelcontact tussen twee mensen. (Bewijs is er niet!)
– Mondkapjes werken niet (behalve medische in het ziekenhuis)
– Je kan overal besmet worden via besmette druppels.
– “Ik en mijn collega’s moeten zich veilig voelen, we adviseren het kabinet, en eventuele wetenschappelijk discussie blijft intern”.
– Ook deze zomer moeten we oppassen. Dus afstand houden is de basisregel

Laat ik deze twee modellen eens nader bekijken, stel Jaap van Dissel heeft gelijk, dan zouden we in de statistieken moeten zien dat er ongeveer evenveel buiten als binnen besmettingen zijn. Dit is niet zo, uit bron en contact onderzoek komt steeds naar voren dat er vooral binnen superspread events zijn die voor de vele besmettingen zorgen. Als grote druppels met virus vooral voor besmetting zorgen dan zou het dragen van een mondmasker wel moeten helpen, je kunt immers (als je besmet bent) voorkomen dat grote druppels voorbij je masker komt. Een mondmasker minimaliseert immers de verspreiding van grote druppels. Toch?

Indien Model B klopt, dan zou corona een lage Ro hebben (en dat is gemiddeld ook zo! Maar data kan je ook verwarren), het virus verspreid zich dan immers van 1 persoon op 1 persoon. Je zou niet snel verwachten dat 1 persoon een tiental (of meer) mensen zomaar verspreid (tenzij er een grote knuffel-bijeenkomst was waarbij iedereen hoest en proest). En dat is wel keer op keer het geval: we hebben aantoonbaar brandhaarden waarbij tientallen mensen besmet worden per keer.

Verder is de transmissie van een besmet persoon naar een onbesmet persoon via (grote) druppels lastig voor te stellen. Onze huid laat geen virussen door (=eerste lijn verdediging), dus een druppel zou dan via je mond of ogen naar binnen gewreven moeten worden. Dit lijkt me onwaarschijnlijk transmissie. Corona is immers vooral een longziekte, en dus is het rationeler om te veronderstellen dat je virusdeeltjes moet inademden. Ik denk daarom dat Model A (Maurice de Hond) daarom vooral een rationelere model is dan Model B (Van Dissel/RIVM).

In het model A is het overigens helemaal niet zo logisch om een mondkapje te gaan dragen. Aerosolen (kleine druppels) zweven immers in de lucht, en komen voorbij een huis tuin en keuken kapje. In Model A zou het wel rationeel zijn om naar buiten te gaan, om de zon (en strand) op te zoeken. Wind verspreid de deeltjes, het vochtgehalte buiten verdampt druppels en UV maakt de meeste virussen kapot. De adviezen van mijn blog van 27 mei zijn dan wel heel logisch om op te volgen. Nu hoor ik jullie al denken “dit is geen bewijs” en vooral “je bent bevooroordeeld”, en dat klopt wellicht ook,

Ik heb nog een reden waarom ik lang denk dat de aerosolen hypothese (model A) veel logischer is. In de microbiologie (en toxicologie) is bekend dat er bij ziekte of sterfte vrijwel altijd spraken is van een minimale dosis. Je hebt een minimaal aantal bacteriën of virusdeeltjes nodig (uitgedrukt in aantallen) om besmet te raken. Bij giftige stoffen wordt gesproken over de LD50. Paracelcus zou gezegd hebben “All things are poisons, for there is nothing without poisonous qualities. It is only the dose which makes a thing poison.” En deze uitspraak is niet alleen van toepassing op chemicaliën, maar ook op de meeste pathogenen en veel virussen (ook voor aids bijvoorbeeld). Waarom zou dat voor COVID-19 anders zijn?

Het is daarom ook rationeel / logisch om te veronderstellen dat er ook een minimal COVID-19 dosis is waarop we (negatieve) symptomen krijgen, een minimal COVID-19 dosis waarop we ziek worden en een LD50 achtige dosis waarop we uiteindelijk ziek worden. Verder verwacht ik dat deze dosis-waarden afhankelijk zijn van leeftijd en fitheid (status immuunsysteem). En dit laatste is ook het geval, overgewicht helpt niet, en ouderen zijn ook vatbaarder. Ook dit is zo bij de meeste andere virussen en microbiële pathogen.

(voor de duidelijkheid: binnen blijven en social distance is niet optimaal beleid denk ik)

Stel dat dit uitgangspunt (“er is een minimale dosis“) klopt, dan zijn er twee vragen te stellen (waar ik het antwoord niet op weet):

  • Hoeveel virusdeeltjes (load, dosis) moeten er in je lichaam komen voordat je ziek wordt? Zonder deze minimale viral-load in je lichaam zullen er geen problemen ontstaan!
  • Hoe kunnen deze virusdeeltjes op een plek in je lichaam komen waar ze zichzelf kunnen vermenigvuldigen EN tot gezondheidsproblemen kan zorgen. Antwoord: je long-blaasjes.

Het is gezien het ziektebeeld uiterst onwaarschijnlijk dat covid via je mond en dus via je maag-darm kanaal (= extern milieu) tot besmetting en dus ‘schade’ in het lichaam kan leiden. Onze huid is een goed bescherm-orgaan en dus blijven er twee kwetsbare plekken over: via onze ogen en via onze longen (ademhaling via neus of mond).

In Model B kan ik me nog voorstellen dat een druppel op mijn hand of gezicht via mijn handen in mijn oog terecht kan komen. Maar de vraag is of een druppel met virusdeeltjes dan tot een voldoende grote virus-dosis in mijn lichaam kan leiden? Ik heb hier intuïtief zo mijn twijfels over. En die twijfels heb ik sinds half april.

Aanhangers van de druppel-theorie (model B) zouden nu heel erg hard moeten gaan pleiten voor de inzet (en verplichting) van mondkapjes. Van Dissel gelooft er niet zo in, hij heeft denk ik daarin wel gelijk. Mondkapjes helpen maar zeer beperkt. Aerosolen kan je immers nog steeds inademen als je een gewoon mondkapje opzet. En mondkapjes kunnen wellicht wel een druppelverspreiding minimaliseren mocht je in Model B geloven. Daarin toont Van Dissel ook dat hij niet rationeel de zaken bekijkt. Geloof je in druppels, dan zou je mondkapjes moeten adviseren. Geloof je in aerosolen dan kan je ernstig twijfelen bij het nut van mondkapjes.

Van aerosolen (of fijn-stofdeeltjes) weten we dat deze tot uren in de lucht kunnen blijven hangen. Als iemand die drager van COVID is dus hard praat of zingt, dan kan ik me goed voorstellen dat de concentratie aan virale deeltjes (per m3) toeneemt in een ruimte waar slecht wordt geventileerd. En als een gezond mens dan tientallen minuten of uren deze ‘vieze’ lucht in-ademt dan kan je toch een hoge virale load in je longen krijgen. Dit is de basis achter Model A, en kwalitatief ook een zeer logische verklaring voor de vele verspreidingen in kerken, zangkoren, carnaval, apres-ski, etc.

Stel dat Model B zou kloppen, dan zouden er meer besmettingen op de Dam hebben plaatsgevonden. Of met de pasen al die bootjes op de maas in Maastricht, of afgelopen week op het strand in Scheveningen want dan is naar het strand gaan ook een recept voor grote problemen. En dat leek niet het geval te zijn.

Nog zo iets. Stel ik kom een fietser tegen terwijl ik op het voetpad stilsta, stel deze fietser is besmet en er vliegt een druppel uit zijn keel, hoe groot is de kans dat die druppel in mijn longen terecht komt? Ik denk verwaarloosbaar klein. En de minimale virale dosis zal ik echt niet in mijn longen kunnen krijgen via deze toevallige besmette druppel. Onwaarschijnlijk in mijn ogen.

Een ander gedachte. Als het virus zich diep in de longblaasjes vermenigvuldig, hoe kunnen deze virusdeeltjes dan in mijn mond terecht komen zodat als ik met consumptie praat deze virusdeeltjes via een speekseldruppel een andere persoon besmet? Dat lijkt me ook onwaarschijnlijk. Aersololen worden vooral diep in de longen gevormd. Dit maakt ook Model B minder plausibel.

Dan de statistieken, vrijwel alle besmettingen zijn te herleiden naar binnen evenementen waar enkele personen vele andere besmetten. Zelfs het RIVM geeft dat nu inmiddels toe. Buiten besmettingen op grote schaal, die voorbeelden kennen we gewoonweg niet. Model A is derhalve een veel logischer model.

Nu kan je ook op een andere manier hier rationeel naar kijken. Laten we accepteren dat in beide modellen een kern van waarheid zit.

Maar dan gaat de vraag zijn: als we naar alle besmettingen kijken, hoeveel % valt te verklaren door Model A en hoeveel door Model B. RIVM (Van Dissel) doet voorkomen alsof Model B het meest dominante model is, besmettingen via aerosolen vinden bijna niet plaats. Maar ikzelf denk dat het eerder 80%-ModelA en 20%-ModelB is. Zelfs zonder wetenschappelijk erkend bewijs zou dat de meest rationele hypothese zijn gezien de vele beschreven besmettingen.

Maar dat rationele bewijs voor deze ‘mix-theorie’ is er ook inmiddels in overvloed van aanwezig, ook in de wetenschappelijke literatuur en de serieuzere pers begint dit gelukkig over te nemen. En juist daarom denk ik dat we ons beleid snel moeten gaan aanpassen. Rutte moet dus wel gaan draaien in de komende weken. Maar niet draaien richting een generiek advies van ‘altijd mondkapje’ in de publieke ruimtes. En wat vooral van belang is, het beleid moet uitlegbaar zijn aan het publiek. En dat is het nu niet. (lees Volkskrant en Trouw).

Op naar deel drie van dit drieluik.

Over het juiste Corona-model 1/3 : Intuïtieve wetenschap en dus eerst rationeel denken (met kennis) i.p.v. zoeken bij het licht terwijl de oplossing in het donkere bos ligt.

Ik ben pas op dertig minuten van de Zomergasten uitzending van gisteren. Maar wat is dit genieten deze uitzending! (zie ook trouw.nl). Jaap Goudsmit (epidemioloog, aids onderzoeker en wetenschapper in het bedrijfsleven) heeft het over intuïtieve wetenschap. Later kom ik erop terug, maar uiteraard heeft dit ook te maken met Corona. Goudsmit benoemt dat er een categorie super-wetenschappers is, die a) erg vooroploopt, b) intuïtief met creatieve ideeën kan komen. Tien jaar geleden schreef ik over dit onderwerp voor het eerste in “De toekomst van Universiteiten” nadat ik van Jan Wouter Vasbinder een niet eerder gepubliceerd manuscript kreeg geschreven door hem in 1994 met de titel “Publiek gefinancierde universiteiten, studenten en onderzoek”. Een stukje uit dat manuscript:

Er zijn, ons inziens, twee groepen mensen die zich kwalificeren voor de beslissing welk onderzoek moet worden gedaan aan publiek gefinancierde universiteiten. De eerste groep wordt gevormd door die uitzonderlijke geleerden die, gedreven door intuïtie en lef, patronen durven herkennen waar daarvoor slechts chaos was. Zulke vòrsers weten waar doorbraken zijn te verwachten en wat er voor nodig is om die doorbraken te bereiken. En als zij het niet weten, dan weet niemand dat, geen verzameld corps van ambtenaren en geen adviesraden.

De tweede groep bestaat uit ‘prospectors’ of gidsen. Dat zijn mensen die met beide benen in de praktijk staan én weten waar de grenzen van de kennis liggen. Zij wéten waar die grenzen moeten worden opgerekt en kunnen gebieden afbakenen, waarbinnen nieuwe kennis moet worden gezocht die nodig is om de maatschappelijke problemen, die op ons af komen, aan te kunnen. Binnen die gebieden wordt de nieuwsgierigheid van de onderzoeker gericht vanuit die problemen.

De eerste groep intuïtieve wetenschappers (de Vorsers) zijn meestal rood-geel vanuit hun persoonlijkheid kenmerken, terwijl de twee groep eerder blauw-groen is. Voor deze tweede groep wetenschappers is ‘weten wat we weten’ van belang, maar ze zullen niet snel een flinke disruptieve stap voorbij die grens zetten. Waarschijnlijk door een angst fouten te maken waardoor hun goede naam en faam wordt aangetast, en/of gebrek aan creativiteit.

Mijn ervaring is dat ‘door natuurlijke selectie’, althans dat is mijn simpele hypothese, onze instituten zoals RIVM, WUR, TNO etc vooral bevolkt worden door de tweede groep mensen. Er ontstaat een monocultuur in denken en type persoonlijkheid als je niet oppast. Dit is voor mijn ook de verklaring voor het feit dat RIVM zo koppig vast blijft houden aan het mantra ‘handen wassen en 1,5 meter’. De interne cultuur -beter gezegd het DNA van het personeel- is a) niet gericht op de nieuwe virussen cq onbekende problemen, b) niet gericht op het denken buiten de bestaande kaders (daar heb je immers de Vorsers voor nodig). Als je het zo bekijkt dan is het ook niet netjes van me om het OMT, RIVM en Den Haag rode en gele kaarten te geven (en 1 gele kaart heb ik inmiddels ingetrokken).

Waarom deze lange intro? Geloof ik niet in de expertise van experts? Neen hoor dat is het niet, alleen ik luister en geloof ook graag naar andere experts (mits een fatsoenlijke opleiding en dus een goede basis-kennis hebben). Dit zijn vaak experts die buiten de formele instanties werken (zoals Jaap Goudsmit bij Crucell werkt).

Mijn eigen professionele netwerk is zeer goed opgeleid en tevens leergierig, dus erg ‘slim’ en deel-gierig, denk ik. Ik heb daarom vanaf begin april ook goed geluisterd naar Maurice de Hond, al moet ik bekennen dat ik dat pas einde april ook durfde op te schrijven. Ik ben een aanhanger (fan?) geworden van zijn “rationaliteit” in het Corona dossier. Ik denk dat Maurice rationeel intuïtiever is dan Van Dissel (RIVM). Maar ik beken ik heb een natuurlijk empathie voor de outsiders. Dit weekend schreef ik:

Ik hou van de innovatoren, de kunstenaars, de scherpe analisten. Ik hou van de diversiteit. Ik heb een zwak voor de scherpte van Tinkebell en kan ook die Zwagerman wel waarderen. Ik hou niet van voetbal, maar snap waarom Johan Derksen en René van de Gijp zoveel fans hebben. Het gesprek en debat stopt als je geen ‘unieke’ of ‘bijzondere’ meningen mag hebben.

Ik ga eerst enkele zwart-wit tegenstellingen poneren; Maurice vs Jaap:

Maurice de Hond.
– Superspread events zijn oorzaak exponentieel groei Corona in maart.
– Het gros van de besmettingen verloopt via aerosolen.
– Focus op ventilatie (verse lucht van buiten naar binnen).
– Mondkapjes kunnen van toegevoegde waarde zijn.
– Buiten besmettingen komen zelfden voor.
– Wetenschappelijke rationaliteit deel je met je omgeving.
– Interactie met de omgeving is nodig om ‘samen’ verder te leren.
– In de zomer is het veilig, een tweede golf komt bij start griep-seizoen.

Jaap van Dissel
– Een besmet persoon besmet een ander persoon (dus vooral 1:1).
– Afstand houden is van cruciaal belang (1,5 meter), voorkom druppelcontact tussen twee mensen.
– Mondkapjes werken niet (behalve medische in het ziekenhuis)
– Je kan overal besmet worden via besmette druppels.
– “Ik en mijn collega’s moeten zich veilig voelen, we adviseren het kabinet, en eventuele wetenschappelijk discussie blijft intern”.
– Ook deze zomer moeten we oppassen. Dus afstand houden is de basisregel.

Waarom deze bewuste tegenstelling zo nu opschrijven? Mijn antwoord: “Aan de vooravond van een nog grotere economische en sociale crisis (ik verwacht dat, werkloosheid gaat ook in Nederland richting 7-10%), is het van belang om te ‘snappen’ hoe we besmet worden, want zonder dat snappen kunnen we geen goed beleid formuleren. En zonder goed beleid gaan we een nog grotere crisis creëren.” Daarom!

Je zou kunnen zeggen dat we eerst een soort van “model” moeten maken over de basis vragen als i) wat is het virus, ii) hoe gevaarlijk is het, iii) en voor wie, iv) hoe voorkomen we de verdere verspreiding, v) hoe genezen we patienten, etc etc. Zo’n model kunnen we daarna gebruiken om te toetsen of de fenomenen die we in de praktijk zien overeen komen met het gemaakte ‘model’. De hypothese van het probleem en de oorzaak van het probleem, EN het gemaakte model dienen in overeenstemming met elkaar gebracht te zijn. En dus is OF het model van Jaap correct OF het model van Maurice (of een combinatie van hen, ik kom erop terug).

Omdat er zo weinig bekend is (was), moesten we dus terugvallen op onze rationaliteit, een holistische blik hebben, en durven bijsturen mocht ons model niet kloppen. Het inhoudelijke debat opzoeken en argumenten uitwisselen dus. Op kantoor heb ik het wel eens over het horloge dat zoek is geraakt. Het heeft geen zin om onder de lantaarnpaal te zoeken omdat daar toevallig het licht schijnt, zeker terwijl je eigenlijk weet dat je je horloge bent verloren ergens in het donkere bos. Maar wel altijd ” hard op de feiten en zacht op de persoon?”

Ik ga nu eerst de Zomergasten aflevering afkijken, en daarna volgt deel twee. Ik ga daarin proberen het ‘model’ in mijn hoofd nog eens op papier te zetten. Zo rationeel mogelijk. Daarna kom ik met beleidsvoorstellen voor Corona (althans tegen Corona) en dat wordt dan een derde blogje.

De nieuwe truttigheid (bravigheid), belanden we weer in de jaren 50 van de vorige eeuw? Over discriminatie, de corona-jeugd en Zwagerman. Laten we diversiteit omarmen en niet allemaal in het brave midden gaan staan (een column).

Ik zit nu topless met een korte kleine onderbroek in de tuin uit de zon de krant te lezen en wat favoriete websites te bekijken. Het is mijn eigen tuin, we hebben geen inkijk, maar als je achterlangs via de gemeentetuin onze tuin binnen kijkt dan kan je me dus zien zitten. Op een enkele buurman of buurvrouw na met de hond, komt er hierachter vrijwel niemand. Maar ik kan het niet uitsluiten dat er ook kinderen voorbijkomen en misschien geschokt zijn als ik vrijwel naakt (maar met een onderbroek dus) in de tuin zit. Maar het is warm, en het gaat nog warmer worden.

Waarom ik dit schrijf? Nu, omdat ik al maanden rondloop met het gevoel dat we in de nieuwe truttigheid terechtkomen. Een tijd waarin de jaren 50 van de vorige eeuw weer terug lijkt te komen en dat is een periode die in mijn ogen -van wat ik daar over gelezen heb- niet terug hoeft te komen. Je leeft en woont in je eigen dorp, Nederland was verzuild, nog erg kerkelijk, en je moest de cadans van het leven volgen waaronder 9 tot 5, zondag naar de kerk, zaterdag naar de sportvereniging. Dat was de norm en ik denk een verstikkende norm. Gelukkig zijn daarna de jaren 60 en 70 gekomen. En uiteindelijk mocht ik ook geboren worden in het juiste tijdvlak.

De nieuwe truttigheid is overigens niet iets van deze Corona tijd, het was al jaren naar ons onderweg. In Amsterdam hadden we de oproep naar genderneutraliteit inclusief de sloop van separate mannen en vrouwentoiletten. Sinds #metoo moet je als man oppassen, een vriendelijk opmerking maken of iets te dicht binnen de 1,5 meter prive grens van een vrouw komen is ongepast. Bij mijzelf uit zich dat bijvoorbeeld in het feit dat ik vrouwelijke collega’s en partners geen drie zoenen geef op hun verjaardag of met oud-nieuw. Neen, ik knuffel tegenwoorden manlijke collega’s en partners. Vrouwen krijgen dus een uitgestrekte hand van me. Ik denk dat ik daarmee discrimineer, maar alla. En het wordt ook zo onpersoonlijk hierdoor.

In Corona tijd las ik -ik ben de bron kwijt- dat topless zonnen in Nederland niet meer kan. Dat was in mijn jeugd wel anders, waarom mag ik wel in mijn blote borst zitten maar een vrouw niet. Begrijp me niet verkeerd, het hoeft niet, maar het zou wel moeten mogen (althans in een land waar ik wil wonen). Als ik vrouw zou zijn dan zou ik dat als discriminatie (ongelijkheid) ervaren. Zeker nu het weer zo warm is.

Dan #blacklivematters. Ikzelf discrimineer niet/nooit op kleur, je hebt mooie en lelijke mensen, maar kleur dat is voor mij net zo als bruine of blauwe ogen. Ik snap dat er grote sociale problemen zijn in Amerika, maar Nederland is toch echt gemiddeld een braaf landje. Ik beken, ik discrimineer wel op kennis soms; in the-heat-of-the-moment noem ik sommige mensen wel eens ‘een beetje dom’ of zeg ik ‘hij is een idioot’, het hoort niet dat weet ik wel. Maar met het slot om mijn mond praten dat kan ik niet en wil ik ook niet. Ook verwacht ik een gezonde hoeveelheid eelt op de ziel van mijn gesprekspartners. Een keertje ‘kut’ roepen dat mag best wel, zeker als je zelf een grote fout gemaakt hebt en dus boos wordt op jezelf.

Jongeren mogen buiten niet eens een introductiefeestje vieren deze zomer. Rutte heeft ze tevens streng toegesproken deze week. “Pubers zijn onfatsoenlijk bezig en houden zich niet aan de regels”. Nu ik deed dat als puber ook niet. Maar ouderen en dikke mensen (oeps mag ik ook niet zeggen) die zitten werkelijk in de risicogroep, en niet die kids. Oudjes moeten dus zichzelf beschermen of vragen aan “de samenleving’ om hen te beschermen. Maar om nu de jeugd een slecht gevoel aan te praten omdat ze zich niet aan Corona regels houden, neen dat slaat nergens op. Ik zou spontaan bijna weer een puberende tiener willen worden in mijn gedrag na die truttige Rutte toespraak van afgelopen donderdag.

Vandaag gelukkig een heerlijk interview met Marianne Zwagerman in de Volkskrant. Zwagerman is scherp van tong (en pen) en wordt als controversieel ervaren. Degene die haar als controversieel zien die behoren in mijn ogen ook tot de nieuwe categorie truttige-burgers. Neen, we moeten in de ogen van de gemiddelde Nederland vooral in het midden van het politieke midden blijven zitten. Bah. Zorgvuldiger dan ooit zijn we daarom in onze woordkeuze en taalgebruik, want stel dat een teer mensen-zieltje geraakt wordt. Zullen we gewoon afspreken dat we hard op de feiten en zacht op de persoon zijn?

Demonstreren tegen discriminatie, tegen sexuele intimidatie vind ik trouwens ook een vorm van truttigheid. Draai het eens om, kan je je voorstellen dat we voor discriminatie of voor sexuele intimidatie gaan demonstreren? Nee toch? Waarom dan wel de straat opgaan voor beide onderwerpen? Is dit om te laten zien dat je zelf moreel beter bent? Beide onderwerpen hebben gewoon met fatsoen te maken. Je mag niet handelen op basis van sexuele geaardheid of huidskleur. En zonder toestemming raak je elkaar niet aan. Simpel.

Een ander voorbeeld; ik heb een partner uit Turkije en een “halfbloed” partner. Buiten de interessante ervaringen die ze delen met ons over hun land van herkomst, is denk ik discriminatie nog nooit een onderwerp geweest in onze zakelijke relatie. De culturele verschillen en de verschillende geschiedenissen zijn buitengewoon boeiend en ik hoor die graag.

Nu heb ik zelf een moeder die uit Geleen komt en een vader uit Leiden. Je zou kunnen zeggen emotioneel en gericht op de familie gecombineerd met een introvert en rationele vader. En toen mijn collega’s me van de week voor de grap uitmaakt voor een halfbloedje kon ik daar alleen maar om lachen. Het klopt. En als ze er mij de komende jaren mee willen plagen, prima!

Innovatie en ondernemerschap draait om creativiteit maar vooral ook om passie en emotie. Zonder passie en emotie is er geen ‘zin’ om iets nieuws te doen. Een grapje, een boze opmerking of een compliment, of even het randje opzoeken, het hoort er allemaal bij. Waarom mogen we niet meer zeggen “wat zie je er mooi uit”, of iets in die geest. Waarom wordt alles nu meer dan ooit vooral procedureel en juridisch. Saai dat is het, en dus ook onderdeel van die nieuwe truttigheid.

Ik hou van de innovatoren, de kunstenaars, de scherpe analisten. Ik hou van de diversiteit. Ik heb een zwak voor de scherpte van Tinkebell en kan ook die Zwagerman wel waarderen. Ik hou niet van voetbal, maar snap waarom Johan Derksen en René van de Gijp zoveel fans hebben. Het gesprek en debat stopt als je geen ‘unieke’ of ‘bijzondere’ meningen mag hebben.

Ik hou erg van creativiteit en dus van uitgesproken en bijzondere mensen. Maar ik hou ook van alle nerds en introverte intellectuelen. Liever Maurice de Hond dan Van Dissel dus. Liever een keihard wetenschappelijk (inhoudelijk) debat, dan braaf achter de opinie van onze instituties lopen en niet zelf denken en leren. Liever dus Steve Jobs of een soms erg foute Elan Musk dan onze brave Mark Rutte. Respect hebben voor elkaar is denk ik vooral een hygenic factor. Maar die nieuwe truttigheid heeft helemaal niks te maken met het wel of geen respect hebben voor je medemens.

Voor de duidelijkheid. Van kleine kinderen blijf je af, iemand anders behandelen vanwege de huidskleur is fout, en elke vrouw moet zich veilig kunnen voelen. Neen is dus Neen. Maar onze maatschappij ontwikkelt zich alleen maar als we mogen blijven debateren en discussieren, als we elkaars opinie in twijfel mogen blijven trekken of elkaar met een ander argument blijven inspireren. Onze overheid (en haar instituten) mag dat snel weer gaan leren. Het management-process en de juridische werkelijkheid (onze spelregels dus) zijn immers alleen het middel en niet het doel. Passie, emotie, ontwikkeling en creëren zijn datgene dat ons mensen mensen maakt. Wat een samenleving leuk maakt. Laten we dat nooit vergeten.

Ik blijf daarom met tijd en wijlen wat recalcitrant zijn. “Sorry” ga ik er niet meer voor zeggen. Ik geef diep om mijn omgeving en geef tevens al mijn energie en tijd om onze wereld en omgeving leuker, mooier en duurzamer te maken. Geniet ze lekker van de warmte dit weekend. Trek al je kleren uit het wordt warm, stap in je zwembad, ontspan en doe waar je zin in hebt (uiteraard zonder dat het ten kosten gaat van je directe omgeving). Maar laten we vooral ageren tegen alle nieuwe truttigheden in het leven. Omarm de diversiteit dus maar.

Over bierviltje berekeningen i.p.v. kwalitatieve-alpha-paniek. Mondkapjes binnen in publieke ruimtes blijft een sociaal gebaar, maar zijn buiten onzinnig om te gebruiken.

Sinds een week buitelen de media (en onze politici, en in de slipstream ‘experts’) weer over elkaar heen: “het gaat de verkeerde kant op, kijk meer besmettingen dan in begin juli”. En in navolging hierop “mondkapjes moeten we gaan verplichten”. Och och, ik dacht dat we na de eerste paniek in maart en april nu wat afgekoeld zouden zijn en weer wat rationeler zouden worden. Niet dus.

Eerst maar een korte toelichting over die mondkapjes. Einde maart was er paniek, er waren te weinig mondkapjes. Maar ja was dat ook echt zo? Daarvoor moet er een verduidelijkingsvraag gesteld worden “van welk type mondkapjes waren er te weinig”. Er zijn immers ruwweg twee soorten groepen mondmaskers: a) de dure (3M) type maskers en spatschermen die artsen en verplegend personeel opzetten zodat ze ZELF veilig blijven als ze dichtbij een COVID patient zijn en b) mondkapjes (wegwerp, stof, etc) die als doel hebben om te voorkomen dat aerosolen en druppels van een potentiële COVID drager zich kunnen verspreiden, kortom om ANDEREN te beschermen.

Een burger die wegwerp (die blauw witte) mondmasker draagt, draagt deze om te voorkomen dat hij een ander persoon dus besmet, en dus niet om zichzelf te beschermen. Een mondkapje dragen in een publieke (binnen) ruimte is derhalve een groot sociaal gebaar. Als je niet weet of je besmettelijk bent (en die kans is aanwezig) dan reduceer je de kans met dit sociale gebaar om anderen te besmetten. Niet voor niks schreef ik in mei al op mijn facebook pagina:

De werkelijke vraag is “op welke plek het zin heeft om een (wegwerp) mondkapje te dragen?” Mijn antwoord daarop -tenminste als je overtuigd bent dat het buiten veilig is en aerosolen risicovol zijn- : draag mondkapjes vooral binnen in publieke ruimtes waar veel mensen bij elkaar komen die veel lawaai maken, EN waar de ventilatie slecht is, en waar je langer verblijft.

In de Kalverstraat -Halsma kwam weer eens met domme suggestie in de pers- collectief mondkapjes gaan dragen is echt niet nodig, sterker volkomen onzinnig. Ik zal dat ook toelichten via onderstaande bierviltje berekening. Waar het op neer komt, er zijn gewoon heel erg weinig mensen besmet in Nederland op dit moment. En buiten besmet raken gebeurt bijna niet.

Een landelijk mondkapjes verbod is derhalve een groot onzinnig voorstel. Bij OV en zeer drukke slecht geventileerde binnen ruimtes kan het soms dus wel zinnig zijn om een mondkapje te dragen.

Twee stukken die het lezen waard zijn over mondkapjes zijn “Naar een intelligent mondkapjes beleid” van Maurice de Hond en “Bieden mondkapjes bescherming of creëren ze schijnveiligheid? Dit zegt de wetenschap” op NRC.nl (zie ook TBE6W; NRC wordt gelukkig de laatste weken iets rationaal en kritischer mbt het COVID-19 beleid).

Maurice stelt terecht daarom een aanpak voor die situationeel is per land of regio en waar onderscheid wordt gemaakt tussen binnen en buiten en goede of slechte ventilatie. Helemaal eens! Luister ook naar dit interview.

Ikzelf heb dit weekend voor het eerst weer gevlogen. In een vliegtuig is de klimaatbeheersing prima (veel verse lucht, HEPA filters, verse lucht komt van boven en wordt onder weggezogen), in Nederland is bijna niemand meer besmet (groen of oranje dus, ik kom daar zo op terug), en we hadden in het vliegtuig allemaal een mondkapje op. De risico’s op een besmetting was derhalve heel erg klein tijdens mijn vlucht denk ik daarom.

Het Amerikaanse CDC beschrijft bijvoorbeeld een geval van twee medewerksters van één kapsalon in Missouri die bleven doorwerken nadat zij symptomen van Covid-19 vertoonden. Zowel zijzelf als hun klanten droegen mondkapjes. Alle 139 klanten die de dames knipten voordat zij zich ziek meldden, bleven onbesmet; de helft van hen had een stoffen mondkapje gedragen.

Nu maar naar het bierviltje. Sinds een week lezen we “misschien tweede golf”, “we worden zwak en houden ons niet aan de regeles”, “de besmettingen nemen sterk toe”. Volgens het Corona Dashboard zijn er 6500 mensen in heel nederland besmet. Dit is 6500 / 17 miljoen = 0,04% van de mensen. Corona is er bijna niet meer in Nederland! De kans dat je een persoon tegenkomt die besmet is met Corona is echt verwaarloosbaar klein.

Tussen 1 juni en 12 juli zijn  369.287 testen afgenomen door de GGD’en waarvan een uitslag bekend is. Hiervan was 1.0% positief. Tussen 1 juni en 12 juli is het aantal afgenomen testen gestegen en het percentage positief gedaald van 2% in weeknummer 23 naar 0,6% in weeknummer 28. Er zijn regionale verschillen in het totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners en het percentage positieve testen.

RIVM rapporteerde afgelopen week “aantal besmettingen neemt toe”, laten we eens kijken naar die RIVM pagina: Bijna 1000 besmettingen afgelopen week, en de week ervoor 500 besmettingen. Dat is anders dan 1000 per dag met een slecht testbeleid zoals de situatie in april 2020.

Maar we moeten natuurlijk ook kijken naar het aantal testen, dit waren er afgelopen week bijna 90.000 en de week ervoor 75.000 (20% meer dus!). Er zijn dus flink meer testen uitgevoerd. Daarmee kan echter niet helemaal t verklaren dat het percentage besmettingen van 0,7% naar 1% ging. En stel dat 0,5% van alle Nederlanders wel besmettelijk is, dan praten we over 80.000 besmette mensen in heel Nederland, maar deze som mag je niet maken aangezien er alleen getest wordt bij milde klachten. Neen, er zijn minder dan 10k mensen op dit moment in Nederland besmettelijk. We zitten heel dicht op de 0-lijn.

Mijn verklaringen voor de lichte stijging van de getallen:

  • er zijn wat meer superspread events en clusters bijgekomen. Denk aan de jeugd in Goes die illegale feestjes houd, en dat cafe dat twee weken geleden is gesloten en waarschijnlijk slecht geventileerd was.
  • er wordt nu actief door overheid, GGD en RIVM opgeroepen om je te laten testen bij milde klachten. Twee weken geleden nog stonden de kranten vol met de “kom langs negeer een klacht niet” boodschap.
  • Het weer was ietsjes slechter in de laatste weken met wat vaker regen en harde wind. Zitten we vaker binnen?
  • Mensen willen graag op vakantie en gaan zich vaker bij milde klachten toch maar voor de zekerheid laten testen. De geteste populatie is daardoor niet een nette selectieve steekproef.

We kunnen ook kijken naar de IC’s en naar sterfte, dit zijn immers toch de belangrijkste parameters om naar te kijken om te voorkomen dat de stress op het zorgsysteem toeneemt. Er is op dit moment een beperkte ondersterfte en geen oversterfte in Nederland volgens CBS. Sinds een maand of zelfs bijna zes weken worden er gemiddeld tussen de 5 en 10 mensen opgenomen in het ziekenhuis per week, en sterven er minder dan 5 mensen wekelijks aan COVID, eerder 1-2 per week. Met een IFR van rond de 0,5% – 0,9% (zie ook mijn laatste youtube) kan je inschatten dat er dan 1000-5000 mensen besmet zijn (dat komt meer in de buurt van de 6500 van RIVM). Ook op basis van deze getallen kan je dus niet anders concluderen dan “we zitten dicht op de 0-lijn, geen paniek dus!”.

Met het huidige beleid (ik zou het anders inregelen) en het zeer laag aantal besmettingen in Nederland is het echt niet nodig om nog strengere maatregelen te gaan nemen. Mondkapjes dragen in publieke buiten-ruimtes is helemaal nonsense. Mondkapjes dragen binnen, in slecht geventileerde ruimte is een prima sociaal gebaar. Ik roep onze regering vooral op om:

Ruim 200 wetenschappers sturen WHO brief: meer aandacht nodig voor verspreiding via aerosolen. Maurice de Hond zit op het juiste spoor, maar krijgt geen steun, Rosanne Hertzberger analyseert waarom dit zo is: arrogantie van RIVM en gebrek aan transparantie en diversiteit.

Vandaag in NRC gelukkig een verwijzing naar een artikel in The New York Times. Wetenschappers proberen ervoor te zorgen dat WHO meer aandacht geeft aan de verspreiding via aerosolen (net als Maurice de Hond, en ikzelf ook al lang roepen). Ook op 30 juni publiceerde de New York Times een goed artikel.

Ruim 200 wetenschappers sturen WHO brief: meer aandacht nodig voor verspreiding via aerosolenDe Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) moet meer aandacht hebben voor de verspreiding van het coronavirus via aerosolen. Dat schrijven 239 wetenschappers uit ruim dertig landen in een open brief aan de WHO, meldt The New York Times zondag.

Volgens de WHO verspreidt het coronavirus zich voornamelijk door grotere druppels die vrijkomen bij hoesten, niezen en praten. Deze druppels vallen binnen anderhalve meter op de grond. Mensen kunnen Covid-19 oplopen door het inhaleren van speekseldruppeltjes van een besmet persoon. Of wanneer ze besmette oppervlaktes aanraken en vervolgens hun eigen ogen, neus of mond.

De wetenschappers zeggen nu dat de WHO onvoldoende oog heeft voor transmissie via aerosolen, kleinere vochtdruppeltjes die uren door de lucht kunnen zweven. Dit levert met name in ruimtes met slechte luchtcirculatie een besmettingsrisico op. Het zou een verklaring kunnen zijn voor superspreading events, bijeenkomsten van grote groepen mensen die de verspreiding van het coronavirus versneld lijken te hebben

Ik ben sinds half april eigenlijk ook wel overtuigd dat verspreidingen vooral binnen en via aerosolen plaatsvinden. Druppels vallen snel naar beneden, en de virale load is denk ik veel te klein om andere te besmetten. Niks mis met wat ‘social distancing’, maar geen afstand houden is geen verklaring voor de grote aantallen besmettingen wereldwijd. Verspreidingen via aerosolen -die blijven lang binnen hangen- lijkt veel logischer. Als je binnen in een ruimte bent waar besmette aerosolen rondhangen dan komen deze deeltjes diep in je longen gedurende een langere termijn, de virale lading (load) is dan hoog genoeg om ziek te worden. Dit verwoord ook professor Pierre Capel prima in onderstaande twee interviews op Cafe Weltschmerz:

Ook zijn eerste interview is het bekijken waard:

Maurice de Hond steun ik dus in zijn ‘missie’: aandacht geven aan aerosolen, duidelijk aangeven dat buiten het bijna altijd veilig is, en dat we vooral aandacht moeten gaan geven aan ventilatie en corona proof maken van gebouwen. Corona lijkt de griepseizoenen te volgen, en dus kunnen we vanaf week 46 weer een tweede piek verwachten in Nederland (tenzij we maatregelen aan nemen dus). Zie ook zijn laatste blog artikel waarin hij alles netjes op een rijtje heeft gezet. En kijk ook naar het Op1 debat tussen Maurice de Hond en professor de Voss.

Voor de duidelijkheid, het corona virus wordt vooral dieper in de longen vermenigvuldigd. Diep in de longen worden ook zeer kleine druppels gemaakt. Als je ademt (of praat, zingt, etc.) dan komen vooral aerosolen druppels met daarin virusziektes naar buiten. Grote druppels worden vooral boven in de keel en longpijp (en mond maar dat is speeksel) gevormd. In de mond en keel zal veel minder virusdeeltjes aanwezig zijn. En uiteindelijk is de virale load bepalend voor ziekte en besmettelijkheid van die persoon.

IMG_0148

Waarom RIVM en OMT zo koppig blijft is mij onduidelijk. Maar ik wil jullie wel adviseren om de NRC column van Rosanne Hertzberger te lezen. Elk kennis debat hoort te gaan over inhoud en niks meer in mijn ogen (en zegt ook Rosanne), of Maurice nu wel of geen wetenschapper is, is niet relevant het gaat om het inhoudelijke argument (en onderliggende ‘bewijslast’). Wat relevant is dat er een zeer cruciaal politiek en wetenschappelijk debat wordt gehouden over de rol van druppels (dus dichtbij) of die van aerosolen (theorie Maurice de Hond), de bij acceptatie van de verkeerde hypothese zal Den Haag immers verkeerde maatregelen blijven nemen.

 

Snel bijleren over Corona? The Royal College of Pathologists heeft een “COVID-19 pandemic: expert-led seminars” YouTube kanaal.

Ik heb gisteren de gele kaart die ik aan RIVM heb gegeven ingetrokken. Alle RIVM modellen en literatuur verwijzingen en zelfs veel codes staan nu online (ik weet niet sinds wanneer). Mooi. Over de kwaliteit van de modellen kan ik nog niks zeggen. Inhoudelijk gebruiken ze een leeftijdsgebaseerde SEIR model met een “EpiEstim: Estimate Time Varying Reproduction Numbers from Epidemic Curves” functie erin. Dit laatste wil zeggen dat ze de transmissie en daarmee ook R(t) (ook wel Reff) kunnen bepalen. Uiteindelijk gaat het om transmissie en niet om R(t). Over SIR heb ik eerder geschreven (SIR is een iets te simpel model, transmissie is immers een functie van tijd), maar voor hen die liever ‘kijken’ hierbij een korte lezing van Professor Sunetra Gupta, Professor of Theoretical Epidemiology at University of Oxford. Net als RIVM professor Jacco Wallinga dus, en met grote nadruk op “theoretische epidemiologie” :

Hierbij nog meer seminars van The Royal College of Pathologists:

Van een rode naar een groene kaart voor RIVM m.b.t. transparantie van de Corona modellen. Complimenten dus voor de transparantie bij RIVM rondom gebruikte modellen vanaf nu (7 juni 2020).

Op 26 maart, op 29 maart en 31 maart heb ik drie keer geschreven over “modellen”. Op 31 maart vroeg ik me hardop af: “Welk model gebruikt RIVM, en is dat een openbaar model of niet?” Op dat moment (in maart dus) kon daar ik niks over vinden. Voor mij voldoende reden -we verbranden immers tientallen miljarden en vragen mensen thuis te blijven- om op 28 april een zeer kritisch stukje te schrijven met de titel Een blog dat ik beter niet zou kunnen schrijven. Kritiek hebben op OMT, RIVM of Rutte en zijn team is immers niet netjes, toch?! Maar rode en gele kaarten zijn te geven. Het moet anders denk ik“. Hierin gaf ik harde kritiek ook richting RIVM, ik citeer mezelf maar even:

  • Terug naar die modellen. Op 31 maart begon ik me hardop af te vragen welke modellen het RIVM eigenlijk gebruikt. Tot mijn verbazing een vraag waarop ik nog steeds geen antwoord heb kunnen vinden. Er staat niks online bij RIVM, ik ken geen paper of rapport waarin wordt uitgelegd welke modellen RIVM gebruikt. En waarom worden de berekeningen niet online gezet. Dit druist in tegen ‘good science’. Mijn kritische kijk op overheidsdiensten is niet afgenomen hierdoor. Een gele kaart voor gebrek aan wetenschappelijke transparantie bij RIVM. Ik ben blij daarom met de Nieuwsuur uitzending hierover van afgelopen zaterdag.
  • Voor twee april besefte ik op basis van de data en modellen dat we onze ouderen in de steek begonnen te laten, bescherm onze ouderen schreef ik daarom op 26 maart. Ik begon te vermoeden dat er veel meer sterfte is dan op basis van de RIVM data gerapporteerd word. Dit vond/vind ik een misser van het OMT. Weer een rode kaart voor RIVM en Kabinet i.v.m. ondersterfte rapportage.

Vandaag werd ik gewezen op de RIVM pagina “Rekenmodellen openbaar en toegankelijk” (met dank aan Lto en Kees op maurice.nl). En ja hier geeft RIVM aan welke modellen en data ze gebruiken! Heel goed.  Ik heb geen idee vanaf wanneer dit online staat. Maar op 31 maart bestond deze pagina nog niet dat weet ik zeker en nu dus wel. Hoe dan ook, ik moet fair nu zijn en mijn stevige ‘gele kaart’ voor RIVM intrekken. Bij deze! Op dit moment toont RIVM dus wetenschappelijke transparantie EN open-data EN open-model. Een groen kaart voor RIVM dus op dit vlak.

Modelmatig inhoudelijk wil ik op een ander moment hierin duiken als ik wat meer tijd (en zin) heb, wat we zo snel opvalt Reff=R(t) en dus tijdafhankelijk en RIVM gebruikt SIER model:

Interessant om ook nog dit stukje te lezen uit het NRC. NRC schreef op 22 maart 2020. Waarom bierviltjesberekeningen over het virus niet werken – Wiskundige modellen Afstand houden, scholen sluiten, ‘lockdown’: bij het RIVM rekenen hypercomplexe wiskundige modellen alle maatregelen na. NRC sprak er vijf wetenschappers over. „Zonder wiskundige modellen is niet te begrijpen wat je ziet.”

Mentale gezondheid(o.a. werk en ontplooiing) en sociale gezondheid (inc. economie en cultuur) horen ook bij “Onze Gezondheid”. Niet alleen de (IC) zorg, ziekte en dus onze persoonlijke gezondheid telt mee. De 1,5 meter samenleving mag niet het nieuwe normaal gaan worden.

Sinds het begin van de corona-crisis half maart horen we dagelijks verhalen over het aantal besmettingen, mensen die sterven, en vooral de stress op de IC’s en de rest van ons zorgsysteem. Een ieder (bijvoorbeeld Jort Kelder) die een ander geluid liet laten horen, werd bijna verkettert. Gelukkig is er in de laatste weken een kleine kentering te bespeuren. Maar dit geluid is nog niet hard genoeg wat mij betreft. Lang heeft Rutte en het RIVM ons voorgehouden dat de IC capaciteit prioriteit 1 is. De definitieve van gezondheid volgens de WHO is echter veel breder dan alleen fysieke gezondheid. Mentale gezondheid en sociale gezondheid zijn ook twee aspecten die inherent onderdeel zijn van de bredere definitie van gezondheid.

Sinds begin maart -bijna drie maanden geleden- hebben we vooral nadruk gelegd op de zorg en daarmee dus de fysieke gezondheid van patiënten en hun hulpverleners in de zorg. Dit zorgt voor een veel te eenzijdige kijk op deze crisis. Ik kon daarom niet anders dan rode en gele kaarten uitdelen (deel1 en deel2). De volgende stap die gezet gaat worden is om de 1,5m samenleving te gaan promoten als het “nieuwe normaal”. Dit nieuwe normaal is niet alleen – dat is mijn deskundige opinie- onzinnig omdat 1,5 meter een onzinnige maatregel is, maar is helemaal niet gezond omdat het voorbij gaat aan de mentale gezondheid en sociale gezondheid.

Veel binnen blijven en alleen thuis blijven werken is niet goed voor onze gezondheid. We staan aan de vooravond van grote ontslaggolven en faillissementen; dit zorgt voor een achteruitgang van onze mentale gezondheid. En je ouders niet mogen bezoeken, en het opsluiten van ouderen in vepleegtehuizen, is sociaal zeer ongezond voor hen en voor ons. Jongeren willen anderen jongeren kunnen opzoeken, de mogelijkheid hebben om te daten of samen in het park van de zon kunnen genieten. Kan dat niet, dan stuur je bewust op de achteruitgang van de sociale gezondheid.

Voor jezelf en je familie kunnen zorgen via een eigen inkomen (werk) en dus niet je hand hoeven ophouden is een gezonde houding. Je cultureel en intellectueel kunnen vormen is tevens een basis recht in Nederland. Kunnen werken en jezelf kunnen ontplooiing zijn in mijn ogen dus belangrijke pilaren om een gezonde samenleving te hebben. Een 1,5 meter samenleving druist dus in tegen deze deze twee andere belangrijke pilaren, en dus tegen de brede definitie van gezondheid (zie onderstaand YouTube interview met Cees Hamelink vanaf 43:11).

Genoeg is genoeg. Zeg ja tegen gezondheid (logisch!), maar dan wel dus in de brede zin van het woord. Maar zeg nee tegen de te enge 1,5 meter samenleving zoals die nu lijkt te gaan ontstaan. Ga vooral daarom naar buiten, bbq met je ouders in de tuin, werk maximaal door, en ontspan voldoende met je familie en vrienden. Dit is de weg naar de (nieuwe) normale samenleving lijkt me.

Wat mij betreft mag deze ‘normale’ samenleving in de toekomst wel een beetje nieuw (vernieuwend) zijn. Dat ‘nieuwe’ mag immers nadruk leggen op meer gelijkheid, meer thuiswerken, minder vliegen en autorijden. Laten we meer genieten van ons eigen mooie land i.p.v. al die weekendtripjes per vliegtuig. Bezoek elkaar vaker. De nieuwe post-corona werkelijkheid mag dus niet gaan over alleen afstand bewaren (1,5m) en elkaar alleen maar virtueel ontmoeten via teams of zoom.

Ben je het eens hiermee? Deel dan deze boodschap met je achterban. Den Haag moet dit weten en versneld 1,5m maatregelen terugdraaien/ Den Haag moet sneller gaan handelen, liefst sneller dan de handelingswijze van Rutte en zijn ploeg in de laatste zes weken!

Ik snap de ergernis vanuit de zijlijn heel goed. En er is veel complexiteit rondom het virus, maar ons besturingsmodel is niet meer toegespitst op deze complexiteit. Hier vier YouTube die het bekijken waard zijn.

Waar staat nu we nu? dat heb ik zonet opgeschrevenMaar er speelt veel meer, zo is Maurice de Hond boos, en ik snap dat goed. Ikzelf ben zelf vooral teleurgesteld. Hoe kan het dat er zo weinig veerkracht op (inhoudelijk) intellectueel niveau zit in onze samenleving?

En hoe kan het dat ‘old boys’ van RIVM, Den Haag en onze klassiek media (NPO, maar ook Volkskrant en NRC) zo lang vast blijven houden aan (verkeerde) dogma’s. En vooral hoe komen het dat we dat ook zo lang nu nog accepteren vanuit de samenleving. Ik snap het niet, en wil het niet snappen ook. Een goed opgeleide samenleving zou een inhoudelijk (openbaar) debat (elke dag!) moeten houden, en op basis daarvan moeten bijsturen, vooral in crisistijd. Is ons besturingsmodel nog geschikt voor onze moderne tijd? Ik denk het niet. Vier YouTube die het bekijken waard zijn:

Ik ben fan van de botheid van Kees de Kort (vroeger ook bij BNR). Hij heeft goed gevoel voor het onderwerp ‘economie’ en Kees de Kort en Maurice de Hond vullen elkaar aan:

en nog een ander gesprek met Kees de Kort dat vooral de nadruk legt op onze schuldenpositie (ook nog hoog door 2007.2008) en de vooravond van nog meer economische ellende:

Dan een verrassend interessant gesprek met een oud-wetenschapper Life Sciences (Leiden) op Café Weltschmerz (laatste stukje vind ik niet zo sterk, daar zal ik misschien nog een inhoudelijke reactie op gaan geven):

En dan een crisis gesprek over de rol van de media met good old Jort Kelder. Het klopt we hebben geen kracht en tegenkracht meer. Onze media is te meegaand: