Boeren zijn ingrediënt-leveranciers en ze dienen zelf aan de volumeknop te gaan draaien om prijzen te controleren.

Drie jaar geleden schreef ik heel impopulair “Boeren zijn geen voedselleveranciers. Ze produceren immers vooral anonieme bulkingrediënten, die meestal ook nog eens inwisselbaar zijn. Dit systeem lijkt op verkoop van ruwe olie: meerdere aanbieders, een wereldmarkt en spijtig genoeg voor de boeren, geen OPEC“. Natuurlijk is dat een zin die niet zo empathisch overkomt. Wij zien de boer immers graag als degene die ons voedsel maakt, het romantische beeld dat daar omheen hangt bevalt ons best. En toch is het zo. Dat blijkt uit de huidige situatie: “weer zijn de prijzen laag, te laag; en weer wordt er om financiële steun gevraagd in Brussel”. En om de electorale achterban tevreden te houden, komt er ook nog eens geld uit Brussel voor de overproducerende boeren. Alleen een beperkt aantal agro-ondernemers heeft potentie en schaalgrootte om een extreem goede ingrediëntleverancier te worden, omdat ze zeer scherp kunnen produceren (vaak op grote volumes) en dit kunnen combineren met goede service (en verkoop). 

Ja, laat ik maar met de deur in huis vallen. Dat de prijzen per eenheid laag zijn heeft maar 1 reden: Overproductie (= teveel volume in de markt). Boeren produceren met elkaar collectief gewoon iets teveel. Er is gewoonweg teveel waardoor de prijzen cyclisch en soms voor een langere periode continu te laag zijn. De meeste producten – ingrediënten dus – van boeren zijn inwisselbaar op een Europese of mondiale markt. En daar waar het volume-aanbod consequent te hoog is (het gaat naar alle waarschijnlijkheid om enkele procenten), en de vraag redelijk stabiel (of soms even wat lager, denk aan de Russische boycot), zakken prijzen per eenheid product sterk. Vaak zelfs lager dan de fabricagekostprijs. De boer wordt dan gedwongen om in te teren op zijn eigen vermogen of genoegen te nemen met een vergoeding op arbeid die lager is dan het minimum loon. Boerenproducten (die ingrediënten dus) hebben gewoon een verdomd vervelende prijs-elasticiteit. Een beetje teveel aanbod, en de prijzen zakken volledig door het ijs. 


Nu hoor ik u al denken “Neen, de supers knijpen die boeren uit”. Nu, ik help u graag uit deze droom, dat is maar heel beperkt zo. Sterker, er is eerder geen relatie dan weleen relatie. De supermarkten concurreren onderling inderdaad en zullen daar waar mogelijk de laagste prijs vragen aan hun afnemers. Maar hun toeleverancier is zelden rechtstreeks de boer. De toeleveranciers van supermarkten zijn grote inkooporganisaties (Greenery), verwerkers (bijvoorbeeld groentesnijderijen) en voedselproducenten (Unilever of Hak). En de meeste boeren en tuinders verkopen hun producten aan deze toeleveranciers. En zolang ze een anonieme bulk-ingrediënt leveren, zullen deze producenten (de boeren en tuinders dus), ook een anonieme (lage) prijs krijgen. De tussenschakel is vooral op zoek naar constante kwaliteit, lage prijs, leveringszekerheid en service. En bij een te groot aanbod – de huidige situatie dus – hebben boeren gewoon pech. 

Een tweede denkwijze is dat de supermarkten maar hoge prijzen moeten vragen aan ons consumenten en dat die prijsverhoging dan uitbetaald kan worden aan de boeren. De harde werkelijkheid is echter dat er geen relatie is tussen wat wij als consumenten betalen in de supermarkt (de consumentenprijs), de inkoopprijs van de supermarkt en de boerenprijzen. Sterker nog, als de boerenprijzen laag zijn dan gaat de marge van de verwerker vaak eerder omhoog en merken we dat als consument niet. Dit laatste zie je heel mooi bij FrieslandCampina (FC). De rauwe melkprijs is sterk gedaald in de laatste 8 maanden (logisch, want het quotum is verdwenen en boeren kopen meer koeien en melken per koe meer melk), maar FC laat mooie winsten zien. Andere oorzaken waarom de prijs van de grondstoffen niet gecorreleerd kan worden met consumentenproducten zijn: vierkantsverwaarding, seizoensinvloeden (slecht weer of goed weer), de houdbaarheid van de agro-grondstof, de werkelijke kosten van de verwerking, etc. etc. Elke ingreep via consumentenprijzen is daarom zinloos. Elke politieke ‘oplossing’ die via de BTW of andere accijnzen wordt ‘bedacht’ voor voedsel met als doel een eerlijke prijs voor de boer is gedoemd te mislukken. Er is geen relatie, en daarom is ingrijpen kul. Supermarktvertegenwoordiger Marc Jansen heeft gelijk met wat hij schrijft op foodlog.

Maar ondertussen zijn de financiële problemen bij tuinders en veehouders (varken, koe, kip) inderdaad onhoudbaar aan het worden. Boeren stoppen massaal, en dat is een slechte ontwikkeling. Een sterke boerensector is van groot belang voor 1) milieu, 2) landschap, 3) voedselsoevereiniteit en 4) de rest van de economie. Maar wat is dan de oplossing voor de boer? Nog meer subsidie? Neen, ik denk het niet, en zeker niet productievolume uitlokkende maatregelen. Wellicht moeten we boeren een basisinkomen geven? Ook niet echt realistisch.
Persoonlijk denk ik dat er maar drie denkrichtingen zijn die het probleem van te lage prijzen kan oplossen:

 

 

 

De hamvraag is hoe deze drie adviezen geïmplementeerd zouden kunnen worden. Nummers 1 en 2 behoren bij goed ondernemerschap. Misschien zou 5 tot 20% van de boeren hier iets mee kunnen of moeten gaan doen. Het vraagt echter geld, expertise en dus een flinke investering. Deze middelen hebben maar heel weinig agro-ondernemers, en nog minder ondernemers durven deze middelen ook daadwerkelijk in te zetten. En dan mislukt ook nog een fors gedeelte van de geïnitieerde innovatieprojecten. Ook dat hoort erbij, en deze risico’s horen wat mij betreft gedeeltelijk in de maatschappij thuis. Innovatiesubsidie geven aan boeren voor denkrichtingen 1 en 2 kan een instrument zijn. Er lijken nu enkele tientallen miljoenen vanuit Brussel beschikbaar te zijn. Een druppel natuurlijk (zeker als je dat relateert aan de GMO middelen; bijna 1 miljard is er in mijn ogen ‘verdampt’), ik ben ook pessimistisch over de ROI over deze tientallen miljoenen. Zonder professionele hulp van fooddesigners, marketeers supply-chain experts gaat dat nooit lukken (in mijn ogen is een professional pas een expert als hij of zij via een bewezen praktische trackrecord kan aantonen ervaring te hebben). Bij voorkeur gaan deze externe professionals meedelen in het risico van de boer. 


Maar wat is dan wel de oplossing? Helaas denk ik dat er een ‘systeem’ moet komen dat aan de volumeknop draait (= minder productie). Het boerencollectief zal dit mechanisme moeten introduceren waarbij teveel volume (bij te lage prijzen) uit de markt wordt gehaald. Nu ben ik absoluut geen voorstander van het herintroduceren van opkoopregelingen door de overheid. Noch ben ik voorstander van een star quotum systeem. Een systeem waarbij bij de boerenprijs wordt gecompenseerd is ook niet van deze tijd. Dat heeft onder Mansholt immers geleid tot de grote overproducties. In alle gevallen zie ik daarbij geen rol voor onze overheid. De sector heeft er zelf last van, en dient dus zelf de handschoen op te pakken. Ik verwacht een creatieve oplossing die geïmplementeerd EN onderhouden EN betaald wordt door de sector zelf. En de supermarkten zijn niet ‘schuldig’ aan de situatie (al maken ze handig gebruik van de lage prijzen, ik kan het ze niet kwalijk nemen) en ik zie ook geen grote rol voor hen bij het creëren van oplossingen. 

Dit soort complex adaptive problemen (CAS, zie ook cynefin model) dienen aangevlogen te worden met meerdere deeloplossingen. Het raamwerk daarvoor staat hier: “Blauwdruk voorgrand design”. Groot moet het zelf doen, maar krijgt wel extra milieu of diervriendelijkheidseisen en kleine ondernemers kunnen een beetje geholpen worden als ze richting ‘uniek’ willen gaan (zie 1 & 2). De ondernemers dienen aan het stuur te zitten.

Onze overheid zou wel een rol kunnen hebben bij:

  • het voorkomen dat onduurzame grondstoffen de EU binnen komen. Legbatterijkippen zijn verboden, en dus moet de import daarvan ook verboden worden.
  • het voorkomen dat er met EU subsidie nog meer landbouw areaal of verwerking wordt geïmplementeerd. Dit laatste is een oorzaak van de huidige problemen.
  • assisteren bij het opzetten van het ‘volume reducerende systeem’ waarbij het stuur van deze projecten bij de sector (LTO) komt te liggen en niet bij de overheid of het ministerie.
  • subsidie ombuigen naar inkomensondersteuning (basissalaris?) en alleen op plattelandsonderhoud (natuur!). 
  • verminderen van kunstmest door hogere importheffing op import van kunstmest, het promoten van hergebruik van dierlijke mest, en verhogen van de prijs van veevoer dat van buiten Europa via de (Rotterdamse) haven binnenkomt.

Het grote plaatje gaan zien, het systeem snappen, en doorzien dat er alleen maar vele deeloplossingen zijn. En de deeloplossingen mogen niet naïef zijn, draai aan de volumeknop, maar doe dat rechtstreeks. Eigenlijk is het zo simpel. Is het dan toch tijd voor een Europese voedsel-OPEC? Mijn boodschap aan boeren en boerenorganisaties os daarom: Uw problemen dient u echt zelf op te lossen. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s