Een klontje suiker minder (via Wouter Franken, TOP b.v.)

Trends in de voedingsindustrie hebben de neiging om een beetje achter de feiten aan te hobbelen. Pas nadat er regelgeving komt of het commercieel aantrekkelijk wordt, lijkt er bereidheid te ontstaan om samengestelde levensmiddelen te laten evolueren.

Dat is enerzijds niet gek: de marges liggen al jaren onder druk en productiebedrijven hebben behoefte aan seriematig voedsel maken zonder al te veel wijzigingen. Toch lijken de marketingafdelingen eerder veredelde verkoopkantoren als het gaat om vooruit kijken naar latente behoeftes. Verlagen van vet is aardig ingeburgerd, verlagen van zout is min of meer opgelegd, en het gescandeer van “minder minder E-nummers” doet menig producent zuchtend naar alternatieven zoeken.

Zijn consumenten daarmee geholpen? Ik denk het niet. Vrijwel alle samengestelde producten moeten een lange houdbaarheid hebben en value for money etaleren. Dat betekent vaak dat er voedingszuren en suiker moeten worden toegevoegd. De eerste draagt bij aan productveiligheid, de tweede compenseert voor de smaak (en soms ook een verlaagd vetgehalte). Maar bovenal wordt suiker gebruikt als goedkoop vulmiddel. Meer kilo’s product per euro doet het goed. Suiker is spotgoedkoop en lekker. Het lijkt een win-win, maar intussen is het vooral suiker die de bevolking dikker en ongezonder maakt. Ik heb het dan niet specifiek over luxeproducten als snoep, desserts en gebak, maar over verborgen suikers in minder voor de hand liggende artikelen zoals sauzen, vruchtensappen, zuiveldranken en broodbeleg. De frisdrankindustrie is als capitol offender al jaren geleden begonnen met suikervervangers, maar binnen de categorie maaltijdcomponenten lijken de betrokken partijen nog niet eens na te denken over aanpassingen.

Dat is ook niet makkelijk. Geconcentreerde pasta’s lijken bijvoorbeeld minder volumewaarde te geven per euro, hebben een kleinere facing op het schap en roteren in de praktijk over het algemeen minder goed dan grotere “voordeel” verpakkingen. Als suiker wordt vervangen zullen de smaak en mogelijk andere sensorische eigenschappen ook veranderen, wat zeker een verkooprisico is. Toch zijn met name hartige sauzen bij uitstek geschikt om te transformeren van quasi suikersiropen tot pure smaakmakers met weinig calorieën, of tot maaltijdverrijkers met èchte voedingswaarde. TOP heeft al diverse categorieën met succes onder handen genomen, van Sugo tot Teriyaki, van Ketchup tot Chilisaus. Slimme inzet van de nieuwste Steviasoorten en voedingsvezels biedt in veel gevallen uitkomst, zo leert inmiddels onze ruime ervaring. Hiermee vervalt een forse ongewenste suikerportie in het dieet en blijven de producten in hoge mate vergelijkbaar met hun origineel.

Gelukkig is er ook eens beweging vanuit onverwachtse hoek die “NPD nieuwe stijl” zou kunnen gaan faciliteren. Retailer Albert Heijn zet naar eigen zeggen voor het huismerk in op producten met minder suiker. Zullen merkartikelen volgen? Ik hoop van wel, want alleen als er alternatieven zijn kunnen consumenten een keuze maken om suiker te mijden.

Intussen maak ik simpele basissauzen steeds vaker zelf, en laat ik vruchtensap dikwijls staan ten faveure van een glas melk of een kop thee. Want gewoon water, dat wil er bij mij nog niet zo in.

Wouter Franken

No Comment – Reclame 2.0 : inspiratie geven zo kan dat ook (via EDEKA).

Vier jaar geleden maakte ik wat reclame voor de Triodos bank, nou eigenlijk voor hun reclamefilmpje, niet echt voor de bank zelf. Hun “Alles wat je aandacht geeft groeit” paste niet alleen bij mijn persoonlijk motto, maar was voor mij vooral een mooi voorbeeld van een aansprekende reclame 2.0.

Vijf jaar geleden was ik onder de indruk van de ‘slimheid’ van onze moderne reclame makers. Tijdens de #IFT12 leerde ik tijdens een lezing over ‘hoe reclame te maken gericht op de workingclass’. Nu in 2017 zou je zeggen, en verder geperfectioneerd door Trump.

Onderstaande EDEKA reclamefilmpje duurt 2,5 minuten. Ik heb hem helemaal afgekeken! Bijzonder fraai gemaakt, niet vreemd dat zoiets viral gaat. Beste (grote) bedrijven, zo doe je dat dus reclame maken 2.0. De naamsbekendheid van EDEKA zal ongetwijfeld ook in Nederland groeien. Enjoy.

Alzheimer: daar zit een luchtje aan (via Myriam Knopf – TOP b.v.)

Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie in Nederland. De aandoening neemt toe naar mate de leeftijd van mensen toeneemt. Mensen met Alzheimer hebben een verslechterd geheugen en kunnen ook te maken krijgen met spraakproblemen. Wat veel mensen echter niet weten is dat ook de reuk afneemt. En dit laatste symptoom kan gebruikt worden om Alzheimer al in een vroeg stadium vast te stellen. Hoe dit kan? Heel simpel: met pindakaas.

Pindakaas heeft een sterke geur en blijkt naast dat het lekker is om op je boterham te smeren nog meerdere toepassingen te hebben. Uit onderzoek blijkt dat pindakaas kan helpen om vast te stellen of iemand Alzheimer heeft of niet. Hiervoor kan een simpel testje uitgevoerd worden. Mensen werden geblindeerd en moesten hun linkerneusgat dicht houden en onder hun rechterneusgat werd een potje met pindakaas gehouden. Eerst op grote afstand en daarna steeds dichterbij. De proefpersonen moesten aangeven wanneer ze de pindakaas roken. Hierna werd de test uitgevoerd met het andere neusgat. En wat blijkt: mensen met de ziekte van Alzheimer kunnen de geur van pindakaas minder goed ruiken met het linkerneusgat dan met het rechterneusgat. Het linkerneusgat detecteerde de pindakaas pas als deze op 5 cm afstand van het neusgat was. Bij het rechterneusgat werd de pindakaas al op 17 cm afstand gedetecteerd.

De reukzenuw brengt signalen vanuit de neus naar de hersenen. Deze reukzenuw wordt als één van de eerste zenuwen aangetast bij mensen met Alzheimer en daarom kan een geurtest helpen met het vaststellen van Alzheimer. Bij mensen met een andere vorm van dementie werd de pindakaas met het linkerneusgat even snel gedetecteerd als met het rechterneusgat.

 

Myriam Knopf (TOP b.v. Wageningen)

Bericht geplaatst op 12 January 2017

Waarom SoftPaleo niet identiek is aan het klassieke Loren Cordain Paleo voedingspatroon.

Internationaal zijn er de nodige slimme mannen (sorry, ik ken weinig vrouwen op dit terrein) met een PhD titel, MD or MSc achtergrond die onderzoek doen naar (soft)paleo of low-carb voedingspatronen en daarover (wetenschappelijk) publiceren en keynote lezingen geven. In Nederland denk ik gelijk aan Frits Muskiet en Remco Kuipers, internationaal denk ik als eerste aan Tim Noakes (Real Meal Revolution, Banting diet), Robert Lustig (de anti-suiker professor),  Michael Pollan (eigenlijk een natuurkundige wetenschapsjournalist) en de Andreas Eenfeldt, MD (Diet Doctor).

Ook als we echter wat verder teruggaat in de tijd dan is Loren Cordain zeker de paleo ‘godfather’. Historischer is het correcter om te stellen dat de echte ‘godfather’ meer dan 200 jaar leefde : William Banting. Om het echter praktisch te houden gebruik ik de theorie van Cordain als  ‘echte Paleo’ theorie (en ja daar kan je een flink debat over houden).

Terwijl de hierboven genoemde experts feitelijk in grote mate in hetzelfde ‘kamp’ zitten, zijn er toch ook wel kleine verschillen. Verschillen die soms tot fel debat kunnen leiden, terwijl de overeenkomsten communiceren veel nuttig is. Paleo of low-carb outsiders gebruiken de kleine verschillen vaak om de voorlopers belachelijk te maken. De inhoudelijke verschillen uiten zich overigens vooral op twee punten:

  • Welke verhouding tussen de macronutrienten (vet-koolhydraat-eiwit) is optimaal?
  • Welke voedingsmiddelen zijn ‘goed’ en welke zijn ‘slecht’.

Over de verhouding tussen de macronutrienten is recent een stukje geschreven op dit blog. Bovengenoemde experts hebben sterk gemeen dat ze alleen een voorstander zijn van minder koolhydraten (en suikers) en feitelijk dus voorstander van: voldoende vet (en olie) en voldoende eiwit. De  Richtlijn goede voeding 2025 (mijn definitie van #SoftPaleo) hebben die grove lijn ook als uitgangspunt.

Over goede en slechte voedingsmiddelen kan je simpel zijn: die bestaan niet. Professor Tiny van Boekel heeft generaties Wageningse experts immers geleerd: er bestaan alleen maar goede of slechte voedingspatronen. Nu, dat klopt natuurlijk als een bus, maar het is ook een beetje een dooddoener. En praktisch is het ook niet.

Bij het Cordain-Paleo voedingspatroon ontbreken ontbreken granen, zuivelproducten, peulvruchten (ook pinda’s) maar ook de nachtschades. Nachtschades zijn bijvoorbeeld aardappelen, tomaten, paprika en aubergine. Als we “the Paleo Diet” van Cordain vergelijken (zie ook onderstaande infographic) met ‘SoftPaleo’ zoals beschreven wordt op dit blog, dan valt op:

  • Dat een beperkte hoeveelheid ‘knollen’ waaronder aardappels prima is bij SoftPaleo. Deze koolhydraatbron is wel de energie-sluitpost van je voedingspatroon!
  • Daar waar Cordain-Paleo anti-nachtschade is, meent SoftPaleo dat aubergine, tomaten en paprika prima past in een gezond voedingspatroon.
  • Dat een beetje gefermenteerde (vette) yoghurt te verdedigen is, terwijl echte Paleo anti-zuivel is. SoftPaleo is overigens geen voorstander van de consumptie van grote hoeveelheden zuivel en zeker niet van gewone melk zoals wordt aanbevolen door het voedingscentrum.
  • Dat peulvruchten zoals soja, lupine, maar ook erwten en pinda’s een prima gezonde bron van eiwit en vezels zijn. Echte Paleo aanhangers lijken geen voorstander te zijn van de consumptie van deze producten. Bij SoftPaleo zijn dit prima producten.
  • Dat enkele glutenvrije granen mits geconsumeerd wordt in kleine hoeveelheden (en dus afgestemd op de ‘knollen’ en aardappel hoeveelheid, kan. Pasta en brood passen zeker niet.

what-to-eat-on-the-paleo-diet-infographic