De invloed van modellen op politiek en beleid is al jaren onderwerp van debat. Recent brachten Pieter Omtzigt en Folkert Idsinga een opinieartikel naar buiten in Elsevier Weekblad waarin zij forse kritiek uitten op de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB). Hun conclusie is helder: de ramingen zijn niet accuraat, en dit tast het budgetrecht van de Tweede Kamer aan. Als modelleur heb ik zelf vergelijkbare kritiek geuit, zoals te lezen in mijn blogs Modellen grijpen de macht en Modellen zijn de duivel in het politieke systeem. In dit blog wil ik dieper ingaan op de fundamentele problemen met modellen zoals die door de overheid worden gebruikt, en waarom dit een gevaar vormt voor transparante en eerlijke besluitvorming.
De Onnauwkeurigheid van CPB-ramingen
Omtzigt en Idsinga maken in hun artikel duidelijk dat de CPB-ramingen systematisch te pessimistisch zijn. Ze wijzen erop dat het verschil tussen de geraamde en de daadwerkelijke begrotingsresultaten jaarlijks oploopt tot ongeveer 25 miljard euro. Dit is geen klein detail; het is bijna 1.500 euro per Nederlander. Terwijl politici en beleidsmakers beleid baseren op deze ramingen, blijkt keer op keer dat de werkelijkheid heel anders uitpakt. Dit is niet slechts een administratieve fout, maar een fundamenteel probleem dat grote gevolgen heeft. Zoals Omtzigt stelt: “Verkeerde ramingen hebben geen papieren gevolgen, maar echte gevolgen.”
De kern van dit probleem ligt in de systematische fouten die in deze modellen ingebakken lijken te zitten. Zo worden belastinginkomsten keer op keer onderschat. Dit gebeurt terwijl de nominale groei van de economie (reële groei plus inflatie) juist een duidelijke indicator zou moeten zijn voor stijgende belastinginkomsten. Dat deze fouten structureel lijken, roept vragen op over de kwaliteit van de gebruikte aannames en de modellen zelf.
Het artikel van Pieter Omtzigt in Elsevier Weekblad, geschreven samen met Folkert Idsinga, legt kritische fouten bloot in de financiële ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) en de Nederlandse regering. De kern van hun kritiek is dat deze ramingen structureel onrealistisch zijn, wat grote gevolgen heeft voor de uitoefening van het begrotingsrecht van de Tweede Kamer en de kwaliteit van beleidsbeslissingen. Hier volgt een samenvatting van de belangrijkste punten:
1. Structurele afwijkingen in ramingen
Omtzigt en Idsinga tonen aan dat er de afgelopen vier jaar een consistent verschil van circa 25 miljard euro per jaar is tussen het verwachte en uiteindelijke begrotingstekort. Dit komt neer op ongeveer €1.500 per Nederlander of €6.000 per gezin. Dit patroon herhaalt zich jaarlijks en leidt tot verkeerde aannames over de financiële situatie van de overheid.
2. Specifieke voorbeelden van onnauwkeurigheid
Een van de opvallendste problemen is dat belastinginkomsten steevast te laag worden ingeschat. Ondanks een nominale economische groei van bijvoorbeeld 5% (reële groei + inflatie), gaan de ramingen ervan uit dat belastinginkomsten minder dan evenredig groeien. In werkelijkheid stijgen de inkomsten meestal even hard of harder, wat resulteert in meevallers van 15 tot 20 miljard euro.
3. Consequenties voor beleid
De onnauwkeurige ramingen hebben directe gevolgen voor politieke keuzes. Een voorbeeld is het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte aan formerende partijen om 17 miljard euro extra te bezuinigen om aan Europese normen te voldoen. Dit advies was gebaseerd op ramingen die de latere financiële meevallers niet meenamen. Hierdoor zijn belangrijke investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur ondergeschoven geraakt.
4. Kritiek op de verplichting tot CPB-ramingen
De wet verplicht de regering om te sturen op CPB-ramingen, en ook de Tweede Kamer moet deze gebruiken. Hoewel dit bedoeld is om objectiviteit te waarborgen, leidt het in de praktijk tot een onbetwiste afhankelijkheid van cijfers die niet accuraat zijn. Dit beperkt het budgetrecht van de Kamer en vermindert de ruimte voor een rationele discussie over inkomsten en uitgaven.
5. Voorstellen voor verbetering
Omtzigt en Idsinga pleiten voor:
- Regelmatige updates over belastinginkomsten om de financiële situatie beter te kunnen inschatten.
- Evaluaties van ramingsfouten, zodat systematische problemen kunnen worden aangepakt.
- Betere nauwkeurigheid in ramingen, zodat de Kamer haar werk goed kan doen.
Waarom Modellen Problematisch Zijn
In mijn blog Modellen grijpen de macht beschreef ik hoe modellen in politieke en juridische processen steeds vaker een leidende rol spelen. Modellen bieden een schijn van objectiviteit, maar in werkelijkheid zijn ze slechts een verzameling aannames, vaak beïnvloed door de keuzes en vooroordelen van hun makers. Modellen worden bovendien vaak gepresenteerd als ‘de waarheid’, terwijl ze in feite slechts simulaties zijn van een bepaalde werkelijkheid.
Een voorbeeld dat ik in mijn eerdere werk aanhaal, is hoe modellen kunnen worden misbruikt in juridische trajecten zoals vergunningaanvragen voor stikstofemissies. Hier worden onzekerheden in modellen genegeerd of onderbelicht, waardoor beleidsmakers beslissingen nemen op basis van schijnnauwkeurigheid. Het CPB-probleem dat Omtzigt aanhaalt, volgt hetzelfde patroon: de Tweede Kamer wordt gedwongen te werken met ramingen die te ver afstaan van de realiteit, met alle gevolgen van dien.
Het Politieke Gevaar van Modellen
In mijn blog Modellen zijn de duivel in het politieke systeem benadrukte ik hoe modellen een machtsinstrument kunnen worden. Wanneer modellen worden gebruikt om beleidskeuzes te rechtvaardigen, verschuift de macht van democratisch gekozen politici naar modelleurs en technocraten. Dit is een fundamenteel democratisch probleem. Het gebruik van modellen kan zorgen voor een tunnelvisie, waarbij alternatieve beleidsopties niet eens worden overwogen omdat het model deze niet voorspelt of ondersteunt.
Dit zien we terug in de voorbeelden die Omtzigt en Idsinga aandragen. De ramingen van de afgelopen jaren hebben geleid tot paniek over vermeende begrotingstekorten, met als gevolg bezuinigingen en onderinvesteringen in cruciale sectoren zoals infrastructuur. Dit alles gebaseerd op onjuiste aannames in CPB-modellen.
Hoe Het Anders Kan
Het is tijd voor een fundamentele herziening van hoe modellen worden ingezet in politieke besluitvorming. Omtzigt en Idsinga stellen voor om regelmatig inzicht te geven in de totale belastinginkomsten van de staat en een evaluatie te doen van grote fouten in ramingen. Ik ondersteun deze oproep, maar denk dat er meer nodig is:
- Transparantie in modellen: Overheidsmodellen moeten volledig transparant zijn, inclusief de aannames en onzekerheden die eraan ten grondslag liggen. Dit zou onafhankelijke controle mogelijk maken.
- Alternatieve scenario’s: In plaats van één enkele voorspelling zouden modellen meerdere scenario’s moeten presenteren, zodat politici en beleidsmakers inzicht krijgen in de bandbreedte van mogelijke uitkomsten. Hiervoor is vrijwel altijd een team B nodig.
- Betere communicatie: Modellen moeten worden vertaald naar begrijpelijke taal, zodat niet alleen experts maar ook burgers en politici de beperkingen en onzekerheden ervan begrijpen.
- Onafhankelijke toetsing: Net zoals wetenschappelijke publicaties peer-reviewed worden, zouden belangrijke beleidsmodellen door onafhankelijke experts moeten worden gecontroleerd voordat ze als basis voor beleid dienen.
Afronding
De kritiek van Omtzigt en Idsinga op het CPB raakt een groter probleem: het onkritische gebruik van modellen in onze democratie. Modellen kunnen waardevol zijn, maar alleen als ze worden gebruikt met een volledig begrip van hun beperkingen. Zoals ik eerder schreef: “Modellen zijn geen waarheid, ze zijn slechts een hulpmiddel.” Het is tijd dat we dit principe serieuzer nemen, zowel in de politiek als in het publieke debat.
Laten we de macht van modellen herijken en ervoor zorgen dat ze de democratie ondersteunen in plaats van ondermijnen. Alleen zo kunnen we beleid maken dat écht recht doet aan de complexe werkelijkheid waarin we leven.