De populariteit van “de toekomst” is ontploft. Zoekmachines laten sinds 2020 een sterke toename zien in interesse naar hoe morgen eruit zal zien. Ondertussen buitelen proclamaties over elkaar heen: de allesvervangende AI, de klimaat-apocalyps, de techno-utopie. Extremen zijn mediageniek en verkoopbaar. Maar ze zijn zelden een goede gids.
Laten we nuchter blijven. Ook in 2035 gaan we gewoon naar school en werk, krijgen we kinderen, maken we ruzie en worden we weer goed; we zorgen voor onze ouders, staan in de file, eten te laat, vergeten een wachtwoord, lachen om een slechte grap, en gaan – ooit – dood. Ambitie, liefde, jaloezie, teamwork en burenruzies verdwijnen niet met een software-update. Ze veranderen hooguit van decor.
Het heden is het beste bewijs
Kijk niet naar pitchdecks, kijk naar je dag. Twintig jaar geleden betaalden we contant; nu doen we tikkies en vinden we het vanzelfsprekend dat boodschappen, ov-poorten en parkeergarages ‘gewoon werken’. E-bikes en bakfietsen hebben onze steden binnen een decennium merkbaar veranderd. Huisartsenportalen, pakketkluizen, zonnepanelen, warmtepompen, WhatsApp-oudergroepen — niets daarvan voelt futuristisch. Het is nu. Technologie kwam niet binnen met vuurwerk, maar via de kleine lettertjes: instellingen, abonnementen, service-mails en firmware-updates. De toekomst sluipt, ze valt zelden binnen.
Die alledaagsheid is geen anticlimax; het is precies de reden dat vooruitgang breed kan landen. Innovatie wint pas echt wanneer ze routine wordt.
Waarom we toch naar extremen grijpen
We zijn gevoelig voor verhalen aan de randen van de klokcurve. Catastrofes geven adrenaline; utopieën geven dopamine. Bedrijven liften graag mee: grafieken met stippellijnen die moeiteloos doorlopen, verlokkelijke demovideo’s zonder stroperige werkelijkheid. Media versterken wat klikt. En ja, doem en droom zijn eenvoudiger te framen dan het gedoe van maandag 08:15.
Maar beleid en bedrijfsstrategie die zich blindstaren op de randen, missen het midden: waar de meeste mensen, het meeste van de tijd, leven.
Ontwerp voor maandag 08:15
Als we nuchter over morgen willen denken — zeker in een druk land als Nederland — moeten we durven ontwerpen voor de sleur. Niet voor de keynote, maar voor de broodtrommel, de kinderopvangtijdsloten, de laadpaal in de straat en de Excel-sheet van de planner.
Zes principes helpen:
- Routines eerst. Los wrijving op in alledaagse handelingen. Een innovatie die vijf minuten per dag scheelt, wint van een ‘moonshot’ die één keer per jaar schittert.
- Evolutie boven explosie. Iteraties, compatibiliteit en onderhoudbaarheid leveren meer waarde dan revolutionaire breuken die niemand kan implementeren.
- Betrouwbaarheid > features. Een systeem dat 99,9% doet wat het belooft, is maatschappelijk waardevoller dan een systeem met 100 functies dat 90% van de tijd hapert.
- Menselijke maat. Technologie moet sociale fricties verkleinen (tijd, zorg, administratie), niet nieuwe afhankelijkheden en stress introduceren.
- Meet wat ertoe doet. Geen vanity metrics, maar echte uitkomsten: tijdwinst, veiligheid, kwaliteit, kosten per eenheid, foutkans. (We schreven hier eerder over in de context van rebound-effecten en AI.)
- Weerbaarheid als ontwerpeis. Stroomstoring, netwerkuitval, leveringsschok: kan het systeem terugvallen op ‘analoge’ protocollen?
Wat betekent dit voor voedsel & technologie?
In de voedselketen zijn de ‘maanreizen’ verleidelijk: laboratoriumhyperbolen, vage beloftes over 10× duurzaamheid. Nuchter beleid en ondernemerschap kijken anders. De grote winst zit vaak in stille verbeteringen:
- Procesinnovatie die energie- en waterverbruik reduceert zonder smaakverlies.
- Verpakking die voedselveiligheid en houdbaarheid verlengt met minder materiaal.
- Keten-digitalisering die verspilling meet en vermindert (niet alleen ‘track’, maar echt ‘act’).
- Hybride productontwerp dat consumer reality respecteert: smaak, prijs, gemak.
- Publieke infrastructuur (energie, water, data) die voorspelbaar en betaalbaar is — de basis waarop bedrijven durven investeren.
Wie de toekomst nuchter bekijkt, ziet geen pillen-als-maaltijd dystopie of volledig geautomatiseerde utopie. Je ziet fabrieken die stiller en schoner draaien, koelketens die slimmer zijn, supermarkten met minder derving, en thuis keukens die met één druk op de knop wél consistent resultaat geven. Het spectaculair alledaagse.
Voor bestuurders: onderhoud is beleid
We overschatten steevast de korte termijn en onderschatten de lange; we investeren graag in nieuwe dingen en stellen onderhoud uit. Dat wreekt zich. Sturen op “zichtbare vernieuwing” zonder de basis op orde te brengen, eindigt in teleurstelling en cynisme. De burger merkt falende systemen eerder dan grootse visies.
Kies daarom voor:
- Langjarige zekerheid over randvoorwaarden (energie- en waterprijzen, netcapaciteit, vergunningsprocessen).
- Regulatoire sandboxes voor alledaagse verbeteringen (bijv. voedselveiligheid + digital twin-validatie) — met snelle, uitlegbare evaluaties.
- Publieke inkoop die routine-innovatie beloont: minder verspilling, snellere doorlooptijd, beter data-beheer.
- Normen die prestaties meten, niet intenties. Als je “beter” wilt, definieer dan wat “beter” is — in getallen en in de praktijk.
Een kleine oefening: twee weken in 2035
Stel je geen glanzende metropool voor. Neem gewoon twee weken in een doorsnee Nederlandse gemeente.
Kinderen checken ’s ochtends in met een digitale leerlingenpas; de ouderapp klaagt over te weinig regenpakken in maat 128. De warmtepomp stond ’s nachts op stil-modus (burenrelatie!), en laadde slim bij terwijl de wijkaccu vol zat. De koelkast bestelt geen melk — want het bezorgslot is vol; je pakt de fiets langs de buurtwinkel, waar de dynamische prijsing uitgaat tijdens spitsuren om wachtrijen te voorkomen.
Op je werk vat je assistent vergunningsvoorwaarden samen, maar je belt alsnog met de jurist omdat de nuance ertoe doet. De kwaliteitsmanagers lopen door de lijn; sensoren fluisteren, maar de neus beslist de edge case. ’s Avonds training van de jeugd, de club-app vraagt om vrijwilligers voor het toernooi. Er valt regen in de sensor van je fietslampje: hij knippert op ‘nat wegdek’. Thuis discussieer je over schermtijd; morgen weer vroeg weg. Op zaterdag familie-eten; zondag een mail aan de gemeente over de scheef geplaatste laadpaal.
Niets daarvan is futuristisch. Het is leven — met wat software erdoorheen.
Waarom deze nuchterheid urgent is
Extremen polariseren, alledaagsheid verenigt. Bedrijven, overheden en onderzoekers die het midden serieus nemen, bouwen vertrouwen op: voorspelbare dienstverlening, begrijpelijke regels, meetbare verbeteringen. Dat is de zuurstof van een volwassen innovatie-economie. De rest is theater.
Nuchterheid is geen defaitisme. Het is precisie. Het vraagt om het soort professionaliteit waar Nederland groot mee is geworden: degelijke techniek, slimme logistiek, betrouwbare instituties, en een cultureel vermogen om met veel mensen op weinig ruimte samen te leven. Dáár ligt onze toekomstcompetentie.
Tot slot: het menselijk tempo
Wie lang genoeg leeft, ziet dat ‘de toekomst’ telkens gewoon schuift: wat gisteren nieuw was, is morgen norm. De kunst is om die schuifrichting bewust te beïnvloeden — met ontwerpen, regels en producten die mensen dagelijks dragen in plaats van slepen. Dat betekent óók ruimte laten voor falen, bijsturen, onderhoud en saai gelijk.
We zullen blijven leren, liefhebben, ruziën en zorgen. We zullen sterven. Tussen al die constanten door mag technologie helpen — vooral waar het de sleur lichter maakt. Als we dít nuchtere kompas vasthouden, maken we de toekomst niet extremer of grootser, maar beter.
Verdere leestips (kort)
- Roy Amara – Amara’s Law (we overschatten de korte, onderschatten de lange termijn).
- Daniel Kahneman – Thinking, Fast and Slow (cognitieve biases en waarom extremen klikken).
- Nassim Nicholas Taleb – Antifragile (ontwerpen op schokken).
- Vaclav Smil – How the World Really Works (materiaal- en energiesystemen zonder wensdenken).