Er was een tijd – en die ligt heus niet in mythologische nevelen – dat politiek vooral het domein was van saaie, degelijk rationele mensen. Vrouwen en mannen die zich door stapels stukken werkten, die dossiers lazen tot de koffie koud werd, die wisten dat een comma in artikel 6 lid 3 grotere gevolgen kan hebben dan een quote in de journaaluitzending van acht uur. Het was niet glamorous, niet snel, niet instagrammable. En precies daarom functioneerde het. We koesterden een politieke praktijk die langzaam, zorgvuldig en voorspelbaar was. Saai, ja. Maar saai is onderschat: saai is stabiliteit, betrouwbaarheid, rechtszekerheid.
Die politiek bestaat nog – op papier. In de praktijk is het parlement steeds meer het verlengstuk van sociale media geworden. De logica van het algoritme heeft de logica van de democratie verdrongen. Wat we zien, is geen langgerekt BBC-drieluik dat zorgvuldig van context, bronnen en nuance voorziet, maar een ononderbroken reeks korte TikTok-clips: een indringende blik in de camera, een morele verontwaardiging die binnen tien seconden piekt, een soundbite die ‘pakt’, en door. Politiek als emotionele content. Het gesprek is op de persoon, niet op de zaak. Het effect: een parlement dat niet langer deliberatieve oplossingen produceert, maar spektakel. En spektakel, hoe opzwepend ook, kan geen land besturen.
Campagne als wetgevingsmethode
Niets illustreert dit beter dan het recente gedoe rond de asielwet en het ongelukkig aangenomen amendement dat in de maalstroom van beeldvorming, afwezigheid en campagneretoriek door de Kamer heen schoof. We zagen partijen die wetgeving niet meer als instrument van zorgvuldig bestuur beschouwden, maar als campagne-props. Een amendement dat nooit bedoeld was om te worden aangenomen, werd tóch aangenomen, mede omdat een paar Kamerleden elders campagne voerden. Vervolgens vroeg men de minister om een aangenomen wet “niet uit te voeren”. Daarna werd naar het wankele vehikel van de novelle gegrepen, waarmee de Eerste Kamer in uitzonderlijke gevallen een reparatie kan vragen. Resultaat: tijdverlies, rechtsstatelijke kramp, verlies aan gezag. Voor wie zat op te letten, was de onderliggende logica pijnlijk helder: beeldvorming boven wetvorming.
Die logica is funest. Wetgeving veronderstelt het trage werk van precisie, het doorrekenen van scenario’s, het doorgronden van onbedoelde neveneffecten. Het is het tegendeel van live-televisie. Je maakt geen wet “voor de bühne” zonder dat het dossier je later, soms jaren later, inhaalt. Besturen is vooruitzien; campagnevoeren is vooruit schreeuwen. Het eerste is een vak. Het tweede een vaardigheid. We zijn die twee te vaak gaan verwarren.
Het TikTok-format als model voor debat
De meeste plenaire debatten zijn intussen geformatteerd naar de eisen van het clipje: kort, scherp, op de man, voorzien van knip-en-plak-momenten voor X, TikTok en Instagram. Het motief is voorspelbaar: elke fractie wil “het fragment” scoren dat de achterban bevestigt in het eigen gelijk. De uitkomst is even voorspelbaar: niemand verplaatst zich nog in de logica van de ander, want empathie verstoort de zuiverheid van de clip. En dus wordt het debat een serie parallelle monologen, af en toe verbonden door een ingestudeerde interruptie waarvan de formulering al in de partijkanalen klaarstaat.
Vergelijk dat met de BBC-documentaire-logica: traag opgebouwde context, meerdere stemmen, tegenspraak, een verteller die af en toe samenvat in plaats van aanjaagt. Een parlement dat zich aan die logica houdt, zoekt naar gemeenschappelijkheid in een wereld van conflicterende belangen. Een parlement dat de TikTok-logica omarmt, aanbidt de conflictcoëfficiënt. Het eerste streeft naar compromis, het tweede naar climax. De vraag is niet of de climax waar is, maar of hij “werkt”.
Professioneel ambacht versus permanente performance
Wat is het ambacht van de volksvertegenwoordiger? Het is drieluikig. Eén: je vertegenwoordigt een politieke traditie – niet alleen standpunten, maar ook een mens- en wereldbeeld. Mensen moeten weten wat ze krijgen als ze op je stemmen. Twee: je controleert de macht – niet selectief, niet alleen ‘de vijand’, maar ook de eigen bewindspersonen en de eigen heilige huisjes. Drie: je sluit compromissen die uitvoerbaar zijn. Politiek is het kunstvak van het haalbare, geen concours d’éloquence.
Op alle drie gaat het vandaag mis. De ideologische representatie verwordt tot identitaire profilering: wie ben ik online, wie is mijn vijand, hoe zichtbaar is mijn verontwaardiging? De controle op de macht wordt instrumenteel: men jaagt vooral op de tegenstander, niet op het dossier. En het compromis – de lastigste, edelste taak – wordt verdacht gemaakt als “water bij de wijn” of “de achterban verraden”. Wie nog durft te onderhandelen, wordt weggezet als slappeling. Maar een parlement zonder compromissen is een museum van beginselen: imponerend, maar doodstil.
De talkshowisering van het parlement
“Het parlement is een talkshow geworden.” Dat klinkt als cynisme, maar het is beschrijving. De volgorde is omgedraaid: er ontstaat een rel in de media, daarna wordt het parlement opgetrommeld om over de rel te praten. Waar ooit debatten de basis vormden voor berichtgeving, vormt berichtgeving nu de agenda voor debatten. De medialogica is dwingend: een eenvoudig probleem, twee bekende gezichten, één eenduidige oplossing. Maar de parlementaire logica is precies omgekeerd: veel actoren, hoge complexiteit, trage convergentie naar een minder-dan-perfecte uitkomst. Als de eerste logica de tweede koloniseert, wordt democratisch ambacht onmogelijk.
Hier komt nog iets bij: de permanente aanwezigheid van camera’s en het leger aan communicatieadviseurs dat elk woord live onttrekt aan zijn context, polijst, escalatie zoekt, en opnieuw in de stroom gooit. Dat maakt vertrouwensvorming – het zuurstof van politiek – uiterst moeilijk. Vertrouwen ontstaat namelijk zelden voor de camera. Het ontstaat in het gesprek ná de camera, in de wandelgangen, in de commissiezalen, bij koffie waar geen microfoon aan plakt. Als we die ruimte blijven demoniseren, houden we alleen de arena over. En een arena produceert strijd, geen beleid.
Emotie is legitiem, maar niet leidend
Politiek zonder emotie is onmenselijk. Doch emotie als stuurman laat ons botsen. Verontwaardiging is een uitstekende brandstof om een probleem zichtbaar te maken; het is een desastreuze leidraad om een wet af te hechten. Morele taal hoort in het parlement, maar wie morele taal verwart met morele superioriteit, sluit de deur naar de ander en daarmee de deur naar besluitvorming. Je mag woedend zijn over onrecht; het maakt wetten niet beter om die woede als criterium te nemen voor effectiviteit.
Het ad-hominem-tijdperk
Een direct gevolg van de contentlogica is de verschuiving van “op de inhoud” naar “op de persoon”. De reden is banaal: personen scoren beter dan processen, karakters beter dan clausules, conflict beter dan nuance. Aantallen clicks zijn hoger bij botsingen tussen gezichten dan bij botsingen tussen argumenten. Het ad hominem is een luie vorm van politiek: het bespaart de plicht om je in het dossier te verdiepen. Maar het vernietigt ook het weefsel van samenwerking dat nodig is om tot beleid te komen. Je kunt morgen niet bouwen met mensen die je vandaag voor landverrader, genocide-ontkenner of corrupte zakkenvuller hebt uitgemaakt. Het internet vergeet niet, maar de politiek moet kunnen vergeven. Dat botst.
Geef ons een saai kabinet!
De verzuchting klinkt steeds vaker: doe ons alsjeblieft een saai kabinet. Saai, want voorspelbaar. Saai, want procedureel. Saai, want zó onopwindend dat het nieuws het laat liggen. Politiek is geen theater, maar werktuigbouw. Onzichtbare lagers, tandwielen, smering. Een saai kabinet is geen zwaktebod; het is een teken van een volwassen democratie die weet dat stabiliteit een publieke waarde is. Nederland heeft historisch “saaie” premiers gekoesterd – niet omdat zij niets voelden, maar omdat zij begrepen dat we niet bestuurd willen worden op de roes van de dag.
Waarom systeemverandering niet de quick fix is
De verleiding is groot om het systeem te “repareren”: districtenstelsel, kiesdrempels, terugkeer van de koning in de formatie, een constitutionele dit of procedurele dat. Maar systeemverandering zonder cultuurverandering is cosmetica. Je kunt de regels verzetten, maar als de spelers dezelfde performatieve prikkels blijven najagen, krijg je dezelfde uitkomst in een nieuw decor. Wat nodig is, is professionaliteit, vakmanschap en de herwaardering van rolopvattingen – niet alleen bij gekozenen, ook bij de niet-gekozenen in ons openbaar bestuur: journalisten, rechters, wetenschappers. Iedereen heeft een rol, grenzen, waarden. Wie die verliest, voedt de hysterie.
Hoe komen we terug bij inhoud?
Niet met één grote sprong, maar met talloze kleine discipline-keuzes.
Eén: Herstel de dossierplicht. Geen spreekrecht zonder leesrecht. Fracties moeten het normaal vinden dat hun woordvoerders de onderliggende rapporten echt hebben gelezen, de bijlagen kennen, de impact memo’s begrijpen. Dat is geen elitarisme; dat is professionele hygiëne.
Twee: Revaloriseer het compromis. Leren we onze studenten nog dat een goed compromis een prestatie is? In de ingenieurswereld prijzen we ontwerpen die binnen randvoorwaarden functioneren. In de politiek noemen we dat “water bij de wijn” en doen we alsof puurheid superieur is. Onzin. Puurheid is een deugd in de moraal, niet in het beleid.
Drie: Demobiliseer de cameradrift. Niet alles hoeft live. Debatten die gericht zijn op wetgeving, zouden vaker zonder camera’s in commissieverband moeten beginnen, met de afspraak om pas naar het grote toneel te gaan als er sprake is van een serieuze tekst en de contouren van draagvlak. Het plenaire spektakel dient het eind, niet het begin.
Vier: Normaliseer de stilte. Campagnetijd is voor positionering, regeren is voor uitvoering. In campagnetijd meer luisteren dan praten – en niet elk issue “ownen” met een Engelstalig label – zou weleens het meest respectvolle kunnen zijn wat je je kiezer gunt.
Vijf: Wijs ad hominem af als normschending. Niet als politiek correcte etiquette, maar als functioneel verbod. Het kost daadkracht morgen. Fracties kunnen dat intern afdwingen. Partijleiders kunnen er beloning en straf aan verbinden.
Zes: Scheid communicatie van propaganda. Een communicatieadviseur die de procedure ondermijnt met strategische lekken en halve waarheden, ondermijnt niet de tegenstander maar het ambacht van de eigen fractie. Maak het een reputatiezaak om juist géén misleidende fragmentpolitiek te bedrijven.
Zeven: Meet succes in output, niet in exposure. Een fractie die vier dossiers door de Kamer loodst, is nuttiger dan een fractie die vierhonderd miljoen views haalt. Dat moet je durven omdraaien in je eigen interne KPI’s, anders verandert er niets.
Ik hoor de tegenwerping al: “Leuk, maar de wereld ís nu eenmaal veranderd. Zonder sociale media red je het niet.” Dat is waar – en toch een drogreden. Niemand pleit voor terugkeer naar 1995. Het gaat erom dat we de medialogica instrumenteel maken aan de democratische logica, in plaats van andersom. Sociale media zijn een groothoeklens op het publieke gesprek. Ze vergroten, vervormen en versnellen. Het is aan het parlement om te vertragen, te verkleinen, te corrigeren. Niet om de lens te worden.
Over verantwoordelijkheid en moed
De case van de NSC-ministers die aftraden, illustreert scherp hoe dun het ijs wordt wanneer partijpolitieke overwegingen en morele argumenten door elkaar gaan waaien. Er zijn legitieme gewetensbezwaren waarvoor een minister opstapt; er zijn ook politieke strategische redenen die legitiem zijn, maar benoem dan eerlijk wat je doet. Vertel niet dat je “te weinig steun” hebt in een demissionaire setting – dat ís immers de setting – als je feitelijk concludeert dat het blijven regeren je campagne schaadt. Politiek is kiezen en dus ook kleur bekennen: de kiezer kan tegen een kleur, maar niet tegen schijnheilig grijs.
Moed in de politiek is niet het hardst roepen in de plenaire zaal. Moed is voor de camera zeggen dat je met de ander móét praten, ook als X dat niet leuk vindt. Moed is je achterban uitleggen dat je niet alles krijgt, maar iets wegzetten dat wérkt. Moed is tegen je eigen communicatieteam zeggen: “Nee, dit fragment plaatsen we niet, want het maakt morgen overleg onmogelijk.” Dat is volwassenheid. En ja – saaiheid. De beste politiek is zelden binge-waardig.
Wat vraagt dit van ons als publiek?
We hebben de politiek gekregen die past bij onze ongeduldige aandacht. Elke klik is een mandaat voor de volgende escalatie. Wie een BBC-documentaire wil, moet ook de kijkduur gunnen. Wie nuance wil, moet het onaffe accepteren. Wie inhoud wil, moet het spektakel uitlachen in plaats van liken. Het electoraat is geen externe factor; wij zijn de vraagzijde van het circus. Zonder vraag geen aanbod.
Dit is geen pleidooi voor technocratie, wel voor professionaliteit. Democratie is geen reality show met wekelijkse eliminaties, maar een ambachtelijk proces met trage verbeteringen. Natuurlijk mag er emotie zijn, natuurlijk mogen er scherpe woorden vallen. Maar het eindproduct moet beleid zijn dat uitvoerders kunnen uitvoeren, rechters kunnen toetsen en burgers kunnen vertrouwen. Als we dat niet meer belangrijker vinden dan het virale moment, dan rest ons een politiek die eindeloos brandjes sticht om ze vervolgens in talkshows te bespreken.
Een oproep tot saaie excellentie
Laten we het lef hebben om “saai” opnieuw te definiëren als compliment. Saai is het herwinnen van voorspelbaarheid in vergunningverlening. Saai is een begroting die klopt zonder theatrale nachtelijke hoofdelijke stemmingen. Saai is een coalitieakkoord dat kort is, en juist daardoor uitvoerbaar. Saai is een Kamerlid dat minder post, meer leest en alsnog beter spreekt. Saai is een minister die geen show maakt, maar een sector hervormt. Saai is de ambtelijke top die weer durft te zeggen: dit kan, dat niet, hier zijn drie opties en deze risico’s. Saai is niet het einde van democratische bevlogenheid; het is de voorwaarde voor democratische betrouwbaarheid.
De transitie van podium terug naar parlement begint niet met een nieuwe wet, maar met een nieuwe discipline. Politiek is geen content-industrie. Ze is een publieke dienst die wij allemaal, als burgers, als professionals, als opiniemakers, mee vormgeven. Wie de politiek terug wil winnen van het TikTok-tijdperk, begint vandaag met het weigeren van de snelle clip als maat der dingen. Niet alles hoeft te knallen. Veel moet gewoon kloppen.