Europa’s Innovatiedilemma: Gevangen tussen Voorzorg en Verstarring. Europa en Nederland lopen achter en dat is zorgelijk!

“Wat is er in hemelsnaam mis met Europa?” Met deze provocerende vraag opent natuurkundige en wetenschapscommunicator Sabine Hossenfelder een vlijmscherpe analyse van de Europese conditie [1]. Haar diagnose is hard: Europa loopt gevaarlijk en deprimerend achter op technologisch vlak. De oorzaken? Een cultuur van zelfgenoegzaamheid, een verstikkende deken van overregulering en een bureaucratische inertie die elke vorm van snelheid fnuikt. “Nadat we de boot gemist hebben,” zo stelt ze, “vormen we een commissie om de pier te bestuderen.” Deze algemene kritiek, geïllustreerd met anekdotes over de dosering van melatonine en de verpakkingsgrootte van ibuprofen, roept een cruciale vraag op voor een van Europa’s meest vitale sectoren: geldt deze diagnose ook voor de agri-food sector? Terwijl de ambities van de Green Deal en de Farm to Fork-strategie hoog zijn, dreigt het Europese innovatiemotortje, met name in de food tech, te verzuipen in zijn eigen complexiteit.

De Macro-economische Diagnose: Een Continent in ‘Langzame Doodsstrijd’

De analyse van Hossenfelder is geen losstaande jeremiade; ze wordt ondersteund door een groeiende consensus onder economen en beleidsmakers. De cijfers schetsen een ongemakkelijk beeld. Sinds de jaren tachtig is de economische groei van de EU achtergebleven bij die van de Verenigde Staten. Hoewel de productiviteit per gewerkt uur redelijk gelijke tred houdt (het BBP per uur in de EU is ongeveer 82% van het Amerikaanse niveau), is het BBP per hoofd van de bevolking slechts 72% van dat in de VS. De simpele reden: Europeanen werken significant minder uren [2, 3]. Deze culturele keuze voor meer vrije tijd, hoewel waardevol, heeft een prijs in een geglobaliseerde technologische race.

De gevolgen werden pijnlijk duidelijk tijdens de dotcom-boom, die Europa grotendeels miste. Vandaag de dag is er, met uitzondering van het Zweedse Spotify, nauwelijks een Europees tech-platform van wereldformaat. Met de opkomst van kunstmatige intelligentie dreigt dit scenario zich te herhalen. Het is deze context die voormalig ECB-president Mario Draghi ertoe bracht om in zijn rapport over de Europese concurrentiekracht te waarschuwen voor een “langzame doodsstrijd van steeds verder achterop raken” als er niets fundamenteels verandert [4, 5]. Zijn aanbevelingen zijn even helder als alarmerend: maak innovatie makkelijker, sneller en snoei drastisch in het papierwerk. Het rapport legt de vinger op de zere plek: de Europese machine is te traag en te complex geworden.

Het Voorzorgsprincipe op de Proef: De Novel Food Casus

Nergens wordt dit duidelijker dan in de regelgeving rondom voedselinnovatie. Het Europese voorzorgsprincipe, ontworpen om de consument te beschermen, is in de praktijk verworden tot een formidabel obstakel voor vernieuwing. De Novel Food Verordening (EU) 2015/2283 is hiervan het schoolvoorbeeld. Deze wetgeving, die de markttoelating regelt voor alle voedingsmiddelen die vóór 1997 niet significant in de EU werden geconsumeerd, is een lakmoesproef voor Europa’s innovatievriendelijkheid.

Een recente, diepgravende analyse van 292 Novel Food-aanvragen tussen 2018 en 2024, gepubliceerd in npj Science of Food, legt de harde cijfers bloot. Terwijl de wet een beoordelingstermijn van negen maanden voorschrijft voor de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), duurt het in de praktijk gemiddeld 2,56 jaar (937 dagen) voordat een EFSA-opinie wordt gepubliceerd [6]. Sommige aanvragen slepen zelfs zes jaar aan. Voor een startup is dit, zoals een expert het verwoordt, “een doodvonnis” [7].

De vertragingen zitten in elke fase van het proces, zoals de onderstaande tabel laat zien.

Fase van het GoedkeuringsprocesGemiddelde Duur (dagen)
Verificatie door Europese Commissie114
Geschiktheidscontrole door EFSA185
Wetenschappelijke evaluatie door EFSA629
Tijd tot publicatie na adoptie48
Totaal937

Bron: Gebaseerd op data uit Le Bloch et al. (2025) en O’Rourke (2025) [6, 7]

Een belangrijke oorzaak van de vertraging zijn de zogenaamde Additional Data Requests (ADR’s). Gemiddeld vraagt EFSA 2,7 keer om aanvullende informatie, waarbij elke ronde de klok stilzet en het proces met gemiddeld 130 dagen verlengt. Bijna de helft van de totale evaluatietijd gaat op aan deze bureaucratische pingpongwedstrijd [7].

Het ironische is dat 87% van de aanvragen uiteindelijk wordt goedgekeurd. Dit hoge succespercentage maskeert echter een duistere realiteit: het is geen indicator van een functionerend systeem, maar van een uitputtingsslag die alleen de meest kapitaalkrachtige spelers overleven. Startups met innovatieve, duurzame ingrediënten – of het nu gaat om eiwitten uit precisiefermentatie, nieuwe plantaardige bronnen of upcycled reststromen zoals koffiebessenpulp – bloeden dood in het vagevuur van de regelgeving, lang voordat ze de markt kunnen bereiken [7].

De Paradox van Regulering: Meer Regels, Minder Innovatie

De situatie wordt verergerd door een paradoxale dynamiek: in een poging het proces te verbeteren, maakt de EU het vaak alleen maar complexer. De implementatie van de Transparantieverordening in 2021, die onder meer verplichte pre-notificatie van studies vereist, heeft een nieuwe laag van bureaucratie toegevoegd. Tientallen aanvragen werden op formele gronden afgewezen, met een gemiddelde extra vertraging van bijna een jaar [7]. Elke update van de wetenschappelijke richtlijnen, zoals die van 2024, lijkt de lat hoger te leggen en de bewijslast te verzwaren, in plaats van het proces te stroomlijnen [6].

Dit fenomeen, waarbij regulering een rem zet op productiviteitsgroei en innovatie, is uitvoerig gedocumenteerd. Al in 2003 toonden Nicoletti en Scarpetta in een invloedrijke OECD-studie aan dat strikte productmarktregulering een significant negatief effect heeft op de productiviteitsgroei [8]. De Europese agri-food sector lijkt gevangen in deze val: een systeem dat zozeer is ingericht op risicoaversie dat het de capaciteit voor vernieuwing systematisch ondermijnt.

De gevolgen zijn voelbaar. Terwijl investeerders in de VS en Singapore vol inzetten op de toekomst van voedsel, heerst in Europa koudwatervrees. Europese food tech-bedrijven zien zich genoodzaakt hun schaalvergroting buiten de EU te zoeken, simpelweg omdat de time-to-market hier onhoudbaar lang is [9]. Zo verliest Europa niet alleen de race om de technologie van de toekomst, maar ook de economische waarde en de strategische autonomie die daarmee gepaard gaan.

Conclusie: Van Verzorgingsstaat naar Innovatiestaat

De scherpe analyse van Sabine Hossenfelder is meer dan een verzameling anekdotes; het is een symptoombeschrijving van een dieperliggend probleem. De inertie van de Europese verzorgingsstaat, met zijn focus op consensus, procedurele correctheid en risicomijding, staat op gespannen voet met de snelheid die de huidige technologische revolutie vereist. De casus van de Novel Food-verordening laat zien hoe een in principe goedbedoeld systeem in de praktijk kan verworden tot een bureaucratisch moeras dat innovatie verstikt.

De oplossing ligt niet in het overboord gooien van de Europese waarden van veiligheid en bescherming. De hoge standaarden van EFSA zijn een groot goed. De uitdaging is om, zoals Draghi bepleit, een radicale vereenvoudiging door te voeren. Dit vereist politieke moed om bureaucratische processen te stroomlijnen, discretionaire ruimte te gebruiken (bijvoorbeeld door niet elke aanvraag standaard naar EFSA te sturen), en te experimenteren met snellere, gefaseerde goedkeuringstrajecten voor laag-risico innovaties, zoals een regulatory sandbox [10].

Als Europa zijn ambities op het gebied van duurzaamheid en strategische autonomie wil waarmaken, moet het de transitie maken van een verzorgingsstaat naar een innovatiestaat. Een staat die niet alleen risico’s reguleert, maar ook actief ruimte creëert voor vernieuwing. Anders blijft Europa inderdaad de pier bestuderen, terwijl de schepen van de 21e eeuw allang zijn uitgevaren.

Referenties

[1] Hossenfelder, S. (2025, november 15). What the HELL is wrong with Europe? [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=iH0aij_A08A

[2] The Conversable Economist. (2023, oktober 27). Comparing EU-to-US Output Per Hour.https://conversableeconomist.com/2023/10/27/comparing-eu-to-us-output-per-hour/

[3] Bruegel. (2023, oktober 26). The European Union’s remarkable growth performance relative to the United Stateshttps://www.bruegel.org/analysis/european-unions-remarkable-growth-performance-relative-united-states

[4] Europese Commissie. (2024, september 9). The future of European competitiveness: Report by Mario Draghihttps://commission.europa.eu/topics/eu-competitiveness/draghi-report_en

[5] Draghi, M. (2024). The Future of European Competitiveness. European Commission.

[6] Le Bloch, J., Rouault, M., Langhi, C., Hignard, M., Iriantsoa, V., & Michelet, O. (2025). The novel food evaluation process delays access to food innovation in the European Union. npj Science of Food, 9(117). https://doi.org/10.1038/s41538-025-00492-x

[7] O’Rourke, S. (2025, juli 15). Guest article: EU novel food delays. Bureaucracy is choking food innovation. AgFunderNewshttps://agfundernews.com/guest-article-eu-novel-food-delays-why-bureaucracy-is-choking-off-food-innovation

[8] Nicoletti, G., & Scarpetta, S. (2003). Regulation, productivity and growth: OECD evidence. Economic Policy, 18(36), 9–72. https://doi.org/10.1111/1468-0327.00098

[9] Protein Production Technology. (2025, november 11). EU risks losing food-tech edge as innovators ‘scale elsewhere’, warns new Brussels reporthttps://www.proteinproductiontechnology.com/post/eu-risks-losing-food-tech-edge-as-innovators-scale-elsewhere-warns-new-brussels-report

[10] Good Food Institute Europe. (2025, juli). The EU needs a novel food regulatory sandbox to enable innovation and competitivenesshttps://gfieurope.org/wp-content/uploads/2025/07/Position-paper_The-EU-needs-a-novel-food-regulatory-sandbox-to-enable-innovation-and-competitiveness.pdf

Geef een reactie