Duurzaamheid in Food – een praktische aanpak (deel 1)

Het grote nadeel van de huidige discussie over duurzaamheid, is dat het in mijn ogen een te abstracte discussie is. Duurzaamheid is een nog groter containerbegrip dan het begrip ‘milieuvriendelijk’. Duurzaamheid combineert namelijk allerlei verschillende factoren die eigenlijk niet zo goed met elkaar te vergelijken zijn. Vandaar dat we vaak blijven hangen in definities zoals : “met respect voor toekomstige generaties, onze omgeving en aarde”. Prima natuurlijk om daar een heldere kwalitatieve definitie voor te hebben, maar ik vindt dat we juist de volgende vraag moeten kunnen beantwoorden: “wat betekent dit nu voor individuele producenten?”

Op dit moment is er een wildgroei van allerlei initiatieven rondom duurzaamheid. Ik heb de indruk dat veel van de goedbedoelde initiatieven te weinig praktisch zijn en blijven steken in mooie woorden en dito websites. In dit blog-artikel probeer ik een model te geven waarmee we op termijn kunnen komen tot een ‘overall’ duurzaamheidsscore voor voedselproducten, zowel vers (appels, tomaten, vlees), als vers-bewerkt (gesneden groente, vers geperst sap, kant-en-klaar) als langhoudbare producten (gesteriliseerde soepen, gedroogde producten, etc.). (denk aan A-G score voor auto’s en witgoed). Mijn eerste suggestie hierover staan hier.

Naar mijn stellige overtuiging zou dit model geen ‘eigendom’ mogen zijn van een fabrikant of van een individuele supermarktketen. Een NGO zou de controle over het logo en model kunnen hebben, en de onderliggende factoren (zowel de indicatoren als de verdeelsleutel), kunnen democratisch, via (‘Wisdom of crowds’) worden bepaald. Ook doe ik vanaf hier een groot moreel beroep op onze politiek om dit model als uitgangspunt te gaan nemen van specifieke wetgeving, en om het initiatief te nemen om dit model nader uit te werken (beste politici: toon leiderschap, de industrie zelf gaat er niet uit komen!) en dit zo spoedig mogelijk op Europese schaal invoeren. Tim Lang heeft gelijk denk ik, het is nodig om snelheid te gaan maken.

De uitgangspunten van dit model zijn heel simpel.
er zijn veel indicatoren die ‘iets’ over een (klein) gedeelte van duurzaamheid kunnen zeggen. Voorbeelden zijn (1) fair-trade, (2) biologisch, (3) food-miles, (4) diervriendelijkheid. GEEN van deze indicatoren zegt iets over het ‘geheel’. Daarnaast is het heel erg lastig om de verschillende indicatoren onderling te kunnen vergelijken (daarom heeft de vleeswijzer ook twee assen).
voor sommige, maar zeker niet alle indicatoren, zijn heldere criteria bekend om te bepalen wat de ‘waarde’ is van de indicator. Het is op termijn naar mijn mening wenselijk om voor alle relevante indicatoren een heldere set criteria te hebben. Ik kan me voorstellen dat -naast biologisch, bijvoorbeeld ook IKB of klavertje– ook alle andere indicatoren een wettelijke basis gaan krijgen, met een verwijzing naar een NGO die de criteria voor de betreffende indicator vastlegt (en ze eventueel per 5 jaar aanpast). Daarnaast zijn er onafhankelijke certificerende organisaties (een soort van accountants, notified bodies) nodig.
de onderlinge vergelijking tussen de verschillende indicatoren is altijd een vergelijking van appels met peren (wat is belangrijker, diervriendelijkheid of voerconversie, gezondheid of foodmiles). Om toch tot een duurzaamheidscore te komen is een onderlinge vergelijking echter wel nodig. Hiervoor hebben we verdeelsleutels nodig. Naar mijn stellige overtuiging zouden deze verdeelsleutels -dynamisch en democratisch- bepaald moeten gaan worden. De totale som van de verdeelsleutels is bij elkaar wel 100%; dit voorkomt dat we uitkomen op het antwoord “alles is belangrijk”. Internet toepassingen kunnen hierbij ondersteunen, maar er moet wel worden gekozen.
we zouden een maatschappelijk discussie moeten hebben over de vraag of diervriendlijkheid, gezondheid en sociale aspecten van productie nu wel of niet onderdeel zouden moeten uitmaken van de overall duurzaamheidscore. Zelf ben ik van mening dat we moeten beginnen met milieu-indicatoren, pas daarna diervriendelijkheid en fair-trade en pas als laatste gezondheid en overige aspecten moeten gaan opnemen. Het model wat ik voostel, is daarmee automatisch een dynamisch groeimodel.
het is niet de bedoeling om een waarde oordeel te geven per indictor. Dus NIET ECO is goed, en de rest slecht OF IKB is goed en de rest slecht. Het WEL de bedoeling om een getalwaarde te gebruiken per indicator. Of het getal per indicator nu is uitgedruk van 1% tot 100%, of in een score van 1 tot 5 is niet echt relevant.

Het model – introductie.
Ik zal aan de hand van voorbeelden het model proberen toe te lichten. Het gaat mij om de illustratie van het raamwerk weer te geven (de grote lijnen dus). De exacte formulering of de exacte getallen zijn dus alleen maar illustratief. Het model bestaat uit vier hoofdstappen: (1) het vastleggen van de relevante indicatoren, (2) het vastleggen van de waarde van elk van de indicatoren per product, (3) het vaststellen van de verdeelsleutels, (4) het vermenigvuldigen van de indicator-waarde met de verdeeldsleutel, (5) het bepalen van de overall-duurzaamheid score (die tussen 1% en 100% of 1 en 10 of A-G komt te liggen.). Ik zal mijn best doen om ook aan te geven hoe governance geregeld zou kunnen worden.

Ik veronderstel dat elk product op basis van grondstoffen in een ‘fabriek’ -samen met energie, water en andere hulpmiddelen- wordt gemaakt. Het product is het eindproduct zoals het wordt verkocht aan de volgende ketenspeler of aan de consument en heeft als eenheid SKU (als is wel bekend hoe zwaar een SKU weegt). Met de fabriek bedoel ik niet letterlijk een fabriek. Ik veronderstel bijvoorbeeld dat een kas ook een soort van fabriek is, waar op basis van de grondstoffen water, zaad en mest een conversie plaatsvindt naar een eindproduct (SKU).

Ik veronderstel ook dat het politiek haalbaar is om in de toekomst van alle keten-spelers te eisen (bij wet) dat de waarde van alle indicatoren per SKU wordt meegestuurd aan de volgende ketenspeler. Juist daarom is het zo van belang om alle relevante indicatoren een wettelijke basis te gaan geven. Anders kunnen we een dergelijke model nooit maatschappelijk gedragen gaan invoeren. Op foodlog heb ik eerder mijn mening hierover gegeven (zie link)

Zo dit was deel 1, de rest van het verhaal is te vinden in deel 2.

Een gedachte over “Duurzaamheid in Food – een praktische aanpak (deel 1)

  1. Beste wouter,

    Superinteresant project waar jullie mee bezig zijn. keteninonformatie publiek maken is een issue waar al twee keer in de kamer mee geleurd is. Dit wetvoorstel is beschikbaar op volgende lokatie:
    http://www.ketens-netwerken.nl/resources/uploads/files/documenten/WetOpenbaarheidvanproductieenKetens.pdf

    De tweede keer is dit gedaan door Mei li Vos van de PvdA, zei heeft dit wetsvoorstel afgelopen jaar nog een keer voorgesteld in de tweede kamer op advies van Eelco Fortuijn, de oprichter van Fair Food. iedereen reageerde positief maar men koos alsnog voor zelfregulering
    http://www.tweedekamer.nl/kamerleden/alle_kamerleden/vos_mei_li/index.jsp

    Cor-Jan

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s