Van Bravigheid tot Polarisatie: hoe we het lachen verleerden in een wereld vol zure debatten. Over de jeans van Sydney Sweeney en Aristoteles.

Vijf jaar geleden schreef ik een blog met als titel De nieuwe truttigheid & bravigheid”. We bevonden ons toen midden in de coronapandemie, een tijd waarin overheidsregels diep het privéleven binnendrongen, morele druk regeerde, en ‘solidariteit’ een alibi werd voor conformisme. Ik beschreef toen al hoe onze samenleving langzaam, maar gestaag, veranderde in iets wat me deed denken aan de jaren ’50: netjes, proper, gehoorzaam — en vooral: zonder ruimte voor speelsheid, zelfspot of afwijkende meningen.

We zijn nu vijf jaar verder. Corona is verdwenen uit het straatbeeld, maar de truttigheid lijkt gebleven. Sterker nog: ze is verhard. Bravigheid heeft zich vermomd als ‘deugdzaam activisme’. En luchtigheid? Die is inmiddels een zeldzaam goed. We zijn collectief zuur geworden.

De jeans van Sydney Sweeney

Neem de recente ophef rond een reclame van het Amerikaanse kledingmerk American Eagle, waarin actrice Sydney Sweeney figureert. De spot maakt een woordspeling op “jeans” (spijkerbroeken) en “genes” (genen), waarbij wordt gezinspeeld op haar blonde haren en blauwe ogen. Onschuldig? Grappig? Flauw misschien?

De reactie op sociale media was fel. Het internet explodeerde. De reclame werd bestempeld als “eugenetisch”, “white supremacy in spijkerbroek” en zelfs als “fascistoïde schoonheidsideaal”. Critici beten zich vast in het idee dat deze blonde, knappe actrice symbool zou staan voor een racistische normering van wat ‘mooi’ is — en dat dit, impliciet of expliciet, andere mensen uitsluit.

Wie met enige afstand naar deze commotie kijkt, kan slechts hoofdschuddend toekijken. Wat is er gebeurd met onze collectieve relativering? Met het vermogen om schoonheid gewoon schoonheid te laten zijn — zonder dat het meteen een ideologisch statement wordt? Of beter nog: wat is er gebeurd met onze zin voor humor?

Bravigheid 2.0: de politiek van gekwetst zijn

We leven in een tijd waarin gekwetst zijn een vorm van macht is geworden. Wie zich gekwetst verklaart, claimt morele superioriteit. En wie zich niet aansluit bij de gevoelens van de gekwetste, wordt al snel uitgemaakt voor ‘onverschillig’, ‘reactionair’ of erger nog: ‘problematisch’.

Deze morele overgevoeligheid heeft geleid tot een nieuwe truttigheid — maar nu vermomd in progressieve taal. De truttigheid van weleer had te maken met zedelijkheid, gehoorzaamheid en etiquette. De truttigheid van nu gaat over ‘inclusiviteit’, ‘veiligheid’, en ‘respectvolle communicatie’. Maar de onderliggende dynamiek is dezelfde: je wordt afgerekend op hoe je iets zegt, niet wat je zegt. Vorm boven inhoud. Morele vorm boven feitelijke analyse.

En zo raken we gevangen in een communicatieklimaat waar de vrije gedachte ondergeschikt is aan sociale codes. Waar geen grap meer veilig is. Waar schoonheid verdacht is. Waar satire moet worden voorzien van een disclaimertje. Waar zelfs ironie wordt gezien als een vorm van agressie.

Marshall McLuhan had gelijk

In een boeiend gesprek op De Nieuwe Wereld werd deze ontwikkeling scherp geanalyseerd. Onder verwijzing naar mediatheoreticus Marshall McLuhan — de man die ooit zei: “The medium is the message” — werd beschreven hoe onze digitale leefwereld ons niet alleen andere informatie geeft, maar ook een andere relatie tot de werkelijkheid. Wie opgroeit in een wereld van TikTok, memes en hypergevoelige netwerken, leert zichzelf niet meer kennen via confrontatie of reflectie, maar via likes, filters en groepsidentiteiten.

De opkomst van het ressentiment — die bitterheid die voortkomt uit het niet kunnen of mogen zijn wat de ander wel is — is daar een logisch gevolg van. En het gevolg van ressentiment is altijd destructie. Het mooie moet kapot. Het vrolijke moet verdacht worden gemaakt. De speelsheid moet onder toezicht.

En dus zien we hoe een reclamespotje met een mooie vrouw verandert in een maatschappelijk mijnenveld. Waar een woordgrap over ‘jeans’ verandert in een beschuldiging van fascisme. Waar het onschuldige onmiddellijk politiek wordt gemaakt.

Vitaliteit als bedreiging

In het gesprek op De Nieuwe Wereld wordt een interessante parallel getrokken met klassieke filosofen zoals Aristoteles. Die stelde dat uiterlijke verschijning — gezondheid, kracht, schoonheid — wel degelijk bijdroegen aan geluk (eudaimonia), zonder dat dit een reden tot veroordeling hoefde te zijn. Maar onze tijd lijkt dat idee nauwelijks nog te verdragen. Wie aantrekkelijk is, wordt verdacht. Wie gezond is, is ‘privileged’. Wie succesvol is, moet zwijgen uit fatsoen.

Vitaliteit is bedreigend geworden.

Want vitaliteit is een herinnering aan wat we zelf niet (meer) zijn. En in een samenleving waarin slachtofferschap de hoogste morele munt is, is vitaliteit een belediging. De knappe vrouw, de goedgebekte man, de geboren leider, de energieke ondernemer — ze worden verdacht gemaakt. Want zij passen niet in het verhaal van kwetsbaarheid, trauma, of systemische onderdrukking.

Dit is geen pleidooi voor een oppervlakkige meritocratie of een terugkeer naar de jaren ’90-achtige self-made succesnarratieven. Maar het is wél een pleidooi om weer gewoon te mogen zeggen: schoonheid bestaat. Luchtigheid is gezond. En niet alles hoeft over politiek, trauma of machtsstructuren te gaan.

Overcorrectie als nieuwe norm

Wat we zien is een maatschappelijke overcorrectie. Jarenlang waren er terechte protesten tegen eenzijdige schoonheidsidealen, seksisme, racisme, uitsluiting. Die beweging had zin. Ze bracht nuance, bewustzijn en broodnodige correcties in een scheef systeem.

Maar inmiddels is de slinger doorgeslagen. De uitzondering is de norm geworden. Het afwijkende het uitgangspunt. De eigenheid is dogma geworden. En dat leidt tot nieuwe uitsluiting, tot nieuwe morele taboes — maar dit keer verpakt in het jasje van deugd.

De paradox is schrijnend: waar de samenleving pleit voor ‘inclusiviteit’, wordt het normale uitgesloten. Wie wit is, hetero, fit of gewoon een mooi gezicht heeft, moet zich excuseren. En wie zich daartegen verzet, is een ‘backlash reactionair’.

Maar wat als we nu eens gewoon even ademhalen? De grap laten zijn wat het is: een grap. De reclame gewoon: een reclame. De mooie vrouw: gewoon een mooie vrouw.

Speelsheid als morele daad

In mijn eerdere blog uit 2020 pleitte ik al voor het herwaarderen van luchtigheid. Niet als oppervlakkigheid, maar als morele daad. Speelsheid is namelijk geen zwakte, maar een teken van innerlijke vrijheid. Van het vermogen om te relativeren, om tegenstrijdigheden toe te laten, om de ander niet voortdurend te willen corrigeren.

De Franse filosoof Pascal Bruckner schreef ooit: “Het recht om beledigd te zijn is geen burgerrecht.” En daarmee bedoelde hij: als we alles wat ons stoort of raakt onmiddellijk tot maatschappelijk onrecht bombarderen, dan verliezen we iets fundamenteels: het vermogen om samen te leven met verschil.

De ironie is dat juist in onze hypersensitieve cultuur, waarin alles moet worden benoemd, geproblematiseerd en ‘doorvoeld’, het empathisch vermogen onder druk komt te staan. Want empathie vergt afstand. En waar geen afstand meer is — omdat alles meteen persoonlijk is — verdwijnt ook de ruimte voor dialoog.

En nu?

De vraag is niet of Sydney Sweeney een geslaagde reclamespot heeft gedaan. De vraag is ook niet of American Eagle de marketingcode heeft overtreden. De echte vraag is: Hoe hebben we het zover laten komen dat een woordgrapje leidt tot een collectieve morele zenuwinzinking?

Misschien moeten we als samenleving leren om weer te spelen. Spelen met taal. Met beelden. Met identiteit. Met elkaar. Zonder bij elk ongemak meteen onze juridische of ideologische hamer erbij te pakken.

We leven in een tijdperk van technologische versnelling, maatschappelijke transformatie en culturele botsingen. Dat vraagt om veerkracht, om humor, om vrijmoedigheid. Niet om truttigheid. Niet om bravigheid. Niet om zure betweterigheid.

Of, om het iets platter te zeggen: kunnen we misschien weer een beetje normaal doen?

Teruglezen waar het begon? Mijn blog uit 2020 over bravigheid en truttigheid vind je hier:
👉 https://food4innovations.blog/2020/08/08/de-nieuwe-truttigheid-bravigheid-belanden-we-weer-in-de-jaren-50-van-de-vorige-eeuw-over-discriminatie-de-corona-jeugd-en-zwagerman-laten-we-diversiteit-omarmen-en-niet-allemaal-in-het-brave-mid/

Geef een reactie