Groene Groei: De Illusie van Vooruitgang. Meer import en minder eigen productie maakt ons niet groener.

De discussie over groene groei – economische groei gecombineerd met een daling van broeikasgasemissies – lijkt op het eerste gezicht hoopgevend. Politici, beleidsmakers en voorstanders van duurzaamheid presenteren vaak grafieken die laten zien dat landen zoals Nederland erin slagen de economie te laten groeien terwijl de uitstoot van broeikasgassen daalt. Maar is dit beeld wel zo rooskleurig als het lijkt als we ook de uitstoot door import meenemen? Wanneer we de cijfers corrigeren voor import, komt een verontrustender beeld naar voren: de uitstoot die samenhangt met onze consumptie is aanzienlijk hoger dan de cijfers suggereren. Neem bijvoorbeeld kledingproductie, waar een groot deel van de emissies plaatsvindt in landen zoals Bangladesh en China, terwijl deze producten uiteindelijk in Nederland worden verkocht. Dit benadrukt hoe belangrijk het is om een volledig beeld te schetsen bij het beoordelen van groene groei, aangezien het exclusief kijken naar binnenlandse uitstoot een sterk vertekend beeld geeft. Beleidsmakers gebruiken dit vaak om vooruitgang te claimen, terwijl in werkelijkheid de uitstoot simpelweg wordt verplaatst naar andere landen. Dit leidt tot misleiding in de publieke perceptie en suboptimaal beleid.

De Kern van de Misleiding: Binnenlandse vs. Wereldwijde Uitstoot

De binnenlandse uitstoot van broeikasgassen in Nederland is de afgelopen decennia gedaald, maar deze daling is nauw verbonden met deïndustrialisatie. Vervuilende industrieën zijn verplaatst naar landen buiten Europa, terwijl Nederland steeds meer goederen importeert. Dit betekent dat een groot deel van de uitstoot die gepaard gaat met onze consumptie niet langer binnen Nederland plaatsvindt, maar in de landen waar deze producten worden geproduceerd. Denk bijvoorbeeld aan de productie van elektronica in Zuidoost-Azië of de staalindustrie die grotendeels is verplaatst naar landen zoals China en India. Als we enkel naar de binnenlandse uitstoot kijken, ontstaat er een rooskleurig maar misleidend beeld.

Wanneer we echter corrigeren voor import, zien we dat de uitstoot voor Nederlandse consumptie aanzienlijk hoger is dan vaak wordt gepresenteerd. Volgens data van het CBS en het EXIOBASE-model (ontwikkeld door onder meer TNO en de Universiteit Leiden) ligt de uitstoot voor consumptie, inclusief import, op ongeveer 271 tot 276 megaton CO2-equivalenten in 2022. Deze modellen combineren uitgebreide datasets over handel, productie en emissies om een nauwkeurig beeld te schetsen van de totale milieubelasting van consumptie, inclusief de impact van geïmporteerde producten. Dit is maar liefst 42% hoger dan de 158 megaton die wordt gerapporteerd door Our World in Data. Dit verschil benadrukt de noodzaak om voorzichtig te zijn met bronnen die alleen CO2 of onvolledige datasets meenemen.

Daarnaast wordt in beleidskringen vaak de nadruk gelegd op binnenlandse reducties zonder oog voor de verschuivingen in emissies door handelsstromen. Zo richt het Nederlandse beleid zich bijvoorbeeld sterk op het terugdringen van uitstoot door eigen industrie, terwijl de invoer van hoog-emitterende goederen, zoals staal uit landen met minder strenge milieuregels, nauwelijks wordt meegenomen in de berekeningen. Dit leidt tot een situatie waarin beleidsdoelen worden gehaald op papier, terwijl de mondiale impact nauwelijks afneemt. Dit is een gevaarlijk pad, omdat het publieke vertrouwen in klimaatbeleid hierdoor kan afbrokkelen.

De Betrouwbaarheid van Data: CO2 is Niet Het Hele Verhaal

Een belangrijke vraag is waarom de cijfers van Our World in Data zo sterk afwijken. Deze bron lijkt enkel CO2 mee te nemen en niet de andere broeikasgassen zoals methaan en lachgas, die een significant aandeel hebben in de totale uitstoot. Bovendien vertonen de data van Our World in Data onverklaarbare sprongen en dalingen, wat twijfels oproept over de consistentie en betrouwbaarheid van deze cijfers. Dit onderstreept het belang van bredere, meer uitgebreide datasets zoals die van het CBS en EXIOBASE.

Het gebruik van inconsistente cijfers is meer dan een academisch probleem. Beleidsmakers kunnen hierdoor verkeerde keuzes maken, zoals het prioriteren van binnenlandse maatregelen die op papier effectief lijken, maar de mondiale uitstoot nauwelijks verminderen. Een voorbeeld is het sluiten van kolencentrales in Nederland, terwijl de vraag naar energie wordt opgevangen door geïmporteerde stroom uit steenkoolcentrales in Duitsland. Het schept verwarring onder beleidsmakers en het brede publiek, wat leidt tot ondoelmatige keuzes in investeringen en regelgeving. Het is daarom essentieel dat overheden investeren in transparante en uitgebreide dataverzameling die rekening houdt met de volledige impact van consumptie.

Consumptie-uitstoot: Een Trager Dalende Realiteit

Een andere constatering uit de data van CBS en EXIOBASE is dat de uitstoot voor Nederlandse consumptie, gecorrigeerd voor import, veel minder snel daalt dan de binnenlandse uitstoot. Sinds 2010 is de binnenlandse uitstoot met 28% gedaald, terwijl de uitstoot voor consumptie, inclusief import, slechts met 5% is afgenomen. Politieke prestaties worden echter vaak gemeten aan de hand van binnenlandse uitstoot, wat een vertekend beeld geeft van de werkelijke impact van Nederlands beleid op het klimaat.

De implicaties hiervan zijn groot. Beleid dat gericht is op binnenlandse reducties zonder rekening te houden met consumptiepatronen, zal nooit leiden tot de noodzakelijke structurele veranderingen. Dit vraagt om een paradigmaverschuiving in hoe we de effectiviteit van klimaatbeleid evalueren. Concreet betekent dit dat beleidsmakers niet alleen moeten kijken naar binnenlandse uitstootreducties, maar ook naar de totale voetafdruk van consumptie. Nieuwe evaluatiecriteria kunnen bijvoorbeeld het aandeel geïmporteerde emissies en de milieubelasting per capita omvatten, zodat het beleid eerlijk en volledig wordt beoordeeld. Consumentengedrag en internationale handelsstromen moeten daarbij een centrale rol spelen.

De Grenzen van Groene Groei: Meer dan CO2

Naast de uitstoot van broeikasgassen zijn er nog vier andere hoofdoorzaken van milieudegradatie: materiaalverbruik, watergebruik, landgebruik en emissies van toxische stoffen. Volgens wetenschappers zijn zeven van de negen planetaire grenzen al overschreden. Dit omvat grenzen zoals klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en stikstof- en fosfaatcyclusverstoring. Deze overschrijdingen zijn direct relevant voor groene groei, omdat ze laten zien dat economische activiteiten niet los kunnen worden gezien van hun impact op deze kritieke systemen. Dit betekent dat alle genoemde oorzaken tegelijk en voldoende snel moeten afnemen om verdere schade te voorkomen. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs dat dit haalbaar is in combinatie met economische groei.

De planetaire grenzen bieden een harde limiet aan wat de aarde kan dragen. Een nuttige manier om dit inzichtelijk te maken is door een grafiek of visualisatie toe te voegen die de negen planetaire grenzen en hun huidige status illustreert. Het gebruik van kleurcodes, zoals rood voor overschreden grenzen en groen voor grenzen die binnen veilige limieten blijven, kan helpen om de ernst van de situatie snel te communiceren. Symbolen of pictogrammen kunnen daarnaast de verschillende milieufactoren, zoals biodiversiteit of stikstofgebruik, visueel onderscheidbaar maken. Zo’n visualisatie kan laten zien welke grenzen al zijn overschreden en hoe dat de ecologische balans beïnvloedt. Dit betekent dat zelfs marginale verbeteringen in emissiereducties niet voldoende zullen zijn als andere milieufactoren blijven verslechteren. Het idee van “absolute ontkoppeling” – economische groei zonder toenemende milieu-impact – blijft een theoretisch ideaal dat in de praktijk nog niet bewezen is.

Conclusie: Tijd voor Eerlijkheid en Daadkracht

De cijfers laten zien dat de groene groei zoals die vaak wordt gepresenteerd, een misleidend beeld schetst. Wanneer we rekening houden met de uitstoot voor consumptie, inclusief import, blijkt dat Nederland minder vooruitgang boekt dan gedacht. Bovendien dalen andere oorzaken van milieudegradatie onvoldoende snel om een duurzame toekomst te waarborgen. Dit vraagt om een kritische herbeoordeling van onze beleidskeuzes en de aannames achter groene groei.

Groene groei mag dan een aantrekkelijk concept lijken, maar zonder grondige analyse van de werkelijke cijfers en bredere milieufactoren, riskeren we onszelf en de planeet te misleiden. Daadkracht in klimaatbeleid betekent concreet het implementeren van strenge emissienormen, het stimuleren van circulaire economieën, en het invoeren van beleidsmaatregelen die zowel binnenlandse als geïmporteerde emissies aanpakken. Het is tijd voor eerlijkheid en daadkracht in klimaatbeleid. Alleen met een integrale aanpak kunnen we de uitdagingen van deze eeuw het hoofd bieden en een duurzame toekomst garanderen.

It’s “the inputs” not “the outputs” that are relevant to know! Huiswerk voor LTO. Vlees en CO2 blijft een lastig thema.

Op alle social media, websites en kranten blijft het onderwerp vlees populair. Vrijwel altijd wordt data hergebruikt en voor waar aangenomen. Naast het argument dat veeteelt dieronvriendelijk is, is het argument tegen vlees eten vrijwel altijd: het is slecht voor het milieu. Recent nog een NRC artikel met discussie erover in Katinka’s FB-lijn. En een prima maar warrige lijn op Foodlog. NRC en FTM pleiten beide voor de komst van Kweekvlees, een technologie waar ik zelf niet zo’n heil in zie.

1443441359n

Nu denk ik dat vooral de groei van de wereldbevolking en ons consumptie gedrag per persoon slecht is, en dat een matige consumptie van vlees echter ook gezond voor de mens is. We moeten uiteraard niet zoveel vlees eten zoals een gemiddelde Amerikaan. Flexitarisme (incluis consumptie van vis) is voor u en mij waarschijnlijk het gezondst (zie ook #softpaleo).

1443441393n1

Zoals we nu leven extraheren we op grote schaal olie, gas, kolen, maar ook andere mijnbouwproducten zoals fosfaat en zonder deze producten gaat het technische gewoon niet. Maar ja, waarom zouden we ons leventje nu aanpassen? Nee, in de jaren 70 voorspelde de Club van Rome al dat het ‘niet zou gaan’, maar fundamenteel ons gedrag aanpassen, dat zit er nu bijna 50 jaar na dato (nog) niet in.

1443441516n4

Terug naar het vlees-voorbeeld. We zouden 15.000 liter water gebruiken per kg rundvlees. Het zal, maar regenwater mag je echt niet vergelijken met drinkwater. En oerwater uit de diepere lagen onder de woestijn pompen om wasserbommen te maken is van andere orde dan ons drinkwater dat heel efficient en goedkoop gemaakt wordt in Nederland. Kortom, het gaat maar heel beperkt om de hoeveelheid. Het gaat wel om de kwaliteit van het water (en de bron). Maar dat rekent zo lastig ;-). 15.000 liter water wordt plotseling maar 450 liter drinkwater. 10 dagen douchen staat gelijk aan 1kg rundvlees. Maar ja wie eet er 1kg rundvlees per 10 dagen? Kortom, kijken we naar waterverbruik dan is douchen onduurzamer en heeft de NRC dus ongelijk.

1443441453n2

Waarom gaan deze sommen nu keer op keer mis. Simpel, we hebben de gewoonte om te kijken naar de outputs en maken daarbij geen onderscheid in kwaliteit. We moeten aar de inputs kijken. Een m3 drinkwater is ongelijk aan een m3 regenwater uit Nederland. En een m3 regenwater in de woestijn heeft een andere milieukwaliteit dan een m3 regenwater dat in Nederland valt. CO2 en CH4 dat wordt uitgestoten door een koe dat op een stukje grasland leeft, mag je niet vergelijken met mijn benzine auto die CO2 uitstoot dat eerst olie/gas/benzine was. Kortom, de lange termijn C-bronnen zijn funest, maar korte termijn C niet. 

Vlees en CO2 p2

Hoe deze sommen dan wel juist te uit te voeren? Simpel we moeten gaan kijken naar de inputs en deze volgen. Rondom opwarming van de aarde geldt dan: welk gedeelte van de totale jaarlijkse kolen/olie/gas wordt direct en indirect gebruikt om een stukje vlees te maken. De meeste bronnen vertellen je dat van alle uitstoot (output’s) er 12-18% gerelateerd is aan Vlees. Mijn vraag is, hoeveel hiervan is kort CO2-equiv en hoeveel ui de lange C-cyclus. Ik denk dat als je naar de inputs zou gaan kijken, dit veel lager ligt. Ik denk dat de Amerikanen daarom gelijk hebben en dat maar 4% vd kort-C emissies landbouw gerelateerd is, en dat dus maar 1-2% totaal aan vlees toegewezen mag worden.

242198

Een praktische tip? We hoeven alleen maar te gaan kijken waarvoor onze olie en gas gebruikt wordt. Bij de bron (inputs) dus beginnen en niet bij de emissies. Hendrik Kaput heeft gelijk. Het LEI rapport geeft ook geen uitkomst. De orde grootte van de getallen worden denk ik:

  • De natuur levert 95-98% van alle CO2 emissies (dus kort cyclus, verrotting, vulkanen)
  • De mens levert dus maar een paar procent extra. En ja die paar procent is veel te veel, dat snap ik. Ik zal dat t.z.t. nog eens voorrekenen (groei van de concentratie CO2 in de lucht is ongeveer 0,5% per jaar, lijkt weinig maar verloopt exponentieel).
  • Van de paar procent die die mens produceert (die dus via gas/kolen/olie in de atmosfeer komt), is 5% kortcyclus landbouw, en daarvan misschien de helft vlees gerelateerd. Dus misschien wordt er 2-3% olie/gas/kolen direct of indirect bij de vleesproductie gebruikt. Ik geloof de 15%-18% getallen daarom niet.
  • >95% van onze olie wordt gebruikt voor transport, industrie (staal!), olie-raffinage, verwarming van onze huizen, koken, etc etc.

Het werkelijke punt om ons zorgen over te maken?

  • We hebben teveel mensen… stop dus met het maken van kinderen.
  • We ‘stoken’ teveel … stop met gas-verbranden t.b.v. een warm huis of airco.
  • We reizen (vliegtuig en auto) teveel … dus thuiswerken en in NL op vakantie.
  • De industriële processen verspillen veel te veel warmte en energie.
  • We extraheren teveel gas/olie/kolen/fosfaat uit mijnen; in een te korte tijd.
  • De transitie naar zon en wind (geen oplossing!) verloopt nog veel te traag.

 

Vlees en CO2

Koolstofdioxide en opwarming. De link tussen energie en voeding volgt over enkele weken.

In het eerste jaar van mijn studie Scheikundige technologie (TU-Delft) ben ik geraakt door een vak met de naam Chemie & Samenleving. (gegeven door dr. Saul Lemkowitz, ik ben later studentassistent bij hem geworden). In dat vak werd stilgestaan op het effect van ons handelen op onze omgeving. Natuurlijk ging het ook over veiligheid, maar een belangrijk gedeelte van het vak ging over toxicologie (korte en lange termijn effecten) en over het milieu (ozonlaag, zure regen en natuurlijk opwarming vd aarde).

Mijn passie voor voeding en gezondheid -specifiek micro-nutriënten- kan ik terugleiden op de inzichten van toxicologie en biotechnologie (enzymkunde, microbiologie). Ook mijn maatschappelijke interesse in duurzaamheid (inclusief LCA’s en problematiek van koolstofdioxide) heeft een basis gekregen in de eerste jaren van mijn studie. En natuurlijk ook de inspiratie voor de serie over duurzaamheid en Kijk of het klopt – de kloppende keuken.

Al enkele maanden staan er enkele conceptartikelen klaar over de relatie duurzaamheid en voeding en specifiek vlees-consumptie. Zogauw mijn fysieke gesteldheid het toelaat, zal ik deze artikelen afmaken en publiceren. Bij TOP investeren we heel erg bewust in duurzame electricity based technologies (kijk ook op www.top-bv.nl). Niet alleen pascalisatie, maar ook PEF, EMAP/MAP en milde verhittingstechnologieën zoals MW/RF horen bij ons technologiemandje. Minder energie per activiteit of handeling EN de mogelijkheid om hernieuwbare energie zoals wind of zon als bron te gebruiken, is een integraal onderdeel van onze bedrijfsfilosofie.

De totale emissie van koolstofdioxide hangt namelijk af van:
– Het aantal mensen op onze wereld (P = people)
– De consumptie per persoon (S = services per person)
– Energie verbruik per consumptie (E = energy per service)
– Koolstofdioxide per energie (C = CO2 per unit of energy)

Zelf probeer ik het altijd simpel te verwoorden. Zolang we C (= koolstofatomen) uit de grond halen en in de lucht achterhalen als CO2 (koolstofdioxide), zijn we onduurzaam bezig. Voorbeelden van C uit de grond zijn : aardgas, olie. humuslagen uit tropische wouden. Bill Gates heeft zonet een TED-lezing gegeven waar ook hij ingaat op bovenstaande factoren. Zijn stelling is, dat we moeten proberen de emissie van CO2 naar 0 te brengen. Ik ben dat met hem eens; en de knoppen waar we aan kunnen draaien zijn dus P, S, E en/of C. Alle beetjes helpen, DE oplossing bestaat derhalve niet. Enfin, eerst maar even de TED-lezing bekijken:

http://video.ted.com/assets/player/swf/EmbedPlayer.swf

Nu we toch op TED zitten, ik kan iedereen ook de lezingen van Al Gore aanraden. Via deze link, zijn zijn lezingen te vinden. Afgelopen weken is er weer veel gedoe geweest over IPCC. Ik denk dat deze wetenschappers met alle goede bedoelingen handelen, alleen communicatief niet zo handig zijn geweest. Zelf hanteer ik het voorzorgsprincipe, we mogen niet zomaar olie en gas dat- in miljoenen jaren is gevormd- in 100 jaar uit de aarde halen en in onze atmosfeer als CO2 deponeren. Hoe sterk of hoe zwak het verband met opwarming ook is.

Zoals aangegeven heb ik enkele concept stukken klaar liggen die meer ingaan op de relatie klimaat en voeding. Uit het rapport How Low Can We Go (p.12, WWF, zie ook foodlog), komt het volgende plaatje waarin te zien is hoe de grote CO2-bronnen zijn verdeeld (hou er rekening mee dat methaan en stikstofoxide sterkere broeikasgassen zijn dan CO2). Ik moet bekennen dat ik zelf nog wat vragen heb over het plaatje, maar ik denk dat de grote lijnen wel kloppen. Zoals jullie zien, is voedsel een belangrijke ‘source’ van CO2 in onze atmosfeer.

Aanvulling 24 Juli 2010
Het Lei heeft een rapport geschreven met de titel: “Links between energy and food markets”. Het is een mooi overzichtsrapport over energieverbruik mondiaal en de link met productie van voedsel.