Privacy en internet? Die combinatie bestaat niet – WieOWie

Schumpeter schreef lang geleden zijn inzichten op over het proces van innovatie. Vernieuwing heeft te maken met nieuwe combinaties (“neue kombinationen“) en heeft te maken met creatieve vernietiging (lees ook nog maar eens What whould google do; better be your own cannibal). In mijn presentaties haal ik regelmatig Schumpeter aan. Op #CoT staat nu een discussie met de titel Is Innovatie een vorm van Combinatoriek? (geplaatst door Hans Konstapel).

Hierbij een voorbeeldje van een nieuwe combinatie. Meta-search engines bestaan al een tijdje, maar wieOwie is een meta-search engine die kijkt naar sociale media zoals linkedin en hyves. Toch wel handig als je iemand zoekt, of als je ‘screenen’. Maar of de privacy hier nu mee is geholpen? Gelukkig heb ik niets te verbergen 🙂 Ach, we kunnen dit soort fenomenen niet tegenhouden.

Geen Innovatie zonder Motivatie!

“Geen innovatie zonder motivatie” is het pamflet van Ronald Van Raak (SP, zoals jullie inmiddels weten niet echt mijn politieke kleur). Ik had het een tijdje geleden al gelezen, maar zonet verwees Guus Loehlefink op #CoT nogmaals naar een link in de discussie met de titel “Innovatieplatform is mislukt”. Ronald doet zijn achternaam eer aan. Zijn pamflet is raak. Lees het pamflet hier nogmaals op de SP site na. Hieronder enkele citaten uit het betreffende stuk die mij wel aanspreken:

De activiteiten van het Innovatieplatform zullen de gewenste nieuwe gouden eeuw niet dichterbij brengen. Niet in de wetenschappen, maar ook niet in de economie. Het tegendeel zal eerder het geval zijn: vernieuwingen in het bedrijfsleven en in de publieke sector worden juist beperkt. Bestaande tendenties als minder academische vorming in het hoger onderwijs en een afnemende onafhankelijkheid van het wetenschappelijk onderzoek zullen worden versterkt. Een innovatieve samenleving is niet mogelijk zonder gemotiveerde mensen. Herstel van de institutionele trots in bedrijven, overheden en scholen is een eerste voorwaarde om bange ondernemers, wantrouwende ambtenaren, gebonden onderzoekers en calculerende studenten te motiveren tot innovatie.

Ik deel deze stelling in eerste instantie gaat het om motivatie en de inzet van talent. En motivatie zou wat mij betreft moeten gaan om intrinsieke motivatie. Ondernemerschap en de bijbehorende trots zijn daarnaast ook belangrijk om een echte innoverende samenleving te creeeren.
……

Zoals het mislukken van de in 2000 opgestelde Lissabon-agenda, die Europa in 2010 zou moeten omvormen tot de meest competatieve en dynamische kenniseconomie in de wereld. Veel kritiek is er ook op de weinig innovatieve samenstelling van het Innovatieplatform, dat in de beste poldertraditie weer veel oude gezichten uit de politiek, de publieke sector en het bedrijfsleven bij elkaar heeft gebracht.

Ik die altijd wat lachering over “kenniseconomie” en de lissabon criteria. Indicatoren als R&D als % van BNP zeggen helemaal niets over innovatievermogen. Ook ben ik voor een innovatiemaatschappij (want deze levert geld op) en niet voor een kennismaatschappij (want deze kost geld).
……

Het louter commerciële karakter van innovatie komt ook tot uitdrukking in de definitie die wordt gehanteerd door de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid, die innovatie omschrijft als ‘het met succes naar de markt brengen van nieuwe, verbeterde, of meer concurrerende producten, processen, diensten of organisatievormen. Maatschappelijk nut wordt hier opgevat in termen van commerciële meerwaarde. Terecht merkt de Adviesraad op dat innovatie niet hetzelfde is als inventie, of het bedenken van iets nieuws. Door deze definitie te kiezen worden veel problemen uit de weg gegaan, zoals de vraag hoe in een samenleving de te vermarkten vernieuwingen het beste tot stand worden gebracht.

Dit is een lastige, ook ik maar expliciet onderscheid tussen innovatie en inventie (zie ook definities). Maar innovatie kan ook gaan om het maatschappelijk of sociale effect van de inventie wat mij betreft.
……

In Trouw stelde hij vast dat ondernemers creatiever moeten worden en meer lef moeten tonen. ‘Ondernemerschap en het nemen van risico’s zit niet zo ingebakken in onze cultuur’, meldde ook staatssecretaris Van Gennip aan de Tweede Kamer.

Tja, dat is spijtig genoeg waar. Bij ons vragen potentiele ondernemers vaak naar ‘hun pensioen’, dan weet ik al voldoende. De zekerheid blijft belangrijk.
……

Dat nu subsidie wordt gegeven aan de meest veelbelovende bedrijven lijkt op het eerste gezicht een investering in succes. Maar als deze sectoren zo succesvol zijn, waarom is dan overheidssteun noodzakelijk? Het is een onbewezen aanname dat juist de grootste bedrijven het meest innovatief zijn. Veel is ook te zeggen voor steun aan nieuwe en kleine ondernemingen

Dit is een lastige. Ik ben gedeeltelijk voor het suporten van een beperkt aantal sectoren. Sectoren die passen in een lange termijn strategie (b.v. verduurzaming). Ik vind echter ook dat grote en sterke bedrijven zelf hun broek op zouden moeten kunnen houden. Support high-tech MKB is beter, en geef grote bedrijven een subsidieplatform.
……

In debatten over innovatie wordt vaak gesproken over de zogenaamde ‘kennisparadox’, d.i. het verschijnsel dat in Nederland relatief weinig van de aan universiteiten en onderzoeksinstituten ontwikkelde kennis commercieel wordt toegepast. Het is echter de vraag of dit in de eerste plaats is toe te schrijven aan de universiteiten, of veel meer aan het gebrek aan ondernemingszin bij bedrijven en overheden.

Dit is natuurlijk een waarheid als een koe. De Valley of Death overbruggen is de grootste uitdaging. En hier ligt de taak van ondernemers (en niet van universiteiten. Ik heb zelf niets met ‘ondernemende universiteiten’).
……

Ook in het universitaire onderzoek heeft de markt al volop haar intrede gedaan. Een snel toenemend aandeel van het academisch onderzoek wordt gedaan in opdracht van bedrijven en overheden. Tevens is er sprake van een enorme toename van het aantal bijzonder hoogleraren, die vaak ook inhoudelijk nauwe banden onderhouden met hun subsidieverleners. Het binnenhalen van externe opdrachten is een steeds belangrijker criterium waarop hoogleraren op dit moment worden afgerekend.

Klopt, het resultaat is kwalitatief en kwantitatief minder baanbrekend onderzoek. Mijn ideeen over de rol van de universiteiten heb ik duidelijk gemaakt in Nederland Innovatieland 3.0.
…..

Ook de politiek kan hier een grote rol spelen, door beter toezicht op sponsoring en derdegeldstromen, door meer te investeren in zuiver wetenschappelijk onderzoek en hoger onderwijs en door het optuigen van een toegankelijk stelsel van studiefinanciering.

Hier wordt ook in de #CoT brief aan de informateur naar verwezen. Ook pamflet in de maak rondom #NLI30 gaat hier over.

Aanvulling 10 augustus 2010:
Over motivatie, en vooral de rol van beloning op motivatie, is een leuk filmpje gemaakt.

Nederland Innovatieland 3.0 – En toch is subsidie nog niet zo gek

Ik zal er geen gewoonte van maken om zomaar een artikel schaamteloos te kopiëren; maar nu doe ik het toch. Bij mijn visie rondom Nederland Innovatieland 3.0 geef ik vaak aan, dat je beter kunt lenen dan kunt subsidiëren. Subsidie is immers schenkgeld, en dat geeft eigenlijk verkeerde prikkels. Ben ik daarom TEGEN subsidie? Nee, dat zeker niet. Hieronder schrijft George Vlug waarom er best reden zijn om WEL een subsidiesysteem te willen blijven hebben. Ik deel zijn argumenten.

Vaak kijken ondernemers met een schuine blik naar subsidies. Noodzakelijk kwaad, vergelijkbaar met de belastingaangifte, een tetanusprik of een bezoek aan schoonmoeder. Dat is begrijpelijk.

De wirwar aan wet- en regelgeving, de vuistdikke programma documenten en de uren aan werk die het kost om een subsidie in te dienen, zijn nu niet bepaald de meest leuke ondernemingen, echter daarmee niet minder noodzakelijk. Sterker nog, subsidies zijn in deze tijd misschien wel de redding voor de innovatie, ontwikkeling en creativiteit binnen je bedrijf.

In tijden van economische tegenwind bezuinigen bedrijven snel op de marketing, innovatie en R&D-uitgaven. Vaak is dit onverstandig, want het zijn nu juist deze aspecten die je organisatie helpen nieuwe markten open te breken, de klant te binden en de medewerkers geïnspireerd te houden. Het is goed mogelijk dat je je niet gesteund weet in dit standpunt en net als elke andere innovator te maken krijgt met de bekende bedreigingen voor de innovatie binnen het bedrijf. Ik heb de meest gehoorde punten van kritiek even op een rij gezet, maar deze ook direct aangevuld met een mogelijke oplossing vanuit de beschikbare subsidies.

Bedreiging 1: Onvoldoende kapitaal
Bij de bank hoef je nu niet aan te komen voor de financiering van je innovatie-activiteiten en ook is het steeds moeilijker om hiervoor intern geld beschikbaar te krijgen. Wel zijn er veel subsidiemogelijkheden die je kunnen helpen bij de financiering van uw project. Vaak is het een kwestie van het juiste project op het juiste moment uitrollen.

Kijk eens naar de thema’s die worden gesteund binnen je regio. Woon je bijvoorbeeld in de Randstad en wil je iets innovatiefs ondernemen binnen bijvoorbeeld het vakgebied ICT/nieuwe media of Life Sciences, dan zul je wellicht veel hebben aan het ‘Pieken in de Delta‘-programma.

Daarnaast zijn er interessante fiscale regelingen. Zo kun je bijvoorbeeld gebruik maken van de innovatiebox, hiermee verlaag je het percentage van de vennootschapsbelasting. Ook heb je recht op tot wel 64% subsidie op de loonkosten voor productontwikkeling via de WBSO-regeling. Je kunt deze fiscale voordelen gerust stapelen met andere subsidies. Dat geldt ook voor bureaus die in opdracht werken.

Bedreiging 2: Onvoldoende know-How
Succesvolle innovatie begint overwegend met goed onderzoek. Er is binnen de organisatie alleen niet altijd de nodige kennis aanwezig. Hier kun je twee dingen aan doen. Je kunt je eigen medewerkers verder opleiden, of je kunt kenniswerkers van buitenaf inhuren. In beide gevallen zijn er goede subsidiemogelijkheden. Zo kun je in veel gevallen de medewerkers gratis laten scholen, dat wil zeggen; je kunt de kosten in mindering brengen op de loonbelasting. Vaak kunnen interne opleidingstrajecten daar ook voor in aanmerking komen, mits in de juiste constructie.

Ook zijn er vouchers beschikbaar waarmee je expertese van buitenaf kunt financieren. Een soort tegoedbon voor onderzoek zeg maar. Deze kunt je gebruiken bij kennisinstellingen, universiteiten, maar ook bij adviesbureau’s.

Wanneer jijzelf in de coaching of advisering zit, zou je deze regelingen kunnen gebruiken om je diensten grotendeels gratis aan te bieden.

Bedreiging 3: Te hoog risico
Innovatie draait om risico’s nemen. Trial by error, experimenteel onderzoek. “Als je nooit onderuit gaat, heb je waarschijnlijk niet hard genoeg gerend.”

Echter, de financieel verantwoordelijke heeft vaak heel andere idealen. “Als ik vandaag ergens een euro in stop, moeten er morgen twee uit rollen”. Dat is bij innovatie zelden het geval. Dit is nu juist het risico waar iedereen zo bang voor is in deze tijd. Uiteraard is dit gegeven slecht op te lossen, maar je kunt wel proberen het risico zoveel mogelijk te beperken met subsidies.

Want wanneer je elke euro die je in innovatie steekt voor een groot deel weer terug krijgt via subsidies en andere overheidsreglingen, is het risico steeds beter te verantwoorden. Bij een optimale inzet van de beschikbare fiscale regelingen, opleidingssubsidies en kansen binnen nationale en regionale subsidie-thema’s, kom je vaak een heel eind. Sterker nog, ik sluit niet uit dat je als bedrijf zelfs winst maakt op innovatieve activiteiten voordat überhaupt een marktintroductie plaats vindt.

Samenwerking
Ook is het denk ik verstandig om te kijken naar mogelijke samenwerkingsverbanden. Immers, je bent niet de enige die vooruit wilt. Er zijn tal van ondernemers binnen uw branche, vakgebied of regio die met dezelfde problemen en uitdagingen spelen.

Wanneer je deze belangen weet te bundelen heb je goud in handen. De overheid stimuleert deze samenwerkingen namelijk voluit. Niet alleen kun je gebruik maken van elkaars expertise, vergroot je de mogelijkheden voor een passende impelementatie en spreidt u de risico’s, ook ontstaan er tal van interessante subsidies. Denk bijvoorbeeld aan het IPC of Kansen voor West. Het kan daarom waardevol zijn om je met je innovatievraagstukken te wenden tot een branchevereniging of de regionale businessclub.

Overwegend zijn er vele kansen voor ondernemers op het vlak van subsidies, slechts zelden worden deze ten volle potentie benut. In deze tijd waarin de druk op innovatie steeds meer toeneemt, kunt u ze gebruiken om uw daadkracht te behouden of zelfs te vergoten en het venijn uit de risico’s te halen, want zeker nu geldt; stil staan is ……..

George Vlug

Innovatie-Management : Deel 12 – Begrippen.

In de discussies op linkedin bij #CoT merk ik dat er regelmatig langs elkaar heen gesproken wordt. Nu kan je natuurlijk altijd zeggen dat we verschillende woorden hebben voor het zelfde beeld, en dat er dus eigenlijk sprake is van semantiek. Zelf denk ik dat we het niet ingewikkelder moeten maken dan het is. Spontaan kwamen in de NRC lijn enkele begrippen voorbij (met dank ook aan Ton Bil). Daarom in de serie Innovatie-management hierbij deel 12. (Zie ook deel1, deel2, etc.). Ook heeft Nils de Witte een fraai document geschreven met een begrippenlijst (vanaf pagina 152). Ik zal deze lijst hier op F4I regelmatig gaan aanvullen.

Onderzoek & Ontwikkeling.
Eerder heb ik al een stukje geschreven over R&D op F4I, en over de metafoor van de raket.
1- Onderzoek : analyseren en begrijpen hoe een situatie in elkaar zit. Het beoogd resultaat is veelal een rapport. Het onderzoeksproces is meestal divergerend van aart.
2- Ontwikkeling : met een vooraf geformuleerd doel, meestal gebaseerd op een idee, wordt de dienst of product ontworpen en gemaakt. Het ontwikkelingsproces is meestal convergerend van aart.
3- Inventie : het idee of de uitvinding. De inventie is zelden uit-ontwikkeld (anders kan je beter spreken van een ontwikkelt prototype of product).
4- Innovatie : een ontwikkeling, meestal een product of dienst, die succesvol in de markt is gezet.

Financieel / Kansenaanbieders:
1- Sponsor : doneert relatief vrijblijvend geld, en wil daar meestal naamsbekendheid voor terug hebben. Eens sponsor wil meestal ‘iets’ terug hebben voor de donatie, terwijl voor de donateur meestal het goede gevoel voldoende is.
3- Donateur : doneert ook geld, meestal voor het goede doel, of omdat het initiatief sympathiek wordt gevonden.
4- Klant / opdrachtgever : neemt een dienst of product af bij de en betaalt daarvoor. De klant die als eerste het product of dienst afneemt, wordt ook wel launching customer genoemd.
4- Investeerder : geeft geld aan het project of aan het bedrijf, en verwacht daarvoor op termijn een financieel rendement terug.
5- Bank/obligatiehouder : leent geld aan de organisatie (zelden aan een specifiek project) en verwacht rendement terug. In tegenstelling tot een investeerder participeert een bank niet. Een bank wil meestal onderpand hebben (activa of een octrooi).
6- Partner : investeert samen in een nieuw project of bedrijf. Een partner doet actief mee en levert vaak ook nog kennis of inzet. Bij een partnership is er geen sprake van opdrachtgever/opdrachtnemersschap. Een partner wil meestal een stukje kennis of rendement (b.v. een licentievergoeding) terug hebben.
7- Subsidiënt: overheidsorganisatie, verschaft partieel geld voor doelen (plannen, activiteiten, en/of resultaten) die passen in het beleid van die overheid / varianten: gift, garantstelling, lastenvermindering. AgentschapNL is een voorbeeld van een subsidient.
8- Vermogensfonds : private organisatie, verschaft geld voor doelen die passen binnen de doelstellingen van het betreffende fonds / soms wordt naamsvermelding verlangd / varianten: gift, garantstelling.
9- Sympathisant : persoon of instelling die zijn/haar goede naam verbindt aan het initiatief (plan, activiteit, instelling) zodat deze meer geloofwaardigheid verkrijgt bij verschillende geldverschaffers. Sympathisanten schrijven soms wel eens een aanbevelingsbrief.
10- In kind sponsor : doneert spullen, faciliteiten of menskracht, en wil daar naamsbekendheid (etc.) voor terug hebben [ook wel: in natura sponsoring].

Projectmatig / projectmanagement
1- beoogde planning.
2- beoogde resultaten (ook wel deliverables genoemd)
3- beoogde effecten.
4- opdrachtgever (OG)
5- opdrachtnemer (ON)

Ventures / start-ups
1- venture
2- high tech start-up
3- Venture capitalist
4- Venture catalist.

Governance structuren
1- Eenmanszaak
2- VOF
3- BV (besloten venootschap)
4- NV (naamloze venootschap)
5- CV
6- Stichting
7- Vereniging

Kijk ook wat Harold Van Garderen van TOP innosense voor definities gebruikt.

PS natuurlijk is de serie Innovatie-Management en specifiek deze begrippenlijst interessant in het ligt van het concept Nederland Innovatieland 3.0 #NLI30.

Zeg het Tim Berners-Lee en Ton Zijlstra na: Raw Data Now!

Ton Zijlstra van interdependend thoughts is een ambasadeur van open data (zie zijn post van zijn eigen blog hieronder). Nog specifieker hij staat voor Open Raw Data. Ik deel zijn oproep 100%, alle ruwe data (mits niet privacy gevoelig) door de maatschappij (=overheid en overheidsorganisaties) zouden volledige vrij en gratis beschikbaar moeten zijn. Deze oproep lijkt op die van Herbert Blankenstein over de publieke omroep, en van mij zelf in het kader van Nederland Innovatieland 3.0.

Ton Zijlstrazie zijn slides op slideshare-werkt aan projecten rondom open data en open raw data, zijn stelling is dat alle data van onze overheid volledig gratis en voor niets op het web gezet zou moeten worden. Dus alle data van het kadaster, die van CBS, CBP en alle andere overheidsorganisaties. Zelf vind ik dat alle onderzoeksrapportages van TNO en WUR en alle onderzoeken doe door onze overheid zijn uitbesteed bij derden (als opdracht) ook volledig geopenbaard moeten worden (#NLI30). Herbert vindt dat we alle programma’s die door de publieke omroep zijn gemaakt met belastingcenten vrij op het web gezet moeten worden, zodat we kunnen kijken wanneer wij dat willen.

In alle gevallen volgen we een heel simpel principe. Van reeds door de maatschappij/overheid betaalde informatie en (ruwe) data betekent dat deze ook het eigendom is van de maatschappij. En eigendom van de maatschapppij betekent dat de informatie en data ook gratis beschikbaar moeten zijn voor prive personen, bedrijven en organisaties. Deze laatste groep mag hiermee dan doen wat ze willen.


Zeg het voort : Open Data & Raw Data Now!

http://video.ted.com/assets/player/swf/EmbedPlayer.swf

Open Data Nederland
Zou het niet prachtig zijn als we al publieke overheidsinformatie en databestanden als burgers op een effectievere manier kunnen benaderen? Zodat we er vervolgens toepassingen bij kunnen maken die voor onszelf en anderen nuttig en bruikbaar zijn? Dat is de achtergrond van een gepassioneerd verhaal als dat van Hans Rosling tot tweemaal op de TED conferentie hield (video 1, video 2), dat hij vervolgens op Gapminder vorm gaf. Dat is ook de reden dat de Britse overheid de site Show Us a Better Way in het leven riep, om ideeën te verzamelen rond hergebruik van overheidsdata. We hebben tenslotte zelf betaald voor het verzamelen van de gegevens, en ze zijn openbaar, dus waarom kunnen we er niet zelf ook op een nuttige manier gebruik van maken?

Dat zou inderdaad prachtig zijn, en daarom heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken mij en James Burke van Lifesized gevraagd in de komende 3 maanden enkele aansprekende voorbeelden van overheidsdata op een verantwoorde manier te ontsluiten voor het bredere publiek (met een API, eenvoudige tools, en goede voorbeelden). Tegelijkertijd brengen we het Nederlandse ‘landschap’ van mogelijk te ontsluiten databronnen bij de overheid, de daarbij betrokken overheden en personen, in kaart, samen met de ideeën, wensen en behoeften die er over data-ontsluiting al onder de burgers leven. Ook komt er een handreiking voor ambtenaren over hoe overheidsinformatie op een goede manier kan worden ontsloten. Dit alles in het kader van het bredere programma Open Overheid.

Wat zou jij willen dat er aan gegevens beschikbaar was, zodat je die kunt hergebruiken in je eigen mash-ups? Of wat zijn toepassingen die je graag zou zien, waarvoor openbare gegevens van de overheid bruikbaar zijn, als ze maar in het juiste format beschikbaar waren? Welke ideeën heb je zelf over hoe overheidsdata beter gebruikt kan worden? Welke voorbeelden ken je al die je erg aanspreken? Dat zou ik graag van je horen. Ik hoop namelijk dat we ook zichtbaar kunnen maken dat er wel degelijk behoefte is aan goed toegankelijke databronnen bij de overheid.

Heb je zelf tips, ideeën, of opmerkingen bij dit project? Laat het me dan vooral horen! Reageer op deze blogposting, of stuur me een e-mail.

3 reacties hier en 0 reacties elders | permalink
(door Ton Zijlstra op January 13, 2009 11:16 AM)

Nederland Innovatieland 3.0 – Innovatiekronkel G.B. (deel 1b)

Versimpeling ** van ons huidige innovatiesysteem wordt een belangrijke uitdaging van het Nederland Innovatieland 3.0 (er volgen nog meer delen in de komende maanden). #NLI30 is ook bekend bij vriendenvanwetenschap, al hebben ze nooit iets van zich laten horen (ik ben overigens wel een vriend van de wetenschap 😉 ).

G.B. Heeft afgelopen jaar een schema gemaakt dat aardig in de buurt komt van ‘hoe het zou kunnen zijn‘. Het schema had ik eerder gezien en dook weer op in de groep NL Innovatie op LinkedIn. Wat zijn de elementen in zijn voorstel? (1) een loket, (2) meer lenen en minder geven, (3) snelheid in het proces brengen. Het schema is het bekijken waard zou ik zeggen. Wie o wie geeft een reactie?

Daarnaast is De Gids Startkapitaal 2008 – Handleiding voor nieuwkomers op de kapitaalmark. zeker het moeite waard van lezen. De gids is geschreven door Nils de Witte (ook #CoT lid). De discussie over het kapitaalsysteem staat hier.

Ten slotte, een heel interessante discussie over VC (nut en onzin) en de type VC’s die er zijn, is te vinden vanaf pagina 11, in de lijn “nrc.nl – Economie – Innovatieplatform is mislukking”
En in de nieuwe lijn met de titel “Oude en nieuwe NL kapitaalmarkten (excl. bancair geld)

** en ontvlechten natuurlijk (link1 en link2)

En dan nog een knip-plak reactie van Ronald.

Na een aantal jaar een innovatieve startup in Nederland uit de grond te hebben getrokken, herken ik veel van wat in deze discussie gezegd wordt. Maar met veel ben ik het ook absoluut niet eens 😉

Wat Nederland mee heeft:
– een fijne directe en informele cultuur. Daar hebben we het in het verleden het ver mee geschopt, en als we ons best zouden doen, kunnen we hiermee ook weer heel ver komen.

– Medewerkers: ik heb nooit een probleem gehad de beste mensen aan te trekken. Blijkbaar zijn er genoeg goede mensen die het aandurven bij een startup te gaan werken.

– Afzet markt: Zowel in Nederland zelf als in buitenland nooit een probleem geweest. Het voordeel van NL is, is dat het zo klein is, en je wel het buitenland mee moet nemen wil je wat bereiken. Aan de andere kant: Nederland is 2x zo groot als de Bay Area, wat ook (met een beetje goede wil) gezien kan worden als thuismarkt voor veel Silicon Valley startups.

Waar ik niet op zit te wachten:
– een faciliteiten centrum, hotel met “inspirerende werkplekken”. Startups weten elkaar te vinden. Of het nu bij YesDelft is of via STIKK (wat staat voor Startups In een Kut Klimaat, heel veelzeggend), dat lukt allemaal wel. Alsjeblieft geen goedbedoelde “jong en dynamische” fysieke werkplekken ofzo. Als je een fysieke lokatie wilt, begin dan een espressobar op een plek waar veel entrepreneurs samenkomen, naar voorbeeld van Coupa Café in Palo Alto of Sightglass in SF.

– consultants, facilitators, coaches en alle andere goedbedoelde hulp. Er zijn geen entrepreneurs in Nederland waar we wat van kunnen leren. Alleen duur betaalde mensen met vage BS verhalen. Daar heb je niks aan. Wil je wat leren, volg de entrepreneurship programs van MIT-Sloan of Stanford.

– samenwerkingsverbanden en subsidies. Nog zo’n polder term. “in je eentje kun je als MKBer natuurlijk niks” hoor ik van EZ zo vaak. Los dat ik MKBer een scheldwoord vind, kun je als startup natuurlijk wel heel veel in je eentje. Wat denkt EZ? Dat Google (om maar iets te noemen) in een consortium is ontwikkeld met hulp van grote bedrijven? Blijkbaar wel, want daar sturen alle subsidies op aan (met uitzondering van de WBSO, die naar mijn mening weliswaar bescheiden, maar wel degelijk bijdraagt aan innovatie).

Maar waar ik vooral op ben stukgelopen de afgelopen jaren, zijn simpelweg de regels en wetten in Nederland, die vooral gemaakt lijken te zijn voor handelsbedrijven (import/export) en uurtje-factuurtje bedrijven.

Als innovatieve startup zijn wij tegen echt de meest idiote dingen aangelopen. Zonder in detail te willen vallen, kan ik wel vijf tot 10 punten opnoemen waar wetten en regels in de weg zitten. Ze variëren van klein tot ernstig belemmerend.

Mijn visie voor NL is een land waar startups met niets iets op wereldschaal kunnen neerzetten (zoals TomTom). In hun eentje. Zonder subsidies. Zonder consultants en creativiteitscoaches.

Jammer genoeg lijkt de ambitie in Nederland nu meer te zijn: beetje verbeteren, maar niet te veel, want dat bedreigd de status quo. Dat klopt op zich, maar de status quo wordt ook bedreigd door buitenlandse startups uit de VS, uit Israel, uit Shanghai en uit London (waar het beter geregeld is). Nederland heeft veel te verliezen: In NL zitten relatief veel in een ‘vorige generatie’ innovatieve bedrijven zoals Shell en Philips. De eerste stap is erkennen dat het niet erg is de status quo te doorbreken. “Geeks Kill Industries” zei de editor van Wired UK laatst in een presentatie. En dat is goed. (Tenzij als je voor Philips werkt)

Willen we de kant op gaan van startups die op wereldschaal iets betekenen, zullen we moeten beginnen de wetten en regels aan te passen die nu in de weg zitten.

(zo, dat lucht even op) 🙂

Nederland Innovatieland 3.0 – Introductie (deel 1)

Afgelopen november heb ik enkele stukken -het gaan er uiteindelijk 9 worden- geschreven over innovatiemanagement. In 2009 heb ik meerdere lezingen gegeven over dit onderwerp en specifiek ben ik ingegaan op het innovatiebeleid in Nederland. Ook wordt sinds bijna twee jaar de discussie (en oplossingen!) op de LinkedIn groep Innovatie 2.0-Community of Talents gevoerd (#CoT) ).

Ik ben over het huidige beleid namelijk niet zo tevreden (al gaan er zaken heus wel goed; het is niet allemaal slecht). Ook ben ik behoorlijk kritisch over de rol van TNO, DLO/WUR (link1 en link2) en de manier waarop vele universiteiten de ‘ondernemende universiteit’ uithangen. Ook zijn inmiddels de brede heroverweging van de ambtelijke werkgroepen met hun rapportages gepubliceerd (8. innovatie en onderzoek). Met pasen gaf ik aan daar nog op te willen reageren, maar ik heb nog geen tijd gehad om een stukje te schrijven.

De vraag is natuurlijk wat dan het alternatief is. Het alternatief is in mijn ogen een concept wat ik noem Nederland Innovatieland 3.0. De essentie is dat ik sterk onderscheid maak tussen innoveren en tussen het doen van onderzoek. Dit zijn verschillende takken van sport (zie link). In een van de volgende delen ga ik uitvoerig in op dit concept.

Laten we nu eerst eens bekijken hoe de huidige situatie in financiële termen in elkaar zit. Onderstaand plaatje komt uit een rapport “Nederland 2020, terug in de top 5” van het Innovatieplaform. Het Innovatieplatform heeft enkele goede rapportges gemaakt, maar verder niet zo heel veel gepresteerd (lees ook het boek van Frans NautaHet innovatieplaform“, als de helft waar is, dan is dat al schokkend)

Het is kortom een behoorlijk complex landschap waar heel veel geld in omgaat. Het zou interessant zijn om ook in dit plaatje alle decentrale initiatieven van provincies en gemeenten in kaart te brengen. Vandaag stond in de NRC een kritisch stuk over het innovatiebeleid in Nederland. Een van de grotere problemen die ik zie, is dat we teveel een polder-maatschappij hebben gericht op de middenmoot, en dat we te weinig durven te kiezen. Gevestigde belangen (TNO, DLO, Universiteiten, Philips, Unilever, Shell) hebben een heel grote vinger in de pap (zie ook de tabel hieronder over de financiering van de grotere kennisinstellingen in NL. **). Daar tegenover staan veel politici en beleidsambtenaren wiens kennisniveau rondom innovatiemanagement niet al te groot is (en voor deze groep mensen heb ik dus de serie over innovatiemanagement geschreven).

Een volgende keer ga ik als onderdeel van deze serie schrijven over:
Nederland Innovatieland 3.0 (ik wil een innovatieland en niet een kenniseconomie)
– Een reactie geven op de brede heroverweging
– Waarom ik van mening ben dat in onze nieuwe maatschappij TNO en DLO een beperkte rol hebben.
– Het belang van design doing (Harold van Garderen : practice what you preach)
– Waarom innovatie meestal van buiten komt

** ik twijfel over de correctheid van deze cijfers. in de praktijk worden semantische spelletjes gespeeld, subsidies worden bijvoorbeeld meegeteld bij inkomsten vanuit de Markt. Voor TNO ziet de begroting er ruwweg als volgt uit (1) 200 miljoen directe middelen, (2) 200 miljoen subsidies (EU, EZ, regio), (3) 100 miljoen via opdrachten overheid, (4) 100 miljoen via opdrachten vanuit het bedrijfsleven. De inkomsten van WU (lees ook het artikel in de Resource – DLO en Markt & het artikel Wagenigen zinkt) zijn als volgt:

Aanvulling d.d. 5 mei 2010
Zie ook de lopende discussies op linkedin (link1, artikel NRC & link2, discussie WdH) en lees ook het artikel van Ronald van Raak (SP, niet mijn persoonlijke kleur) eens na. In het stuk van Raak staan een paar zeer goede opmerkingen, die zeker ook relevant zijn voor Nederland innovatieland 3.0.

Aanvulling d.d. 7 mei 2010
Op pagina 5 van de discussie over het NRC artikel staat een lange reactie van mij:

Nederland Innovatieland 3.0 *
– we gaan weer onderscheid maken tussen innovatie (iets nieuws succesvol op de markt zetten) en onderzoek (analyseren hoe iets in elkaar zit). Innovatie is een taak van ondernemers en bedrijven. ******
– economisch gezien heb ik liever een innovatie-land (levert geld en werkgelegenheid op) dan een kennisland (want kost vooral geld). Let wel, minder dan 5% van de kennis komt uit NL, de rest uit de rest van de wereld. Jan Wouter geeft terecht aan dat er verschillende arena’s zijn. **
– Liever search dan research. Het wiel opnieuw uitvinden is (maatschappelijk en zakelijk) dom.
– Universiteiten gaan stoppen met derde geldstroom onderzoek. Eerste en tweede geldstromen worden weer groter. Universiteiten gaan zich alleen richten op (1) fundamenteel onderzoek, (2) excellent onderwijs. Universiteiten sluiten alle advies, consultancy, ontwerp en ontwikkelings BV’s en stichtingen. Of markt OF privaat.
– al het door de maatschappij betaalde onderzoek wordt 100% weer vrij gegeven aan de maatschappij. Kortom publicatieplicht (en graag opensource, pdfje op het net). Geheimhouding is er niet meer bij.
– Octrooien van universiteiten worden openbaar geveild (taak voor agentschapNL), 30% van de opbrengst is voor de universiteit, de rest is voor de maatschappij.
– Kennisinstellingen (TNO ***, DLO) gaan 100% privaat ZONDER basisfinanciering van de overheid. (uitgezonderd de onderdelen met een 100% maatschappelijke functie).
– we gaan kennis en innovatie als een ‘markt’ zien (uitgezonderd onze universiteiten). Het creëren van een level playing field is daarbij essentieel. Lees vooral Cie Cohen “markt en Overheid”. hybride organisaties zijn two-face monsters ****
– Onderzoeksopdrachten die de overheid uitgevoerd wil zien worden, worden openbaar aanbesteed (onderzoek is nu nog uitgesloten van Europese aanbestedingsregels). En dat geldt dan ook voor LNV 🙂 *****
– elk bedrijf (groot of klein) krijgt een subsidieplafon van bijvoorbeeld maximaal 3.000.000 per jaar.
– Veel kleine projecten i.p.v. een paar grote. Liever 10x 500k dan 1x 5.000k.
Vervolg …..
– meer lenen en minder geven (=subsidie). Een lening die omgezet wordt in een gift bij het behalen van doelen is ook mogelijk. En graag concrete tastbare doelen (papier is (te) geduldig).
– Overheden gaan meer als (risiconemende) launching costumer optreden. (zie ook de discussie hier op linkedin van een jaar gelden).
– Grote innovatiepatforms e.d, lopen m.b.t. thema’s altijd achter de feiten aan. Innovatie is per definitie een ongrijpbaar en onstuurbaar proces (vergelijk het met de biologie en Darwin; “de best aangepaste overleeft”).
– We gaan over tot 1 centrale subsidie-instantie (AgentschapNL). Nederland is klein (en een grote regio), subsidiesverstrekken is een specialisme. Gemeentes en provincies gaan dus stoppen met deze activiteiten (of besteden het proces volledig uit bij AgentschapNL).
– We gaan ons realiseren dat de kennis nu in de maatschappij zit. Experts zitten bij bedrijven, en al lang niet meer per definitie bij universiteiten en kennisinstellingen. (zie ook een eerder discussie hier op linkedin).
– Design Doing. Practice what you preach (met dank aan Harold)
– de situatie van de kennis en innovatiesector is vergelijkbaar met die van de publieke omroepen. Op papier ziet het er leuk en vriendelijk uit, in de praktijk werkt het totaal niet. *******

Een volledig pamflet is in de maak. Het roer moet om!

* http://wdeheij.blogspot.com/2010/05/nederand-innovatieland-30-introductie.html
** http://www.managementboek.nl/boek/9789027423351/innoveren_-_begrippen_praktijk_perspectieven_theo_groen
*** http://wdeheij.blogspot.com/2009/10/de-kapper-en-tno.html
**** http://www.hybrideorganisaties.nl/publications/overzicht-discussie-markt-en-overheid
***** LNV kan overigens wat mij betreft worden opgeheven.
****** http://wdeheij.blogspot.com/2010/03/waarom-het-ene-onderzoek-niet-het.html
******* http://wdeheij.blogspot.com/2010/01/herbert-blankesteijn-in-het-zonnetje.html

Werken met Pasen – of toch maar niet

Vandaag is het pasen, vandaag en morgen dus een dagje vrij. Morgen ga ik echter gebruiken om wat achterstallige activiteiten weg te werken. Vandaag heb ik een fiets en eet-afspraak. Goede voornemers heb ik echter ook. Op mijn blog Food4Innovations staan inmiddels een kleine 8 stukken in concept stukken klaar. En echt tijd om ze af te maken heb ik nog niet. Toch ga ik het in de komende dagen proberen om minstens twee stukken af te schrijven.

1. de boerensuper
Ten eerste natuurlijk het stuk over de boerensuper (en de analyse van de huidige situatie). Eigenlijk is alles al een keertje gezegd op foodlog (de belangrijkste referenties volgen in het stuk dat ik ga schrijven. Voorbeeld van een recente reactie staat hier.). Ik denk echter dat een ‘boerensuper’ er uiteindelijk niet gaat komen. In het gunstigste scenario komt er een halfbakken aftreksel van het plan ‘de boerensuper’. Het gebrek aan de benodigde investeringskosten (minimaal 40 miljoen euro schat ik) en het gemis in leiderschap en professionaliteit in de sector, zijn mijn belangrijkste argumenten voor deze stelling. Ondertussen snakt de sector (of op zijn minst veel individuele ondernemers) naar een de oprichting van dit concept. Enfin, om toch aan te geven wat mijn beeld is, zal ik toch nog het stuk afmaken.

2. Reactie rapport heroverwegingen
Ten tweede ga ik een stuk schrijven over “brede heroverwegingen – Innovatie en toegepast onderzoek”. Ik ben eigenlijk best teleurgesteld -ach ik had eigenlijk niet anders verwacht- over dit rapport dat in een kleine 150 pagina’s wauwelt maar eigenlijk een gebrek aan visie toont. Nu begrijp ik best wel dat het de taak was van de ambtelijke commissies om alleen maar besparingsopties in kaart te brengen (kortom om een menu-kaart te maken, kiezen is iets voor de politiek immers). Ook is duidelijk dat het geschreven is door een groep belanghebbenden, vooral de mensen op de lijst ‘adviseurs’ toont dat aan. Veel gevestigde orde (DLO, TNO, Philips, Unilever, …) en weinig echte experts die verstand hebben over het innovatiesysteem (Vasbinder, Van Garderen, Groen, …) of buitenstaanders; een gemiste kans. Wel goed overigens, is dat er een overzicht is gemaakt van de “kosten”. Ook vind ik het prettig om te zien dat ook het CPB een bijlage heeft gemaakt.

Fijne paasdagen!

Via tip op #CoT een eigen F4I tagcloud

Vanavond merkte Liesbeth op dat ik al een tijdje geen stukje op mijn blog heb geschreven. Ze heeft gelijk. Ik heb echter nu geen tijd. Straks moet ik eerst nog mijn koffer inpakken. Morgenochtend vertrek ik vroeg naar Barcelona. TOP b.v. heeft een plekje op het Holland Paviljoen op de Alimentaria.

Samen met Perfotec laten we de door TOP b.v. ontwikkelde nieuwe ademhalingsmeter zien. En natuurlijk brengen we ook pascalisatie onder de aandacht. Kortom we geven antwoord op de vraag: “hoe verbeter je de kwaliteit en houdbaarheid van vers (bewerkte) producten?”.

Natuurlijk heb ik me zonet eerst laten afleiden, door de Community of Talents (CoT) groep op LinkedIn eerst even te bezoeken. Nico heeft het idee geopperd op een Tagcloud van #CoT te maken. En Stephan kwam met een goede freeware tip: Wordle

Ik kon het niet laten :-), hierbij een TagCloud van dit blog; “Food4Innovations” (ik twijfel wel een beetje aan de uitkomst, ik kan met niet voorstellen dat het woord “onderzoek” zo vaak voorkomt).

Waarom het ene onderzoek niet het andere is.

Lees ook deel1, deel2, deel3, deel9 en deel10 van de serie over Innovatiemanagement.

In de conclusies van de serie over innovatiemanagement toonde ik de een slide die duidelijk maakt dat onderzoek, ontwikkeling en innovatie drie verschillende takken van sport zijn. Ondanks dat velen denken dat onderzoek doen risicovol is, ben ik van mening dat in Europa/Nederland de activiteit onderzoek vanuit (financieel) management optiek risicoloos is. De toelichting op deze stelling is simpel. Het lukt vrijwel altijd om onderzoek te subsidiëren via de overheid. Universiteiten krijgen zelfs 100% van hun kosten vergoed via eerste en tweede geldstromen. Bedrijven in Nederland kunnen een beroep doen op potjes van AgentschapNL en kunnen belastingaftrek krijgen via de WBSO. Onderzoek is immers een inspanning waar geen vooraf beloofd inhoudelijk resultaat gegeven wordt (wel kan er een afspraak gemaakt worden over de vorm : een rapport of promotieboekje). Samengevat: Onderzoek = inspanning.

Gisteren schreef ik op Foodlog een wat felle reactie. Waarom? Het ene onderzoek is het andere niet. We hebben beschrijvende onderzoeken, waarbij een fenomeen wordt bekeken en het resultaat in een ‘grafiekje’ kan worden gezet. Of er causaliteit is of niet is dan niet relevant. Veel van het toegepast onderzoek is ‘beschrijvend’. Daarnaast heb je fundamenteel onderzoek. In mijn ogen begint dat altijd met hypothese-vorming “hoe zou fenomeen x of y in elkaar kunnen zitten”, daarna wordt een experiment opgezet om de hypothese te toetsen. De essentie van fundamenteel onderzoek is dat het een zoektocht is naar onderliggende mechanismen. Weten hoe de correlaties zijn is niet voldoende, weten waarom er een correlatie is, daar gaat het om. Ik verwacht van onze universiteiten dat ze zich focussen op fundamenteel onderzoek. Beschrijvend onderzoek, laat staan ontwikkeling of innovatie hoort niet thuis aan universiteiten.

Lees mijn -wellicht weinig genuanceerde stukken- over innovatie en voeding er nog maar op na (link1 en link2) . En natuurlijk mijn visie over Nederland Innovatieland 3.0.

Ontwikkeling wordt door sommige vertaald als ‘engineering’ en dus gemakkelijk. Ik verwerp deze stelling volledig. Mijn stelling is dat een echt nieuwe (disruptieve) ontwikkeling (inclusief ontwerp en bouw van een pilot of 0-serie), juist heel risicovol is. Er zitten veel ontwerp risico’s in de nieuwe ontwikkeling en daarom is een hoog kennispositie zo essentieel. Een prototype kan al snel honderdduizenden euro’s kosten, terwijl er geen klanten zijn voor een dergelijk prototype. Wie investeert er dan in deze vaste kosten? Daarnaast is de tastbaarheid van succes erg groot. Het werkt of het werkt niet. Tijd en materiaal begroten is lastig. En vaak komt het voor dat je achteraf vele uren extra inzet moet bekostigen om het werkend te maken. Dit is overigens een van de redenen waarom grote infrastructurele projecten zo vreselijk financieel uit de klauwen lopen. De noord-zuid lijn in Amsterdam moet er nu gewoon komen, en het project is pas succesvol als de metro’s rijden. Half zwanger bestaat niet.

De rol van de overheid is ook bijzonder bij ontwikkelprojecten. In de rol van launching customer (zie ook CoT link1 en Link2) accepteert ook de overheid geen falen, en bij aanbestedingen worden risico’s bij ‘aannemer’ gelegd terwijl deze ‘aannemer’ wel op basis van prijs wordt gekozen. Tja dat kan natuurlijk niet. Wat je ook ziet is dat subsidie-percentage’s lager worden voor ontwikkeling. Gek, want het managementrisico neemt nu juist enorm toe (ontwikkeling = resultaat verplichting). Hierboven staat een plaatje dat ik regelmatig laat zien. Van een typisch project nemen de kosten exponentieel toe naar mate je dichter op de markt zit; tevens nemen subsidiepercentages af. Het resultaat is dat de risico’s toenemen. Daarom wordt er nu zo weinig echt geinnoveerd. Dit wordt dan ook de Valley of Death genoemd. Hoe overbrug je dit? Op een later moment meer hierover.

Aanvulling 7 maart 2010
Zonet zijn er een paar interessante opmerkingen op Foodlog geplaatst:

Fuego Negro
De laatste zin vindt u grappig? Ik noem dat transparantie. Ik denk dat dat verplicht moet zijn. Zou uw mening over de studie die zegt dat Aspirine het risico van hartziektes verlaagt anders zijn als u weet dat die financieel mogelijk gemaakt is door Bayer?

….. ……

Wouter de Heij
Fuego haalt een goed punt aan. Ik vind dat het verplicht zou moeten zijn om bij elk onderzoek bekend te maken wie de financiers of sponsoren zijn. Mocht er bijvoorbeeld een combinatie zijn tussen EU geld en een bijdrage van PT, dan verwacht ik dat duidelijk op internet, in het proefschrift en op persberichten een bijsluiter staat “dit onderzoek is voor 50% mogelijk gemaakt door de EU en voor 50% door PT”. Een dergelijk verplichting zou er moeten zijn voor alle door de overheid betaalde universiteiten en kennisinstellingen (en overige relevante hybride organisaties). Voor Banken is een bijsluiter inmiddels verplicht; nu nog voor kennisaanbieders. Insiders weten dat er spraken is van een grote mate van wildgroei.

Dan ze ik zelf geen verschil tussen Bayer en een productschap. Ook een productschap heeft maar een doel; meer verkoop van de producten van haar achterban. In dat opzicht geloof ik niet in het verschil tussen een ‘groot en boos privaat bedrijf’ versus een “non-profit” stichting zoals het productschap.

Hoe ouder ik wordt, des te meer ik ervan overtuigd ben, dat onze universiteiten helemaal geen gesponsord onderzoek zouden moeten doen. Wat mij betreft alleen 1ste en 2de geldstroom en een maximalisatie van derde geldstroomonderzoek (tot bijvoorbeeld max 5 a 10% van de totale omzet). Het is tegenwoordig zelfs voor insiders niet meer te zien of onderzoek onafhankelijk is of niet. In mijn visie van Nederland Innovatie Land 3.0 is dit een belangrijk thema.

…. …..

lizet kruyff
WouterdeH: eens, de sponsoren zouden bekend moeten zijn, maar dat maakt een onderzoek nog niet per definitie onafhankelijk. Ik zou zeer verbaasd geweest zijn als uit dit onderzoek was gebleken dat biefstuk ons zou behoeden voor beroertes.
Dit onderwerp keert regelmatig terug in onderzoeksland. Hoeveel hoogleraren hebben dubbelbedrukte visitekaartjes? In Duitsland is er meer duidelijkheid, daar heb/had je het Instituut IN de universiteit = onafhankelijk, en het Instituut AAN de universiteit = commercieel. Wageningen heeft dat wsch. ook wel maar minder duidelijk benoemd? En TNO fietst daar tussendoor?

dick veerman
Mag het hier iets minder hijgerig? Onderzoek is altijd ingegeven door belangen. Per definitie. Ook individuele onafhankelijke wetenschappers hebben hun hang ups. Iedereen heeft die. Niemand gaat zonder idee een onderzoek in.

De spelregels zijn heel simpel:
– benoem de onderzoekshypothese en geef aan waarom die van belang zou kunnen zijn (dat geldt zowel voor onafhankelijk als comercieel geinspireerd onderzoek)
– als er sponsors zijn dan noem je die
– als belastinggeld de sponsor is, dan mogen we weten wie het onderzoek heeft gefiatteerd en op basis van welke argumenten (er zou van hetzlefde geld immer ook ander onderzoek kunnen worden gedaan)

Wouter de Heij
@ Lizet, klopt het zegt niets over onafhankelijkheid of kwaliteit. Aan de andere kant, wil ik graag de ‘afzender’ weten. De NRC heeft soms slechte stukken en in de Telegraaf staat soms ook kwaliteit. Dan is spijtig genoeg het aantal dubbele visitekaartjes in mijn ogen veel te groot (vooral in Twente overigens). Maar het ligt nog complexer; denk eens aan de zg bijzonder hoogleraren die volledige door een bedrijf worden betaald?

Neen wat mij betreft is er maar 1 mogelijkheid. Ontvlechten, helderheid en onafhankelijkheid. Het is in de laatste 15 jaar teveel een glijdende schaal gebleken. Organisaties met meer dan 15% bedrijfsinkomsten zouden privaat moeten zijn. Universiteiten moeten gewoon via de belasting worden betaald.

Bij Wageningen Universiteit & Research heb je de oud-DLO instituten (waren tot een paar maanden gelden BV; nu is het weer een stichting), die het ‘commerciële onderzoek doen’, maar ondertussen tientallen tot honderden miljoenen van LNV krijgen (A&F;, Alterra, ASG, LEI, …) en je hebt de Wageningen Universiteit (WU). Maar bij de WU is inmiddels ook 40% van de hoogleraren een zg bijzonder hoogleraar. Kortom voor buitenstanders volkomen in-transparant.

Mijn suggestie: (1) eerst de bijsluiter verplichten en een verbod op dubbele visitekaartjes (ook niet parttime), (2) dan DLO en andere AAN-instituten, loskoppelen van Universiteit (ontvlechten), (3) maximaliseren van door bedrijven betaald onderzoek aan Universiteiten. Universiteiten moeten in mijn beeld van Nederland Innovatieland 3.0 alles publiceren, aangeven wie hen betaald, en alle rechten altijd weer beschikbaar stellen aan de maatschappij (octrooi-aanvragen horen daar dus niet bij ….)

Dan je TNO opmerking. Sorry, TNO is 100% privaat, niets onafhankelijks aan. Wel krijgen ze nog 200 miljoen van EZ. Zolang bestuurders en ambtenaren geen onderzoek durven aan te besteden en de 2e kamer roept om “onderzoek door TNO” (i.p.v. ik wens onafhankelijk onderzoek), zolang blijft het gros van de onderzoeken diffuus.

En verder zouden we dit soort persberichten geen aandacht moeten gaan geven. Of ga je het eerste de beste persbericht van TOP b.v. ook hier op Foodlog plaatsen? Nee, toch!

Wouter de Heij
@ Dick, ik kan me vinden in je drie simpele spelregels. Dank.

Aanvulling 9 mei 2010
Er is weer eens een goede discussie op CoT over het innovatiebeleid. Bekijk vooral pagina 5 mijn opmerkingen over Nederland Innovatieland 3.0 en de pagina’s 6 en 7. Hierbij enkele quotes:

Wouter de Heij
@Nils Ondanks, dat ook ik je opmerking bovenaan deze pagina wel grappig vind, hoor je mij niet zeggen dat we een bezuiniging van 2 miljard kunnen inboeken. Ik ben niet principieel tegen door de overheid gefinancierd onderzoek, wel moeten alle resultaten terug gegeven worden aan de maatschappij. Daarnaast kan een overheid middels subsidies -mits generiek en geen specifieke partijen bevoordelen- wel sturen naar een gewenste maatschappelijke richting. Kortom ik pleit niet voor 100% afschaffing. Mijn adviezen heb ik op pagina 5 al gegeven; volledig afschaffen is niet wenselijk.

@Joris, gaarne geen reacties verwijderen. Lijnen worden dan niet meer leesbaar.

Nils
Ja Wouter, ik deel jouw mening in deze. Ik ben helemaal niet tegen flink investeren in onderzoek. Vooral niet in fundamenteel onderzoek. Ik heb tegen:
– monopolisering van de resultaten van dat onderzoek door de onderzoekers of instellingen (publiek gefinancierd is publiek eigendom)
– koppeling van dat onderzoek aan de marketing van de resultaten (valorisatie)
– grote hoeveelheden publieke middelen ter beschikking stellen aan universiteiten en kennisinstellingen om de private sector in de weg te zitten.

Kennisontwikkeling is naar mijn mening vooral een publieke zaak (helaas)
Kennisexploitatie is naar mijn mening typisch een private zaak
De twee zou ik ook graag losgekoppeld zien.

Ik ben ook ergens voor:
– excellent onderwijs, zowel voorbereidend als wetenschappelijk
– excellent onderzoek met als primair doel excellent en inspirerend onderwijs
– ruimte maken voor excellente ondernemers. De kwantiteit zegt helemaal niks het gaat om de kwaliteit. Nieuwe bedrijven halen te weinig resultaten, daarom worden ze niet gefinancierd.

Christine
Onderzoek is iets heel anders dan innovatie. Een probleem van het innovatieplatform was dat ze dat niet begrepen.

Nils
Ontwikkelen, prototypen, testen, dat zijn activiteiten die ik maar de “pre-concurrentiële fase” van het innovatietraject noem. Klanten zijn niet bekend, product/dienst is niet klaar, productbeleving kan niet geëmuleerd worden. Deze fase kan niet vergeleken worden met de concurrentiële fase, waarin het product of de dienst klaar is en verkocht moet worden.

In de pre-concurrentiële fase is tijd niet zo belangrijk. Het geld is meestal van publieke oorsprong en het resultaat moet iets zijn dat 10x mooier, beter, snelle, lichter, goedkoper of zuiniger is. In de cuncurrentiele fase is tijd alles. Je heb vanaf het eerste moment precies x maanden om van je product/dienst een succes te maken. Lukt dat niet dan keren klanten en investeerders zich van je af en faalt je bedrijf. Bij falen ben je alles kwijt.

Die twee fases spelen zich af in totaal verschillende werelden met verschillende wetten en verschillende spelers. Het is heel lastig voor 1 persoon om zich in beide werelden thuis te voelen. Daarom raak ik er zelf meer en meer van overtuigd dat die werelden ook beter gescheiden kunnen worden, met duidelijk afgebakende gebieden, waar hetzij het publieke belang prevaleert (pre-concurrentieel), of juist het private belang (concurrentieel).

Het loslaten door de publieke instellingen aan het eind van de pre-concurrentiële fase is het grootste probleem.