No comment – Social Media Resolutions 2013 & Social Media beleid bij TOP

Vorige week heb ik tijdens onze maandelijkse interne vergadering een toelichting gegeven op ons social media beleid. Vaak krijg ik intern nog vragen over ‘waarom is dat zo van belang?’. Mijn antwoord is “sommige dingen moet je aanvoelen, we leven meer dan ooit in een communicatie wereld, het antwoord vanuit TOP is daarom dat we onszelf moeten transformeren naar een conversation company“. Het verhaal van onze projecten dus vertellen (story telling) en contact zoeken met onze klanten (en consumenten, de klant-van-onze-klant). Uiteraard zonder dat het ten kosten gaat van onze doelstelling om innovatieve en duurzame oplossingen te creëren (DOEN). En het gesprek aangaan is een verantwoordelijkheid voor ons allemaal. Onderstaande slideshare illustreert waarom en hoe.

De filmpjes die afgelopen donderdag getoond zijn tijdens onze meeting staan hieronder en natuurlijk ook op youtube. Het eerste filmpje geeft aan wat er gebeurd op het vlak van social media, en het tweede filmpje geeft aan hoe onze diensten interacteren met onze technologie-platformen, en hoe onze drie communicatieplatforms (in ontwikkeling 😉 ) daar een rol bij spelen.


1. Technology platforms, Communicatie platforms, en onze diensten bij TOP:

2. Onze communicatie platforms (TOP FoodLab, TOP HealthFacts, TOP TechnologyTalks) bij TOP, nader toegelicht aan de hand van de Conversation Prism:



3. Het belang van social media in een kort filmpje “why social media”.

Duurzaamheid in Food – de 5 grote mondiale uitdagingen

Terwijl duurzaamheid in essentie gaat over het ‘verduurzaamingsproces’, over kwetsbaarheid versus efficiëntie  en eigenlijk vooral een verdelingsvraagstuk is, kwetteren gewone media al luisterend naar de grote roerganger Aalt Dijkhuizen van de WUR door over biologische versus intensieve landbouw. Ook vandaag weer een stukje waarin Dijkhuizen wordt aangehaald. Dit keer in de telegraaf: “bio schaadt het milieu”. Mijn mening is simpel, hij zou dat soort dingen niet moeten doen. Waarom niet? hij kiest ‘een kant’ en daardoor ontstaan nog meer welles nietes discussies. Verder vind ik dat wetenschappers inzicht moeten geven, data en modellen moeten delen, feitelijke kennis creëren. Maar kiezen welke kant we als individu of maatschappij op zouden moeten gaan, dat is iets voor ‘ons’ (de maatschappij dus). En de grootste fout die je kan maken is denken in ‘grote ontwerpen’. De Oplossing bestaat immers zelden.

Wat ik overigens wel goed vind, is dat het publieke debat gevoed blijft worden. Nou, ja eigenlijk dat het publieke debat plaats zou moeten gaan vinden. Kwetteren over biologische leidt wat mij betreft af van de werkelijke uitdagingen waar we als ‘aarde’ de komende generaties voor staan. Terug dus maar naar deze echte uitdagingen. Het zijn er ‘maar’ vijf denk ik:

  1. Een immer groeiende (vleesetende en consumerende) wereldbevolking
  2. Peak phosphate. Kortom, een eindigheid van beschikbaar kunstmest.
  3. Peak oil. Ook olie en gas raken ‘op’. (maar biobrandstof is onzalig).
  4. Een beperking van beschikbaar vruchtbare landbouwgrond.
  5. Een beperking van vers water.

Hieronder de presentatie die ik met eerste kerstdag heb gemaakt. Gewoon wat plaatjes om te duiden wat de vraagstukken zijn waar we de komende generaties voor staan. Eindigheid van de capaciteit van onze aarde. We kunnen niet anders dan circulair gaan denken, kringlopen sluiten en gesprekken aangaan over verdelingsvraagstukken. Vanochtend heb ik me goed geamuseerd door een rapport door te lezen met de titel “Resources Futures 2020-2050”. Het heeft mij geïnspireerd om een nieuwe versie van de powerpoint “Sustainability and Food -5 main issues” te maken die ik binnenkort uiteraard ook op slideshare zal zetten.

Parabel voor Driekoningen – waarom verduurzaming in voedselketens zo moeilijk is

Morgen is het Driekoningen. Wouter de Heij schreef een parabel voor Driekoningen 2013. De super, de versproducent en de techneut kunnen koning zijn. De Heij verklaart waarom mensen liever een powerpoint maken dan DOEN in de praktijk. Wie goed leest ziet er een casestudie in: waarom verduurzaming zo lastig is. (dit is een kopie van het artikel op foodlog)
In een gezond en welvarend land hier ver vandaag, produceerde een grote producent van vers-gemaks voedsel allerlei lekkere en gezonde producten. Consumenten in dat land zijn de laatste 25 jaar steeds meer verwend geraakt aan deze categorie van producten, en kopen daarom miljoenen eenheden per week.
De producent van deze producten heeft jarenlang daarom flink kunnen groeien en de supermarktketen die beleverd wordt heeft jarenlang kunnen genieten van een royale marge – denk aan ongeveer 100% – op de producten van de producent. Samen hebben ze de categorie van het vers-gemaksvoedsel ‘gemaakt’. De supermarktketen is een erg betrouwbare partner gebleken, en dat heeft de producent geen windeieren gelegd. In de hoogtij jaren groeide de omzet soms wel tientallen producenten per jaar en de winst van de producent kon in goede jaren soms wel richting de 10% gaan. Niet zo hoog als de marge van de supermarkt, maar toch best aardig. De laatste jaren kwam er een beetje de klad in. De omzet stagneerde tot enkele honderden miljoenen euro’s en de winst zakte in. Maar ach, een stabilisatie van de omzet is in tijden van economische crisis toch ook niet slecht.
In de laatste vijf jaar begonnen de consumenten – niet doorvertellen, eigenlijk NGO’s en ‘groene’ ambtenaren – te praten over duurzaamheid. Voor de producent kwam dit niet echt als een verrassing. Als grote producent doe je er immers alles aan om goed met grondstoffen om te gaan en je water en energieverbruik te minimaliseren. Grondstoffen die niet in het consumenten-eindproduct terecht komen, kosten immers alleen maar geld. Personeels-, water- en energiekosten stijgen elk jaar, het zat de producent derhalve al in de genen om elke jaar opnieuw effectiever om te gaan met alle inputs.
De NGO’s en ambtenaren wilden vanwege het maatschappelijk belang ‘projecten’ gaan doen. Zoals het goed theoretische consultants betaamt kwamen de hoogopgeleide consultants kijken hoe de IST situatie was. Och, wat leerden deze medewerkers en ambtenaren veel. Ze waren immers nog nooit in een fabriek geweest. Trots als de producent was op zijn bedrijfsvoering, haalde deze alle gegevens uit zijn ERP systeem. De projectleden maakte de mooiste powerpoints. Och, wat waren de projectleden blij. Wat een goed project. De medewerkers van de producent keken een beetje beteuterd. Hun data kenden ze maar al te goed, en eigenlijk kostte dit project veel van hun tijd. Tijd die ze liever in de fabriek doorbrachten met het implementeren van echte verbeteringen. Maar ja, ze moesten van hun directie – en specifiek van hun verkoopdirecteur – naar die vergaderingen toe. “De supermarkt wil met ons dit project doen, en in het kader van de goede verstandhouding doen we het daarom toch maar”.
Parallel aan de grote indrukwekkende ‘duurzaamheidsprojecten’ werkten een paar kleine technologiebedrijven aan een technologie om de houdbaarheid te vergroten. Het vergroten van de houdbaarheid heeft in de praktijk een paar doelen: (a) de producent kan meer producten afzetten in een groter gebied, (b) er kan meer kwaliteit worden geleverd aan consumenten, (c) de derving kan worden gereduceerd. 
Trots als deze technologiebedrijven op hun uitvindingen waren, gingen ze op bezoek bij de producent van het verse gemaksproduct. De techneuten werden met veel koffie en alle egards ontvangen. De medewerkers van de producent spraken immers graag met deze techneuten met hun uitvindingen. Meteen na het gesprek gingen ze naar hun directie: “Kijk nu beste baas, we kunnen de houdbaarheid verlengen”. Hun bazen zagen het kostenplaatje en schudden gelijk met hun hoofden: “Waarom zouden we dit doen, wat is ons voordeel?” Maar ja, hun medewerkers waren zo enthousiast, dat ze dat eigenlijk niet durfden te zeggen. Neen, die verstandige bazen van de producent vroegen daarom maar “Heb je het al onderzocht in onze praktijk?” en “Hoe weet je zeker dat dat technologiebedrijfje de waarheid vertelt?”. Enfin, de medewerkers gingen weer terug naar hun kantoor en begonnen hun werk een beetje te verdelen tussen het doen van wat testjes en het bekijken van de powerpoints die door die hele slimme externe consultants van de NGO’s en de ambtenaren van het Ministerie gegenereerd werden in het ‘duurzaamheidsproject’.
Gewoon op een vrijdagmiddag ergens in het najaar schoven de techneuten van het technologiebedrijf aan bij de medewerkers van het voedselbedrijf. “We weten nu dat door de houdbaarheidsverlenging de derving reduceert van 15% naar 5%, geweldig toch!. Dat betekent dat er voor 40 miljoen per jaar minder weggegooid hoeft te worden!”. De medewerker van het voedselbedrijf lachte mee, maar na een paar minuten realiseerde hij zich: “Dat betekent dat wij 20 miljoen minder omzet zouden maken, bij een gelijkblijvende consumptie. Ik weet niet of mijn baas daar zo blij mee gaat zijn”. En inderdaad, op de eerstvolgende MT bespreking concludeerde de directie dat deze technologie – die toch al gauw enkele miljoenen aan investering zou kosten – maar even ‘in onderzoek’ moest blijven. “Enkele miljoenen investeren terwijl onze omzet daalt, dat is niet de bedoeling”.
De techneuten van het technologiebedrijf dropen af en vroegen zich af “Hoe kan dat nu, iedereen roept om duurzaamheid, wij kunnen het leveren, maar toch wil de producent het niet toepassen?”. Bij toeval kwam de directeur van het technologiebedrijf een ervaren innovatie-manager tegen. Tijdens een etentje gaf deze innovatie-manager vrijblijvend advies: “Je zult eens met de supermarkt moeten gaan praten. Die zal er wel oren naar hebben, 20 tot 40 miljoen kunnen besparen, dat wil elk groot bedrijf wel in tijden van crisis”. De directeur schrok er voor terug: “Maar ik kan dat relationeel niet maken, de producent zal niet blij zijn als ik hun klant, de supermarktketen, rechtstreeks benader”. Gelukkig had de wijze innovatie-manager daar ook een antwoord op: “waarom ga je niet naar het buurland? Probeer het daar anders.”
Aldus geschiedde. De jaren erna zaten de techneuten vooral in het buitenland te werken in opdracht van een grote concurrerende supermarktketen. Deze supermarktketen was na de eerste evaluatie zo enthousiast dat ze hun toeleveranciers bijna verplichtten om de technologie te gaan gebruiken. De innovatieve voedselproducenten gingen dit ondanks de benodigde investeringen toch maar doen, en werden beloond met werk.
Terug in het moederland bleef de vraag spelen: “Hoe kan je een situatie doorbreken waarbij een producent miljoenen moet investeren, minder omzet maakt, en het eigenlijke voordeel komt te liggen bij de supermarktketen?”. De directeur van het technologie-bedrijf bleef dromen van minder voedselverspilling. De medewerkers van de voedselproducent besteedden hun tijd ondertussen nog steeds aan vergaderingen met allerlei consultants. En die consultants? Die waren blij: “Wat hebben we toch hard gewerkt en veel geleerd.” En de ambtenaren? Die vonden het opportuun om voor miljoenen aan onderzoeksopdrachten neer te leggen bij een bevriende universiteit. Want meer onderzoek is altijd goed. Dat geld had natuurlijk ook gewoon besteed kunnen worden bij de voedselproducent waardoor er ook echt een dervingsreductie plaats had kunnen vinden. Dat zou goed zijn voor de maatschappij, en goed voor consumenten. De vers-gemaks producten zouden immers minstens 10% goedkoper kunnen zijn waardoor de consumptie van dat gezonde gemaks-product vergroot zou kunnen worden. Maar, ja dat zou alleen in een ideale wereld gebeuren.

Landbouwsystemen volgen darwinistische evolutionaire principes (& Kevin Kelly)

Zo in de laatste dagen van het nieuwe jaar hebben we blijkbaar allemaal wat tijd om nog eens goed na te denken. Huib Rijk heeft dat blijkbaar ook gedaan. Gister plaatste hij dit artikel: “Onenigheid over de landbouw – wees blij!” Het was zijn antwoord op de lijn die ontstond nadat Aalt Dijkhuizen een e-mail stuurde aan Dick Veerman. Ik ben het roerend eens met Huib als hij schrijft “Moet de focus liggen op één manier van landbouwen of moet er juist een veel breder perspectief zijn? “. Natuurlijk zijn we gebaat bij diversiteit (en diversiteit kunnen we zaaien), en juist daarom is het zo onverstandig om te denken in termen van ‘De oplossing’, of ‘het grote ontwerp‘. Als er al zoiets als ‘de oplossing van alles zou zijn’, dan zou dat juist diversiteit zijn. Monoculturen zijn nooit goed (lees ook dit artikel over Lietaer nog eens na).

Wat voor mij een eureka moment is (was), is dat landbouwsystemen eigenlijk ook een soort van ‘organismen’ zijn. Bekend mag zijn dat ik een Kevin Kelly fan ben (hij ziet technologie als een logische gevolg van evolutie), als je een landbouwsysteem ook als een technologie (of organisme) ziet, dan zou het logische zijn om te veronderstellen dat darwinistische (evolutionaire) principes van toepassingen zijn. Kortom, dat er ook evolutie is van de ‘landbouwsystemen’. Voor mij was dat een nieuw inzicht. Hoe langer ik er over nadenk hoe logischer het lijkt te zijn. Hieronder -schaamteloos gekopieerd vanaf Foodlog.nl- de eerste reacties uit de lijn “onenigheid over de landbouw – wees blij!”


Wouter: Huib, mooi verhaal. Landbouwsystemen zien als ‘organismen’ in een stamboom. (ook) Ik ben fan van Darwin; vooral van ‘het best aangepaste organisme blijft bestaan’. In die denklijn zou het ook betekenen dat meerdere systemen naast elkaar kunnen blijven bestaan, we er wel achter gaan komen welk systeem ‘overleefd’. Dus juist daarom ben ik voorlopig voor diversiteit en tegen geloofs-debatten. Overigens denk ik -net als Kevin Kelly- dat technologie ook een logische gevolg van evolutie is.


Peter Jens: Uit mijn hart gegrepen, Huib. En een mooie, schier liefdevolle, afsluiting van Foodlog’s Jaar van de Liefde.

Het huidige ideologisch gekleurde “I want it all, I want it like this and I want it now” zorgt vaak voor grotere -en veelal uiteindelijk ongewenste- systeemuitwijkingen dan bedachtzaamheid en hybride systemen. 
Eens met Jack, en het verschil tussen “biologisch” en “organic” is meer dan een vertalingskwestie. Wouter, Kevin, technologie is absoluut een logisch gevolg van evolutie, zijn er mensen die daar anders over denken dan? 😉

Huib: 

Wouter, je bent een fan van Darwin, zeg je. Fan zijn van is voor mij te veel. Wel deel ik zijn analyses. Interessant in dit verband, de vergelijking tussen de natuurlijke vs de sociaalculturele systemen heb ik gelezen in een artikel dat ging over de tegenstelling Darwin/evolutieleer vs creationisme. Ong 5 jaar terug toen “Intelligent design” als theorie in de aandacht stond.

Als test werden alle systemen onderzocht die op intelligentie waren gebaseerd: op menselijke intelligentie dus (noodzakelijkerwijs). Waaruit dus de conclusie kwam dat pogingen om die sociaal-culturele systemen in het stamboommodel te persen mislukten. Terwijl bij alle natuurlijke systemen dit juist perfect ging.

Is daarmee het bewijs geleverd dat God niet bestaat? Nee, want voor een beetje intelligente almachtige designer moet het een peuleschil zijn een heelal in elkaar te scheppen. Inclusief een wereldbol met in de bodem allerlei fossielen die schijnbaar 100 miljoen jaar oud zijn ( ipv 6000 jaar) en die allemaal in een stamboommodel passen.
… …

Wouter, “Landbouwsystemen zien als ‘organismen’ in een stamboom.”  Dat is juist wat ik niet beweer. Landbouwsystemen zijn juist voorbeelden van netwerken. Netwerken vertonen wel afstamming. En ook evolutie. Maar onderlinge kruisbestuiving is juist het kenmerk.

“In die denklijn zou het ook betekenen dat meerdere systemen naast elkaar kunnen blijven bestaan, we er wel achter gaan komen welk systeem ‘overleeft’.”

Ook dat is niet mijn visie. Ik geloof juist in diversiteit in het verleden, in het heden en ook in de toekomst. En dus niet in 1 systeem dat overleeft.Ik ben het zelfs niet eens met de noodzaak tot overleving. Overleving van een systeem is niet relevant. Overleving van die kruisbestuiving is wel relevant. De opnieuw-geboorte tijdens de Renaissance, van het Grieks-Romeinse gedachtengoed is een mooi voorbeeld. Na bijna 2000 jaar zijn de ideeën van Plato en Socrates nog springlevend!
… …

Huib: “”Dat is juist wat ik niet beweer. Landbouwsystemen zijn juist voorbeelden van netwerken. Netwerken vertonen wel afstamming. En ook evolutie. Maar onderlinge kruisbestuiving is juist het kenmerk.””

Wouter: Niet om mijn gelijk te halen 😉 maar stel nu dat je een netwerk ziet als een schimmel-systeem met lange draden en meerdere celkeren (het klassiek voorbeeld van een netwerk systeem uit de biologie). Ook schimmels passen zich aan aan de omstandigheden. Naast kruisbestuiving (dus diversiteit binnen een soort), vind in de biologie ook adaptatie aan de veranderende omgeving plaats. Ik denk dat dat voor landbouwsystemen bij uitstek ook het geval is. Enfin, vandaar mijn vergelijking met Darwinistische systemen. Beide soorten van ‘aanpassing’ (dus binnen een soort, tussen soorten en/of door interactie met een veranderende omgeving) zijn onderdeel van Darwinistische denken. Overigens zie je in de evolutie dat er steeds meer complexiteit ontstaat (en dat is ook in lijn met de tweede hoofdwet vd thermodynamica), het complexe netwerk zorgt uiteindelijke voor meer veerkracht. Sinds ik Lietaer een beetje heb leren kennen, kom ik zelf tot de conclusie dat duurzaamheid niet alleen gaat over ‘de toekomst’, maar ook over ‘veerkracht’, de mogelijkheid om je (of je organisatie, of onze maatschappij) te kunnen aanpassen. Ik kom hier zo op terug (**)

Huib:“Ook dat is niet mijn visie. Ik geloof juist in diversiteit in het verleden, in het heden en ook in de toekomst. En dus niet in 1 systeem dat overleeft.”

Wouter:  Ik kan me voorstellen dat je op basis van mijn reactie dacht dat ik dacht dat er uiteindelijk maar 1 systeem overleefd. Ik had me wellicht wat ongelukkig geuit, want ik denk zeker niet dat alles naar een perfect systeem nivileert. Wel zullen er periodes (ook in de toekomst) zijn waarbij bepaalde systemen dominant zijn. Maar dat zal altijd situationeel zijn (plaats en tijds afhankelijk), de essentie van evolutie is nu juist dat omstandigheden (door toeval? door God?) op een gegeven moment dusdanig veranderen (dit wordt ook wel de veranderende context genoemd), dat zelfs een dominant systeem zich zal aanpassen. En daarnaast ontstaan door deze immer plaatsvindende veranderende context altijd nieuwe nucliden van vernieuwing. Schumpeter gebruikte hiervoor creative distruction (veranderende omstandigheden lokken creativiteit uit, en deze creativiteit zorgt voor vernieuwing, en sommige vernieuwing ‘breken het bestaande af’). Kortom, een immer veranderend proces.

(**) juist daarom heb ik kritiek op Aalt. Hij kiest en ziet niet in dat diversiteit nodig is, verder is een gouden les uit de complexiteitskunde dat je ‘groot’ niet meer hoeft te helpen. Neen, groot moet het zelf doen, en eigenlijk moet je extra eisen (m.b.t. welzijn, duurzaamheid, fairness,etc) opleggen aan ‘groot’.(zie voor de zoveelste keer dit blogje over ‘het grote ontwerp’)

100% Hollandse Groene Elektriciteit (HGE) voor alle Nederlanders dankzij varkens, wind en zon

Groene duurzame elektriciteit van eigen bodem. Wie wil dat nu niet? Het liefste elektriciteit die echt groen is, dus niet genept via een soort van certificaat waarbij er in het buitenland ‘groen’ wordt ingekocht. Neen, gewoon Hollandse Groene Elektriciteit (HGE). Zou dat niet geweldig zijn? Nou het kan, en als we willen zelfs voor 2020. Ja je leest het goed alle Nederlandse huishoudens kunnen in 2020 echte groene in Nederland gemaakte elektriciteit hebben. Ik zeg gewoon DOEN. Wie doet er mee?
Wat verbruiken we eigenlijk aan elektriciteit?
Een Nederlands huishouden bestaat gemiddeld uit 2.2 personen. Dit gemiddelde huishouden verbruikt 2900 kWh per jaar (zie ook CBS cijfers). Dit betekent dat dit huishouden 2900 kWh gedeeld door 355 dagen gedeeld door 24 uur is 0,330 kiloWatt gemiddeld verbruikt dag en nacht. Drie ouderwetse gloeilampen van 100 Watt  die 24 uur per dag en 365 dagen per jaar brand. In de praktijk is het natuurlijk iets anders. ’s nachts liggen we te slapen en verbruiken we bijna niks, ’s ochtends en ’s avonds verbruiken we gemiddeld veel meer. En op onze vakanties natuurlijk niks. Deze 2900 kWh gaat overigens alleen over het elektriciteitsverbruik. Per Nederlander verbruiken we dus ongeveer 1320 kWh per jaar. Natuurlijk verbruiken we ook nog gas (koken en verwarming), maar daar heb ik het nu maar voor het gemak even niet over. De huishoudens verbruiken ongeveer 25% van alle elektriciteit in Nederland. In dit blogje ga ik kijken of het mogelijk is om de 2900 kWh HGE kan worden.

Windenergie lever nu al 20%
Ik begin voor het gemak met  Hollandse Groene Elektriciteit dat er al is. Windenergie. Eind 2011 stonden in Nederland 1.882 windturbines op land. Het totaal opgesteld vermogen op land was eind 2010 2.088 MW. Rekening houdend met het gemiddeld verbruik van een Nederlands huishouden, was het mogelijk om in de jaarlijkse elektriciteitsbehoefte van 1,5 miljoen huishoudens te voorzien.Of te wel 3.2 miljoen Nederlanders. Windenergie (op land en op zee samen) heeft in 2011 bijna 4% van het totale binnenlands elektriciteitsgebruik geleverd (en dus nu al 20% van de Nederlandse huishoudens kan al HGE hebben). 
Het is wel even leuk om deze 2088 MW in perspectief te plaatsen. In Amerika staat de Hoover dam, deze waterkrachtcentrale die in 1936 voor het eerste begon te draaien levert ongeveer 2000 MW. Van de zomer ben ik wezen kijken en hier staat een klein filmpje. Per jaar produceert deze Hoover dam 4.2 miljard kWh, als deze dam in Nederland had gestaan dan zouden 1,5 miljoen huishoudens. of te wel 3,2 miljoen Nederlanders groene stroom hebben. Een andere voorbeeld: De drie kloven dam in China deze dam waarvan de bouw 19 jaar heeft geduurd (realisatie 2009) levert een gigantische hoeveelheid van 18.000 MW. Minstens 32 miljoen Nederlanders zouden stroom van deze dam kunnen benutten. Of te wel 50% van de totale hoeveelheid elektriciteit. Maar ja, deze dam staat niet in Nederland ….
Varkens kunnen veel stroom produceren
Dit is de derde keer dat ik over varkens ga schrijven. De eerste keer schreef ik over de 640kW elektriciteit die wordt geproduceerd door Annechien. Ik rekende 2,5 jaar geleden al voor dat als alle varkenshouders een mestvergister met WKK zouden hebben Nederland bijna voor 10% duurzame energie zou hebben. Als we deze hoeveelheid zouden toebedelen aan de Nederlandse huishouders, dan zou dat dik 40% zijn. Nu ik geef toe, het was iets te optimistische berekend. Het is eerder 4-6%, en dus 25% op consumentenniveau. Ik reken het nog maar eens uit. Stel dat 3000 van de 6000 varkensboeren allemaal een 1 MW vergister zouden hebben, dan zou dat 3000 MW aan groene elektriciteit zijn (en een vergelijkbare hoeveelheid aan warmte!). Toch ook niet mis, bijna 1,5 x meer dan de 1800 windmolens in Nederland. Of te wel bijna 30% van de behoefte van de Nederlandse huishoudens. Wat een mestvergister met WKK’s kost? Geen idee, maar ik denk tussen de 500.000 en 1.000.000 euro. Kortom, het kost Nederland tussen de 1,5 en 3 miljard euro om 30% Hollandse Groene Elektriciteit te hebben geschikt voor de consumptie van 5 miljoen Nederlanders. En waarom ik zelf ook zo blij ben met metvergisters? De digistaat is prima kunstmest, en we doen daarmee dus automatisch ook wat aan het sluiten van de fosfaatkringloop. (ad1: een alternatief is om groen-LNG te gaan maken ..)
We missen dus 50%. De oplossing zonnepanelen.
Met de 1882 windmolens en met een investering in 3000 WKK centrales bij varkensboeren, kunnen we al bijna 50% van de totale consumptie van elektriciteit bij Nederlandse huishoudens voorzien van HGE. Nog 50% te gaan dus. Nu ga ik wat gevaarlijker rekenen; en wel aan zonnepanelen. We hebben nog nodig aan HGE : 8 miljoen Nederlanders x 1320 kWh (een huishouden bestaat uit 2,2 personen, en per huishouden wordt 2900 kWh per jaar gebruikt) = 11.000.000.000 kWh. Stel we zouden voor deze giga-hoeveelheid nog zonnepanelen installeren.
De opbrengst van een vierkante meter zonnepaneel in Nederland wordt zo gemiddeld 1.100 keer 0,21 / 365 = 0,6 kWh per m2-zonnepaneel per dag of te wel per jaar 219 kWh per m2-zonnepaneel (zie ook deze bron)We hadden dus nog 50% nodig van ongeveer 1320 kWh voor 16 miljoen Nederlanders nodig. Kortom, 660 kWh per Nederlander, en dat komt neer op 3 m2-zonnepaneel per persoon. Dus maar  48 km2 totaal in Nederland (er wordt geschat dat er ongeveer 200 km2 dak beschikbaar  is in Nederland). Echter i.v.m. de piekvermogens die je nodig hebt, is ongeveer 4-5 m2 reëel nodig per persoon. Of te wel 10 m2 per huishouden (en dat komt goed overeen met deze berekening).
Een zonnepanelen-systeem van 1.400 watt-piek, dat ongeveer 10 m2 panelen heeft, kost momenteel (september 2012) inclusief installatie ongeveer 3.200 euro. De prijzen van zonnepanelen dalen echter gestaag, door technische ontwikkelingen en schaalvergroting.  Jaarlijks produceert het zonnepanelensysteem van 1.400 watt-piek bijna 1.200 kWh elektriciteit: bij de leverancier zou dat  momenteel 260 euro voor betalen (prijspeil 2012/2013). (zie deze bron)
Als alle Nederlanders dus zonnepanelen zouden installeren dan zou dat de volgende investering vragen: 3200 euro voor een installatie keer 7,5 miljoen huishoudens ….. 24 miljard euro tegen het prijspijl 2012. Dat lijkt op dit moment een ongelooflijk groot bedrag en niet echt realistisch.
Nu is de verwachting (wet van Moore) dat elke twee jaar de prijs halveert. Dus in 2015 zou dit nog maar 12 miljard euro zijn, en in 2017 ongeveer 6 miljard euro. Mijn voorstel is dan ook om in 2017 te starten met een grootschalig een energiedelta programma, zodat we uiteindelijk in 2020 de 10m2 zonnepaneel per huishouden voor alle Nederlandse huishoudens is geïmplementeerd. Ik zou zeggen, best haalbaar. En voor wie mij niet gelooft? Kijk dit filmpje van Wim de Ridder maar eens.
De eindbalans en conclusies
De eindbalans is dat door de inzet van deze drie bronnen alle Nederlandse huishoudens groen zijn geworden in 2020 m.b.t. hun elektriciteitsbehoefte. En tegen acceptabele kosten. 
  • 2,2 miljoen huishoudens via 3000-4000 varkensboeren met hun mestvergister en WKK.
  • 1.5 miljoen huishoudens via de 1882 windmolens die er nu al staan (en er komen er meer bij!)
  • 5 miljoen huishouends via 10m2 per huishouden aan zonnepanelen. (ROI 8-10 jaar, echter als je nog 2-4 jaar wacht dan ROI 4-6 jaar door de verwachte daling van de prijzen).

Kortom dan hebben we dus 5100 + 5100 = 10200 MW en hebben 16 miljoen Nederlanders 100% groene elektrische stroom tot hun beschikking. De verdeling is dus 30% via de varkens (binnen 2 jaar), 50% via zonne-energie (voor 2020), 20% via windmolens (nu al, eventueel verdubbelen in de komende 5 jaar is heel reëel). Mijn suggestie is om met de  grootschalige introductie van zonnepanelen nog 5 jaar wachten omdat de kosten per m2 paneel nu nog te hoog zijn, maar rond 2016 een deltaplan zonne-energie te starten waarbij elke Nederlanders huishouden 10 m2 paneel moet gaan kopen/krijgen. Maar met mestvergisting moeten we echt gelijk starten.
Mijn overige conclusies: 
  • Investeer als Nederlandse maatschappij in 3000 keer een WKK installatie bij varkensboeren (en zorg dat er 15-20 miljoen varkens blijven!). Kortom, laat dat niet over aan de boeren zelf.1,5 tot 2 miljard euro valt best mee en is een schijntje voor duurzame energie …..
  • Ga door met windmolens, en zet voor nogmaals 2000 MW neer. Hiermee kan ook 20% groei van elektra (bijvoorbeeld voor elektrische auto’s) worden opgevuld.
  • Stop met investering in extra kolen en gasgestookte centrale’s (anders wordt het moment dat we gaan vergroenen nog verder uitgesteld). Er is nu een overcapaciteit aan elektriciteitcentrales, waardoor de prijs van elektriciteit veel te laag is ;-(
  • 100% groene elektriciteit van Nederlandse bodem voor alle huishoudens in Nederland kan dus gewoon (en dat betekent ongeveer 26% van de totale elektriciteitsproductie)
  • De industrie moet zelf, eventueel samen met de elektriciteitsmaatschappijen met een plan komen om ook de vergroenen voor 2020. Echter dat mag niet via afkoop of via nep-certificaten. Ook de industrie moet echt DOEN.
  • En dan is warm water nog niet meegerekend dat vrijkomt bij de WKK’s van de varkensboeren.

Gijs van Wulfen in het zonnetje gezet – FORTH innovation methode

Gijs van Wulfen heb ik nog nooit ontmoet en eigenlijk heb ik het niet zo op innovatie methoden (al volgen we bij TOP als ik eerlijk ben natuurlijk ook een methodiek). Maar toch, Gijs weet waar hij over spreekt concludeer ik op basis van wat ik over zijn stukken heel erg graag. En we delen blijkbaar dezelfde passie: innovatie(management) (zie ook de TOP-wiki). Eerdaags ga ik hem uitnodigen voor een bakje koffie.

Zijn stukken op linkedin zijn werkelijk pareltjes, en het is heel slim gevonden om juist op linkedin een blogplatform aan te maken. Inmiddels zijn er bijna 19.000 volgers en dat is natuurlijk briljante marketing voor zijn eigen product de FORTH methode. Binnen TOP gebruiken we een voor voedsel aangepaste methode die begint met labjams. De essentie van FORTH is snel tot ideeën te komen (die dan wel vanaf alle kanten bekeken worden), dan je idee te testen op basis van een eerste prototype, je prototype aan te passen als nodig, en vervolgens een volledige productontwikkeling te doen. En is een product eenmaal gelanceerd, dan is ‘luisteren naar klanten’ en eventueel bijstellen van je product ook een onderdeel (denk hierbij aan sensemaking, Harold van Garderen www.top-innosense.nl). Dit alles is prachtig door Gijs weergegeven in een landkaart. Of te wel agile development. Precies ook onze  methode bij TOP.

Ik ben zelf zoals bekend mag zijn vrij actief in de digitale ruimte. Linkedin is een onderschat platform als het gaat om online campagnes besef ik nu, en Gijs heeft dat goed ingezien. Facebook is toch meer voor bekenden en vriendjes (privé dus). En op twitter is het allemaal wat vluchtiger. Persoonlijk gebruik ik twitter voor zowel prive, politieke, wetenschappelijke als zakelijke uitspraken (dus alles door elkaar heen). Gijs inspireert me om na te denken over onze online strategie. Een van de websites die ik recent heb laten maken is : www.wouterdeheij.nl, een portal waarop al mijn persoonlijke social media initiatieven staan.

Henny van der Pluijm in het zonnetje gezet – Echte expertise over Venture Capital (#CoT)

De energie is er een beetje uit, en dus kom ik niet zo vaak meer, maar het is lang de meest inspirerende en actieve groep geweest: Community of Talents (#CoT). Een linkedin groep opgezet in 2008 door het ministerie van EZ. In de hoogtij dagen zaten er een kleine 4000 mensen in de groep en werd er jaarlijks een bijeenkomst georganiseerd. De bijeenkomst met de meeste bezoekers -in Den Haag als ik me niet vergis- was geweldig (ook door het mooie weer 😉 ; meer dan 400 mensen uit alle streken van Nederland, alle sectoren, alle leeftijden. Maar met een gemeenschappelijke deler: passie voor innovatie, innovatiebeleid en innovatiemanagement. Mijn netwerk is door de Community of Talents flink vergroot met een paar mensen die tot de grootste experts van Nederland behoren, en mede door #CoT ben ik mijn eigen blog gestart over innovatiemanagement.

Een van deze personen is Henny Van der Pluijm. Henny werkt bij www.venturemedia.nl en is een ware experts op het gebied van durfkapitaal. Dit is de derde keer dat ik een over Henny hier op mijn blog schrijf. De eerste artikelel  waren “Proefballon van Henny van der Pluijm: 10 puntenplan voor innovatief Nederland (en nog 3 punten van mezelf)“, en Enkele duidelijke en harde lessen m.b.t. venture capital Zonet kreeg ik deze mail van Henny (en na verkregen toestemming van Henny mag ik de mail online zetten). Lees deze mail en bekijk zijn presentatie!

Onlangs mocht ik een presentatie houden voor het NextWomen event. De voorbereiding gaf me de gelegenheid nog eens na te denken over aannamen die we in Nederland doen over het financieren van startup-bedrijven met risicokapitaal. Iets wat me al enige tijd dwarszit is dat in Nederland een paar verwarrende vertalingen in omloop zijn van het Engelse woord venture capital. 

Venture capital is eigenlijk onvertaalbaar naar het Nederlands en dat zit hem in de component venture. Het betekent zoiets als een gecalculeerd risico nemen en is zowel van toepassing op ondernemen vanuit een bedrijf of op andere vormen van activiteit. To venture is ook een Engels werkwoord. 

De Nederlandse woorden durfkapitaal en risicokapitaal zijn niet de juiste vertalingen van venture capital, omdat ze de nadruk leggen op durven of risico nemen. Welk Nederlandse woord benadert het dichtst het begrip venture capital? Ik denk waagkapitaal. Een waag is een oud-Nederlands woord dat staat voor wegen of afwegen. In het Duits wordt venture capital vertaald als Wagniskapital, terwijl in het Afrikaans het woord waagkapitaal voorkomt. 

Een woordspelletje? Nee, het is belangrijk, omdat veel Nederlandse ondernemers op zoek zijn naar een investeerder die risico\’s durft te nemen. Als ze die niet vinden, deugt er iets niet met investeerders en geloven ze ze dat het iets te maken met het karakter van Nederland. Ik geloof dat niet. Investeerders behoren afwegingen te maken aan de hand van verschillende criteria. Afwegen is iets anders dan risico nemen. De verwarring ontstaat omdat we in Nederland het woord venture capital verkeerd vertalen. 

Als dat eenmaal duidelijk is, wordt het voor ondernemers, ook voor startups, makkelijker de juiste stappen te zetten: hoe valt de afweging van de investeerder in mijn voordeel uit? Wat bijvoorbeeld duidelijk wordt is hoe belangrijk het track record van de ondernemer is. En dan stuiten we bij startende ondernemers op het echte probleem: de starter heeft geen track record. Gelukkig bestaat daar een oplossing voor in de modernste ondernemerstechnieken die zijn uitgevonden in Silicon Valley. Door intensief gebruik te maken van het internet en je bedrijfsmodel rigoreus uit te testen aan de hand van het gedrag van de bezoekers, kun je een virtueel track record opbouwen voordat je het eerste product hebt ontwikkeld. Het is te vergelijken met droogzwemmen. 

Ik heb dat in de PowerPoint-lezing voor het NextWomen Event toegelicht en deze online gezet en omdat ik de inhoud zo belangrijk vind en we in de cadeautjesmaand zitten, bied ik deze aan ondernemend Nederland, investeerders en venture capital professionals gratis aan. Met een paar bonusslides. In de lezing word je ook verwezen naar een aantal steengoede boeken waarin je meer over deze principes kunt lezen. 

Ga naar het Venturemedia.nl shop bestelformulier en selecteer een exemplaar van de Lezing Waagkapitaal met een pull down menu. Vul je emailadres in en druk op de knop. Dan wordt de lezing automatisch toegezonden. Veel succes!

Met vriendelijke groet,
Henny van der Pluijm
Samensteller Venture Capital Gids


Jim Stolze in het zonnetje gezet – TEDxAMS was een heel mooi cadeau

Afgelopen vrijdag heb ik voor het eerst in maanden een vrije dag genomen. En wat voor een dag was het! Ik ben voor de tweede keer naar TEDxAmsterdam geweest in te Stadsschouwburg (zie ook mijn quote op ING site). TEDxAMS wordt georganiseerd door Jim Stolze en is de by far het beste TEDx evenement in Nederland (okay, over TEDxBinnenhof kan ik niet oordelen aangezien ik toen in het buitenland zat, al heb ik wel een stukje geschreven voor TEDxBinnenhof).

In dit blog ga ik niet uitgebreid TED.com en TEDxAMS bejubelen. Ik ben fan, en ja mijn twitter volgers hebben dat vrijdag wel kunnen merken, en ja ik heb al behoorlijk wat keren over TED(x) lezingen geschreven op dit blog (Kevin Kelly, Hans Rosling, Bill Gates, Simon Sinek, Evan WilliamsBernard Lietaer). TED(x) past voor mij in het rijtje Apple, Opel Ampera, mijn complexe liefde, de Alpen in de winter, het meer van Geneve in de zomer, polderlandschappen en lange stranden aan de kust, pascalisate, AMAP en purepulse, kortom de zaken die ik aangenaam vind in het leven en waar ik rust en tevens inspiratie van krijg, en/of waar ik passie voor heb.  Sterker nog waardoor ik gilende tienermeisjes die Justin Bieber-fan zijn bijna kan begrijpen. Ja, ik ben een echte TED fan.
Neen, in dit artikel wil ik de directeur, initiatief nemer en gastheer (en tevens de jarige jop afgelopen vrijdag) Jim Stolze in het zonnetje zetten.Het charisma van Jim Stolze gecombineerd met ouderwets goed leiderschap, heeft er immers voor gezorgd dat voor de vierde keer zo’n mega evenement gehouden wordt in Amsterdan. Een evenement dat wordt gehouden op een mooie locatie, met inspirerende bezoekers en nog inspirerendere sprekers. Als bezoeker is het werkelijk uniek om hierbij aanwezig te mogen zijn. Je wordt uitgenodigd en het is gratis. Iemand als Jim Stolze verdient een lintje wat mij betreft. Jim was dus jarig maar geeft zelf het mooiste cadeau weg: 700 kaartjes voor TEDxAMS. In de Pauw en Witteman uitzending van afgelopen vrijdagavond vertelden Jim dat hij diversiteit beoogd. Diversiteit in sprekers, maar zeker ook in onderwerpen en gasten. Dat is wat mij betreft heel goed gelukt. Diversiteit is de basis van een ontwikkelende en innoverende samenleving denk ook ik (en grand designs werken dus niet, diversiteit wel). En ja, ik ben dus niet alleen fan van TED en TEDxAMS maar zeker ook van Jim Stolze (@Jimstolze). Jim heeft met TEDxAMS niet alleen bewezen ideeen te hebben en kansen te zien, maar ze ook waar te maken. Dat is het profiel van een innovator. Zijn boek uitverkocht staat daarom op mijn lijstje om aan te schaffen en te gaan lezen.

Deze quote’s op managementboek.nl over uitverkocht spreekt mij ondertussen aan:

Bedrijven kijken teveel naar hun financiële resultaten; ze besteden meer budget aan nieuwe dan aan bestaande klanten en ze zijn te druk bezig om ons te verlammen met informatie en ons zodoende op te zadelen met keuzestress. Als ze daarmee doorgaan eindigen ze volgens Jim Stolze op het kerkhof van merken die ooit bekend waren van televisie. Die bedrijven hebben zich blijkbaar niet gerealiseerd dat we zijn overgegaan van een producteconomie naar een aandachtseconomie. 

‘Het economisch model waarop onze samenleving stoelt moet radicaal om, vindt Jim Stolze. In plaats van sturen op Return on Investment moeten we sturen op Return on Attention.‘ – ManagementTeam 

‘Vergeet alles wat je over marketing weet, en lees dit boek.’- Marco Derksen, oprichter Marketingfacts.nl



Hieronder straks een paar vriendelijke woorden voor de -volgens mij- meest bijzondere sprekers. Maar eerst nog een klein filmpje over het entertainment: Diespace (PipsLab) was heel indrukwekkend om mee te maken en een mooi voorbeeld van technologie , co-creatie en entertainment en dit alles in de prachtige oude Stadsschouwburg. Hans Klok was de verrassingsact van de dag, hij heeft me verwonderd met de schoonheid van zijn ‘bijzettafel’ en ons ook hard aan het lachen gemaakt met zijn flessen-wijn. Persoonlijk vond ik Leonard van Munster wel aardig, maar niet super bijzonder. Misschien komt het omdat we op kantoor elke dag met nieuwe technologie zijn omgeven. Het piano spel van Daria van den Bercken heeft me doen laten genieten van Handel(ik ben fan van klassiek muziek, draai vaak Radio 4 in de auto), ook Daria heb ik dan ook stiekem opgenomen met mijn iPhone.

Die volgende personen hebben met hun lezing op mij het meeste indruk gemaakt: Tinkebell, Kevin Stevin, Rory Sutherland en -surprise surprise- Katja Schuurman. Op de TEDxAmsterdam site kun je alle lezingen nakijken en FrankWatching heeft een mooi verslag geschreven. Zelf heb ik nog een paar foto’s op facebook gezet (en bekijk ook deze mooie storytelling foto’s).
De lezing van Rory ging over measurebation (waarschijnlijk heb ik dit verkeerd geschreven ;-)). Rory wil hiermee zeggen dat we doorgeschoten zijn in het meten of willen meten van van alles. Het gros van onze economie en handelen is immers puur psychologische bepaald. Ik denk dat hij gelijk heeft. Een mooi voorbeeld is dat hij gaf is de Eurostar (de kanaaltunnel), deze heeft 6 miljard gekost om te maken en verkort de reistijd met maar veertig minuten. Zijn stelling: waarom niet voor 1 miljard gratis wifi geven in langzamere treinen, dat geeft uiteindelijk een prettiger gevoel. Zijn lezing was heel inspirerend, en ondertussen heb ik nog twee TED lezingen van hem bekeken (link1 en link2). Een paar tweets:

@EllenFaxion: Rory Sutherland: The next revolution is not technical, but psychological. #TEDxAMS It’s not in making more stuff 

@deheij: +1 “@EllenFaxion: Mooi woord van Rory Sutherland: measurebation. Het teveel fixeren op cijfers, getallen en meten #TEDxAMS” 

@deheij: Karl Popper : Clouds and Clocks. Rory Sutherland “Measurebation is pretending clouds can be modelled like clocks” #TEDxAms #fb 

Ik kan me goed voorstellen dat ze erg controversieel is (al kende ik haar nog niet). Met haar eerste ‘ik druk de ogen uit mijn hamster’ foto zet ze gelijk de toon. Walging is het eerste gevoel dat ze oproept ook bij mij. Maar dan ga je luisteren en denken. Tinkebell is een kunstenares en ze maakt dieren dood. Maar tevens is ze vegetariër en heeft ze drie poezen. Het doden van dieren doen wij vleeseters immers op grote schaal en Tinkebell houdt mij in ieder geval een grote spiegel voor. Bekijk haar lezing zou ik zeggen, en oordeel daarna zelf.

Tinkebell kreeg deze reactie: “Google toont in vele hits dat je houdt van het mishandelen van dieren. Dus het moet wel waar zijn.” #TEDx

@roosvanvugt Tinkebell heeft me wel tot nadenken gezet… ongemakkelijk maar wel effectief 

De laatste lezing van de dag. Hij sprak over geluk (fortuna) en over data. Een eerste indruk van mij is dat Kevin een measurbationist is. Al benadrukt hij hij kans en geluk. Vanuit fortuna redeneert hij door naar een wiskundige techniek waar ik een grote fan van ben: Monte Carlo simulaties. Ik ga zijn lezing nog eens nakijken want ik twijfel achteraf of hij nu een klassiek beta is (kijk ook deze TED maar eens), of toch trekjes van Rory Sutherland heeft…
Welke man van mijn leeftijd heeft er geen spannende gedachtes gehad over Katja Schuurman. Ik heb haar volkomen verkeerd in een hokje geplaatst van ‘lekkere soapie’. Nu, mooi is ze nog steeds (ik zat op de derde rij, met goed uitzicht), maar ze kan ook met passie en enthousiasme vertellen. En eigenlijk vind ik haar initiatief van Return-to-sender uiteindelijk heel sympathiek. Niet alleen een goed idee, maar tevens ook uitgevoerd in samenwerking met de HEMA. Ze heeft indruk op mij gemaakt. DOEN is dus wat ze heeft gedaan. Super.

Bas Groeneweg in het zonnetje gezet – hoe een superondernemer van AMAP een industriestandaard maakt

Bas Groeneweg is directeur en eigenaar van Perfotec. Eigenlijk had ik Bas -gezien zijn prestaties- al lang eerder een keertje in het zonnetje moeten zetten, maar nu is de aanleiding wat mij betreft het winnen van de Accenture Innovation Award. Lang geleden –TOP bestond net- kwamen twee directeuren –Bas en ondergetekende- elkaar tegen. Echt toeval was het niet, er zijn immers niet veel experts die werkzaam zijn in de fresh-convenience sector (gesneden groente en fruit), maar toch, het klikte gelukkig tussen ons.

Bas is uitvinder van online-laserperforatie systeem met automatisch permeabiliteit controle (OTR) via een camera systeem. Ik was gelijk gefascineerd. “Dit kon een belangrijke disruptieve doorbraak worden om de houdbaarheid te verlengen en daarmee vooral een bijdrage te leveren aan voedselverspilling”. De theorie achter gasverpakkingen (MAP, zie ook verpakkingstechnologie @ WUR) had ik voldoende geleerd van Pol Tijskens. En via TOP collega Eugene Schijvens leerde ik in de eerste vijf jaar van mijn carrière alles over de fysiologie van (gesneden) groente en praktijk. Kortom, gelijk zag ik en het belang, maar tevens ook de uitdaging. Bas kon (kan) heel enthousiast vertellen over ‘hele kleine gaatjes’ die uiteindelijk heel belangrijk zijn voor houdbaarheid. We raakte aan de praat. Over MAP en lasers maar zeker ook over ondernemerschap, de verkoop van nieuwe technologie en het ‘overtuigen van klanten’. En natuurlijk over de vraag hoe samen te werken.

Ik had op dat moment net “Crossing the Chasm” gelezen en adviseerde hem dit boek te lezen. Kort daarna spraken we weer eens over zijn lasers. Er was veel onderzoek nodig bij klanten om deze lasers ‘in te regelen’ en dat koste meer tijd dan je zou mogen verwachten als onderdeel van reguliere verkoop. Al pratende kwamen we tot een ‘uitvinding’ die we nu kennen als ‘de ademhalingsmeter’. De resultaten van deze ademhalingsmeter worden gebruikt in een stukje software (www.amap-technology.com) en dit stukje software geeft vervolgens weer de setpoint van de lasers van Perfotec. Het AMAP technologie platform (zie filmpjes hieronder) was geboren. En hiermee heeft Perfotec afgelopen week geheel terecht de Accenture Innovatie Award gewonnen.

Als mede-ondernemer gun ik Bas meer dan wie dan ook zijn succes, heeft visie en is creatief. Hij werkt er natuurlijk ook het heel hard voor, is verder altijd positief en weet dat het overtuigen van klanten een grote uitdaging is. Zijn doorzettingsvermogen en aanpak is daarom voor mij een grote bron van inspiratie. Bas is wat mij betreft het voorbeeld van een high-tech MKB ondernemer en verdient ons respect en vooral verdient hij succes. Wat ik helemaal waardeer aan Bas is dat hij in onze onderlinge relatie heel loyaal is (en wij ook zijn richting op hoor!). Bas weet dat je in samenwerkingen naar win-win moet werken waarbij de gunfactor voldoende aanwezig moet zijn. Samen investeren ** (lees kosten vooraf delen) vinden een hoop ondernemers wel leuk, maar zo gauw er verdient kan worden, zijn veel ondernemers veel minder op het ‘delen’. Bas zit totaal niet zo in elkaar. En juist dat maakt hem tot een geweldig TOP-partner. Naast Pascalisatie en PurePulse is AMAP immers ons belangrijkste technologie platform bij TOP. Ik hoop –en verwacht- dat projectleider en AMAP ambassadeur Joyce Schroot en Bas Groeneweg nog veel van zich laten horen (we hebben nog twee innovatie’s in de pijplijn zitten).

** AMAP was er niet gekomen dankzij het enige echte open innovatie programma dat loopt : Food & Nutrition Delta van Kees de Gooijer. Dit subsidieprogramma is helemaal gericht op DOEN en MKB ondernemers die hun nek uitsteken. Ik hoop dat de nieuwe regering dit programma met resultaat in stand houdt (zie mijn tips).

Publiek Private Samenwerkingen (PPS) in topsector agrifood: een roepende in de woestijn. Goede ambitie, foute uitvoering, sombere toekomst

Vorige week heb ik tijdens de Food Valley Expomet een paar kopstukken gesproken over het top-sectoren beleid. Er lijkt brede consensus te zijn. De visie en ambitie zoals weergegeven in innovatiecontractzijn goed, maar de uitwerking (het beleid) is ronduit slordig en onzalig. Eerder schreef ik twee stukken over met name de discutabele rol (bijna ‘fout’ zou ik het willen noemen) van TNO en DLO en specifiek de rol die het oud-smaldeel van LNV lijkt te hebben (link1 en link2). Ik betwijfel of de oorspronkelijke topsector-commissie onder voorzitterschap van Emmo Meijer dit inziet.
Gister las ik in het Financieel dagblad een artikel met de tekst “overheid knaagt aan fundamenteel wetenschap”. Ook ik zie met lede ogen aan dat dit inderdaad het geval is. Door zg. op valorisatie gerichte beleid schuiven de actoren in de kennisketen de verkeerde kant op. Universiteiten schieten naar het gat van TNO/DLO en DLO/TNO concurrerenmet private partijen (sic!). Lees vooral de tekst in het tweede plaatje hieronder maar eens. Kortom, minder markt in plaats van meer is het resultaat. En verder minder fundamenteel onderzoek. Dit laatste is op korte termijn geen punt, maar het effect op langere tijdschalen (denk de komende tien jaar) zal desastreus zijn. Over dit onderwerk schrijf ik al lang; heel erg lang … (zie link1, link2, link3, link4, link5, link6, link7, link8, link9, …).


Ondertussen hebben een tiental private onderzoeks- en innovatieorganisaties waaronder NIZO en TOP juristen op dit dossier gezet en hun rapport –nog niet openbaar-  is vernietigend. Tot nu toe is het ministerie stil, heel erg stil. Wat moeten we doen? De pers (het FD?) erbij halen? De NMA heeft inmiddels ook al een dossier gekregen. Wat zal onze volgende stap moeten zijn? Wie heeft er advies voor ons? Ik wordt er soms moedeloos van. De juridische conclusies zijn overigens:
  1. In deze notitie is een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de subsidieverlening aan TNO en DLO op basis van de TNO-wet en de Regeling subsidie Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, en anderzijds de financiering door het Ministerie van EL&I van onderzoeksprogramma’s uitgevoerd door TNO en DLO in het kader van de PPS-en en de TKI-toeslag. Hier wordt uitsluitend de rechtmatigheid van de financiering aan TNO en DLO in het kader van de PPS-en bestreden.
  2. Het Topsectorenbeleid is op een aantal punten onrechtmatig: het is in strijd met de regels betreffende staatssteun, de regels betreffende openbare aanbestedingen, en het vrij verkeer van diensten en het recht van vestiging.
  3. De onderzoeksopdrachten die de PPS-en in het kader van het Topsectorenbeleid beogen te stimuleren zouden ofwel openbaar aanbesteed moeten worden, ofwel bedrijven zouden zelf moeten kunnen bepalen door welke kennisinstelling zij hun onderzoek zouden willen laten uitvoeren, op een markt waar eerlijke concurrentie plaatsvindt.
Het zelfde consortium heeft ook de volgende politieke verzoek neergelegd. We zullen zien of onze gezamenlijk acties effect zullen gaan hebben. Deze private sector is echter inmiddels groot, en ik kan me niet voorstellen dat de ambtenaren op het ministerie hun ogen hiervoor zullen sluiten. Er zijn inmiddels ideeën om maar een high-tech MKB belangenvereniging op te richten.