Kernenergie? Waarschijnlijk wel. Maar wel Eerst rekenen! – De opinie van ir. Wouter de Heij over dit onderwerp in de afgelopen tien jaar.

Wouter de Heij, innovator en energie en food analist pur sang, heeft zich in diverse blogposts op http://www.food4innovations.blog uitgesproken over kernenergie. Zijn houding is helder, maar genuanceerd: hij is niet principieel voor of tegen kernenergie. Zijn kernboodschap luidt: “Laten we eerst eens goed rekenen.” Deze houding komt voort uit een diep besef van schaalgrootte, realiteitszin en systeembenadering in de energietransitie. Iets stelliger schreef De Heij begin dit jaar op Foodlog “Geef de hoogste prioriteit aan de bouw van kerncentrales”.

De kracht van rekenen: kernenergie in perspectief

In zijn blogpost van 19 augustus 2018 stelt De Heij onomwonden: “Ik ben niet tegen, maar ook niet voor kernenergie.” Wat hij wél wil, is een rekenkundige en systemische benadering. Hij laat zien dat het publieke debat vaak ideologisch gekleurd is en zelden uitgaat van de werkelijke cijfers. De kernvraag die hij stelt: hoeveel energie verbruiken we werkelijk, en wat is ervoor nodig om dat duurzaam op te wekken?

Nederland verbruikt jaarlijks ongeveer 1200 PJ aan finale energie. Omgerekend is dat ruwweg 330 TWh. Daarvan is slechts een klein deel duurzaam opgewekt. In een eerder artikel over energieconsumptie en -balansen (juli 2018) wijst De Heij op het verschil tussen primaire energie, finale energie en nuttige energie, en de grote verliezen in conversie. Dit is essentieel om te begrijpen hoeveel kerncentrales we nodig zouden hebben als we kernenergie als hoeksteen zouden inzetten.

In zijn analyse gebruikt hij Fukushima als rekeneenheid. Eén centrale zoals Fukushima levert ca. 1 GW elektrisch vermogen, wat neerkomt op 8,76 TWh per jaar (bij 100% beschikbaarheid). Voor het volledig vervangen van fossiele elektriciteitsopwekking in Nederland zouden we dan 20 tot 30 van zulke centrales nodig hebben. In een tweet-samenvatting uit 2022 stelt De Heij zelfs dat we “waarschijnlijk 2 tot 4 keer Fukushima” nodig zouden hebben om slechts een deel van onze vraag duurzaam op te vangen.

In zijn artikel uit 2020 wijst De Heij op het rapport van TenneT, waarin voorspeld wordt dat Nederland in 2032 zo’n 54 GW aan opgesteld vermogen zal hebben. Deze elektriciteitsmix zal grotendeels bestaan uit zon en wind, die variabel zijn en dus flexibiliteit vereisen. Hierin past kernenergie slechts beperkt: het is baseload, niet flexibel.

De bottleneck: tijd, geld en politieke haalbaarheid

De Heij is geen techno-optimist, maar een realist. Hij wijst op de doorlooptijd van kerncentrales: van planvorming tot realisatie duurt doorgaans 15 tot 20 jaar. Bovendien zijn de kosten immens. De bouw van Hinkley Point C in het VK laat dit zien: ruim 30 miljard euro voor twee reactoren van elk 1,6 GW. In het Nederlandse politieke debat wordt zelden erkend dat kernenergie eerder een oplossing voor 2050 is dan voor 2030. De planning in Nederland loopt vaak achter bij de realiteit van projectrealisatie.

Daarbij komt: kernenergie biedt geen oplossing voor piekbelasting of seizoensopslag. Het is een baseload-technologie, terwijl ons toekomstige energiesysteem vooral behoefte heeft aan flexibiliteit. Ook TenneT – de Nederlandse netbeheerder – voorspelt voor 2032 een systeem van 54 GW opgesteld vermogen, grotendeels variabel (zon en wind). In zo’n systeem moet kernenergie concurreren met snellere en flexibeler alternatieven zoals batterijen, demand response en waterstofproductie.

Geen heilige graal – wel een deeloplossing?

Wouter de Heij is geen uitgesproken tegenstander van kernenergie, maar hij plaatst het in een bredere energiemix. In zijn blogpost van november 2018 (een vervolg op zijn eerdere analyse) waarschuwt hij voor technologische dogma’s: of het nu om kernenergie, elektrofuels of waterstof gaat – het zijn geen heilige gralen. Alles moet in samenhang worden bekeken met energie-efficiëntie, gedrag, schaal en kosten.

Hij pleit daarom voor een combinatie van maatregelen:

  • meer inzetten op energiebesparing;
  • elektrificatie waar mogelijk, met hernieuwbare bronnen;
  • beperkte, strategische inzet van kernenergie als aanvulling, niet als kernstrategie;
  • en vooral: systemisch denken in plaats van ideologisch kiezen.

Een voorbeeld van zijn systemische denken is zijn analyse van de energietoekomst op basis van elektrisch rijden en waterstof. In zijn blog uit 2012 over de Opel Ampera stelt hij al dat elektriciteit een centrale rol zal spelen, mits we de infrastructuur en de energiebronnen slim combineren. Kernenergie zou daarin een rol kunnen spelen, maar alleen als de maatschappelijke en economische voorwaarden kloppen.

Conclusie

De visie van Wouter de Heij op kernenergie is helder: het is geen panacee, maar mogelijk een nuttige aanvulling. Zijn oproep tot rekenwerk en systeemanalyse is actueler dan ooit. In een tijd van polarisatie en technologische hype is zijn benadering verfrissend rationeel. Of zoals hij zelf schrijft: “Laten we eerst eens goed rekenen.”

Referenties

Geef een reactie