Nederland Innovatieland 3.0 – De (toekomstige) rol van Universiteiten.

Regelmatig maak ik opmerkingen over de rol van onze universiteiten. Mijn mening, advies zoals je wilt, is met tijd en wijlen ‘direct’ ik weet dat. Ook weet ik dat het ook gaat over posities en banen van mensen en daarmee is het automatisch helemaal gevoelig onderwerp. Toch moeten we juist nu, in deze maatschappelijk transitie periode , de discussie gaan voeren. Zoals inmiddels bekend zal zijn, wil ik weer terug naar de oorspronkelijke basis van universiteiten: Onderwijs, Onderwijs, Onderwijs en Fundamenteel onderzoek (ik hou eigenlijk meer van de Engelse term Basic Research). De huidige manier waarop onze universiteiten (spijtig genoeg hebben ook HBO’s inmiddels ‘onderzoeks’trekjes gekregen) is een doodlopende weg. ‘Valorisatie’, ‘Ontwikkeling’, ‘Business development’, ‘Werken in opdracht’, ‘bilateraal adviseren’ etc. zijn allemaal diensten die gewoon niet horen bij een universiteit. Kortom ontvlechten.

Doordat ik deze -op het eerste gezicht weinig subtiele- mening heb, lijkt het alsof ik anti universiteit ben. Het tegendeel is het geval. Als het aan mij ligt, dan gaan we drie dingen organiseren: (1) een personele krimp op management-niveau en ondersteunende diensten (=meer budget voor onderwijs & basic research), (2) de budgetten van de eerst en tweede geldstroom vergroten (maar ook een verbod of maximalisatie op derde geldstroom), (3) scherper letten op het IP beleid (maatschappelijk bezit kan niet zomaar worden verkocht). Dit alles met als doel om een nog hogere kwaliteit te krijgen. Kortom, ik wil best een universiteit-ambassadeur worden.

Ik heb in mei een houtskoolschets gegeven over de rol van de universiteit in het kader van Nederland Innovatieland 3.0 (het punt over octrooien kan overigens wel worden aangescherpt). Afgelopen dinsdag heb ik lang gesproken met Harold van Garderen en Jan Wouter Vasbinder. Jan Wouter Vasbinder is wat mij betreft overigens ‘de volksprofessor’ op het gebied van innovatiebeleid (al weet Harold minstens net zoveel :-)). Zijn analyses, mening en visie heeft hij opgetekend in diverse boeken. Hieronder een nog nooit eerder gepubliceerd stuk tekst van Jan Wouter Vasbinder, en de inmiddels overleden H. Schweigman. Het is geschreven in 1994 maar de inhoud is nog zeer actueel (de pdf valt hier te downloaden), ik vind het daarom een parel van een tekst!

Publiek gefinancierde universiteiten, studenten en onderzoek
J.W.Vasbinder, H.Schweigman, augustus 1994

Het belangrijkste product van universiteiten is de goed opgeleide afgestudeerde. Goed opgeleid betekent dat hij de theoretische kennis heeft om problemen te kunnen analyseren en de praktische oefening om een chaos van feiten, vooronderstellingen en opvattingen te orde-nen. Goed opgeleid wil ook zeggen dat de afgestudeerde inzetbaar is. Universiteiten zijn er om studenten vertrouwd te maken met methodes waar-mee zijn orde kunnen schep-pen in de informatiebrij die hen wordt aangeboden. Met die methodes kan bestaande kennis worden gemobiliseerd en nieuwe gegenereerd. Studenten maken zich die methoden eigen door middel van onderzoek. De samenleving moet daarvoor betalen want ze plukt er de vruch-ten van in de vorm van nieuwe kennis en mensen die die nieuwe kennis kunnen gebruiken. Kennisoverdracht in optima forma. Zo eenvoudig is het. Tenminste als de kennis relevant is voor de samenleving.

Onderzoek is dus een conditio sine qua non voor het opleiden van studenten. Op welke onderzoeksvraag hij zijn tanden stuk bijt maakt voor een student in principe niet uit. Voor de afgestu-deerde en de samenleving waarin hij terecht komt wel. Het was de mismatch tussen de kennis die wordt gegenereerd aan de universiteiten en de problemen van de samenleving die de overheid er 20 jaar geleden toe bracht transferpunten in te richten. Het doel was de kennisoverdracht te verbeteren, het effect was gering. Logisch, want waar geen vraag vanuit de samenleving wordt gearticuleerd, ontstaat geen relevant aanbod. En waar aanbod zich ongericht kan ontwikkelen, blijft de financier van dat aanbod met zijn vragen zitten. Voor de afgestudeerde betekent dat meer moeite met het vinden van een baan. De kennisoverdracht stagneert en geen transferpunt kan dat verhelpen. Om goed te kunnen opleiden is het ook voor universiteiten van belang dat relevante kennis wordt gegenereerd. En dus is van belang welk onderzoek wordt gedaan.

Er zijn, ons inziens, twee groepen mensen die zich kwalificeren voor de beslissing welk onderzoek moet worden gedaan aan publiek gefinancierde universiteiten. De eerste groep wordt gevormd door die uitzonderlijke geleerden die, gedreven door intuïtie en lef, patronen durven herkennen waar daarvoor slechts chaos was. Zulke vòrsers weten waar doorbraken zijn te verwachten en wat er voor nodig is om die doorbraken te bereiken. En als zij het niet weten, dan weet niemand dat, geen verzameld corps van ambtenaren en geen adviesraden. Gezegend zijn de studenten die onder leiding van deze mensen hun intelligentie kunnen richten op vragen die de grenzen van de kennis oprekken en zich mogen voorbereiden op een leven na de studie. De samenleving moet zulke mensen ondersteuning geven om hun intuïtie te volgen. Zij hoeven de concurrentie kracht van de Nederlandse economie niet te herstellen. Dat moeten anderen doen. Hun taak is het de investering, die de gemeenschap in hen pleegt, om te zetten in nieuwe richtingen van denken en in afgestudeerden die langs die richtingen kunnen denken. De gemeenschap plukt daar op lange termijn geweldige vruchten van. Een extreem voorbeeld is George Boole. In zijn publikatie “An investigation into the laws of thought” uit 1854 legde hij de basis voor de algebra van de enen en de nullen. Pas 80 jaar later werd daar, in de eerste digitale computers, iets bruikbaars mee gedaan. Het duurde daarna nog zo’n veertig jaar voordat de computer en daarmee Booles gedachtengoed een consumentenartikel werd. Een ander voorbeeld is de laser. Het onderliggende fysische verschijnsel werd al in 1917 beschreven door Einstein. Het duurde tot 1960 voor de eerste laser werd gebouwd. Pas in het midden van de jaren tachtig vond de doorbraak naar de consumentenmarkt plaats met de Compact Disk.

De tweede groep bestaat uit ‘prospectors’ of gidsen. Dat zijn mensen die met beide benen in de praktijk staan én weten waar de grenzen van de kennis liggen. Zij wéten waar die grenzen moeten worden opgerekt en kunnen gebieden afbakenen, waarbinnen nieuwe kennis moet worden gezocht die nodig is om de maatschappelijke problemen, die op ons af komen, aan te kunnen. Binnen die gebieden wordt de nieuwsgierigheid van de onderzoeker gericht vanuit die problemen. Daarbuiten is het domein van de vòrser, die zijn eigen richting zoekt. Aan het ontwikkelen van een corps van prospectors is in Nederland nooit iets gedaan. Een organisatie van waaruit zulke prospectors paden kunnen uitzetten tussen praktijk en wetenschap, is er niet. De universiteit zou zo’n organisatie moeten zijn.

De Nederlandse universiteit is zo’n organisatie niet. Onze universiteiten worden bevolkt door een grote groep onderzoekers, die goed zijn in onderzoek en een behoorlijke kennis hebben van hun gebied, maar de richtinggevende spiritualiteit missen die hen het pad wijst naar doorbraken die hun onderzoeksveld in één klap een andere dimensie kan geven. Die onderzoekers doen liever onderzoek dan dat zij onderwijs geven. Zij zijn tevreden met hun salaris en de voorzieningen voor het onderzoek. Tegelijkertijd kampt de Nederlandse samenleving met een kennisinfrastructuur waar jaarlijks miljarden in wordt geïnvesteerd, maar die te weinig tegenwaarde oplevert. De universiteiten maken het grootste deel uit van die kennisinfrastructuur en schieten kennelijk tekort.

Daar zijn oorzaken voor. Eén is dat de overheid het zicht lijkt te zijn verloren op de betekenis van universiteiten voor de lange termijn gezondheid van onze samenleving. In plaats van die helder te maken en te versterken hebben ze de universiteiten ‘gedemocratiseerd’ en vervolgens gedwongen mee te dingen naar de korte termijn gunsten van de industrie. In plaats van de vòrsers te koesteren en een strategische plaats in te ruimen voor prospectors, heeft de overheid de derde geldstroom tot regulerend mechanisme verklaard. Ooit (in 1932) is TNO opgericht met als taak: “te bevorderen dat het toegepast natuurwetenschappelijke onderzoek op de doelmatigste wijze dienstbaar wordt gemaakt aan het algemeen belang”. Nu concurreert de universiteit met TNO.

De resultaten zijn ernaar. Hoogleraren moeten èn onderwijs geven èn onderzoek begeleiden èn bestuurlijke en bureaucratische taken van de faculteit vervullen èn acquisitie doen om de derde geldstroom af te tappen èn het financiële beheer van hun eigen faculteit regelen èn al het overleg voeren dat het gevolg is van de onduidelijkheid die de overheid heeft gecreëerd. En dat terwijl de ene fundamentele reorganisatie van het hoger onderwijs de andere opvolgt. En dan zijn er ook nog die ministers moeten adviseren en optreden voor radio en televisie. Het is een wonder dat er nog studenten afstuderen. Wij denken dat dat komt omdat de studenten willen afstuderen, want daarvoor kwamen ze tenslotte naar de universiteit.

En de resultaten zijn niet beperkt gebleven tot de universiteiten. In plaats van zich te concentreren op het ontwikkelen van nieuwe kennis waarmee de problemen van over vijf tot tien jaar kunnen worden opgelost, richten universiteiten zich op de termijn van 1 tot vijf jaar. Daarmee gaan ze direct in concurrentie met innovatieve high tech bedrijven. In plaats van de motor achter het mobiliseren van kennis te zijn vormen ze een rem op de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid.

Wat kan gedaan worden om de situatie te verbeteren. In z’n meest radicale vorm het volgende. Herstel het primaat van de opleiding aan de universiteit. Schaf de derde geldstroom af en versterk de tweede. Financier die geheel met gemeenschapsgelden. Sluit lange termijn contracten af tussen de financier van de tweede geldstroom en de universiteiten op basis van onderzoeksplannen die zijn gebaseerd op het werk van de prospectors. Stel ruim middelen ter beschikking voor de vòrsers. Laat de internationale wetenschappelijke gemeenschap mede bepalen wie daar toe behoort. Haal al het onder-zoek dat niet duidelijk bijdraagt aan de kwaliteit van de opleiding weg van de universiteiten. Sluit universiteiten die niet voldoen aan de eisen van een goede opleiding of die liever onderzoek doen dan opleiding geven.

Aanvulling 5 augustus 2010
Passend bij deze draag is het verschil tussen believers en mensen die ergens in geloven. Op foodlog ontstond een discussie over de definitie van believer en het verschil tussen een believer en iemand die ergens in geloofd. Een kort F4I stukje heb ik net geplaatst onder de titel “Het verschil tussen believers en ergens in geloven

Aanvulling 20 november 2010
Goed stuk van Grahame Lock in de Groene Amsterdammer. Veerman heeft ongelijk wat mij betreft.

Geen Innovatie zonder Motivatie!

“Geen innovatie zonder motivatie” is het pamflet van Ronald Van Raak (SP, zoals jullie inmiddels weten niet echt mijn politieke kleur). Ik had het een tijdje geleden al gelezen, maar zonet verwees Guus Loehlefink op #CoT nogmaals naar een link in de discussie met de titel “Innovatieplatform is mislukt”. Ronald doet zijn achternaam eer aan. Zijn pamflet is raak. Lees het pamflet hier nogmaals op de SP site na. Hieronder enkele citaten uit het betreffende stuk die mij wel aanspreken:

De activiteiten van het Innovatieplatform zullen de gewenste nieuwe gouden eeuw niet dichterbij brengen. Niet in de wetenschappen, maar ook niet in de economie. Het tegendeel zal eerder het geval zijn: vernieuwingen in het bedrijfsleven en in de publieke sector worden juist beperkt. Bestaande tendenties als minder academische vorming in het hoger onderwijs en een afnemende onafhankelijkheid van het wetenschappelijk onderzoek zullen worden versterkt. Een innovatieve samenleving is niet mogelijk zonder gemotiveerde mensen. Herstel van de institutionele trots in bedrijven, overheden en scholen is een eerste voorwaarde om bange ondernemers, wantrouwende ambtenaren, gebonden onderzoekers en calculerende studenten te motiveren tot innovatie.

Ik deel deze stelling in eerste instantie gaat het om motivatie en de inzet van talent. En motivatie zou wat mij betreft moeten gaan om intrinsieke motivatie. Ondernemerschap en de bijbehorende trots zijn daarnaast ook belangrijk om een echte innoverende samenleving te creeeren.
……

Zoals het mislukken van de in 2000 opgestelde Lissabon-agenda, die Europa in 2010 zou moeten omvormen tot de meest competatieve en dynamische kenniseconomie in de wereld. Veel kritiek is er ook op de weinig innovatieve samenstelling van het Innovatieplatform, dat in de beste poldertraditie weer veel oude gezichten uit de politiek, de publieke sector en het bedrijfsleven bij elkaar heeft gebracht.

Ik die altijd wat lachering over “kenniseconomie” en de lissabon criteria. Indicatoren als R&D als % van BNP zeggen helemaal niets over innovatievermogen. Ook ben ik voor een innovatiemaatschappij (want deze levert geld op) en niet voor een kennismaatschappij (want deze kost geld).
……

Het louter commerciële karakter van innovatie komt ook tot uitdrukking in de definitie die wordt gehanteerd door de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid, die innovatie omschrijft als ‘het met succes naar de markt brengen van nieuwe, verbeterde, of meer concurrerende producten, processen, diensten of organisatievormen. Maatschappelijk nut wordt hier opgevat in termen van commerciële meerwaarde. Terecht merkt de Adviesraad op dat innovatie niet hetzelfde is als inventie, of het bedenken van iets nieuws. Door deze definitie te kiezen worden veel problemen uit de weg gegaan, zoals de vraag hoe in een samenleving de te vermarkten vernieuwingen het beste tot stand worden gebracht.

Dit is een lastige, ook ik maar expliciet onderscheid tussen innovatie en inventie (zie ook definities). Maar innovatie kan ook gaan om het maatschappelijk of sociale effect van de inventie wat mij betreft.
……

In Trouw stelde hij vast dat ondernemers creatiever moeten worden en meer lef moeten tonen. ‘Ondernemerschap en het nemen van risico’s zit niet zo ingebakken in onze cultuur’, meldde ook staatssecretaris Van Gennip aan de Tweede Kamer.

Tja, dat is spijtig genoeg waar. Bij ons vragen potentiele ondernemers vaak naar ‘hun pensioen’, dan weet ik al voldoende. De zekerheid blijft belangrijk.
……

Dat nu subsidie wordt gegeven aan de meest veelbelovende bedrijven lijkt op het eerste gezicht een investering in succes. Maar als deze sectoren zo succesvol zijn, waarom is dan overheidssteun noodzakelijk? Het is een onbewezen aanname dat juist de grootste bedrijven het meest innovatief zijn. Veel is ook te zeggen voor steun aan nieuwe en kleine ondernemingen

Dit is een lastige. Ik ben gedeeltelijk voor het suporten van een beperkt aantal sectoren. Sectoren die passen in een lange termijn strategie (b.v. verduurzaming). Ik vind echter ook dat grote en sterke bedrijven zelf hun broek op zouden moeten kunnen houden. Support high-tech MKB is beter, en geef grote bedrijven een subsidieplatform.
……

In debatten over innovatie wordt vaak gesproken over de zogenaamde ‘kennisparadox’, d.i. het verschijnsel dat in Nederland relatief weinig van de aan universiteiten en onderzoeksinstituten ontwikkelde kennis commercieel wordt toegepast. Het is echter de vraag of dit in de eerste plaats is toe te schrijven aan de universiteiten, of veel meer aan het gebrek aan ondernemingszin bij bedrijven en overheden.

Dit is natuurlijk een waarheid als een koe. De Valley of Death overbruggen is de grootste uitdaging. En hier ligt de taak van ondernemers (en niet van universiteiten. Ik heb zelf niets met ‘ondernemende universiteiten’).
……

Ook in het universitaire onderzoek heeft de markt al volop haar intrede gedaan. Een snel toenemend aandeel van het academisch onderzoek wordt gedaan in opdracht van bedrijven en overheden. Tevens is er sprake van een enorme toename van het aantal bijzonder hoogleraren, die vaak ook inhoudelijk nauwe banden onderhouden met hun subsidieverleners. Het binnenhalen van externe opdrachten is een steeds belangrijker criterium waarop hoogleraren op dit moment worden afgerekend.

Klopt, het resultaat is kwalitatief en kwantitatief minder baanbrekend onderzoek. Mijn ideeen over de rol van de universiteiten heb ik duidelijk gemaakt in Nederland Innovatieland 3.0.
…..

Ook de politiek kan hier een grote rol spelen, door beter toezicht op sponsoring en derdegeldstromen, door meer te investeren in zuiver wetenschappelijk onderzoek en hoger onderwijs en door het optuigen van een toegankelijk stelsel van studiefinanciering.

Hier wordt ook in de #CoT brief aan de informateur naar verwezen. Ook pamflet in de maak rondom #NLI30 gaat hier over.

Aanvulling 10 augustus 2010:
Over motivatie, en vooral de rol van beloning op motivatie, is een leuk filmpje gemaakt.

Jean-Paul Close in het zonnetje gezet (Stad van Morgen)

Jean-Paul Close heb ik leren kennen via #Cot (Innovatie 2.0 – Community of Talents); hij is oprichter en initiator van De stad van Morgen. Binnen de Stad van Morgen probeert Jean-Paul via het 4x winst model onze maatschappij te verduurzamen, waarbij het dienstbaar multidimensioneel ondernemerschap centraal staat.

Ondanks dat ik soms vind dat Jean-Paul Close wat ’te’ holistisch is en soms een beetje teveel wilt gaan zweven (al zegt dat vast veel meer over mijzelf 🙂 , zie ook mijn eerder stuk over emergentie versus reductionisme), heb ik heel veel respect voor Jean-Paul en zijn initiatief, en vandaar dat ik vandaag hem in het zonnetje wil zetten. Zelf ben ik overigens ook een ‘holist’ (emergentie), ook ik geloof immers dat het geheel niet verklaard kan worden door de som-der-dingen alleen, maar met ’te’ holistisch bedoel ik dat je ook concreetheid kunt verliezen. Jean-Paul probeert zijn ideeën op een positieve manier te delen met derden, en daarmee inspireert hij zeker. Wat mij persoonlijk bevalt is dat ook Jean-Close ondernemerschap en duurzaamheid centraal zet (en niet ‘de overheid’).

Binnen de “Stad van Morgen” introduceren hij een transformatieproject voor ondernemingen en de maatschappij “van binnen naar buiten”. Jean-Paul en zijn collega’s weten niet waar ze beginnen, en ook niet waar ze eindigen. Jean-Paul werkt hierin samen met:
– Herman Wijffels – Oud CEO Rabobank, Oud VN Wereldbank,
– Prof. Paul de Blot – Hoogleraar Business Spiritualiteit
– Jan H. Mattsson – CEO ValuesOnline

Recent heeft Jean-Paul een lezing gegeven bij de gemeente Eindhoven met de titel “De Angst voor de Ander”. Neem even 15 minuten om naar zijn lezing te kijken en luisteren. Een mooi verhaal over (bedrijfs-)cultuur en vooral een mooi verhaal over de persoonlijke ervaringen van Jean-Paul.

Innovatie in de Praktijk – Pascalisatie

Sinds 1998 ben ik bezig met pascalisatie (HPP, High Pressure Processing). De laatste jaren richt ik me voornamelijk op productontwikkeling en productlanceringen. Samen met JuicyLine beheren we sinds bijna twee jaar de eerste fabriek in Nederland. Inmiddels draaien we bijna 20 uur per dag, 6 dagen per week. Sappen en Smoothies worden o.a. verkocht in Frankrijk (Carrefour) **. Daarnaast hebben we tientallen andere producten ontwikkeld (o.a. GreenJuice), en zullen in de loop van dit jaar ook de eerste A-merk producten op de markt komen.

In februari hebben we een leuke “sapdag” gehad, waarbij we samen het verschil tussen een gewoon sap, een concentratensap en een gepascaliseerd sap hebben geproefd. Een paar weken geleden was ik in Zweden bij onze partner Avure. Een kort filmpje staat hieronder. Ook hebben we een paar weken geleden een fantastische klantendag gehad in Monster bij Koppert Cress (Rob Baan). Onder de leiding van onze partner en pascalisatie ambasadeur Moshik Roth (’t Brouwerskolkje) hebben we zitten proeven en inspireren! En zoals het er nu uitziet (details kan ik nog niet delen 🙂 ), hebben we ook een leuk evenement tijdens Sail Amsterdam.

Samen met onze partners gaan we nu een tweede productielijn installeren en beginnen met kant-en-klaarmaaltijden, enkele andere relaties hebben plannen om met de kerst met iets bijzonders te komen (daar kan ik nu nog niet over praten). Ons zakelijk model is een beetje afgekeken vanuit de ICT, we hebben een zg toll-manufactering (loonwerk) bedrijf gemaakt, waarbij derden op basis van een vergoeding per dag, per uur of per product een behandeling kunnen komen uitvoeren, zonder dat er een grote investering gedaan hoeft te worden. Open Source dus. Uiteraard geeft TOP b.v. bij de productonwikkeling (verpakking, microbiologie, enzymatische aspecten, recepturen, kostprijsberekeningen, etc.) alle ondersteuning om ook snel succesvol te kunnen zijn. De wereldkennis over pascalisatie / HPP hebben we immers geconcentreerd bij ons in Wageningen.

Wat is de toekomst van pascalisatie? Ik denk dat dit de komende drie jaar een enorme vlucht gaat maken in Noord Europa. Wij verwachten binnen nu en enkele jaren ongeveer vijf productielijnen geïnstalleerd te hebben. Daarnaast gaan we nu ook aan de slag met hogedruk sterilisatie (PATS, zie ook een eerder stukje hier op F4I). Samen met Ludo van Schepdael, Hans Hoogland, ben ik uitvinder van dit proces, en heb samen met Ludo een eerste pilot-lijn bedacht en geïnstalleerd. Spijtige genoeg heeft WUR niet de visie en niet de competentie om hier werkelijk slagen in te kunnen gaan maken. We gaan het daarom maar zelf doen! U hoort nog van ons.

** En waarom niet in Nederland? Simpel, onze supers willen alleen goedkoop, en hebben geen cent meer over voor een premium prijs. Pascalisatie is ongeveer 25-35 cent per liter duurder (verssap kost ongeveer 1,20 inkoopprijs super). Tja, gratis een dergelijke behandeling uitvoeren kan dus niet.

Zeg het Tim Berners-Lee en Ton Zijlstra na: Raw Data Now!

Ton Zijlstra van interdependend thoughts is een ambasadeur van open data (zie zijn post van zijn eigen blog hieronder). Nog specifieker hij staat voor Open Raw Data. Ik deel zijn oproep 100%, alle ruwe data (mits niet privacy gevoelig) door de maatschappij (=overheid en overheidsorganisaties) zouden volledige vrij en gratis beschikbaar moeten zijn. Deze oproep lijkt op die van Herbert Blankenstein over de publieke omroep, en van mij zelf in het kader van Nederland Innovatieland 3.0.

Ton Zijlstrazie zijn slides op slideshare-werkt aan projecten rondom open data en open raw data, zijn stelling is dat alle data van onze overheid volledig gratis en voor niets op het web gezet zou moeten worden. Dus alle data van het kadaster, die van CBS, CBP en alle andere overheidsorganisaties. Zelf vind ik dat alle onderzoeksrapportages van TNO en WUR en alle onderzoeken doe door onze overheid zijn uitbesteed bij derden (als opdracht) ook volledig geopenbaard moeten worden (#NLI30). Herbert vindt dat we alle programma’s die door de publieke omroep zijn gemaakt met belastingcenten vrij op het web gezet moeten worden, zodat we kunnen kijken wanneer wij dat willen.

In alle gevallen volgen we een heel simpel principe. Van reeds door de maatschappij/overheid betaalde informatie en (ruwe) data betekent dat deze ook het eigendom is van de maatschappij. En eigendom van de maatschapppij betekent dat de informatie en data ook gratis beschikbaar moeten zijn voor prive personen, bedrijven en organisaties. Deze laatste groep mag hiermee dan doen wat ze willen.


Zeg het voort : Open Data & Raw Data Now!

http://video.ted.com/assets/player/swf/EmbedPlayer.swf

Open Data Nederland
Zou het niet prachtig zijn als we al publieke overheidsinformatie en databestanden als burgers op een effectievere manier kunnen benaderen? Zodat we er vervolgens toepassingen bij kunnen maken die voor onszelf en anderen nuttig en bruikbaar zijn? Dat is de achtergrond van een gepassioneerd verhaal als dat van Hans Rosling tot tweemaal op de TED conferentie hield (video 1, video 2), dat hij vervolgens op Gapminder vorm gaf. Dat is ook de reden dat de Britse overheid de site Show Us a Better Way in het leven riep, om ideeën te verzamelen rond hergebruik van overheidsdata. We hebben tenslotte zelf betaald voor het verzamelen van de gegevens, en ze zijn openbaar, dus waarom kunnen we er niet zelf ook op een nuttige manier gebruik van maken?

Dat zou inderdaad prachtig zijn, en daarom heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken mij en James Burke van Lifesized gevraagd in de komende 3 maanden enkele aansprekende voorbeelden van overheidsdata op een verantwoorde manier te ontsluiten voor het bredere publiek (met een API, eenvoudige tools, en goede voorbeelden). Tegelijkertijd brengen we het Nederlandse ‘landschap’ van mogelijk te ontsluiten databronnen bij de overheid, de daarbij betrokken overheden en personen, in kaart, samen met de ideeën, wensen en behoeften die er over data-ontsluiting al onder de burgers leven. Ook komt er een handreiking voor ambtenaren over hoe overheidsinformatie op een goede manier kan worden ontsloten. Dit alles in het kader van het bredere programma Open Overheid.

Wat zou jij willen dat er aan gegevens beschikbaar was, zodat je die kunt hergebruiken in je eigen mash-ups? Of wat zijn toepassingen die je graag zou zien, waarvoor openbare gegevens van de overheid bruikbaar zijn, als ze maar in het juiste format beschikbaar waren? Welke ideeën heb je zelf over hoe overheidsdata beter gebruikt kan worden? Welke voorbeelden ken je al die je erg aanspreken? Dat zou ik graag van je horen. Ik hoop namelijk dat we ook zichtbaar kunnen maken dat er wel degelijk behoefte is aan goed toegankelijke databronnen bij de overheid.

Heb je zelf tips, ideeën, of opmerkingen bij dit project? Laat het me dan vooral horen! Reageer op deze blogposting, of stuur me een e-mail.

3 reacties hier en 0 reacties elders | permalink
(door Ton Zijlstra op January 13, 2009 11:16 AM)

Nederland Innovatieland 3.0 – Introductie (deel 1)

Afgelopen november heb ik enkele stukken -het gaan er uiteindelijk 9 worden- geschreven over innovatiemanagement. In 2009 heb ik meerdere lezingen gegeven over dit onderwerp en specifiek ben ik ingegaan op het innovatiebeleid in Nederland. Ook wordt sinds bijna twee jaar de discussie (en oplossingen!) op de LinkedIn groep Innovatie 2.0-Community of Talents gevoerd (#CoT) ).

Ik ben over het huidige beleid namelijk niet zo tevreden (al gaan er zaken heus wel goed; het is niet allemaal slecht). Ook ben ik behoorlijk kritisch over de rol van TNO, DLO/WUR (link1 en link2) en de manier waarop vele universiteiten de ‘ondernemende universiteit’ uithangen. Ook zijn inmiddels de brede heroverweging van de ambtelijke werkgroepen met hun rapportages gepubliceerd (8. innovatie en onderzoek). Met pasen gaf ik aan daar nog op te willen reageren, maar ik heb nog geen tijd gehad om een stukje te schrijven.

De vraag is natuurlijk wat dan het alternatief is. Het alternatief is in mijn ogen een concept wat ik noem Nederland Innovatieland 3.0. De essentie is dat ik sterk onderscheid maak tussen innoveren en tussen het doen van onderzoek. Dit zijn verschillende takken van sport (zie link). In een van de volgende delen ga ik uitvoerig in op dit concept.

Laten we nu eerst eens bekijken hoe de huidige situatie in financiële termen in elkaar zit. Onderstaand plaatje komt uit een rapport “Nederland 2020, terug in de top 5” van het Innovatieplaform. Het Innovatieplatform heeft enkele goede rapportges gemaakt, maar verder niet zo heel veel gepresteerd (lees ook het boek van Frans NautaHet innovatieplaform“, als de helft waar is, dan is dat al schokkend)

Het is kortom een behoorlijk complex landschap waar heel veel geld in omgaat. Het zou interessant zijn om ook in dit plaatje alle decentrale initiatieven van provincies en gemeenten in kaart te brengen. Vandaag stond in de NRC een kritisch stuk over het innovatiebeleid in Nederland. Een van de grotere problemen die ik zie, is dat we teveel een polder-maatschappij hebben gericht op de middenmoot, en dat we te weinig durven te kiezen. Gevestigde belangen (TNO, DLO, Universiteiten, Philips, Unilever, Shell) hebben een heel grote vinger in de pap (zie ook de tabel hieronder over de financiering van de grotere kennisinstellingen in NL. **). Daar tegenover staan veel politici en beleidsambtenaren wiens kennisniveau rondom innovatiemanagement niet al te groot is (en voor deze groep mensen heb ik dus de serie over innovatiemanagement geschreven).

Een volgende keer ga ik als onderdeel van deze serie schrijven over:
Nederland Innovatieland 3.0 (ik wil een innovatieland en niet een kenniseconomie)
– Een reactie geven op de brede heroverweging
– Waarom ik van mening ben dat in onze nieuwe maatschappij TNO en DLO een beperkte rol hebben.
– Het belang van design doing (Harold van Garderen : practice what you preach)
– Waarom innovatie meestal van buiten komt

** ik twijfel over de correctheid van deze cijfers. in de praktijk worden semantische spelletjes gespeeld, subsidies worden bijvoorbeeld meegeteld bij inkomsten vanuit de Markt. Voor TNO ziet de begroting er ruwweg als volgt uit (1) 200 miljoen directe middelen, (2) 200 miljoen subsidies (EU, EZ, regio), (3) 100 miljoen via opdrachten overheid, (4) 100 miljoen via opdrachten vanuit het bedrijfsleven. De inkomsten van WU (lees ook het artikel in de Resource – DLO en Markt & het artikel Wagenigen zinkt) zijn als volgt:

Aanvulling d.d. 5 mei 2010
Zie ook de lopende discussies op linkedin (link1, artikel NRC & link2, discussie WdH) en lees ook het artikel van Ronald van Raak (SP, niet mijn persoonlijke kleur) eens na. In het stuk van Raak staan een paar zeer goede opmerkingen, die zeker ook relevant zijn voor Nederland innovatieland 3.0.

Aanvulling d.d. 7 mei 2010
Op pagina 5 van de discussie over het NRC artikel staat een lange reactie van mij:

Nederland Innovatieland 3.0 *
– we gaan weer onderscheid maken tussen innovatie (iets nieuws succesvol op de markt zetten) en onderzoek (analyseren hoe iets in elkaar zit). Innovatie is een taak van ondernemers en bedrijven. ******
– economisch gezien heb ik liever een innovatie-land (levert geld en werkgelegenheid op) dan een kennisland (want kost vooral geld). Let wel, minder dan 5% van de kennis komt uit NL, de rest uit de rest van de wereld. Jan Wouter geeft terecht aan dat er verschillende arena’s zijn. **
– Liever search dan research. Het wiel opnieuw uitvinden is (maatschappelijk en zakelijk) dom.
– Universiteiten gaan stoppen met derde geldstroom onderzoek. Eerste en tweede geldstromen worden weer groter. Universiteiten gaan zich alleen richten op (1) fundamenteel onderzoek, (2) excellent onderwijs. Universiteiten sluiten alle advies, consultancy, ontwerp en ontwikkelings BV’s en stichtingen. Of markt OF privaat.
– al het door de maatschappij betaalde onderzoek wordt 100% weer vrij gegeven aan de maatschappij. Kortom publicatieplicht (en graag opensource, pdfje op het net). Geheimhouding is er niet meer bij.
– Octrooien van universiteiten worden openbaar geveild (taak voor agentschapNL), 30% van de opbrengst is voor de universiteit, de rest is voor de maatschappij.
– Kennisinstellingen (TNO ***, DLO) gaan 100% privaat ZONDER basisfinanciering van de overheid. (uitgezonderd de onderdelen met een 100% maatschappelijke functie).
– we gaan kennis en innovatie als een ‘markt’ zien (uitgezonderd onze universiteiten). Het creëren van een level playing field is daarbij essentieel. Lees vooral Cie Cohen “markt en Overheid”. hybride organisaties zijn two-face monsters ****
– Onderzoeksopdrachten die de overheid uitgevoerd wil zien worden, worden openbaar aanbesteed (onderzoek is nu nog uitgesloten van Europese aanbestedingsregels). En dat geldt dan ook voor LNV 🙂 *****
– elk bedrijf (groot of klein) krijgt een subsidieplafon van bijvoorbeeld maximaal 3.000.000 per jaar.
– Veel kleine projecten i.p.v. een paar grote. Liever 10x 500k dan 1x 5.000k.
Vervolg …..
– meer lenen en minder geven (=subsidie). Een lening die omgezet wordt in een gift bij het behalen van doelen is ook mogelijk. En graag concrete tastbare doelen (papier is (te) geduldig).
– Overheden gaan meer als (risiconemende) launching costumer optreden. (zie ook de discussie hier op linkedin van een jaar gelden).
– Grote innovatiepatforms e.d, lopen m.b.t. thema’s altijd achter de feiten aan. Innovatie is per definitie een ongrijpbaar en onstuurbaar proces (vergelijk het met de biologie en Darwin; “de best aangepaste overleeft”).
– We gaan over tot 1 centrale subsidie-instantie (AgentschapNL). Nederland is klein (en een grote regio), subsidiesverstrekken is een specialisme. Gemeentes en provincies gaan dus stoppen met deze activiteiten (of besteden het proces volledig uit bij AgentschapNL).
– We gaan ons realiseren dat de kennis nu in de maatschappij zit. Experts zitten bij bedrijven, en al lang niet meer per definitie bij universiteiten en kennisinstellingen. (zie ook een eerder discussie hier op linkedin).
– Design Doing. Practice what you preach (met dank aan Harold)
– de situatie van de kennis en innovatiesector is vergelijkbaar met die van de publieke omroepen. Op papier ziet het er leuk en vriendelijk uit, in de praktijk werkt het totaal niet. *******

Een volledig pamflet is in de maak. Het roer moet om!

* http://wdeheij.blogspot.com/2010/05/nederand-innovatieland-30-introductie.html
** http://www.managementboek.nl/boek/9789027423351/innoveren_-_begrippen_praktijk_perspectieven_theo_groen
*** http://wdeheij.blogspot.com/2009/10/de-kapper-en-tno.html
**** http://www.hybrideorganisaties.nl/publications/overzicht-discussie-markt-en-overheid
***** LNV kan overigens wat mij betreft worden opgeheven.
****** http://wdeheij.blogspot.com/2010/03/waarom-het-ene-onderzoek-niet-het.html
******* http://wdeheij.blogspot.com/2010/01/herbert-blankesteijn-in-het-zonnetje.html

Waarom het ene onderzoek niet het andere is.

Lees ook deel1, deel2, deel3, deel9 en deel10 van de serie over Innovatiemanagement.

In de conclusies van de serie over innovatiemanagement toonde ik de een slide die duidelijk maakt dat onderzoek, ontwikkeling en innovatie drie verschillende takken van sport zijn. Ondanks dat velen denken dat onderzoek doen risicovol is, ben ik van mening dat in Europa/Nederland de activiteit onderzoek vanuit (financieel) management optiek risicoloos is. De toelichting op deze stelling is simpel. Het lukt vrijwel altijd om onderzoek te subsidiëren via de overheid. Universiteiten krijgen zelfs 100% van hun kosten vergoed via eerste en tweede geldstromen. Bedrijven in Nederland kunnen een beroep doen op potjes van AgentschapNL en kunnen belastingaftrek krijgen via de WBSO. Onderzoek is immers een inspanning waar geen vooraf beloofd inhoudelijk resultaat gegeven wordt (wel kan er een afspraak gemaakt worden over de vorm : een rapport of promotieboekje). Samengevat: Onderzoek = inspanning.

Gisteren schreef ik op Foodlog een wat felle reactie. Waarom? Het ene onderzoek is het andere niet. We hebben beschrijvende onderzoeken, waarbij een fenomeen wordt bekeken en het resultaat in een ‘grafiekje’ kan worden gezet. Of er causaliteit is of niet is dan niet relevant. Veel van het toegepast onderzoek is ‘beschrijvend’. Daarnaast heb je fundamenteel onderzoek. In mijn ogen begint dat altijd met hypothese-vorming “hoe zou fenomeen x of y in elkaar kunnen zitten”, daarna wordt een experiment opgezet om de hypothese te toetsen. De essentie van fundamenteel onderzoek is dat het een zoektocht is naar onderliggende mechanismen. Weten hoe de correlaties zijn is niet voldoende, weten waarom er een correlatie is, daar gaat het om. Ik verwacht van onze universiteiten dat ze zich focussen op fundamenteel onderzoek. Beschrijvend onderzoek, laat staan ontwikkeling of innovatie hoort niet thuis aan universiteiten.

Lees mijn -wellicht weinig genuanceerde stukken- over innovatie en voeding er nog maar op na (link1 en link2) . En natuurlijk mijn visie over Nederland Innovatieland 3.0.

Ontwikkeling wordt door sommige vertaald als ‘engineering’ en dus gemakkelijk. Ik verwerp deze stelling volledig. Mijn stelling is dat een echt nieuwe (disruptieve) ontwikkeling (inclusief ontwerp en bouw van een pilot of 0-serie), juist heel risicovol is. Er zitten veel ontwerp risico’s in de nieuwe ontwikkeling en daarom is een hoog kennispositie zo essentieel. Een prototype kan al snel honderdduizenden euro’s kosten, terwijl er geen klanten zijn voor een dergelijk prototype. Wie investeert er dan in deze vaste kosten? Daarnaast is de tastbaarheid van succes erg groot. Het werkt of het werkt niet. Tijd en materiaal begroten is lastig. En vaak komt het voor dat je achteraf vele uren extra inzet moet bekostigen om het werkend te maken. Dit is overigens een van de redenen waarom grote infrastructurele projecten zo vreselijk financieel uit de klauwen lopen. De noord-zuid lijn in Amsterdam moet er nu gewoon komen, en het project is pas succesvol als de metro’s rijden. Half zwanger bestaat niet.

De rol van de overheid is ook bijzonder bij ontwikkelprojecten. In de rol van launching customer (zie ook CoT link1 en Link2) accepteert ook de overheid geen falen, en bij aanbestedingen worden risico’s bij ‘aannemer’ gelegd terwijl deze ‘aannemer’ wel op basis van prijs wordt gekozen. Tja dat kan natuurlijk niet. Wat je ook ziet is dat subsidie-percentage’s lager worden voor ontwikkeling. Gek, want het managementrisico neemt nu juist enorm toe (ontwikkeling = resultaat verplichting). Hierboven staat een plaatje dat ik regelmatig laat zien. Van een typisch project nemen de kosten exponentieel toe naar mate je dichter op de markt zit; tevens nemen subsidiepercentages af. Het resultaat is dat de risico’s toenemen. Daarom wordt er nu zo weinig echt geinnoveerd. Dit wordt dan ook de Valley of Death genoemd. Hoe overbrug je dit? Op een later moment meer hierover.

Aanvulling 7 maart 2010
Zonet zijn er een paar interessante opmerkingen op Foodlog geplaatst:

Fuego Negro
De laatste zin vindt u grappig? Ik noem dat transparantie. Ik denk dat dat verplicht moet zijn. Zou uw mening over de studie die zegt dat Aspirine het risico van hartziektes verlaagt anders zijn als u weet dat die financieel mogelijk gemaakt is door Bayer?

….. ……

Wouter de Heij
Fuego haalt een goed punt aan. Ik vind dat het verplicht zou moeten zijn om bij elk onderzoek bekend te maken wie de financiers of sponsoren zijn. Mocht er bijvoorbeeld een combinatie zijn tussen EU geld en een bijdrage van PT, dan verwacht ik dat duidelijk op internet, in het proefschrift en op persberichten een bijsluiter staat “dit onderzoek is voor 50% mogelijk gemaakt door de EU en voor 50% door PT”. Een dergelijk verplichting zou er moeten zijn voor alle door de overheid betaalde universiteiten en kennisinstellingen (en overige relevante hybride organisaties). Voor Banken is een bijsluiter inmiddels verplicht; nu nog voor kennisaanbieders. Insiders weten dat er spraken is van een grote mate van wildgroei.

Dan ze ik zelf geen verschil tussen Bayer en een productschap. Ook een productschap heeft maar een doel; meer verkoop van de producten van haar achterban. In dat opzicht geloof ik niet in het verschil tussen een ‘groot en boos privaat bedrijf’ versus een “non-profit” stichting zoals het productschap.

Hoe ouder ik wordt, des te meer ik ervan overtuigd ben, dat onze universiteiten helemaal geen gesponsord onderzoek zouden moeten doen. Wat mij betreft alleen 1ste en 2de geldstroom en een maximalisatie van derde geldstroomonderzoek (tot bijvoorbeeld max 5 a 10% van de totale omzet). Het is tegenwoordig zelfs voor insiders niet meer te zien of onderzoek onafhankelijk is of niet. In mijn visie van Nederland Innovatie Land 3.0 is dit een belangrijk thema.

…. …..

lizet kruyff
WouterdeH: eens, de sponsoren zouden bekend moeten zijn, maar dat maakt een onderzoek nog niet per definitie onafhankelijk. Ik zou zeer verbaasd geweest zijn als uit dit onderzoek was gebleken dat biefstuk ons zou behoeden voor beroertes.
Dit onderwerp keert regelmatig terug in onderzoeksland. Hoeveel hoogleraren hebben dubbelbedrukte visitekaartjes? In Duitsland is er meer duidelijkheid, daar heb/had je het Instituut IN de universiteit = onafhankelijk, en het Instituut AAN de universiteit = commercieel. Wageningen heeft dat wsch. ook wel maar minder duidelijk benoemd? En TNO fietst daar tussendoor?

dick veerman
Mag het hier iets minder hijgerig? Onderzoek is altijd ingegeven door belangen. Per definitie. Ook individuele onafhankelijke wetenschappers hebben hun hang ups. Iedereen heeft die. Niemand gaat zonder idee een onderzoek in.

De spelregels zijn heel simpel:
– benoem de onderzoekshypothese en geef aan waarom die van belang zou kunnen zijn (dat geldt zowel voor onafhankelijk als comercieel geinspireerd onderzoek)
– als er sponsors zijn dan noem je die
– als belastinggeld de sponsor is, dan mogen we weten wie het onderzoek heeft gefiatteerd en op basis van welke argumenten (er zou van hetzlefde geld immer ook ander onderzoek kunnen worden gedaan)

Wouter de Heij
@ Lizet, klopt het zegt niets over onafhankelijkheid of kwaliteit. Aan de andere kant, wil ik graag de ‘afzender’ weten. De NRC heeft soms slechte stukken en in de Telegraaf staat soms ook kwaliteit. Dan is spijtig genoeg het aantal dubbele visitekaartjes in mijn ogen veel te groot (vooral in Twente overigens). Maar het ligt nog complexer; denk eens aan de zg bijzonder hoogleraren die volledige door een bedrijf worden betaald?

Neen wat mij betreft is er maar 1 mogelijkheid. Ontvlechten, helderheid en onafhankelijkheid. Het is in de laatste 15 jaar teveel een glijdende schaal gebleken. Organisaties met meer dan 15% bedrijfsinkomsten zouden privaat moeten zijn. Universiteiten moeten gewoon via de belasting worden betaald.

Bij Wageningen Universiteit & Research heb je de oud-DLO instituten (waren tot een paar maanden gelden BV; nu is het weer een stichting), die het ‘commerciële onderzoek doen’, maar ondertussen tientallen tot honderden miljoenen van LNV krijgen (A&F;, Alterra, ASG, LEI, …) en je hebt de Wageningen Universiteit (WU). Maar bij de WU is inmiddels ook 40% van de hoogleraren een zg bijzonder hoogleraar. Kortom voor buitenstanders volkomen in-transparant.

Mijn suggestie: (1) eerst de bijsluiter verplichten en een verbod op dubbele visitekaartjes (ook niet parttime), (2) dan DLO en andere AAN-instituten, loskoppelen van Universiteit (ontvlechten), (3) maximaliseren van door bedrijven betaald onderzoek aan Universiteiten. Universiteiten moeten in mijn beeld van Nederland Innovatieland 3.0 alles publiceren, aangeven wie hen betaald, en alle rechten altijd weer beschikbaar stellen aan de maatschappij (octrooi-aanvragen horen daar dus niet bij ….)

Dan je TNO opmerking. Sorry, TNO is 100% privaat, niets onafhankelijks aan. Wel krijgen ze nog 200 miljoen van EZ. Zolang bestuurders en ambtenaren geen onderzoek durven aan te besteden en de 2e kamer roept om “onderzoek door TNO” (i.p.v. ik wens onafhankelijk onderzoek), zolang blijft het gros van de onderzoeken diffuus.

En verder zouden we dit soort persberichten geen aandacht moeten gaan geven. Of ga je het eerste de beste persbericht van TOP b.v. ook hier op Foodlog plaatsen? Nee, toch!

Wouter de Heij
@ Dick, ik kan me vinden in je drie simpele spelregels. Dank.

Aanvulling 9 mei 2010
Er is weer eens een goede discussie op CoT over het innovatiebeleid. Bekijk vooral pagina 5 mijn opmerkingen over Nederland Innovatieland 3.0 en de pagina’s 6 en 7. Hierbij enkele quotes:

Wouter de Heij
@Nils Ondanks, dat ook ik je opmerking bovenaan deze pagina wel grappig vind, hoor je mij niet zeggen dat we een bezuiniging van 2 miljard kunnen inboeken. Ik ben niet principieel tegen door de overheid gefinancierd onderzoek, wel moeten alle resultaten terug gegeven worden aan de maatschappij. Daarnaast kan een overheid middels subsidies -mits generiek en geen specifieke partijen bevoordelen- wel sturen naar een gewenste maatschappelijke richting. Kortom ik pleit niet voor 100% afschaffing. Mijn adviezen heb ik op pagina 5 al gegeven; volledig afschaffen is niet wenselijk.

@Joris, gaarne geen reacties verwijderen. Lijnen worden dan niet meer leesbaar.

Nils
Ja Wouter, ik deel jouw mening in deze. Ik ben helemaal niet tegen flink investeren in onderzoek. Vooral niet in fundamenteel onderzoek. Ik heb tegen:
– monopolisering van de resultaten van dat onderzoek door de onderzoekers of instellingen (publiek gefinancierd is publiek eigendom)
– koppeling van dat onderzoek aan de marketing van de resultaten (valorisatie)
– grote hoeveelheden publieke middelen ter beschikking stellen aan universiteiten en kennisinstellingen om de private sector in de weg te zitten.

Kennisontwikkeling is naar mijn mening vooral een publieke zaak (helaas)
Kennisexploitatie is naar mijn mening typisch een private zaak
De twee zou ik ook graag losgekoppeld zien.

Ik ben ook ergens voor:
– excellent onderwijs, zowel voorbereidend als wetenschappelijk
– excellent onderzoek met als primair doel excellent en inspirerend onderwijs
– ruimte maken voor excellente ondernemers. De kwantiteit zegt helemaal niks het gaat om de kwaliteit. Nieuwe bedrijven halen te weinig resultaten, daarom worden ze niet gefinancierd.

Christine
Onderzoek is iets heel anders dan innovatie. Een probleem van het innovatieplatform was dat ze dat niet begrepen.

Nils
Ontwikkelen, prototypen, testen, dat zijn activiteiten die ik maar de “pre-concurrentiële fase” van het innovatietraject noem. Klanten zijn niet bekend, product/dienst is niet klaar, productbeleving kan niet geëmuleerd worden. Deze fase kan niet vergeleken worden met de concurrentiële fase, waarin het product of de dienst klaar is en verkocht moet worden.

In de pre-concurrentiële fase is tijd niet zo belangrijk. Het geld is meestal van publieke oorsprong en het resultaat moet iets zijn dat 10x mooier, beter, snelle, lichter, goedkoper of zuiniger is. In de cuncurrentiele fase is tijd alles. Je heb vanaf het eerste moment precies x maanden om van je product/dienst een succes te maken. Lukt dat niet dan keren klanten en investeerders zich van je af en faalt je bedrijf. Bij falen ben je alles kwijt.

Die twee fases spelen zich af in totaal verschillende werelden met verschillende wetten en verschillende spelers. Het is heel lastig voor 1 persoon om zich in beide werelden thuis te voelen. Daarom raak ik er zelf meer en meer van overtuigd dat die werelden ook beter gescheiden kunnen worden, met duidelijk afgebakende gebieden, waar hetzij het publieke belang prevaleert (pre-concurrentieel), of juist het private belang (concurrentieel).

Het loslaten door de publieke instellingen aan het eind van de pre-concurrentiële fase is het grootste probleem.

Herbert Blankesteijn in het zonnetje gezet (Als de omroep 2016 maar haalt, volkskrant 9 januari 2010)

In de Volkskrant van gisteren (op pagina 8, Forum) schrijft Herbert Blankesteijn over de publieke omroep. Ik volg Herbert via internet (en dus nu kranten) vanaf begin 2000, hij was o.a. reporter bij Planet Internet. Planet Internet was een vrij succesvolle internetkrant (met blog) waar KPN naar mijn mening te snel de stekker uit heeft getrokken. Mijn privé e-mail adres loopt overigens nog steeds via @planet.nl. Enfin, maar weer naar de werkelijke reden voor dit artikel.

Herbert is na tweeënhalf jaar leuren bij kranten in oktober afgelopen jaar gestart met een site genaamd videovolt.net. Via deze site is signaleert en recenseert hij video’s die op internet (legaal) zijn te bekijken. Niet alleen youtube filmpjes, maar ook series zoals South Park, optredens van U2 of documentaires van Michael Moore (o.a. Sicko en Slacker Uprising). Zijn artikel in de Volkskrant (zie link hier), gaat over de toekomst van de publieke omroep. Ik deel zijn mening en analyse volledig. Herbert schrijft ook in computerbladen; in het verleden schreef Herbert voor ComputerTotaal. Hij schrijft nog voor de NRC en komt regelmatig op BNR (Internet Vandaag).

“Wij consumenten willen uitzendingen bekijken op het moment dat we dat zelf willen”, en zo is het. Via uitzending gemist of via onze harddiskrecorder (ik heb sinds kort Canal Digitaal, met een 320 GB recorder. Kwaliteit is fantastisch). Er hoeft op internet inderdaad geen zendtijd meer verdeeld te worden. Het is daarom minder dan ooit nodig om de publieke omroep te laten bestaan uit een samenraapsel van belangenorganisaties. Er zijn op termijn alleen nog maar programma’s, als dat er geld beschikbaar wordt gesteld door de samenleving.

Ik denk dat we straks nog een publieke omroep hebben met maar een doel: Mooie unieke en bijzondere programma’s maken. Deze programma’s worden wellicht nog via de kabel en satelliet uitgezonden, maar worden parallel daaraan ook gestreamd op internet. Deze uitzendingen zijn immers ook al betaald via onze belastingcenten, dus ze zijn gewoon van de maatschappij. Graag ook maar gelijk even deze uitzendingen volledig advertentie vrij maken (=BBC model , =niet in competitie gaan met commerciele omroepen of kranten). Op termijn heb ik mijn harddiskrecorder niet eens meer nodig, internet gaat deze functie volledige invullen (kijk eens op Boxee). En de commerciële omroepen? Die mogen gewoon hun gang gaan, laat ze maar lekker in competitie gaan met de duizenden onafhankelijke video makers en schrijvers op internet. Maar wel zonder overheidsondersteuning. Prima toch?

Ook hier dus een tweedeling. Kwaliteit, niches en kleinschaligheid (maar ook maatschappelijk zeer relevante) programma’s worden advertentievrij door de overheid (= dus de maatschappij, wij) betaald gratis op internet gezet. Commerciele zoeken het zelf maar uit (kijk nog eens op What Would Google Do). En wat denken jullie? Dit lijkt heel erg op het beeld dat ik schets bij Nederland Innovatieland 3.0. De overheid betaalt alleen fundamenteel onderzoek aan universiteiten, deze universiteiten hebben de plicht om alles 100% op internet te zetten. Deze organisaties gaan daarnaast nooit in competitie met private spelers (Zie Markt & Overheid van Cohen). Daarnaast hebben we een private R&D en innovatie sector van private kennisbedrijven die het zelf maar moeten uitzoeken (LNV en EZ stoppen dus met directe financiering van resp WUR en TNO dat scheelt ongeveer een half miljard). Ontvlechten die hap :-).

Trek dit beeld nu eens door naar (1) de kranten, (b) de zorg, (c) scholen. Ik hoor het jullie al zeggen, “Wouter dat krijgen we USA toestanden, we creeeren een tweedeling hierdoor, dat willen we niet”. Hier ben ik nu totaal niet bang voor. Ik wil een tweedeling op uniekheid en/of maatschappelijk relevantie enerzijds, en markt daar waar dat prima kan. De zorg hebben we nu toch ook best aardig geregeld met onze basis-verzekering? Zelfs amerika gaat dit stelsel overnemen.

Josien Kapma in het zonnetje gezet (Guus.net)

Josien -web 2.0 pionier, melkveehouder in Portugal en WU’er – verdient een beetje extra aandacht. Sinds anderhalf jaar zet Josien Kapma zich in voor Guus.net, een community site voor het platteland. De insteek is anders dan bij Foodlog.nl, maar zeker niet minder interessant. Guus.net bundelt informatiestromen, probeert kennis te ontsluiten en verbind mensen. Josien heeft daarnaast nog een Guus.net blog, waar korte berichtjes worden achtergelaten. Verder doet Josien actief mee in discussies op Foodlog.nl en heeft ze een eigen twitter account: twitter.com/GuusNet. En ook andere media hebben Josien opgemerkt, zie alhier een verwijzing naar een artikel op boerderij.nl. Ik ben enthousiast over haar december-nieuwsbrief, waarin ze het heeft over het feit dat lokaal (community) het woord van 2010 gaat worden, ik deel deze mening. 2009 zijn we opgestart, 2010 gaat web 2.0 volledig gemeengoed worden. Zonet heb ik met veel plezier een presentatie uit november 2009 bekeken:

Aanvulling 10-1-2010
Hier geeft Josien haar ‘droom’ weer.

Hieronder staat een korte omschrijving van Guus.net

Dit is Guus’ blog. Guus (www.guus.net) is een community voor kennisuitwisseling en vitalisering rond het thema platteland.
Er is behoefte om naast een fysiek netwerk en evenementen, continu kennis uit te wisselen en een divers netwerk te bouwen en te onderhouden. Hiertoe bouwen wij een online community waar mensen die betrokken zijn bij plattelandsontwikkeling (burgers, ondernemers, beleidsmakers en wetenschappers) elkaar kunnen vinden en kennis kunnen uitwisselen. Deze online faciliteit heet Guus.

In plaats van een separate plek voor netwerken en kennis nieuw te bouwen, zal Guus de bestaande online toepassingen ontsluiten en met elkaar verbinden.

Basisfuncties van Guus zijn kennis ontsluiten en netwerken (het werkwoord, niet het zelfstandig naamwoord) faciliteren, dus mensen verbinden. Doel is het vitaliseren en verbinden van bestaande netwerken die iets met plattelandsontwikkeilng te maken hebben.

Guus ontsluit kennis en verbindt mensen. Het gaat er dus om dat mensen een ‘online presence’ hebben, een online aanwezigheid. Anders valt er niets te ontsluiten of te verbinden. Guus helpt mensen kennis te maken met Web 2.0 toepassingen zodat zij het internet hopelijk niet langer zullen zien als iets ‘technisch’ maar als iets ‘sociaals’. Als een instrument om je doelen slimmer te bereiken, mensen te leren kennen en informatie uit te wisselen.

– Op Guus wordt informatie die zich op ándere plekken op internet bevindt, ontsloten.
– Op Guus wordt mensen de gelegenheid gegeven profielen aan te maken en de interactie met elkaar aan te gaan.
– Op Guus vinden mensen met Vragen mensen met Antwoorden.

Twitter oprichter Evan Williams @ TED.com

Dat zo’n simpele dienst – twitter – zo populair kan worden. Heel erg knap, en ook heel erg Blue Ocean & de innovator is niet klantgericht (tweede slide, uitspraken van Luc Hoebeke). Lees nog eens de CoT-discussie en WWGD, en je zult zien dat Twitter een echte (disruptieve) innovatie is. Het verandert de spelregels, het komt uit een onverwachte hoek, het is een platform waar gebruikers zelf hun gang kunnen gaan, etc. etc.

Voor de liefhebbers, (a) kijk vooral ook eens op search.twitter.com. Evan Williams is vrij eerlijk over het feit dat hij het bedrijf heeft opgekocht (oorspronkelijk: summize!), (2) kijk eens op Tweetdeck.com, zelf gebruik ik de apple OSX en de iphone versie van tweetdeck. Mijn twitter naam is overigens deheij (dus twitter.com/deheij), en op dit moment heb ik ongeveer 75 volgers. Wellicht stom, maar ik heb me ook opgegeven bij de whuffie bank (zie voor meer informatie rondom whuffies -ik heb nog een blog-item in de maak- The Whuffie Factor). Of dat een ‘betrouwbare’ site is weet ik nu nog niet 🙁

Wat ik me wel erg afvraag: Hoe ziet het business model van Twitter eruit? Kortom, hoe gaan ze geld verdienen?. Enfin, hieronder een 10 minuten lezing van Twitter oprichter Evan Williams op TED.

http://video.ted.com/assets/player/swf/EmbedPlayer.swf