Technologie is de volgende stap in onze evolutie – Hoe Darwin en Technologie gekoppeld zijn

Maanden geleden ben ik positief gegrepen door onderstaande TED presentatie van Kevin Kelly (zie ook kk.org). Kevin Kelly was uitgever van Whole Earth Review en is uitgever bij WIRED. Kelly wordt gerespecteerd om zijn nieuwe inzichten rondom technologie en de relatie van technologie met geschiedenis, biologie en economie. In onderstaande presentatie staat de vraag centraal “what does technology want?“.

http://video.ted.com/assets/player/swf/EmbedPlayer.swf

Heel interessant is zijn stelling dat technologie een logisch gevolg is van onze evolutie. Technology is niets anders dan het zevende koninkrijk (7th kingdom) en een logische evolutionair gevolg. Mensen zijn immers ontstaan vanuit kleine eencellige organismen, via iets complexer meercellige biologische systemen naar apen. Wij zijn als ‘soort’ zo succesvol omdat we onze hersenen veel beter gebruiken dan andere ‘beesten’. Via onze hersenen hebben we machines bedacht, inmiddels zijn veel van deze machines veel ‘slimmer’ dan wij zijn. Ook deze (door-) ontwikkeling van technology -neurale netwerken, robots, nog snellere computers – gaat gewoon in de toekomst gewoon door. Het is dus een evolutionair proces, gebaseerd op de inzichten van Darwin.

Technologie Innovatie volgt dus de principes van Darwin – de meest aangepaste overleefd in ons ecosysteem. Bert Tournois, noemt dit ook wel : de natuur verdraagt geen vacuüm. Vernieuwing en technologische inzichten worden op den duur geïmplementeerd. En dat is nu precies de reden waarom je beter je eigen kannibaal kan zijn (What Would Google Do).

Aanvulling 15-11-2009
Via een e-mail kreeg ik de volgende reactie binnen:

Voor mij is “technologie is een intellectuele evolutie van de mens om de natuur te leren evenaren” en daardoor een slap aftreksel van alle 6 de kingdoms. We hebben nog een lange weg te gaan voordat wij kunnen wat….een boom kan.

Let wel, met deze uitspraak ben ik het eens. Het is erg arrogant om te denken dat we de natuur kunnen (na)maken. Een beetje nederigheid is dan ook zeker op zijn plaats. Aan de andere kant als we technologie wel even beschouwen als een logische evolutionaire stap, dan kan ik me voorstellen dat sommige discussies over de vraag ‘is technologie goed of fout’, vanuit een ander perspectief gevoerd kan worden.

Onderstaande stamboom, geeft dit verhaal nog eens weer (7th Kingdom).

Aanvulling 6 december 2009

Kevin Kelly heeft recent ook een lezing gegeven op TEDx Amsterdam. Zijn presentatie en slides staan hieronder. De overige lezingen zijn hier te vinden. Meer over Kevin Kelly is te vinden via:

Kevin Kelly blogs about his upcoming book on his own site: The Technium
(TED video) Kevin Kelly on the next 5000 days of the web
(TED video) Kevin Kelly on how technology evolves

http://vimeo.com/moogaloop.swf?clip_id=7915042&server=vimeo.com&show_title=1&show_byline=1&show_portrait=0&color=&fullscreen=1
TEDxAmsterdam: Kevin Kelly from TEDxAmsterdam on Vimeo.

Hendrik J. Kaput
Wouter, dit onderwerp intrigeert me al sinds het lezen van Robert Pirsig’s boek “Zen and the Art of Motorcycle Maintenance: An Inquiry into Values” uit 1974. Het is o.a. het verhaal van de techneut en de anti-techneut. ( ik reken me zelf tot de eerste groep) Ik ken het werk van Kelly niet zo goed, maar ik ga er van uit dat hij zich niet in het vaarwater van Julian Simon en Bjorn Lomborg bevindt. Maar dat neemt niet weg dat hij zich er maar wat erg gemakkelijk van af maakt. Als het even moeilijk wordt geeft hij niet thuis. Wat dat betreft is Slavoj Sizek pessimistischer doch helderder. Helaas is het niet allemaal goud wat er blinkt als we naar de ontwikkeling van de techniek kijken. Het zou best eens kunnen zijn dat het meeste al is uitgevonden.
Iets anders: Kijk eens naar de commonrail diesel, die met zijn egr een aanzienlijke reductie in stikoxiden realiseerde maar een enorm roetprobleem er voor terugkreeg.

Of de nieuwste Mercedes diesels die massaal terug naar de garage moeten. Problemen met de injectors. Op het eerste gezicht technische problemen, maar evengoed problemen van dieper liggende aard. Het zou best eens zo kunnen zijn dat hier het idee van de manager, het concept, tegen de grenzen van de mechanische techniek aanloopt. Zo zou het ook best wel eens zo kunnen zijn dat op energiegebied de praktijk in conflict komt met het idee. Biobrandstoffen gaan echt niet ongestraft als prime mover in de energiecentrale op de Maasvlakte dienen zoals de heer Samsom meent. Kortom de bomen groeien niet in de hemel. Zie bv ook eens de problematiek van de Q-koorts. Het idee, genoeg geiten (veel) om een goed inkomen te verwervn komt in conflict met de gezondheid van mens en dier. Natuur is geen machine zullen we moeten beseffen en zoals we net vastgesteld hebben heeft zelfs die machine zijn grenzen.

Aanvulling 1 maart 2010

En nu gaan we nog dommer worden ook door al onze technologie 🙂

Aanvulling 21 augustus 2010
Is innovatie niets meer dan het maken van nieuwe combinaties? En kan je dan met ideeengeneratoren aan de slag? En wat is de relatie tussen evolutie en innovatie? Allemaal interessante vragen. Kijk maar eens op deze linkedin #CoT discussie “is innovatie een vorm van combinatoriek“. Kijk ook naar de presentatie van Bert Tournois op CoT 2009 over innovatie en evolutie.

aanvulling 27 november 2010
Lezing van Kevin Kelly bij Google (wel een beetje weinig mensen in de zaal):

Aanvulling 1 juni 2012

Aanvulling 31 december 2012
Ook landbouwsystemen zijn technologie. En daarmee volgen ze ook Darwinistische evolutionaire principes. Tenminste dat denk ik…. Lees dit artikel maar eens….

De rol van “microbiologie” op vers-AGF producten wordt overschat en Hurdle Technology

Zonet – eigenlijk bedoel ik dinsdag, dit stukje staat in concept al 2 dagen op mijn computer -kom ik terug na een lange middag en avond in Ridderkerk. WFC, Van Gelder, IFC, TOP en FND hebben vanmiddag een leuk minisymposium gegeven. Hierbij de korte intro over dit mini-symposium dat ging over Vers, Houdbaarheid en Conserveermiddelen (geknipt en geplakt vanaf hier):

In de afgelopen jaren is er enorm veel gedaan aan het verlengen van de houdbaarheid van groente en fruitproducten. Er wordt vaak gedaan alsof met behulp van één enkel middeltje of één bepaald apparaat de houdbaarheid van enkele dagen naar enkele weken verlengd kan worden. Dat is natuurlijk onzin. Alleen een goede samenwerking in de keten, vanaf het selecteren van het ras tot het afleveren bij de consument, maakt een realistische houdbaarheidsverlenging mogelijk. In dit symposium wordt besproken wat de invloed is van ieder van de schakels in de keten op de kwaliteit en houdbaarheid van het eindproduct.Ook willen we in dit symposium ingaan op het gebruik van natuurlijke conserveermiddelen bij het verbeteren van de houdbaarheid van AGF producten.

Zelf heb ik twee lezingen gegeven. Eentje over het Food & Nutrition Delta Programma en natuurlijk eentje over TOP. In de TOP-lezing heb ik –naast een korte intro van ons bedrijf- ook een toelichting gegeven over de nieuwe technologien (a) EMAP (we werken samen met Perfotec), (b) Koelen & drogen (samenwerking met ACB-Transportbanden en Fresh Food Equipment) en natuurlijk over (b) Pascalisatie (kijk ook nog even op ‘ik ben trots’). De powerpoints zijn op http://www.slideshare.net geplaatst (lezing1 & lezing2).

Wat is mij vanmiddag (dinsdagmiddag dus) heel erg opgevallen?: “De overdreven focus op microbiologie”. Inmiddels loop ik al best lang in de vers-bewerkte industrie rond. De houdbaarheid van ijsbergsla, roerbak of sla-melange wordt niet bepaald door de microbiologische besmetting. Natuurlijk zijn er enkele uitzonderingen zoals bijvoorbeeld tauge en andere kiemgroente.

Koelverse gepasteuriseerde aardappelschijfjes bevatten bijvoorbeeld inderdaad een hoeveelheid melkzuurbacterien. De verpakking van dergelijke producten gaat door de gasvorming na een kleine twee weken dan ook bol staan. Maar deze zelfde bacterien stoppen we ook in sommige probiotoca! Een bolstaande verpakking heeft daarom niets te maken met voedselveiligheid (QACCP vs HACCP).

Beter wassen of het gebruik van decontaminiatiemiddelen in het waswater (wat overigens niet mag in de EU!) leidt zelden of nooit tot een langere product-houdbaarheid. De houdbaarheid wordt meestal bepaald door verkleuring (o.a. PPO activiteit), verlies van turgor of verzuring in de verpakking. De oplossingsrichtingen bestaan daarom uit (a) gebruik van de juiste kwaliteit grondstof, (b) zeer goed drogen tot een aanhangend water van 0%-1%, (2) het gebruik van een optimale EMAP verpakking. Het wasproces is wel nodig om zand en insecten te verwijderen, maar verder heeft wassen eigenlijk alleen maar nadelen.

Maar waarom dan toch die focus op de microbiologie? Hiervoor zijn meerdere oorzaken te benoemen die ruwweg in twee categorieën uitgesplitst kunnen worden: (1) onkunde en gebrek aan kennis (specifiek de statistiek), (2) het commercieel belangen van de toeleverancier. Veel vers producenten vragen aan ‘hun’ sterlaboratorium welke eindproductspecificaties gehanteerd moeten worden. In de praktijk komen wij dan ook veel te strikte normen tegen. Recent nog een bedrijf dat een 1.000 norm op melkzuurbacteriën hanteerde. Bij een derglijke strikte norm, zijn natuurlijk veel aanvullende onderzoeken nodig. En raad eens wie die onderzoeken mag uitvoeren? Yep, het lab. De adviseur heeft dan een direct commercieel belang (formeel moeten deze taken in verschillende bv’s worden ondergebracht).

Er zijn periodes dat er eens per drie weken een leverancier langskwam met “het ei van columbus”, meestal een middeltje met een fancy naam. Ik denk dat ik ze zelf nu allemaal wel eens heb gezien en getest. Meestal kijken we naar de chemische componenten en de aanbevolen concentratie. Bij sommige grotere groentesnijderijen komen deze leveranciers nu niet eens meer binnen. Micro-organismen dood maken (inactiveren) is niet zo moeilijk, maar daarnaast ook nog een lekker en mooi product maken is veel lastiger. In de praktijk moet je daarom de hurdle-technology methode toepassen. Gewoon meerdere kleine stapjes introduceren. Deze aanpak geldt ook voor andere kwaliteitsindicatoren (b.v. verkleuring) en dus niet alleen voor microbiologische aspecten. De theorie is overigens gemakkelijk te illustreren en uit te leggen, de praktijk is echter weerbarstiger.

Ach, je kan dit vergelijken met ‘afvallen’, iedereen weet dat dit een combinatie is van minder eten en meer bewegen. Toch ‘geloven’ velen consumenten in allerlei fancy dieeten (recent nog van dr Frank), of nog erger Vlaamse pilletjes die uitstekend zouden werken. De unieke afval-aanpak bestaat ook niet, maar ondertussen -is het generieke idee in de praktijk bij veel mensen- zou het wel gemakkelijk en praktisch zijn om onze toevlucht te kunnen zoeken in een ‘wondermiddeltje. Zolang bedrijven een langere houdbaarheid willen hebben, zijn er heren die deze (decontaminatie-)middeltjes ook zullen proberen te verkopen. Wees zeer kritisch en wantrouw hen. “Even een testje doen” levert ook zelden extra inzicht op (maar kost veel tijd en energie).

Wordt ik een oude man? Iemand die bij elk idee gaat roepen “kan niet”, ik hoop van niet. Een wetenschappelijke onderbouwing van een negatief advies zal ik daarom altijd proberen blijven te geven. Inzicht en fundamentele kennis blijven mijn belangrijkste argumenten.

Aanvulling 14 december 2009.
Op dit moment is er een grote discussie rondom de Q-koorts en dood-door-schuld vraag. In het verleden heb ik met wat zwart wit opgesteld t.o.v. Rob Baan en E.Coli.

Be Humble – Dick Veerman (@ Community of Talents 30-9-09)

Alleen al vanwege de titel “Be Humble” verdient dit filmpje om apart geplaatst te worden. Op dezelfde dag dat Harold vertelde over her-uitvinden, gaf Dick Veerman (www.foodlog.nl) ook een korte speech. Zijn mooiste uitspraak: “ik lees geen marketingboeken meer”. Volgens mij bedoelt Dick hiermee hetzelfde als Harold. Het opstellen van nieuwe grote theorieën heeft geen zin, de kans dat ze al eerder beschreven zijn is groot. Kortom, 30 september was een mooie dag!

http://vimeo.com/moogaloop.swf?clip_id=7379237&server=vimeo.com&show_title=1&show_byline=1&show_portrait=0&color=&fullscreen=1

CoT 30-09-09 Dick Veerman “Be Humble” from FunnelVision on Vimeo.

Terwijl ik dit stukje schrijf komt er een tweet binnen van Stephan. In de Volkskrant van dit weekend stond weer eens een argumentenkaart (ik noem dat overigens gewoon een mindmap). Dit keer over de voor en nadelen van polarisatie. Bert zegt altijd “samenwerken kan pas goed als je eerst uit elkaar beweegt”, kortom als je eerst polariseert. Polariseren kan al snel tot geschreeuw leiden. Schreeuwen en ‘Be Humble’ lijken niet echt bij elkaar te passen. Of toch wel? Zou je op een nederige manier toch kunnen polariseren om je punt te maken?

Industrieele Groote Club – intrinsieke en extrinsieke kwaliteit

Van de week was ik op uitnodiging bij de Creative Tafel van Industrieele Groote Club in Amsterdam. Op uitnodiging van Hans Kliphuis vertelden Ardo de Graaf en Stephan Verveen over de ontwikkelingen bij Community of Talents (waarvan ik ambassadeur ben). Vervolgens heeft prof. dr. ir. Han Gerrits zijn beschouwingen gegeven op de organisatie van innovatieprocessen. De reacties vanuit de zaal op deze lezing waren ook interessant. Na het prima diner, moest elke tafel nog een nabeschouwing geven. Stephan kon het niet laten om deze uitspraken op film te zetten. Je raadt het al, Wouter staat op deze film (vanaf 5.58 min).

http://vimeo.com/moogaloop.swf?clip_id=7345453&server=vimeo.com&show_title=1&show_byline=1&show_portrait=0&color=&fullscreen=1

Conclusies IGC – Creative Tafel te 27-10-2009 (Community of Talents/ from FunnelVision on Vimeo.

Onze conclusies aan tafel waren:
(1) waarom moet innoveren? Ach, dat antwoord heeft Charles Darwin ons 150 jaar geleden al uitgelegd. Bert heeft in juli over dit onderwerp een lezing gegeven, de slides zijn hier te vinden.
(2) De bankencrises is onder andere ontstaan omdat er ’teveel’ beleving (=nep) in producten is gestopt. Als de intrinsieke productkwaliteit (de werkelijke kwaliteit, smaak e.d.) teveel gaat afwijken van de extrinsieke kwaliteit (de beleving, het gevoel, de uitstraling, de verpakking) ontstaat er teveel lucht. Op termijn pikken consumenten dit niet meer.

Een belangrijke trand gaat worden : het verschil tussen intrinsiek en extrinsiek gaat kleiner worden. Consumenten willen echt en authentiek, en gaan zich snel(ler) tegen ‘nep’ keren.

Korte aanvulling @11:32:
Op Foodlog ging en gaat de discussie plotseling ook over dit onderwerp. Lees de lijnen maar door. Hierbij alvast een wat we later een memorabele uitspraak gaan noemen van Jan Peter van Doorn:

Dick Veerman
….
In een nevendraad stelt Jan Peter van Doorn (goed thuis in wat marketingcommunicatie is, hij was een van de topbeoefenaren van het vak in Nederland) de vraag waar de consument is in de Rode Hoed lezingen. Citaat van Jan Peter: “we misleiden hem met onzinnige claims, beloftes en beelden (van landelijke boerderijen) onder het motto ?de consument wil nu eenmaal bedrogen worden? of liever gezegd hij heeft er behoefte aan .. Kortom we jatten zijn emoties, maken daar toegevoegde waarde van, laten hem er dik voor betalen en geven er weinig voor terug.”
….

De uitspraken van Marc Jansen (CBL) van een paar weken geleden over de ‘verplichting op land van herkomst op het etiket te zetten’ mag in deze discussie ook worden meegenomen. Zie hier het persbericht en de discussie die erover ontstond op foodlog.

Korte aanvulling @12:35:
Weer een reactie weggeplukt van foodlog. Wat mij betreft is dit de meest essentiële vraag: “Waar ligt de grens en wie bepaald deze grens?”

Jan Peter van Doorn
Ik word hier ergens boven door Dick genoemd in het kader van het neppen van de consument. Dat brengt mij op de volgende reactie. Wat is nep? In onze strijd om beter, bijzonderder, onderscheidener, mooier en succesvoller te zijn (geldt zowel voor personen als voor bedrijven) gebruiken we dingen die we eigenlijk niet in huis hebben. Die we als het ware toevoegen aan wat er feitelijk is. Soms is die toevoeging geloofwaardig (heeft deze een bepaalde relevantie, is ie enigszins tastbaar en niet volledig over de top), soms is het klinkklare onzin. De ene toevoeging heeft nog wel iets constructiefs, de andere maakt gebruik van angst en zwaktes en is dus destructief. De scheidslijn is lastig en zelfs de rechtspaak of de reclamecodecommissie heeft het er moeilijk mee.

Ik wil liever ‘genept’ worden door puur en eerlijk van Albert Heijn dan door de ring van zelfvertrouwen van Prodent. Ik denk dat overconcentratie op wat is nep, hoe rechtvaardig ook, voorbij gaat aan de zaak: de consument onderscheidend vermogen bij brengen over voedsel en eten. Je moet nu eenmaal leren om te weten. Dat is ook steeds het deeltje in de discussie dat ik mis. Je ziet hoe makkelijk dat gaat met flessenwater (er zijn al zelfs consumentenactiegroepen gevormd). Natuurlijk zit daar voor de consument een enorm financieel voordeel aan. Maar so what. Het is een beetje een strijd tegen de gewenning. Bewust maken helpt. Taak voor overheid, media, consumentengroeperingen. En de supply chain volgt dan wel als er marketingvoordeel te behalen valt. Kortom: niet zo tegen nep, maar voor ok.

Ontvlechten is het recept voor de komende jaren

Waar we ook kijken er wordt samengewerkt, prima toch? Of toch niet. Samenwerking kan ook zorgen voor een vertroebeling. Een heel intieme samenwerking kan leiden tot een fusie. Na een dergelijke fusie is de zg hybride organisatie ontstaan (wikipedia) (zie rapport Cie Cohen over deze materia uit 1997).

Als NGO’s en AH gaan samenwerken in Puur & Eerlijk (zie de foodlog discussie op: vandaag is het feest), dan klinkt dat mooi maar ik voorspel dat deze NGO’s het onderspit gaan delven doordat ze op termijn niet meer zichtbaar zijn. Consumenten – ikzelf in ieder geval wel- wantrouwen dit soort initiatieven. Hiermee zijn ze in mijn ogen niet duurzaam.

Een tweede voorbeeld van een (historische) samenwerking is die tussen WUR en het ministerie van LNV. Ik heb over dit onderwerp al veel geschreven en gedisucieerd. De Universiteit is zo afhankelijk van het ministerie dan je je kan afvragen of de ‘adviezen van WUR/WU/DLO’ wel afhankelijk zijn. Natuurlijk blijf je dan 25 jaar in het zelfde kringetje zitten. Joost Reus heeft de moed om daar wat woorden aan te besteden op zijn blog geplaatst. (en de discussie is ook weer opgepakt op foodlog: al 25 jaar geen stap verder)

Het type samenwerking dat we zien in de wetenschap – de zg publiek private samenwerking – heeft ook zijn langste tijd gehad. Ook over dit onderwerp heb ik al veel geschreven. Niet alleen op dit blog, maar ook binnen Innovatie 2.0 – Community of Talents. Enkele citaten vanaf dat betreffende (besloten) forum vanuit de discussielijn Kan de CoT wegbereider zijn?:

Jan Wouter Vasbinder:
Echter je moet wel een beeld hebben hoe die ontvlochten wereld er dan uit ziet, met antwoorden op vragen als: hoe komt de agendering van wetenschappelijk onderzoek tot stand, hoe ziet de brug naar de maatschappelijke relevantie er uit, etc?. Daarvan zijn vele (vooral in de VS) beproefde voorbeelden. Belangrijk is dat die de realiteit van de verdeling van talent, genialiteit en motieven als startpunt hebben. Een voorbeeld is het volgende: Er is een kleine groep wetenschappers die de kwaliteit hebben om, gedreven door intuïtie, de grenzen van de kennis te vinden en te verleggen. Die wetenschappers (die in Nederland in de categorie Spinoza prijswinnaars zitten), krijgen de ruimte om onderzoek te doen dat zij nodig achten en daarbij het talent te mobiliseren dat zij als zodanig herkennen.

Er is een veel grotere groep wetenschappers die voortreffelijk onderzoek kunnen doen, maar juist dat sprankje genialiteit (intuïtie) missen om tot echte doorbraken te komen. Die groep moet zijn richting krijgen van de eerste en projecten voorstellen die passen binnen die richting. Deze projecten wordt beoordeeld op wetenschappelijke merites. De keuze tussen de projecten die hoog scoren wordt gemaakt door derden die belang kunnen hebben bij de uitvoering ervan, industrie of andere partijen. Deze door derden gemaakte keuze wordt uitgevoerd, en kan ten dele worden gefinancierd door deze belanghebbenden. Het resultaat is dat wetenschappers onderzoek doen dat ze zelf hebben voorgesteld en dat door externe partijen als relevant wordt aangemerkt. Het resultaat is ook dat wetenschap en industrie (als pars pro toto voor alle derde partijen) zijn ontvlecht in de zin dat de wetenschap als enige de richting aangeeft en over de wetenschappelijke kwaliteit beslist en de industrie als enige over de relevantie voor samenleving en innovatie. In de VS werkt dit model al dertig jaar.

Het draaiboek om het in Nederland in te voeren ligt al jaren bij EZ en OCenW. Het model sluit aan bij bevindingen van bijvoorbeeld Rogers Hollingsworth die heeft aangetoond dat werkelijke vooruitgang in de wetenschap plaatsvindt in kleine onafhankelijke instituten. Dit model biedt ook plaats voor studenten. Die moeten, onder leiding van wetenschappers van de eerste twee groepen, methodes leren om orde te scheppen in de chaos van het onbekende. De echt talentvolle (daarin) kunnen wetenschapper worden, de minder talentvolle moeten hun opleiding buiten de universiteiten inzetten.

Universiteiten moeten eigenaar zijn van de kennis die binnen hun laboratoria is ontwikkeld (o.a. om te waarborgen dat die kennis in het publieke domein blijft), maar zelf geen kennis exploiteren. Ze kunnen (met echte professionals) een patentenportfolio opbouwen en exploitatierechten verlenen aan derden. Met een beeld van een ontvlochten wereld kun je een pad bedenken om daar te komen. Dat pad ligt bezaaid met valkuilen en belangen. Om die te ontlopen of te gebruiken zijn talenten nodig die mogelijk te mobiliseren zijn vanuit de CoT.

Wouter de Heij:
Bedankt voor je overzicht. Je bevestigt mijn ‘gevoel’ (okay een beetje ervaring heb ik inmiddels ook wel) rondom de ontvlechting. Ook geef je aan dat het draaiboek al bij EZ en OCenW klaar ligt. Mooi, dan hoeven we alleen maar een kopietje van dat draaiboek te bemachtigen. Ik deel je mening rondom universiteiten. Dus ook jij vind dat Universiteiten niet zelf kennis horen te exploiteren. Helemaal mee eens. Wel heb ik een ander suggestie. SenterNovem (mag ook een ander centrale overheidsklub zijn 🙂 ) die gaat voortaan eigenaar worden van alle octrooien die aan Universiteiten worden gegenereerd. SenterNovem gaat deze octrooien openbaar veilen aan derden. De universiteiten krijgen een bonus van bijvoorbeeld 35% op de opbrengst, de rest valt terug aan de staat, en wordt bij via innovatiesubsidies ter beschikking gesteld aan ondernemers. (soort van revolving fund). Dit systeem voorkomt een soort van vriendjes politiek (met name met multinationals).

Jan Wouter Vasbinder:
Als ik mijn sceptische of wantrouwende bril opzet deel ik je beeld van octrooien aan de universiteit. Maar ik heb het Amerikaanse beeld voor me en dat is heel anders. Een van de verschillen tussen de VS en Nederland is dat in de VS vertrouwen vanzelfsprekend is (ook al is vanzelfsprekendheid aangetast door Bush en zijn trawanten, maar Bush kon alleen president worden vanwege dat vertrouwen), terwijl het in Nederland zo langzamerhand een uitzondering is. En het recht dat ik me in de afgelopen decennia jaren heb toegeeigend is dat ik niet meebouw aan systemen die gebaseerd zijn op wantrouwen.

De Nederlandse overheid (wij dus) hebben in de afgelopen decennia het wantrouwen laten winnen, en onze moraal geijkt op dat wantrouwen. Zo heeft de Nederlandse overheid de Universiteiten tot prostitutie gedwongen en zijn de universiteiten er, aanvankelijk tegenstribbelend, van gaan genieten. Tegen dat licht gezien begrijp ik dat je zegt dat universiteiten octrooien aanvragen voor de cv’s van hun onderzoekers, etc. Maar zo zou het niet moeten zijn. Als de ontvlechting gelukt is, zal het ook niet meer zo zijn. Ik stel voor dat we daar eens rustig over praten.

Wouter de Heij:
Wij hebben inderdaad onze universiteiten gedwongen tot prostitutie. Bij ministeries kom ik veel trots tegen over het nederlandse innovatiesysteem, zelf ben ik verre van tevreden. Een goede innovatie ecosysteem (Nederland Innovatieland 3.0) is wat mij betreft een voorwaarde op ook op termijn in een welvarend land te kunnen blijven wonen. Ontvlechting – ik weet het het gaat weerstand opleveren – is pas stap 1. Stap 2 is om met een goed plan te komen daarom ben ik zo geinteresseerd in je masterplan. Je schrijft dat we een moraal op wantrouwen hebben. Ik onderschrijf dat.

Wij werken als bedrijf samen met universiteiten, kennisinstelling en andere bedrijven. met name bij kennisinstellingen weet ik niet welke ‘pet’ ze nu ophebben (a) toeleverancier, (b) samenwerkingspartner, (c) gericht op de business of alleen de kennisopbouw. Enfin, bij mij roept dat inderdaad ook wantrouwen op. Des te meer reden om tot een ontvlechting over te gaan. Ik zou graag weer terug gaan naar een scheiding der machten. Dit is de basis van onze maatschappij. Hierin is het helder waar welke organisatie voor staat en wat de functie van een dergelijke organisatie is.

Samenwerking is braaftaal, je kunt er eigenlijk niet op tegen zijn. Toch werkt een samenwerking alleen als elke samenwerkingspartner helder kan maken waar hij of zij voor staat en wat zijn eigen intrensieke waarden zijn (of de missie/vissie van de organisatie).

Ik heb de overtuiging dat je alleen goed kan samenwerken als je eerst uit elkaar beweegt zodat je eigen identiteit helder wordt. Hybride organisaties werken niet. Mijn advies is daarom : ontvlechting is het enige juiste recept in de nabije toekomst. Dit thema gaat de politieke agenda bepalen in de komende jaren denk en hoop ik!

Enkele voorbeelden van hybride organisaties en/of situaties:
– TNO is nog vlees nog vis. TNO heeft een boom aan private BV’s maar krijgt nog heel veel basisfinanciering van EZ. Daarnaast concurreert het op oneigenlijke gronden met private aanbieders. TNO moet daarom worden opgesplitst in een 100% overheids en in een 100% privaat gedeelte. Markt & Overheid en TNO en de kapper
– Idem voor Wageningen Universiteit en Research Centre (Wageningen-UR). WUR zou weer moeten worden opgesplitst in een Wageningen Universiteit gedeelte dat onder OCW zou kunnen gaan vallen en in een 100% privaat gedeelte (de huidige DLO instituten). Link1 en WUR zinkt
– Overheden gaan vanaf nu alles openbaar aanbesteden. Ook onderzoek en ontwikkeling. zie ook Nederland Innovatieland 3.0
– NGO’s blijven kritisch tegenover alle grote retailers. Volwaard wordt inmiddels al weer kapot gemaakt volgens sommigen (link1 & link2 & link3). Je schrijft erover in inmiddels is het al gebeurd. Volwaard ligt als Puur & Eerlijk bij AH. De volgende stap is ‘substitutie van de leverancier’. De marge-mix en het super geraffineerde spel.

Aanvulling om 17.43: ik heb zonet via de e-mail toestemming gekregen om de naam van “Persoon X” te noemen. Het gaat om Jan Wouter Vasbinder. Jan Wouter Vasbinder is een van de auteurs van het boek Innoveren – begrippen, praktijk, perspectieven. Wat mij betreft een van de betere Nederlandstalige boeken over Innovatie Management. Jan Wouter doet ook regelmatig mee met de discussie op Linkedin.

Aanvulling 26-10: dit alles heeft natuurlijk te maken met “scheiding der Machten” (wel een beetje ruim interpreteren 🙂 ). Het dillema voor de toekomst. Wie neemt welke rol in in de keten (link)? Gaan we verschuivingen krijgen? Ik denk het wel. Meer hierover tzt in een ander blog-item.

Grote en kleine druppels – ostwald vergroving.

In maart 2009 heb ik een klein stukje geschreven op foodlog over ostwald vergoving. Soms is het leuk om wetenschappelijke fenomenen als metafoor te gebruiken voor maatschappelijke issues.

Kleine druppels worden altijd groter. Gelukkig hebben grote druppels ook niet eeuwig bestaan. Laten we dus met zijn allen voldoende nederig blijven. ‘Groot’ is er ook niet voor eeuwig en altijd. Denk maar eens aan het Romeise rijk, IBM, de VS en grote politieke partijen. Fijn weekend.

Grote en kleine druppels
Een bekend fenomeen in de natuurkunde van de voedingswetenschappen is de Ostwald-vergroving. Zo zijn oliedruppels in water meestal niet even groot. Wilhelm Ostwald heeft in 1896 voor het eerst beschreven dat de kleine druppels kleiner worden en de grote groter worden. De grote slokken de kleine op, zodat er uiteindelijk twee massa’s ontstaan: een olie- en een waterlaag.

Ondanks de wat andere fysische achtergrond, zien we iets soortgelijks bij ijskristallen. De textuur van ijs –ook diepgevroren – verandert na verloop van tijd doordat grote kristallen groter worden. Ons consumptie-ijs gaat er ‘zanderiger’ van proeven. IJs dat korrelig smaakt, is oud.

Ostwald-vergroving zien we ook in onze maatschappij. Bedrijven die starten met radicaal vernieuwende technologieën (zgn. disruptieve ideeën) die aanslaan, groeien snel. Zo snel dat er daarna bijna geen ruimte meer is voor concurrentie in de vorm van kleinere spelers. Er is zelfs sprake van een aanzuigende werking die interessante kleine opkomende spelers al snel voor hun disruptieve uitgroeien ‘opslokt’.

Microsoft, TomTom en Google zijn tot de verbeelding sprekende voorbeelden. Natuurlijk heeft Google een lekker positief imago. Toch innoveert ook dit bedrijf niet meer uit zichzelf, maar door inlijving van jongere start-ups zoals bijvoorbeeld YouTube in. Een soort economische Ostwald-vergroving zorgt er in de vrije markt voor zien dat mono- of oligopolies ontstaan. De ruimte voor kleinere spelers neemt af. Met alle gevolgen van dien. Minder competitie leidt tot hogere prijzen, mindere kwaliteit en een afnemende innovatiebehoefte. In de economie leidt Ostwald’s effect tot een rem op innovatie.

Interne organisaties & Ostwald
Ostwald-vergroving zien we ook binnen organisaties optreden. Binnen kleine en startende bedrijven wordt meestal hard en met overgave gewerkt. Kleine bedrijven ‘willen’. Er is minimale ruimte voor secretaresses, HRM functionarissen en andere organisatiekosten die we eufemistisch ‘overhad’ noemen. Als bedrijven groeien wordt de schreeuw naar ‘structuur’ groter en ontstaan er altijd extra managementlagen en bureaucratische procedures. Het waterhoofd wordt groter en kostenreducties worden meestal op de werkvloer uitgevoerd. Weg motor voor venieuwing. Managementkosten nemen de plaats in van vernieuwingskracht.

Wat zien we binnen de voedingsindustrie?
Op het niveau van onze grootgrutters zien we dat ‘schaalvergroting’ – het gewone woord voor het economische Ostwald-effect – is opgetreden. In Nederland zijn er nog maar zes inkooporganisaties. In Engeland zijn het er zelfs nog maar drie. Leidt dit nu tot meer keuze en kwaliteit of juist tot minder op termijn?

Bij de meningsvorming daarover zien we ook iets dat op Ostwald-vergroving lijkt. De kleinere genuanceerde (tegen-) geluiden van materie-deskundigen worden niet meer opgepikt. De zware ongenuanceerde ideeën en gevoelens van de massa worden dat wel. Er ligt dan ook een schone taak voor kritisch schrijvend Nederland om die mening een stem te geven en te nuanceren. Een ander lichtpunt zie ik in moderne ICT – blogs, en fora – zijn ook kleinere meningen te publiceren. Onze communicatie is gelukkig gedemocratiseerd.

Toch ben ik somber over deze democratisering van het woord. Heel veel meer zenders leiden ook tot een versnippering van de boodschap. We hebben nu niet alleen veel ontvangers maar ook heel veel zenders. Maar luisteren we ook echt beter naar elkaar? Ik denk het niet. Mijn vraag dan ook is: wordt er ook echt beter gecommuniceerd? Ik heb zelf behoefte aan een maatschappelijke synthese van oude en nieuw manieren van kijken (de grote lijnen opnieuw uitzetten), een helder plaatje van onze toekomstige eetmaatschappij en krachtiger denkleiderschap.

Logo’s
Dat leiderschap ontbreekt, maar de natuur verdraagt geen vacuüm. Daarom versimpelen we complexiteit via logo’s als IKB, Milieukeur, Max Havelaar en EKO. Het zijn manieren om onze oninnovatieve gemakzucht te voeden. De ‘verlogoisering’ groeit en wordt daardoor steeds inhoudslozer, maar wel steeds dominanter. Ze zetten onze creativiteit en eigen denkvermogen uit en maken food-zombies van verstandige mensen.

Maatschappelijke communicatie
De dominantie en hiermee invloed van de landelijke dagbladen is voorbij, idem voor de publieke omroep. Veel publicaties verlopen nu via het internet. Maar zullen we niet gaan zien dat er eigenlijk niets veranderd? Nu.nl, tweakers.nl, marktplaats.nl en google.com zijn gewoon de nieuwe grote druppels op internet geworden. Is dat met foodlog.nl niet ook al aan het gebeuren?

Ostwald-vergroving wil ik waar mogelijk tegengaan. Monopolievorming is niet goed, noch in producten en diensten, noch in meningsvorming. Welvaart, vernieuwing, vooruitgang en duurzaamheid hebben niets te vrezen van openheid en innovatie. Integendeel.

Het beeld van Joost Reus over het Voedseldebat.

Een kleine leestip, een stukje van een collega blogger Joost Reus (LNV en GroenLinks) – debatteren over voedsel

Mijn – lollig bedoelde 🙂 – reactie :

ik ben een biologisch techneut (of andersom 🙂 ) die graag een duurzame economie wilt hebben. Hokjes tellen niet, samenwerken wel. Maar wel graag met een portie realisme. Design Doing.

Eten blijft emotie.

Aanvulling 26-10: Inmiddels heeft de redactie van foodlog dit bericht ook overgenomen. De discussie daarna ook los gebarst: al 25 jaar geen stap verder. Mijn ideeen kennen jullie inmiddels, maar heb ik nogmaals weergegeven.

De kapper en TNO.

Te leuk -maar ook een te serieus onderwerp- om te laten liggen: een recente discussie op linkedin – Innovatie 2.0 – Community of Talents in de discussie getiteld “Knelpunten innovatie/strategie”. Uit respect voor de anonimiteit van de schrijvers, heb ik alleen maar de voornamen opgenomen (CoT is nu toch nog een besloten club … …).

Sander :
@ Harold: Twee suggesties voor je vraag: TNO Challenges: een groep TNO’ers krijgen 1 week fulltime de tijd om een praktisch probleem in een onderneming (meestal MKB) op te lossen. Zeer verhelderend voor de TNO’er die verplicht wordt uit zijn/haar ivoren Delftse toren te komen, en met de voeten in de klei te gaan staan. Niet alle TNO’ers zijn techneuten, sommige zijn ook dienstgericht.

Nico :
@ Sander, misschien moet TNO gewoon een paar ondernemers inhuren die TNO gaat omvormen tot een marktgerichte onderneming.

Sander :
@ Nico: je kent het verhaal van de kapper die zijn eigen haren niet kan knippen? Of het gezegde dat de kinderen van de schoenmaker blootsvoets lopen? Dat het nodig is ben ik met je eens.

Nico :
@Sander ik ken het verhaal van die kapper zijn eigen haren niet kan knippen.

Ik heb ook gehoord dat die kapper laatst bij TNO binnenwandelde. Daar wilden ze hem wel helpen me knippen. Eerst gingen de TNO’ers even naar hun opslagruimte vol met uitgewerkte en gepatentdeerde ideeen om te zien of er misschien al iets was geproduceerd dat aan de kapper verkocht kon worden. In hun oplsagruimte vonden ze echter niks waar de kapper iets aan zou hebben voor het knippen van zijn haren.

Toen zijn ze begonnen met een probleemstudie om de parameters in kaart te brengen. Toen ze daarmee klaar waren leek het hun wel handig als haar gewoon iets makkelijker door te knippen was, ze stelden de kapper voor een haarspoeling te ontwikkelen waardoor haar nog makkelijker door te knippen was. Vervolgens keken ze naar de kapper zijn gereedschap om te bezien of ze zijn scharen konden verbeteren. Ze stelden voor een coating aan te brengen op de snijkanten van de schaar. Het idee was geboren om industriediamanten op een wat zachtere metaalsoort op te dampen. De schaar zou dan altijd scherp zijn tot hij helemaal versleten is. Vervolgens is er gekeken of deze schaar door middel van servo motoren ondersteuning kon bieden aan de bewegingen van de kapper zodat knippen geen enkele energie meer kost. Ook kwamen ze met het idee om een ergonomsche rug steun te ontwikkelen die automatisch het lichaam van de kapper volgt.

Verder hebben ze gekeken of het mogelijk is door middel van camera beelden oneffenheden in het knipproces op te sporen zodat de klant zeker is van een rechte coupe. In de vervolgstudie zijn ze gaan kijken of het proces misschien geheel geautomatiseerd kan worden zodat de kapper de klant alleen nog maar in de cabine hoeft te plaatsen die gebruikmakend van elektrostatische velden in combinatie met lasersmessen de klant in luttele seconden ‘knipt’. Een aparte studie wordt opgezet naar de oorsprong van de brandlucht die de laserstralen veroorzaken bij het verbranden van haren. Waarschijnlijk gaat er in de cabine gebruik gemaakt worden van een inert gas waarbij de klant een zuurstofmasker opkrijgt tijdens de haarlaserbeurt.

Geheel gefocussed op de problemen raakten kapper en zijn klanten buiten beeld. Mensen komen bij de kapper ook om wat blaadjes door te bladeren, beetje koffie te lurken, wat kletsen met onbekende dorpsgenoten over het lokale en nationale nieuws en zodra ze op de stoel zitten te kleppen met de kapper over voetbal, Gooische vrouwen of een ander typisch kapperonderwerp.

En de kapper zelf, die gebruikt nu gewoon de tondeuze voor zijn eigen kapsel.

Mijn privé advies aan EZ over de toekomst van TNO is heel simpel splitsen. Opknippen in twee organisaties : (1) een gedeelte dat alleen met grote maatschappelijke thema’s bezig is, en (2) een 100% privaat gedeelte. Deel (1) krijgt 100% middelen van de overheid (maar bedient alleen de overheid als klant), Deel (2) krijgt geen basisfinanciering meer, en gaat gewoon 100% marktconform werken in eerlijke competitie met ander value-based knowledge companies zoals TOP b.v.. Deze aanpak bespaart op korte termijn 150 miljoen euro denk ik. En veel belangrijker, zorgt er voor dat we een Nederland Innovatieland 3.0 kunnen gaan creëren.

In 1999 is er al een rapport geschreven over “Overheid en Markt” (rapport Cie Cohen). Het is tijd om deze 10 jaar oude adviezen te gaan toepassen. Wat voor Rijkswaterstaat geldt, geldt ook voor TNO! Beste JP, beste minister Van der Hoeven: doe er wat aan!

Aanvulling 26-10: dit alles heeft natuurlijk te maken met “scheiding der Machten” (wel een beetje ruim interpreteren 🙂 ). Een organisatie die zich energzijds met overheidsbeleid en advies bezig houdt, en anderzijds met zakelijke dienstverlening, kan als hybride organisatie worden gezien. Hetzelfde geldt voor de WUR. We zullen moeten gaan ontvlechten.

Food inc. en de discussie op Foodlog over ons eetsysteem

Zo met dit bericht ga ik het risico lopen om voor linkse rakker uitgemaakt te worden. De mensen die me kennen weten dat ik eerder liberaal ben dan links. Toch wordt het tijd voor een nieuwe politieke partij. Een soort van GroenRechts of Nederland Innovatieland 3.0, maar wel modern en passend bij de huidige tijd.

Enfin, een partij die staat voor een duurzame manier van zakendoen, een partij die participatie van alle betrokkenen op een positieve manier probeert te stimuleren. Een partij die optimaal gebruik maakt van Web 2.0 mogelijkheden (Open Innovatie en Open participatie), zonder de scheiding der machten te willen gaan aantasten. Denken in kansen en niet in beperkingen. Voordelen zien van vooruitgang en ook deze vooruitgang actief gaan “doen” zonder teveel beslag te leggen op de activa van toekomstige generaties. Of zonder eerst 25 jaar discussie en ‘onderzoek’. Een partij waar samenwerken vooropstaat, echter zonder in een polder-discussie te komen waar geen besluiten genomen durven worden. Samenwerken vaan gezamenlijke doelen, maar waarbij ook de eigen doelen nagestreefd kunnen blijven worden. Er is niets mis met een beetje (echt) leiderschap.

Binnen deze nieuwe politieke partij (of moeten we spreken over een movement 🙁 ), zijn er drie thema’s die ik graag zou willen gaan benadrukken (natuurlijk zijn er ook ander belangrijke thema’s) :
1- ons R&D en Innvatiesysteem, hoe creëren we een Nederland Innovatieland 3.0? Kortom hoe doorbreken we de kennisparadox en hoe voorkomen we de dat semi-overheidsorganisaties netjes met publieke middelen omgaan en we een level-playing field creeeren.
2- wat is de toekomst van ons eetsysteem? Het lijkt nu niet echt een goede kant op te gaan. Zelf heb ik nog niet de tijd genomen om Food Inc. te bekijken (zie ook het filmpje hieronder), maar de discussie is op Foodlog wel al aan de gang. Kijk maar eens op voedsel als maatschappelijke dienst, waar zit de fout in het eetsysteem? en Rode Hoed 1
3- de versnelde omslag maken naar een electricity based society (waar elektriciteit natuurlijk wel op een duurzame manier en bijvoorkeur “distributed” word gemaakt, opgeslagen en getransporteerd door heel Europa). We zouden in theorie als NL weer voor kunnen gaan lopen. En dat kan grote positieve effecten voor onze welvaart gaan hebben.

Deze onderwerpen wil ik als discussieonderwerpen gaan inbrengen bij de volgende Community of Talents (CoT) bijeenkomst. Leiderschap, kennis en enthousiasme is voldoende aanwezig binnen de LinkedIn groep “Innovatie 2.0-Community of Talents“. Lukt het om een breed draagvlak te gaan creëren voor dit initiatief?

Ter afsluiting nog even de trailer van Food Inc. (die film die ik zelf dus nog niet heb gezien ….)