Bewegen om af te vallen is niet duurzaam – afvallen, dieten, het oerdieet en nog meer van dat soort materie

In oktober schreef ik een kort stukje met de strekking: “Als je te dik bent, je gaat veel bewegen, dan verbrand je eigenlijk kostbate nutrienten die je eerst teveel hebt genuttigd”. Kortom, afvallen is niet duurzaam. Natuurlijk was dit een ‘leuk’ bedoeld stukje, met een kleine beetje een serieuze ondertoon. In het artikel verwees ik naar dr Frank, en nu staat sinds een week een stukje op Foodlog.nl over het dr Frank Dieet.

Vanwegen de lezingen van Frits Muskiet in de Rode Hoed (zomer 2009), heb ik een kort stukje geschreven over het oerdieet. Gewoon omdat ik interesse had in het onderwerp. Puur op basis van mijn chemische kennis, begin ik wel te vertrouwen in dit paleo voedingspatroon. Eigenlijk zijn dr Frank (maar ook Atkins in het verleden) ook gewoon low-carb, high-protein ‘oer’dieten.

Dan heb ik recent nog een artikel met filmpje geplaatst over Robert Lustig. Lustig is anti-fructose, en laat zien dat fructose net zo’n gif is als ethanol. Liesbeth (natuurgeneeskundige) was zo vriendelijk om op basis van het filmpje en het artikel nog een inhoudelijke reactie te geven. Wat mij betreft valt er aan die reactie niet veel toe te voegen

Nick Trachet schrijft op foodlog over zijn bevindingen over dr Frank. Zonet heeft Melchior Meijer een artikel geplaatst over vijf actuele dieten. Zie alhier zijn stukje op foodlog.

Samengevat, zijn de 5 actuele diëten volgems Melchior:
1. Het dokter frank dieet.
2. De Hormoonfactor (Ralph Moorman)
3. Het Erica Terpstra Dieet (Prodimed)
4. Bio HCG (lees ook op wiki over HCG)
5. Sonja Bakker.

Een echt inhoudelijke mening over welk van deze diëten goed of slecht zijn heb ik niet (al moet ik zeggen dat ik geen goed gevoel heb bij 2,3 en 4. dr Frank zal denk ik overigens ook zeker te extreem zijn. Sonja is een 1100 kcal hongerdieet, dus je valt er zeker wel van af).

Het grote nadeel van dit soort dieten blijft natuurlijk dat het nooit maatwerk is. Maar ik heb wel een goede indruk van het oerdieet (Frits Muskiet), al mag dat geen dieet worden genoemd, Muskiet komt immers niet met dagelijkse eet-tips of recepten. Kortom, naar mijn bescheiden mening zijn de juiste eet-tips:
– veel bewegen (sporten mag, maar gewoon dagelijks voldoende bewegen is ook goed).
– eet eiwitten (vlees of plantaardig). Maar natuurlijk niet teveel.
– eet niet teveel suiker/koolhydraten (en fructose is slecht, ik geloof de hypothese van Lustig)
– een beperkte hoeveelheid vet is een essentieel onderdeel van ons voedingspatroon
– let op de totale hoeveelheid energie die je dagelijks consumeert.
– consumeer dagelijks veel groente en fruit (minimaal behandeld).
– liever vast voedsel (kauwen) dan vloeibaar (drinken).

Ik heb overigens ook begrepen dat onze hersenen heel veel energie gebruiken. Dus veel denken, schrijven, debatteren en onderzoeken (kortom met het koppie bezig zijn) helpt ook om slank te blijven. Het laatste wat ik van plan ben is om allerlei dieetartikelen te gaan schrijven. Dus dit is echt de laatste keer:-)

Aanvulling 16-1-2010
Liefhebbers raad ik aan om ook nog het volgende FND rapport te lezen: Overgewicht & Obesitas.

Yneke Vocking schreef een reactie op de Foodlog lijn van Melchior. Let vooral op de vet gedrukte zinnen, ik denk dat ze gelijk heeft. Dat is de essentie, afvallen lukt wel, maar hoe kan je juist op gewicht blijven.

Eigenlijk vertel je op een nogal tendentieuze manier, die de lieve Grazia-lezeresjes hopelijk begrijpen, dat je verwacht dat je er vanuit gaat dat het Dr. Frank-dieet en alle andere low-carb dieten gaan werken! Maar natuurlijk gaan deze dieten werken! Het probleem is alleen dat alle dieten werken tot je ermee stopt. En ik durf met jou de weddenschap wel aan dat minimaal 90 % van de dr. Frank-fans, na stoppen heel snel de kilo’s er weer bij (vr)eet. Net zoals al die mensen die gingen Montignaccen, SB-en, southbeachen en ook de mensen die het Atkins-dieet een tijd volgden. Ik zeg net als Katan, zonder toegeknepen billen, dat je niks blijvens bereikt als je niet je totale gedrag voor altijd verandert. En daarbij is het inderdaad om wat koolhydraten in te ruilen voor eiwitten. Dan val je niet alleen gemakkelijker af maar het houd je ook langer slank. Maar het dieet van Dr. Frank en wijlen Atkins is daarvoor te extreem….

Aanvulling 17-1-2010
De reactie van Melchior Meijer op zijn eigen stuk is heel erg helder wat mij betref:

Effe snel, ik heb heel weinig online tijd vanwege een stukkend aggregaat. Ik weet bijvoorbeeld ook niet of en wat Hendrik Kaput heeft geantwoord op mijn poep-idee. Sorry. Ten eerste, hartelijk dank reageerders voor het lezen van dit Grazia-stukje. Ik ben geroerd dat zoveel intellectuelen over de drempel heen stappen.

Yneke,
Ik vind het moedig dat je zo verbeten vasthoudt aan de inzichten die je op de diëtistenschool hebt geleerd en twintig jaar lang hebt uitgedragen, ook nu ze achter elkaar publiekelijk worden ontzenuwd en nu de deftigste pleitbezorgers ervan steeds minder kleren aan hun lijf blijken te hebben. Het doet denken aan het orkest van de Titanic, dat koppig doorspeelde terwijl het ‘onzinkbare’ schip afborrelde. Zie bijvoorbeeld de laatste meta-analyse van Krauss et al in AJCN. Het is ook aardig dat je hier nog eens duidelijk en gespeend van iedere twijfel stelt waar je staat, zodat je in een later stadium van de paradigmaverschuiving niet ongestraft kunt zeggen: ‘Maar dat is niets nieuws, dat heb ik altijd gezegd’.

In een eerdere draad liet je doorschemeren dat je je er te goed voor voelt, maar ik raad je toch echt aan om eens iets buiten je eigen referentiekader te lezen. Good Calories Bad Calories, bijvoorbeeld, of de volledige content van Stephan Guyenets uitstekende blog Whole Health Source. Stephan is een loepzuivere wetenschapper, dus je kunt je niet verschuilen achter het schijnargument van ontoereikende credentials. Ik durf te wedden dat je zelfs het college van Robert Lustig over fructose overload niet hebt gevolgd. Ik zeg niet dat ik de wijsheid in pacht heb – integendeel – maar als je stelselmatig weigert om andermans bronnen tot je te nemen, schiet het niet op.

Tendentieus? Beslist! Vijandig zelfs. Martijn (‘Cordial’) Katan heeft al zijn krediet verspeeld met de onvoorstelbaar onbeleefde en irrelevante repliek op Dr Ravnskov in het AJCN en met zijn lasterlijke scheldkanonnade op tv . Daarin liet hij duidelijk zien wie hij is: een megalomane, opportunistische [vul hier een scheldwoord naar keuze in]. Hij speelt de nuchtere geleerde, maar in werkelijkheid negeert en beschimpt hij massa’s hem onwelgevallige waarnemingen en hypotheses. Als iemand hem met argumenten aanvalt, schiet hij ad hominem terug. Een buitengewoon enge man, met wie ik me niet graag zou affileren. Het is die arrogantie die ‘het establishment’ zo ongeloofwaardig maakt. Zie ook de email van Taubes ergens hier (Wouter: Zie refs van Taubes op Foodlog), in reactie op de zoveelste valse ad hominem attack van Katan (Wouter: en de Berkley lezing van Taubes hier, en op youtube 2007 en youtube 2009).

Robin,
Een verkapte advertentie voor het paleodieet, ha, ha, ha. Die houden we erin! Foei, foei, foei. Stom dat ik vergat er bij te vermelden waar je dat paleodieet het kunt kopen. En ik heb niet eens een boek in de aanbieding ;-). Nogmaals, ‘het’ paleodieet bestaat niet. Variatie en adaptatie vormen onze niche. De evolutiegeneeskunde hanteert de pre-landbouw situatie uitsluitend als grof filter. Neolitische voedingsmiddelen zijn niet per se ‘slecht’ en ‘paleo-items’ zijn niet inherent ‘goed’. Ik veronderstelde dat deze vanzelfsprekendheid hier niet meer uitgelegd hoefde te worden. De paleobril is erg geschikt als kompas, als hypothesegenerator, als instrument om orde te scheppen in de chaos. Lindeberg geeft al aan dat macronutrientverhoudingen waarschijnlijk een non issue zijn (behalve voor glucose-intolerante mensen, iets wat dietistes en de door insuline- en statineboeren gesponsorde Diabetes Vereniging Nederland stelselmatig ontkennen) ) en ik ben het met hem eens! Wat betreft je opmerking over progressie/achteruitgang: zucht. Zelfs de fanatiekste paleo-adepten (onder wie overigens Nassim Taleb, die nu weer goed gezond is) moeten er niet aan denken moderne verworvenheden af te schaffen. Lees nou eens goed en laat je niet verblinden door een Grazia-kreet als het ‘Wilma Flintstone dieet’. Het paleoparadigma leidt juist tot innovatie. Het zou er bijvoorbeeld toe kunnen leiden dat technologen een tarwesoort fabrieken die gespeend is van de stofjes waar we (bewezen) niet goed tegen kunnen, maar waar je toch brood van kunt bakken. Ga de uitspraken van Lindeberg nog even teruglezen en roep dan nog eens wat. Overigens kun je met echt eten geweldig koken!

Natuurlijk heb ik ook helemaal niks met dieten. Sodemieter op. Maar ‘dieten’ vormen een voertuig om redelijk gecompliceerde informatie over te dragen op een ‘specifiek’, in principe ongeinteresseerd publiek, in de hoop een heel klein beetje van de schade die alle maligne dietistenpropaganda teweeg brengt ongedaan te maken.

“Ik ben geen aap.” Vertel dat Frans de Waal ;-). Je bent een aap die dankzij koken (vuur), vleesconsumtie en een al dan niet afgedwongen exploitatie van kunstlandschappen een gigabrein heeft ontwikkeld.

Willem en Pieternel,
Dank voor de support.

Aanvulling 3 februari 2010.
De discussie over een gezond voedingspatroon gaat nog even door. Dit keer over vet en verzadigd vet. Lang geleden in 2006 begon Melchior Meijer met de discussie op Foodlog met de titel “Melchior Meijer en de discussie over verzadigd vet”. De discussie is 2 dagen geleden weer geopend. Dit keer omdat mijn grote geld Katan 🙁 te veel nadruk legt op vet en eigenlijk de werkelijke boodschap “vet is niet de issue, maar koolhydraten en suikers wel” niet verkondigd. Dick heeft de experts opgeroepen hun mening nogmaals te verkondigen. Lees vooral de lijn “Martijn, Melchior en Frits: en nu de waarheid over vet!”. Geloof het of niet, maar ook dr Frank (Frank van Berkum) doet mee! In het verleden heb ik hem een beetje belachelijk gemaakt (link), maar zijn reacties op de foodlog lijn spreken mij zeker aan.

Duurzaamheid in Food – open en transparante informatievoorziening via web, mobiel en scanner.

Dit is een vervolg op deel 6

Alles draait bij eten, onze voedselketens en verduurzaaming van ons eetsysteem om eerlijk, feitelijke, onafhankelijke en transparante informatievoorziening. Eten blijft emotie en inmiddels ben ik in ieder geval relatief allergisch geworden voor de meeste reclames over voedsel. Wouter Klootwijk heeft dit mooi verwoord in de discussie Duurzaam bij de tijd voor 1 euro:

Het is onbegrijpelijk dat we het alsmaar zijn blijven pikken dat wij weinig of niets mogen weten van wat we kopen en wat we eten. Niet mogen weten waar ons geld naar toe gaat, niet mogen weten wat biologische zalmen eten, niet uit welke streek Streeckproducten komen, maar wel bedot mogen worden met Kiesbewust logo’s, Ekolabels, en Fair Trade die nogal eens minder fair is dan we moeten geloven. Soebatten is het telkens weer en per product, per logo, om transparantie.

Het nologologo kan een omwenteling betekenen, als ALLE informatie over nologoproducten snel en makkelijk toegankelijk is voor iedereen die er belangstelling voor heeft en we met die informatie zelf mogen weten wat we er van vinden en mee doen. Het zou het laatste logo moeten zijn. Dat dient om zelf ook zo snel mogelijk te worden afgeschaft. Omdat warenkennis weer onder de mensen is en van ons zelf. Het enige waarover ik hier nog niet las: het nologologo zou ook een tijdje op reclame-uitingen geplakt moeten worden. Alles wat de reclame over een product beweert moet direct ook na te lopen zijn, te checken, door belangstellende burgers.

Ik ben niet zo goed thuis in de communicatie en media kant als Wouter Klootwijk, Dick Veerman en Jan Peter van Doorn. Wel weet ik wat van techniek af, en zie voor me hoe ontzettend krachtig een nologologo (wat verder gaat dan alleen duurzaamheid) zou kunnen zijn mits goed opgezet. Streepjescode scanners op mobieltjes, de foodcyclopedia en andere websites en natuurlijk scanners in winkels spelen daar een belangrijke rol bij. Doe je het goed, dan zijn alle andere ‘logo’s inderdaad op termijn overbodig. We hebben het dan weer over echte informatie. Bedrijven die niets hebben te verbergen zullen hier beter van worden en voldoende whuffies van het grote publiek krijgen. Ik kan blij worden van dit toekomstbeeld.

Enfin, ik heb een beetje geklust om een en ander nog tastbaarder te maken. Als Apple en Iphone liefhebber, kon ik het niet laten om een mock-up van een iphone-app te maken. Inmiddels heb ik contact met de maker van de Streepjescodescanner, en hebben we een afspraak gemaakt (verslag volgt).

De streepjescode scanner op het mobieltje.
Het aantal mensen met een telefoontje met een camera of smartphone neemt enorm toe. Deze groei is niet meer te stoppen. De moderne telefoontjes kunnen hun camera ook gebruiken om streepjescodes in te lezen. De eerste suggesties hierover staan op Foodlog en CoT (link1 (reactie Rob), link2 (9/10 20:14 en 21:07), link3). Door de streepjescode te koppelen met een database of internetsite kan je aanvullende informatie krijgen over het product. Zelfs internetbrowers zijn standaard op de meeste mobieltjes.

Zelf denk ik aan een applicatie waarin je na het inscannen van het streepjes code de volgende tabbladen ziet:
1. Een duurzaamheidsindicator (eventueel gekoppeld aan je persoonlijke profiel), met natuurlijk de mogelijkheid om in te zoomen op jouw gewenst detailniveau.
2. Een consumentenreageer pagina: Was het een lekker product? Thumbs up? Hoe vonden je web 2.0 vriendjes het product? Ook deze informatie wordt gewoon via een webpagina getoond in de applicatie.
3. Een product prijsvergelijking. Dit is voor computers en TV dus al een bestaande situatie, nu nog voor voedsel. Supers gaan dit niet leuk vinden, dat weet ik wel. Staat de prijs niet in de database, dan zijn we zelf toch ‘vriendelijk’ genoeg om de prijs even via het mobieltje in de database te zetten? Het mooiste zou zijn, als op termijn er meerdere prijs-vergelijkingssites zouden komen.
4. Een link naar de Foodcyclopedia.org. Wil je meer weten over hoe het product is gemaakt (met YouTubes filmpjes uit de fabriek?), of waar het vandaan komt? Bekijk gewoon de website over het product via je mobieltje terwijl je aan het winkelen bent.

Ik ben een beetje creatief geweest in powerpoint en heb het resultaat hieronder geplaatst (er zijn een paar foutjes ontstaan bij het omzetten naar slideshare waar ik niets aan kan doen).

Een supermarktketen met lef en visie, zal deze applicatie ook gelijk koppelen met de zelfscankassa. Zelf via je mobiel, alle boodschappen in de winkel inscannen en gelijk elektronisch betalen bij de uitgang. Scheelt weer in personeel en scheelt ook veel kassa vierkantemeters. Dit is de toekomst denk ik, je kan het niet tegenhouden. Wie gaat er in deze deze blue ocean stappen?

Ik besef heel erg goed dat de uitdaging gaat zijn om een database aan te gaan leggen. Wie gaat de informatie aanleveren? (in mijn ogen een innovatieve en moderne supermarktorganisatie 🙂 ). Enfin, een alternatief is om de informatie via klanten (wisdom of the crowds) te gaan verzamelen. Nogmaals, een dergelijk initiatief gaat er komen, je kan het niet tegenhouden. Lees nog maar eens What Would Google Do, specifiek gaat het om:

“Beware any strategy built ond protecion from cannibalization, for it probably means that the cannibals are at the door and ready to eat you for lunch. Protection is not a strategy of the future. Encourage, enable and protect open innovation. Hence, make innovations be your business. Its better for you to disrupt and cannibalize yourself than for a competitor to do it for you”

En hoe verder?
De lijst met toekomstige mogelijkheden is eindeloos. Eerst moet het platform worden opgezet. Nog enkele mogelijkheden:
– Koppeling met een willekeurige webpagina (bijvoorbeeld die van de producent,
die dan wat reclame mag maken of aanvullende informatie kan geven).
– De zelfscankassa via je mobieltje (zie hierboven)
– Veel meer schermen in de supermarkt en Internet hoekje waar je informatie
kan opzoeken. Slimme supers maken een ontmoetingsplek met koffie en/of een kok.
Foodcyclopedia, Governance: natuurlijk van ons allemaal (wikipedia model,
wel donateurs en bijdrage van de overheid).

De toekomst voor de media?
En natuurlijk blijven alle kranten (offline en online) zoals NRC, Volkskrant, De Telefgraaf en Foodlog gewoon bestaan. (alhoewel :-), bekijk ook het artikel over Herbert Blankestein). En wat mij betreft mag ook het voedingcentrum haar TV spotjes blijven maken (met iets minder budget?). Op die media platforms blijft de discussie en het debat gewoon doorgaan. En ik hoop dat journalisten nog betere en diepgaandere stukken zullen gaan schrijven als de basisinformatie over eten vrijelijk beschikbaar is (of moet ik zeggen ‘wordt’).

Aanvulling 10-1-2010.
Kijk eens het bestaat al, de GoodGuide.com site, mooier kan het niet! Hieronder de schermafbeeldingen (en nu maar eens de applicatie downloaden en bekijken):


Duurzaamheid in Food – leesvoer en voorbeelden (deel 6)

Dit is een vervolg op deel 5

In dit stukje, alleen maar een opsomming van interessant leesvoer en andere referenties. Ik zal regelmatig voor een update zorgen.

Food4Innovations
– start van de serie “duurzaamheid in Food
– het gesleep van vis door Europa en groente : “no comment
Cradle 2 Cradle

Foodlog:
We weten best wat duurzaam is
Duurzaamheid, ja dat is gewoon emotie.
duurzaam, de overheid moet kiezen
1 duurzaamheidslogo?
fundraising – 1 euro van iedere Nederlander.

Internet
duurzame ontwikkeling (WIKI)
duurzaamheid.kennisnet.nl

Boeken
Groene intelligentie (Daniel Goleman)

Heb je tips? Stuur me dan een e-mail!

aanvulling 3 januari 2010.
Voor mij als insider is het al lastig, maar voor de gemiddelde Nederlander zal het al helemaal niet duidelijk zijn: het verschil tussen Eco, Eko, Duurzaam, Biologisch, Natuurlijk, Organic, Sustaineble, Fairetrade, …, etc. Ik zal tzt een separaat stukje hierover schrijven. EKO en Biologisch zijn in Nederland beschermde woorden en bij wet geregelde termen (SKAL). Leerzaam is deze discussie Tuinders kom vertellen hoe het zit met gif.

Aanvulling 6 januari 2010
Dick is gestart met een fund-rasing stukje op foodlog. Dick heb ikzelf hebben dagelijks contact; vertrouwen is aanwezig. Regie en overleg ook.

Duurzaamheid in Food – een praktische aanpak (deel 5)

Dit artikel is een voortzetting van deel 4

Inmiddels is er al veel discussie op foodlog over het onderwerp duurzaamheid & voeding. Moet er een logo komen of niet? Wat is de rol van de overheid in dit proces? In dit deel 5 een korte update en daarnaast enkele meningen van mijzelf over dit onderwerp.

Om te beginnen is het interessant om de lijn op Foodlog te lezen die gaat over de laatste Rode Hoed sessie, waar ook de minister Gerda Verburg aanwezig was (link). Een stukje van Marijke Vos hoort ook bij het verplichte leesvoer: de overheid moet kiezen.

Ook de volgende link, waarin gesuggereerd wordt dat sommige mensen denken dat al lang bekend is wat duurzaamheid is, is het lezen waard (link) (ik geloof totaal niet dat het grote publiek weet wat duurzaamheid werkelijk is). Ten slotte de lijn waarin de vraag werd gesteld of er een logo moet komen of niet (link). Persoonlijk denk ik dat er een logo moet komen dat eigenlijk geen logo is. De huidige logo’s zijn eigenlijk zwart-wit logo’s. Logo’s die aangeven of iets wel of niet voldoet. Het A-G systeem of sterrensysteem gaat een stapje verder door een ‘rating’ te geven. Zelf denk ik dat we niet deze weg -goed/fout logo’s- moeten bewandelen.

Ik geloof wel in een heel modern ‘dynamisch’ “ik-bepaal-zelf-de-diepgang-logo-met-kwantitatieve-inhoud”. We beginnen met een 1-100% (of A-G score) bijvoorbeeld op de domeinen (a) milieu, (b) gezondheid, (3) diervriendelijkheid, (4) fairness (als een soort klavertje met 4 blaadjes, dit beeld heb ik niet zelf verzonnen, zie ook NRC artikel). Wil je als consument meer weten over “milieu”, dan kan dat. Je bekijkt dan gewoon de onderliggende waarden voor de indicatoren energie_grijs, energie_groen, water_verbruik, Afval. Dit alles via een scanner die in de winkel hangt, of via je mobieltje. Evidence based sustainibility en top (zie ook NRC 2008). Wil je alle gegevens weten en nalezen? dan kan dat ook de details staan dan gewoon op www.foodcyclopedia.nl of zo :-). Kijk ter inspiratie ook eens op: rankabrand

Drie praktijk voorbeelden die aangeven waarom “duurzaamheid” als containerbegrip zo moeilijk is:
fairtrade appelsap die niet milieuvriendelijk is.
– diervriendelijke kip die niet duurzaam is (Volwaard) (met link naar margemix)
– slaafvrije chocolade letters die uit een gewone chocolade letter-mal komt (link)

Deze lijnen en bijbehorende reacties hebben me flink geprikkeld in mijn denken. Een van mijn ideeen is om te gaan werken met een MySustainibility site, die naast de algemeen geaccepteerde en democratisch bepaalde verdeelsleutels, ook een persoonlijk profiel gebruikt om de overall-duurzaamheidsscore voor jouwzelf te bepalen. In de toekomst kan je met je mobieltje of een scanner in de winkel, een scan maken van een product. Afhankelijk van je persoonlijke wensen, kan je dan een gepersonaliseerd ‘advies’ krijgen rondom je potentiële ‘duurzame’ inkoop. Precies zoals Marcel ook eerder schreef.

Nog verder doorberedeneerd kan je je voorstellen dat we belasting gaan heffen op basis van de waarde van de blaadjes van het duurzaamheids-klavertje. Op deze manier heeft de overheid in de toekomst een instrument in handen om de ‘duurzame’ keuze ook financieel te stimuleren (of onduurzaam aankoopgedrag te straffen). Kortom beprijzing gaat ook mogelijk zijn. (na de discussie over km-beprijzing gaan we dus ook een discussie over voedsel-duurzaamheids-beprijzing krijgen 🙂)

Zogauw ik zin en tijd heb, zal ik nog een stukje schrijven over duurzaamheid en vlees. Inhoudelijk gezien is Meatfree Monday alvast een lees aanrader.

Aanvulling 25 december 2009
Met dank aan Joost Reus en Twitter : www.earthster.org

Duurzaamheid in Food – een praktische aanpak (deel 4)

Dit artikel is een vervolg van deel 3

Het model – de overall duurzaamheid score.
Door de verdeelsleutels nu te vermenigvuldigen met de waarde van elk van de indicatoren krijgen we een gemiddelde duurzaamheid score per product/SKU. De verdeelsleutels kunnen jaarlijks veranderen onder invloed van de publieke opinie (die haar mening via het stemmen bekendmaakt). De waarde van de 12 indicatoren kunnen alleen veranderen als (a) de NGO die de rekenregels bepaalt deze aanpast, of (b) als de producent ‘duurzamer’ (diervriendelijker, milieu-efficienter, …) gaat produceren.

Op deze manier hebben we een scheiding der machten aangebracht en een methode geïntroduceerd waarmee toch appels-met-peren vergeleken kunnen worden:
1- de wetgevende macht geeft een juridisch kader aan de methode (en de losse duurzaamheidsindicatoren),
2- de NGO’s bepalen de exacte criteria/rekenregels (en publiceren deze online). Producenten passen deze rekenregels zelf toe op elk product.
3- de Notified Bodies controleren of de rekenregels door de producenten goed zijn toegepast,
4- de verdeelsleutels worden democratisch jaarlijks vastgesteld met internet survey (1 Nederlander, 1 stem).

Het eerste grafiekje (spinnenwebgrafiek) geeft nu aan wat er gebeurd als we de waarde van de indicatoren vermenigvuldigen met de democratisch bepaalde verdeelsleutels. De tweede grafiek is het resultaat als we nu de gemiddelde overall duurzaamheid score bepalen voor de vier voorbeeldproducten:

Het model – hoe nu verder?
Ik hoop dat dit een werkbaar model geeft om toch tot een duurzaamheidsindicator te komen voor voedsel. Een juiste overall duurzaamheidsindicator op de verpakking (bijvoorkeur Europees ingevoerd), geeft alle informatie aan consumenten om een goede (rationele) keuze te kunnen maken. Mocht een consument toch de waarde van de onderliggende indicatoren willen weten, dan pakt hij/zij zijn mobieltje, maakt een foto van de streepjescode en de consument wordt automatisch naar een website geleid waar de aanvullende informatie wordt getoond. 100% transparantie. Mocht je iets meer willen weten, dan is de informatie feitelijk altijd beschikbaar.

Nu weet ik best dat er een groot verschil is tussen de Nederlander als ‘burger’ en de Nederlander als ‘consument’. Toch heb ik de overtuiging dat het verstrekken van feitelijke informatie de enige manier is om op termijn bewuste keuze gedrag uit te stimuleren. Zelf heb ik weinig geloof in nog meer Postpus 51 spotjes. Deze hier voorgestelde methode introduceert een duurzame manier om toch licht te scheppen in de duisternis die nu “duurzaamheid” heet. Een combinatie van rationele indicatoren en de mening van Nederland voor de verdeelsleutels. Ik denk dat dit een manier is om op korte termijn aan de slag te gaan.

Nog een laatste opmerking. Deze methode zou wat mij betreft open-source geïmplementeerd moeten worden (WWGD). Het mag niet zo zijn dat een specifiek concern het beheer heeft. Op het ontwerp van duurzaamheids-indicatoren mag niet worden geconcurreerd. Natuurlijk hoop en verwacht ik wel dat er concurrentie komt op ‘duurzame voedsel producten’.

Aanvulling 22 nov 16.50.
Ik kon net niet laten en heb deze ideeen ook bij foodlog neergelegd. Klik hier om de discussie te volgen. Laat ik maar eens gaan kijken hoe er op dit basis idee wordt gereageerd. Daarnaast is het ook interessant om te kijken op de People4earth-website.

Aanvulling 23 nov 19.45.
Op linkedin CoT zijn twee leuke reacties geplaatst:

Cor
… …
Knap stuk werk. Ik heb de vier delen op je log gelezen. Je opzet om te komen tot een OPEN SOURCE indicator steun ik volledig. Ik ben een sterk voorstander van prototyping. Ook met deze indicator. Gewoon beginnen en verder ontwikkelen.
… …

Marcel
… …
Houd bij de ontwikkeling voor ogen de trasparante (futuristische) bril die ik nog steeds laat zien op mijn presentaties. Je staat in de supermarkt en kijkt naar de courgettes en wat laat de bril (of het mobieltje) met abonnement op de globale Consumentenbond je zien? Alleen een groen, rood of oranje licht. Als je meer wilt weten, dan schud je ff met je hoofd en de bril laat de criteria achter de kleuren zien: dierwelzijn, kinderarbeid, volgens wetenschappers, volgens de bezoekers van de huidige supermarkt.

We maken in de toekomst dus betere beslissingen in realtime. En dat stoplicht herbergt een beslissingsmachine, een meta-keurmerk. Dat is een combinatie / optelsom vormen van alle bestaande duurzaamheidskeurmerken. Ga niet een eigen nieuw deel-keurmerk aan de bestaande toevoegen, maar voeg ze juist samen!

Uiteraard Open Source. Een bedrijf mag het starten of zelfs tot in eeuwigheid onderhouden, maar het is niet hun eigendom en het moet open staan voor ontwikkeling door derden. Kwestie van ofwel MVO ofwel slim ondernemen.
… …

Zo dit was deel 4, de rest van het verhaal is te vinden in deel 5.

Duurzaamheid in Food – een praktische aanpak (deel 3)

Dit artikel is een voortzetting van deel 2

Het model – de verdeelsleutels.
Zo tot nu toe was het recht toe recht aan. Verschillende indicatoren met elke een heldere en rationele set spelregels. Natuurlijk, zal het niet eenvoudig zijn om tot een consensus te komen over de criteria, maar het kan wel. Voorbeelden waar dat ook is gelukt zijn immers, biologisch, IKB en het sterrensysteem van de dierenbescherming. Maar hoe gaan we de verschillende indicatoren nu met elkaar vergelijken? De ene persoon vindt dier-vriendelijkheid belangrijk, en de ander (ikzelf) een efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen (milieu). We zouden aan “de politiek” kunnen vragen, om hier een besluit in te nemen. Zelf geloof ik niet in deze optie, het duurt te lang en juist op dit onderwerp geloof ik wel in de wisdom of crowds.

Dit is volgens mij een gewoon keuze-probleem, experts, wetenschappers en consultants hebben hier wat mij betreft dan ook niets over te vertellen. De vraag aan het publiek is simpel : verdeel 100 punten over de 12 indicatoren. Vindt je alleen diervriendelijkheid belangrijk? Prima zet dan 100 punten in op indicator 6, ben je in eerste instantie voor een beter milieu? verdeel je punten dan over eerste vier categorieën. Deze meningen kunnen verzameld worden via een eenvoudige website; of het beheer hiervan bij een NGO kan komen te liggen weet ik niet. Waarom niet elke Nederlander jaarlijks de mogelijkheid geven om te stemmen met zijn/haar DIGID-code? Het resultaat is een histogram met scores voor de ‘belangrijkheid’ van elk van de indicatoren. Ik heb geprobeerd om een voorbeeldje te maken (het resultaat van heel veel stemmen) :

Op basis van alle ‘meningen’ kunnen we nu de juiste verdeelsleutels gaan vaststellen. Hieronder zie je een grafiekje waarin de gemiddelde verdeelsleutelwaarde staat (=blauwe balk) en de standaarddeviatie (=zwarte verticale lijn) op basis van het stemgedrag van alle Nederlanders die jaarlijks hun mening hebben gedeeld.

Zo dit was deel 3, de rest van het verhaal is te vinden in deel 4.

Duurzaamheid in Food – een praktische aanpak (deel 2)

Dit artikel is een voortzetting van deel 1

Het model – de indicatoren
Uit de literatuur is gebleken dat er tot wel 20 indicatoren of meer gebruikt kunnen worden om ‘iets’ over duurzaamheid te zeggen. In dit voorbeeld gebruik ik er ‘maar’ twaalf (en dat zijn er eigenlijk al teveel denk ik).
1. Milieu belasting vd grondstoffen: hoeveel grondstof is er nodig om het product te maken. Bij beesten gaat het dan om de voerconversie. Maar naast de hoeveelheid voer, gaat het ook om de mileubelasting van het voer per kg. Milieubelasting is uit te drukken in deelfactoren zoals (1) gebruik grond, (2) hoeveelheid energie, (3) hoeveelheid water etc. Het woord grondstoffen moet heel erg ruim worden geinterpreteerd. In een kas is water, zaad en kunstmes een grondstof. Bij een soepfabrikant de gedroogde kruiden.
2. Milieu belasting vd productie (de ‘fabriek’): hier wordt gekenen naar de hoeveelheid energie en water dat wordt gebruikt om de eindproducten (SKU’s) op basis van de grondstoffen te maken. Het kost bijvoorbeeld heel veel energie om melk in een sproeidroger te drogen of om soep in blik te steriliseren. Ook het gebruik van reinigingsmiddelen en schoonmaakwater in de fabriek zou mee kunnen tellen.
3. Milieu belasting transport (foodmiles): hier gaat het om een combinatie van het type vervoermiddel (vrachtwagen, boot, vliegtuig), het type transport (gekoeld, bevroren, ambient) en de afstand van transport. Dit begrip gaat dus veel verder dan alleen maar de transport-kilometers.
4. Milieu belasting vd verpakkingen: de hoeveelheid plastic, karton, papier en glas dat wordt gebruikt in de fabriek (voor halffabrikaten) en voor het eind-product (SKU) is een maat voor deze indicator. Daarnaast zou er rekening gehouden moeten worden met de hergebruik factor van het verpakkingsmateriaal.
5. Grondstofkringlopen sluiten (lokaal vs mondiaal): dit is wellicht de meest lastige indicator. Het heeft te maken met het verslepen van nutrienten. Als we soja uit Brazilië halen om de varkens te maken die weer in Brazilië worden verkocht en geconsumeerd, dan is er een gesloten nutriënten kringloop. Als we de varkens echter hier in Nederland nuttigen, dan verdwijnen er nutrienten uit Brazilie en ‘hopen’ deze nutrienten zich hier op. En gemengde boerderij in Nederland, heeft veel meer mogelijkheid om zijn lokaal kringlopen te sluiten.
6. Diervriendelijkheid: deze indicator spreekt voor zichzelf. De dierenbescherming heeft hiervoor al een sterrensysteem bedacht. Wellicht kan dit systeem verder worden verfijnt.
7. Eerlijke prijs voor productenten (fairtrade): lastig aspect, het gaat hierbij niet om een certificering, maar wel om de vraag of een producent een eerlijke prijs krijgt. Een melkboer die consequent onder zijn kostprijs moet leveren krijgt geen fairtrade prijs.
8. Duurzame bedrijfsvoering (sociaal en economisch): dit is een verzamelindicator waarin zaken zitten zoals (a) heeft het bedrijf veel vreemd vermogen, (b) is er spraken van forse concurentie (red ocean), (c) is er spraken van structuele overproductie, (d) hebben de werknemers een fatsoenlijke CAO? etc. etc. De aspecten die met MVO te maken hebben worden eigenlijk samengevoegd in deze indicator.
9. Gebruik van ‘chemische’ hulpmiddelen: Hoe zit het met het gebruik van bestrijdingsmiddelen? Worden de beesten preventief gevaccineerd? Hoe dit in een indicator te vatten, weet ik nu nog niet, maar ik heb de overtuiging dat het zou moeten kunnen.
10. Omstandigheden van werknemers : werken de medewerkers onder koude of natte werk omstandigheden? Hoe zijn de arbeidsomstandigheden van de werknemers geregeld, werken ze onder een CAO, hebben ze een vast contract?
10. Gezondheid vh product bij consumptie: ook een lastige. Er bestaan immers geen
gezonde of ongezonde producten (wel een gezond voedingspatroon). Deze indicator zou opgebouwd kunnen worden uit een absolute gezondheidsscore. De IKB benadering werkt in ieder geval niet aangezien het daar gaat om een relatieve ‘gezondheids’ score.
12. Afval & derving (exc. verpakking) bij consumptie: wordt er veel weggegooid? Is er veel derving in de keten (bijvoorbeeld bij ultra-kort houdbare producten). Dit is ook weer een lastige indicator, hoe dit praktisch op te pakken weet ik dus nog niet.

Stel dat er nu voor elk van deze indicatoren een wettelijke basis zou zijn. Deze wettelijk basis is echter wel heel erg simpel. Het “woord van de indicator” krijgt een wettelijke status, zonder alle details rondom de criteria wettelijk te willen gaan regelen. Elke indicator krijgt een stichting (of wordt ondergebracht bij een bestaande NGO, bijvoorbeeld de dierenbescherming), die verantwoordelijk is voor de onderliggende calculatiemethoden, klassegrenzen of eisen (vergelijkbaar dus met biologisch/EKO of met Label Rouge). De details worden derhalve niet direct via wetgeving geregeld. Het is wat mij betreft niet de bedoeling om op het niveau van bovenstaande twaalf indicatoren met logo’s te gaan werken.

Als producenten nu per product een waarde geven van 1 tot 10 aan elk van deze indicatoren, dan hoeft alleen het onderliggende berekenmodel ‘bewaakt’ te worden door de stichting of NGO. Een externe accountant (nobo, notified body), beoordeelt dan bijvoorbeeld een keer per jaar of de producenten voor al hun SKU’s het calculatiemodel goed hebben toegepast. Alle ketenspelers krijgen tevens ook de wettelijke plicht om deze informatie (= de waarde per indicator) per SKU (of kg product) mee te geven aan de volgende ketenspeler (of consument) (zie ook foodlog.nl, 1-nov-09, 16:35 hr). Hierdoor ontstaat er vanzelf een LCA (vergelijk het maar met ons BTW-systeem) in de keten, en consumenten krijgen feitelijke duurzaamheidsinformatie.

Ik heb ter illustratie geprobeerd om voor vier voorbeeld producten een waarde tussen 1 en 10 te verzinnen voor elk van deze twaalf indicatoren. Een waarde 1 is slecht (laag, klein) en waarde 10 is goed (hoog, groot). Bij diervriendelijkheid heb ik bijvoorbeeld het groente en fruitvoorbeeld een waarde van 10 gegeven (want optimaal diervriendelijk :-)). De waarde van de indicatoren heb ik uitgezet in een spinnenwebdiagram:

Zo dit was deel 2, de rest van het verhaal is te vinden in deel 3.

aanvulling d.d. 23-11-2009.
People4earth heeft ook zo te zien 12 criteria, en heeft ook nog eens een nette opdeling gemaakt. Mooie aanpak wat mij betreft. De criteria die ze echter lijken te gebruiken zijn mij te kwalitatief. Ook weet ik niet of er een open-source gedachte in hun initiatief ingebakken zit en rondom governance zie ik niet veel op hun website.

Duurzaamheid in Food – een praktische aanpak (deel 1)

Het grote nadeel van de huidige discussie over duurzaamheid, is dat het in mijn ogen een te abstracte discussie is. Duurzaamheid is een nog groter containerbegrip dan het begrip ‘milieuvriendelijk’. Duurzaamheid combineert namelijk allerlei verschillende factoren die eigenlijk niet zo goed met elkaar te vergelijken zijn. Vandaar dat we vaak blijven hangen in definities zoals : “met respect voor toekomstige generaties, onze omgeving en aarde”. Prima natuurlijk om daar een heldere kwalitatieve definitie voor te hebben, maar ik vindt dat we juist de volgende vraag moeten kunnen beantwoorden: “wat betekent dit nu voor individuele producenten?”

Op dit moment is er een wildgroei van allerlei initiatieven rondom duurzaamheid. Ik heb de indruk dat veel van de goedbedoelde initiatieven te weinig praktisch zijn en blijven steken in mooie woorden en dito websites. In dit blog-artikel probeer ik een model te geven waarmee we op termijn kunnen komen tot een ‘overall’ duurzaamheidsscore voor voedselproducten, zowel vers (appels, tomaten, vlees), als vers-bewerkt (gesneden groente, vers geperst sap, kant-en-klaar) als langhoudbare producten (gesteriliseerde soepen, gedroogde producten, etc.). (denk aan A-G score voor auto’s en witgoed). Mijn eerste suggestie hierover staan hier.

Naar mijn stellige overtuiging zou dit model geen ‘eigendom’ mogen zijn van een fabrikant of van een individuele supermarktketen. Een NGO zou de controle over het logo en model kunnen hebben, en de onderliggende factoren (zowel de indicatoren als de verdeelsleutel), kunnen democratisch, via (‘Wisdom of crowds’) worden bepaald. Ook doe ik vanaf hier een groot moreel beroep op onze politiek om dit model als uitgangspunt te gaan nemen van specifieke wetgeving, en om het initiatief te nemen om dit model nader uit te werken (beste politici: toon leiderschap, de industrie zelf gaat er niet uit komen!) en dit zo spoedig mogelijk op Europese schaal invoeren. Tim Lang heeft gelijk denk ik, het is nodig om snelheid te gaan maken.

De uitgangspunten van dit model zijn heel simpel.
er zijn veel indicatoren die ‘iets’ over een (klein) gedeelte van duurzaamheid kunnen zeggen. Voorbeelden zijn (1) fair-trade, (2) biologisch, (3) food-miles, (4) diervriendelijkheid. GEEN van deze indicatoren zegt iets over het ‘geheel’. Daarnaast is het heel erg lastig om de verschillende indicatoren onderling te kunnen vergelijken (daarom heeft de vleeswijzer ook twee assen).
voor sommige, maar zeker niet alle indicatoren, zijn heldere criteria bekend om te bepalen wat de ‘waarde’ is van de indicator. Het is op termijn naar mijn mening wenselijk om voor alle relevante indicatoren een heldere set criteria te hebben. Ik kan me voorstellen dat -naast biologisch, bijvoorbeeld ook IKB of klavertje– ook alle andere indicatoren een wettelijke basis gaan krijgen, met een verwijzing naar een NGO die de criteria voor de betreffende indicator vastlegt (en ze eventueel per 5 jaar aanpast). Daarnaast zijn er onafhankelijke certificerende organisaties (een soort van accountants, notified bodies) nodig.
de onderlinge vergelijking tussen de verschillende indicatoren is altijd een vergelijking van appels met peren (wat is belangrijker, diervriendelijkheid of voerconversie, gezondheid of foodmiles). Om toch tot een duurzaamheidscore te komen is een onderlinge vergelijking echter wel nodig. Hiervoor hebben we verdeelsleutels nodig. Naar mijn stellige overtuiging zouden deze verdeelsleutels -dynamisch en democratisch- bepaald moeten gaan worden. De totale som van de verdeelsleutels is bij elkaar wel 100%; dit voorkomt dat we uitkomen op het antwoord “alles is belangrijk”. Internet toepassingen kunnen hierbij ondersteunen, maar er moet wel worden gekozen.
we zouden een maatschappelijk discussie moeten hebben over de vraag of diervriendlijkheid, gezondheid en sociale aspecten van productie nu wel of niet onderdeel zouden moeten uitmaken van de overall duurzaamheidscore. Zelf ben ik van mening dat we moeten beginnen met milieu-indicatoren, pas daarna diervriendelijkheid en fair-trade en pas als laatste gezondheid en overige aspecten moeten gaan opnemen. Het model wat ik voostel, is daarmee automatisch een dynamisch groeimodel.
het is niet de bedoeling om een waarde oordeel te geven per indictor. Dus NIET ECO is goed, en de rest slecht OF IKB is goed en de rest slecht. Het WEL de bedoeling om een getalwaarde te gebruiken per indicator. Of het getal per indicator nu is uitgedruk van 1% tot 100%, of in een score van 1 tot 5 is niet echt relevant.

Het model – introductie.
Ik zal aan de hand van voorbeelden het model proberen toe te lichten. Het gaat mij om de illustratie van het raamwerk weer te geven (de grote lijnen dus). De exacte formulering of de exacte getallen zijn dus alleen maar illustratief. Het model bestaat uit vier hoofdstappen: (1) het vastleggen van de relevante indicatoren, (2) het vastleggen van de waarde van elk van de indicatoren per product, (3) het vaststellen van de verdeelsleutels, (4) het vermenigvuldigen van de indicator-waarde met de verdeeldsleutel, (5) het bepalen van de overall-duurzaamheid score (die tussen 1% en 100% of 1 en 10 of A-G komt te liggen.). Ik zal mijn best doen om ook aan te geven hoe governance geregeld zou kunnen worden.

Ik veronderstel dat elk product op basis van grondstoffen in een ‘fabriek’ -samen met energie, water en andere hulpmiddelen- wordt gemaakt. Het product is het eindproduct zoals het wordt verkocht aan de volgende ketenspeler of aan de consument en heeft als eenheid SKU (als is wel bekend hoe zwaar een SKU weegt). Met de fabriek bedoel ik niet letterlijk een fabriek. Ik veronderstel bijvoorbeeld dat een kas ook een soort van fabriek is, waar op basis van de grondstoffen water, zaad en mest een conversie plaatsvindt naar een eindproduct (SKU).

Ik veronderstel ook dat het politiek haalbaar is om in de toekomst van alle keten-spelers te eisen (bij wet) dat de waarde van alle indicatoren per SKU wordt meegestuurd aan de volgende ketenspeler. Juist daarom is het zo van belang om alle relevante indicatoren een wettelijke basis te gaan geven. Anders kunnen we een dergelijke model nooit maatschappelijk gedragen gaan invoeren. Op foodlog heb ik eerder mijn mening hierover gegeven (zie link)

Zo dit was deel 1, de rest van het verhaal is te vinden in deel 2.

C2C en twee leestips

Op LinkedIn groep Innovatie 2.0 (meld je aan! inmiddels 2540 leden). Ging de discussie laatst over Cradle 2 Cradle, C2C is een hippe benaming voor duurzaam produceren, werken en leven. Of te wel het sluiten van kringlopen. Jolanda Vogelzang (Independent Real Estate Professional ) schreef ” …en dus zal er eerst weer eens een definitie moeten worden geformuleerd over wat je onder cradle to cradle verstaat…”.

Harold van Garderen (Senior Services Consultant at Océ) reageerde:
” Jolanda, helemaal mee eens. Eens kijken hoever we komen?
C2C-M – Materieel (zonder Downcycling)
C2C-P – Productie
C2C-L – Lifecycle (wieg tot graf/wieg2) inclusief gebruikerseffecter
C2C-E – Inclusief omgevingseffecten (complexe feedback op systeemniveau) “

Ik kan met best vinden in dit onderscheid en dit kan de discussie helderder maken.

Waarom Will Robben (Highly ambitious owner/MD of Venrooy Cable Equipment), schreef :
” C2C hoort thuis onder de noemer duurzaamheid, en ik heb laatst met bewondering naar Josephine Green (Senior Director of Trends and Strategy, Philips) zitten luisteren die haar visie o.a. ook daarop gaf. Een interessant document van haar hand om te lezen vind je onder democratizing-the-future-16071.pdf . Hier staan meerdere bruikbare aanknopingspunten voor je in. “

Dit is mijn eerste leestip. Mijn tweede leestip is What Whould Should Google Do. Op dit moment schrijf ik een soort van boeksamenvatting. Deze samenvatting zal ik eerdaags publiceren. Dit is mijn tweede leestip voor vandaag. Mocht je teveel tijd hebben : jeff jarvis heeft een eigen blog genaamd buzzmachine