Tim Lang: Het feest van overvloed is voorbij, je moet de consument geen keuze geven.

Een hele mooie samenvatting van Mac van Dinther over de lezing van Tim Lang in de Rode Hoed. Lang heeft het bij het juiste eind. Politiek ingrijpen is nodig. Heel spijtig om dit als liberaal te moeten melden op mijn eigen blog. Ik wordt triest van deze conclusie en wel om twee reden (1) ik ben voor een kleine overheid en vrij markt daar waar mogelijk, kortom het voelt nog helemaal goed , (2) onze NL overheid is stuurloos, dit is het thema dat LNV en EZ gezamenlijk zouden moeten oppakken. Dit laatste is gezien de verstandhouding niet te verwachten. Over punt (2) ga ik nog eens heel goed nadenken. De laatste alinea (bold) spreekt voor zichzelf denk ik. Spijtig genoeg denk ik ook dat we niet aan meer overheidsingrijpen ontkomen, duurzaamheidswetgeving is nodig. De sense of urgency is te groot.

vrijdag 30 oktober 2009 09:51 door Mac van Dinther

‘Je moet de consument geen keuze geven’

Wie vanavond een dikke biefstuk of een dubbele Big Mac met een liter Coca Cola op het menu heeft staan: geniet er nog maar even van. Want de tijd dat we dat nog op tafel kunnen zetten is eindig, zegt Tim lang, professor Food Politics aan de City University in Londen. ‘The Western diet is dying’, aldus Lang. De tijd van overvloed en onbeperkte keuze is voorbij.

Lang was donderdagavond de vierde spreker in de reeks debatten over de toekomst van ons eten in de Rode Hoed in Amsterdam. De Brit is een autoriteit op zijn gebied. De zaal zat vol.

Lang begon met drie vragen de zaal in te slingeren. Kunnen we genoeg produceren om duurzaam en gezond te eten? Ja, maar alleen als we veel veranderen. Gaat het snel genoeg? Nee. Zullen we door de omstandigheden worden gedwongen om te veranderen? Ja, waarschijnlijk wel.

Failliet
In scherpe lijnen schetste Lang het failliet van de neo-liberale voedselpolitiek die gelooft dat je met geld en techniek alles kunt oplossen. De manier waarop wij ons voeden stuit op grenzen. Er ontstaan tekorten aan water, de grond wordt uitgeput, het milieu verpest en de olie, waarop ons hele voedselsysteem is gebaseerd van de productie van kunstmest tot aan de vrachtwagens die het eten naar de supermarkt brengen, raakt op. Het systeem produceert honger en overvloed tegelijk. Een miljard mensen is ondervoed, evenveel mensen lijden aan ernstige zwaarlijvigheid.

Regeringen en internationale organisaties die leiden moeten geven laten verstek gaan. Macht is diffuus geworden, regeringen regeren niet meer. ‘We lopen slaapwandelend een crisis binnen.’

Wij zijn het probleem
Lang liet er geen enkel misverstand over bestaan wie het probleem zijn. Dat zijn niet de met hun ontwikkeling worstelende arme landen, niet de gretig opkomende economieën als India en China. Het probleem dat zijn wij: de inwoners van Noord-Amerika en West-Europa.

Wij zijn de ‘heavy users’ die in snel tempo de natuurlijke hulpbronnen van de planeet er doorheen jagen met onze overmatige consumptie. In termen van de ecologische voetafdruk gemeten drukken wij het hardst op de aarde. ‘Niet bevolkingsgroei, maar welvaart is het probleem.’

Er is lang gedacht dat de goed geïnformeerde, welvarende consument vanzelf het goede en gezonde zou kiezen. Maar dat is een illusie, zegt Lang. Wij hebben ons eraan gewend dat eten goedkoop is, zodat we geld over houden om drie keer op vakantie te gaan en een Mercedes voor de deur te hebben.

Regeringen blijven in gebreke
De maatregelen die regeringen nemen zijn op zijn best aarzelend te noemen. Zweden adviseert zijn bevolking minder vlees en meer groente te eten. Dat is alvast wat, aldus Lang. Het is in ieder geval meer dan de Nederlandse regering doet die tegen consumenten zegt: als u duurzaam wilt eten, dan moet u die en die producten nemen. ‘Veel te vrijblijvend.’

Keuzevrijheid wordt in het Westen nog altijd gezien als het hoogste goed. Maar het werkt niet. ‘Je kunt niet volstaan met een schap biologische producten in de supermarkt te zetten en tegen de consument te zeggen: als u duurzaam wilt eten moet u daar zijn. Alles zal duurzaam moeten zijn.’

Een keer in de week vlees
We moeten naar een nieuwe manier van eten die gezond is, het klimaat ontziet, de biodiversiteit behoudt, en wat er is eerlijk verdeelt. Het kan, aldus Lang, maar de veranderingen zullen snel en radicaal moeten zijn.

Wat dat zoal inhoudt? Meer lokaal geproduceerd voedsel eten, meer van het seizoen, meer groente, minder vlees. Veel minder vlees. ‘Een dag in de week geen vlees eten klinkt goed. Maar dat is bij lange na niet genoeg. Een dag in de week wel vlees eten en de rest van de week niet, dat komt meer in de buurt.’

Nooit meer flessenwater
En wie het kleine eert: drink nooit meer flessenwater. Een van de meest bespottelijke uitvindingen, aldus Lang, omdat in het Westen water uit de kraan overal van uitstekende kwaliteit is. ‘De Fransen zullen het niet leuk vinden, maar we gaan het toch doen.’ Boycot flessenwater, is zijn boodschap.

Wie moet het voortouw nemen? Een aantal grote bedrijven zoals Unilever, Coca Cola en Tesco heeft de koppen al bij elkaar gestoken hoe ze de toekomst tegemoet moeten treden. De machtsconcentratie in de voedingswereld is enorm, zegt Lang. ‘Tegelijk zijn de bedrijven uitermate kwetsbaar.’

Tricky politics
De bedrijven komen zelf in actie omdat ze zien dat regeringen in gebreke blijven. Wat ze doen is ‘interessant’, meent Lang. Maar ook gevaarlijk. ‘Als grote bedrijven zich ermee gaan bemoeien eindigt het meestal in tranen.’

Op lokaal niveau zijn allerlei veelbelovende initiatieven gaande, zoals voedselcoöperaties en samenwerkingsverbanden tussen boeren en stedelingen. Maar uiteindelijk zal het antwoord toch moeten komen van de politiek. ‘Die is de enige die het kan doen.’

Alle middelen zullen daartoe moeten worden ingezet: stimuleringsmaatregelen, subsidies, zachte dwang. Wie werkelijk iets wil veranderen, moet de consument geen keuze geven. ‘Maar dat zijn tricky politics. Dat durven regeringen niet aan.

Aanvulling @ 16:29
Ik zie de parallel tussen de voedselveiligheid discussies in het verleden en de discussie over duurzaamheid. In het verleden is er eerst gewerkt aan (a) Voedselveiligheid (GMP, HACCP, etc), daarna aan (b) Voedselkwaliteit (BRC, IFS), daarna aan (c) Voeding en gezondheid (Functional Foods, Novel Food Regulations, verrijking van voedsel), nu aan (d) Voeding en Duurzaamheid. Het onderwerp (d) is echter te complex om door de wetgevende macht (VWA) en de wet creërende macht (de Politiek) opgepakt te kunnen pakken. Daarbij zat vroeger de kennis bij de overheid en haar kennisinstellingen, inmiddels zijn de rollen omgedraaid. de beste experts werken tegenwoordig bij grote en kleine bedrijven.

Bij de functional food richtlijnen hebben we al gezien dat de bijdrage van de multinationals zoals Unilever op de concept wetteksten relatief heel erg groot is (o.a. via lobby’s in Brussel). Bij de Kelloggs case konden we al merken dat het complexe materie is (zowel inhoudelijk als juridisch). Nu gaan we -is ook mijn stelling- zien dat wetgeving en richtlijnen over voeding en duurzaamheid in grote mate opgepakt gaan worden door de retailers (zie artikel Trouw). Linke soep, de scheiding der machten is aan het verdwijnen. We moeten juist gaan ontvlechten!

Ik ga door met de discussie over dit onderwerp op foodlog, wellicht maak ik t.z.t. nog wel een analyse-synthese-samenvatting op mijn eigen blog.

Aanvulling 1-11-2009
Inmiddels vraagt ook AH om meer duurzaamheidsregelgeving. Ook Krispijn Beek (EZ) heeft een stukje over dit onderwerp op zijn blog geschreven: Hoe ziet Albert Heijn’s wet op duurzame produkten er uit?. Ik probeer de belangrijkste lijnen samen te plaatsen bij de Rode Hoed discussies.

Ik ben er denk ik uit. Bedrijven worden vanaf bij wet nu verplicht om per verkocht product aan hun klant -kan B2C of B2B zijn-aan te geven wat de milieu-impact is. We beginnen met energie, water en grondstof. De volgende ketenspeler telt hun additioneel impact op, zodat er voor het bewerkte eindproduct de totale som opgesteld kan worden. De eerste ideeen staan in mijn reactie op foodlog. (13/11/09 – ik twijfel nog een beetje)

Aanvulling 2-11-2009
De presentatie van Tim Lang is inmiddels ook electronisch beschikbaar. De presentatie als ppt downloaden kan via de volgende link (slideshare Dick Veerman). Veel kijkplezier.

Aanvulling 8-11-2009
Interview met Tim Lang in Trouw.

Aanvulling 21-11-2009
Het is volgens mijn gevaarlijk om alleen onderzoek te doen naar de kostprijs opbouw van producten (mijn stelling is overigens dat LEI et.al. (a) en de informatie en (b) de kennis niet hebben voor een dergelijk onderzoek). Veel relevanter is inzicht in de marge-mix EN kruis-subsidie tussen categorieen. Maar de echt interessante vraag is : Welk eetsysteem WILLEN we hebben? (zie ook reactie van Peter Jens – Biologica)

Rode Hoed 2009: de toekomst van onze landbouw en ons voedsel – verwijzingen en F4I-blog items.

Waarom maar niet eens een stukje platte reclame maken op dit blog? Waarvoor? Voor een zeer goede en interessante serie over eten en ons eetsysteem die wordt gehouden in de Rode Hoed. Het programma hieronder heb ik onvervalst geknipt en geplakt (maar wel her en der aangepast). Maar als een beetje service zal ik de verwijzingen naar de Foodlog.nl pagina’s opnemen, indien mogelijk de presentaties op slideshare zetten, en aangeven of ik wel of niet aanwezig was. Als ik aanwezig ben dan twitter ik zoveel als ik kan. Zelf gebruik ik deze pagina ook als persoonlijk ‘kennismanagement’ systeem naar de grotere thema’s van ons eetsysteem.

De toekomst van ons landbouw en ons voedsel.
De debatcyclus omvat een reeks van 5 thema-avonden, voorafgegaan door een openingsavond tijdens de Week van de Smaak en afgerond met een slotmanifestatie waarbij de belangrijkste inzichten/conclusies worden gepresenteerd. De debatten worden geleid door Felix Rottenberg, en Foodlog doet verslag. Elke avond zijn er vanaf 21.45 uur kleine proeverijen toegespitst op het thema, met een toelichting door biologisch topkok Eric van Veluwen.

1. Dinsdag 22 september: Opening:
De avond van de goede smaak Openingsavond over de ontwikkeling van de ‘goede smaak’ vanuit historisch perspectief. Presentaties door:
• Wethouder Marijke Vos vanuit het initiatief Proeftuin Amsterdam en Amsterdam als Hoofdstad van de Smaak 2009.
• Schrijver Ronald Giphart over de kwestie van de goede smaak in verleden, heden en toekomst.
• Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum over voedsel en identiteit.
• Prof. Frits Muskiet over de ‘gezonde oerdis’, het dieet van onze verre voorouders.

Ik was aanwezig. Meer informatie is de vinden op de volgende pagina’s op foodlog: wat kraakt er nu eigenlijk? Zelf heb ik WEL enkele blog-pagina’s op F4I geschreven over het oerdieet: Frits Muskiet en het oerdieet en relatie kellogg en oerdieet

2. Woensdag 30 september: De crisis van ons landbouw- en voedselsysteem:
feiten en dilemma’s De voedselproductie moet de komende decennia fors omhoog omdat de wereldbevol- king en de vleesconsumptie toenemen. Tegelijk worden de basisgrondstoffen (olie, fosfaat en water) voor de landbouw schaars en neemt het areaal vruchtbare bodems af. Wat zijn de ontwikkelingsperspectieven voor vraag en aanbod? Van grootschalige en kleinschalige landbouw? Wat zijn de feiten en cijfers, mondiaal, in Europa, in Neder- land? Meer speciaal: hoe ontwikkelt zich de productie en consumptie van dierlijke en plantaardige eiwitten? Wat is de impact van biobrandstoffen? Hoe verhoudt de voed- selcrisis zich tot de energiecrisis, de klimaatcrisis en de economische crisis? Wat is de betekenis van urban farming waarbij stadsbewoners voedsel gaan verbouwen? Inleidingen:
Prof. Rudy Rabbinge (Wageningen Universiteit)
Jan Willem van der Schans (Landbouw-Economisch Instituut)

Ik was aanwezig. Meer informatie is de vinden op de volgende pagina’s op foodlog:
Rabbinge : Samen optrekken tegen retail en Van der Schans : stadslanbouw Zelf heb ik WEL enkele blog-pagina’s op F4I geschreven over deze sessie: Toegepast onderzoek en de rol van Wageningen, het addendum op dat artikel, de literatuurverwijzing naar VK en NRC en mijn opinie en een TED-film over stadslandbouw.

3. Maandag 5 oktober: De macht in de voedselketen.
Wie trekken er aan de touwtjes? In theorie zijn boeren en consumenten de meest bepalende spelers voor wat er wordt verbouwd en gegeten. Maar in de praktijk hebben andere spelers meer invloed: de retailsector, de levensmiddelenindustrie, de agribusiness, de zaad- en chemiebedrijven en de financiële sector. Alleen al Monsanto heeft meer dan 80% van de markt in gene- tisch gemanipuleerde zaden in handen. Retailers bepalen de prijzen voor ons voedsel. Wat zijn de gevolgen en risico’s van deze ontwikkeling? Zijn er voldoende countervai- ling powers? Hebben overheden voldoende kennis en mogelijkheden om publieke be- langen te waarborgen? Moeten we verder gaan op het pad van de vrije wereldmarkt? Wat zijn de gevolgen voor de inkomens van boeren en de kwaliteit van ons voedsel? Zijn er reële alternatieven denkbaar waarbij boeren en tuinders zonder voortdurende schaalvergroting economisch duurzaam kunnen ondernemen? Inleidingen:
• Prof. Jan Douwe van der Ploeg (Wageningen Universiteit)
Jan Willem Grievink (Counselor/onderzoeker/ConCeption)

Ik was NIET aanwezig. Meer informatie is de vinden op de volgende pagina’s op foodlog: Het voorproefje Rode Hoed III en Het is maar hoe je kijkt. Zelf heb ik GEEN blog-pagina’s op F4I geschreven, maar wel meegedaan in de discussie op Foodlog. Ook heb ik wel eens een lezing over het onderwerp macht in de keten gegeven (vanaf slide 17).

4. Donderdag 29 oktober: Nieuwe perspectieven voor voedsel
Naast verdere schaalvergroting en concentratie in de voedselketen is er een groeiende belangstelling voor lokaal en vers en biologisch geproduceerd voedsel en Community Supported Agriculture is een sterke groeimarkt. Op een ander niveau maken grote ondernemingen afspraken met internationale milieuorganisaties over verduurzaming in de keten zoals bij vis en soja. Voor zowel multinationaal opererende bedrijven als meer regionaal georiënteerde voedselproductie is verduurzaming een noodzakelijk perspectief. Wat zijn de belang- rijkste ontwikkelingen in de landbouw- en voedselketen op weg naar duurzame pro- ductiesystemen? Hoe kan de consument het best worden verleid om duurzaam ver- bouwd voedsel te kopen? Bieden coöperatieve landbouw, winkels en banken een alternatief? Hoe gaan grote retailers zich ontwikkelen? Inleiding:
Prof. Tim Lang (Centre for Food Policy, City University London) Food Policy for the 21th century: can we grow enough, sustainable and healthily?
Marc Jansen (directeur CBL, de brancheorganisatie van supermarkten) over duurzaamheid in de supermarkt en MSC vis.

Ik was aanwezig. Meer informatie is de vinden op de volgende pagina’s op foodlog:
een wijze Lang en brave Jansen en Duurzaam, ja dat is gewoon emotie. Daarnaast heeft Marc van Dinther een artikel over Lang geplaatst bij de Volkskrant. Zelf heb ik dit artikel overgenomen op dit F4I blog: Het feest van overvloed is voorbij. In dit blog-item staat ook mijn mening rondom wetgeving en duurzaamheid. Ik denk dat we er niet onderuit komen. De presentatie van Tim Lang is hier te vinden en de presentatie van Marc Jansen hier (zie overigens ook de reactie van Huib)

5. Dinsdag 10 november: Thema: Afrika Afrika kent een snelle bevolkingsgroei.
De voedselproductie kan de vraag, ondanks de grote inventitiviteit van boeren, niet bijbenen. Maar ondervoeding houdt ook verband met armoede, onderdrukking, oorlogen en milieurampen, met geringe marktkansen voor kleine boeren en geringe ondersteuning door instituties. Hoe kan de productivi- teit van de landbouw in Afrika worden verhoogd en kan ondervoeding worden terug- gedrongen? Op de ontwikkelingsagenda is landbouw decennia lang verwaarloosd. Wat zijn de per- spectieven? Ligt de oplossing in meer landbouw voor de landbouw of juist meer voor de export? Wat kunnen Aid en Trade bijdragen? Wat is het effect van het EU Land- bouwbeleid? Hoe werkt de internationale voedselhandel? Wat te denken van de mas- sale opkoop van landbouwgronden in Afrika door Arabische landen, China en Korea? Wat is de invloed van klimaatverandering? Inleidingen:
• Olivier de Schutter (VN-rapporteur over voedsel als mensenrecht).
• Prof. em. Niels Röling (Wageningen Universiteit)

Ik was NIET aanwezig. De discussies op foodlog staan hier en hier

6. Woensdag 18 november: Thema: Nederland
Nederland is een van de grootste voedselexporteurs en veevoerimporteurs ter wereld. We exporteren enorme volumes vlees, zuivel en bloemen. Nederland is ook hoofd- kwartier van multinationals als Ahold en Unilever. Wat is de rol van ons mondiaal opererende bedrijfsleven in het wereldvoedselsysteem? Moet de Nederlandse landbouw zich blijven richten op de wereldmarkt? Zo ja, is dat verenigbaar met het behoud van ons cultuurlandschap met koeien in de wei etc.? Inleidingen:
• Antoon Vermeer (voorzitter ZLTO)
• Teo Wams (directeur Natuurmonumenten).

Voorafgaande aan 18 november, stond er een interview met Antoon Vermeer in de Volkskrant van Zaterdag 14 november. De discussie op foodlog staat hier, en hier. Zelf was ik niet aanwezig.

7. Dinsdag 1 december: Uitsmijter
Aanbieding van de belangrijkste uit de debatten getrokken lessen aan minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Verder presentaties van enkele veelbelovende initiatieven voor een duurzame land- bouw en voedselketen. Met voorbeelden van verduurzaming in ketens van een multi- national en enkele meer lokaal gerichte initiatieven. Presentaties:
• Volkert Engelsman (directeur Eosta) over Nature & More en Soil & More
• Jan-Kees Vis (directeur duurzame landbouw Unilever) over gezonde en duurzame voeding
• Quirijn Bolle (oprichter winkelketen Marqt) over hun nieuwe foodformule
• Jaap Hoek Spaans (directeur Landzijde) over landbouw en zorg
• Ter afsluiting: de snacks van de toekomst! Met Pierre Wind

Zelf was ik niet aanwezig 🙁. De discussielijnen op foodlog zijn hier te vinden: link1 en link2 (lezing Verburg)

Partners
• Inhoud en programmering: Stichting Centrum voor Landbouw en Milieu (initiatiefnemer) en Biologica (med-initiatiefnemer).
• Mediapartners: De Volkskrant en Foodlog.
• Mede mogelijk gemaakt door: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en debatcentrum De Rode Hoed
• Klankbordgroep: Arie van den Brand / Paul Kuypers / Hans Hoogeveen / Anneke Groen.
• Projectleiding: Wouter van der Weijden / CLM.
• Projectuitvoering: Bert van Ruitenbeek /Ecominds en Lise Broekaar /Rode Hoed
• Presentator/debatleider: Felix Rottenberg.

Een beetje trots op mezelf

Jezelf op de borst kloppen hoort niet. Maar soms ben ik best een beetje trots op mezelf, vandaag is zo’n dag. Een vinding uit 2001 – uiteraard geoctrooieerd – wordt meer en meer onderzocht in de (fundamentele) wetenschap. Wat mij betreft is dit weer eens een illustratie, dat er eerst vindingen of ideeën uit de maatschappij zijn en dat daarna pas de analyse in de fundamentele wetenschap begint. Dus niet andersom. Innoveren en onderzoek zijn echt twee verschillende takken van sport. Met de mede-uitvinder Ludo Van Schepdael heb ik tot op de dag van vandaag een super goede werkrelatie.

Waar gaat de vinding over? Hogedruk sterilisatie is een duurzame technologie (5-8x minder energie) voor de toekomst, waarmee producten gesteriliseerd worden, maar toch een productkwaliteit heeft alsof het is gepasteuriseerd. De kwaliteit is aanzienlijk beter. Tegenwoordig wordt het ook wel Pressure-Assisted Thermal Sterilization (PATS) genoemd. PATS is een goed voorbeeld van een nieuwe combinatie (Schumpeter). Een combinatie van een verhoogde pasteurisatie temperatuur met zeer hoge druk (1-5 minuten @ 6000-7000 bar). In de Mariana trog is het maar 1100 bar.

Enfin, als je 24x in een proefschrift wordt gerefereerd, dan ga je wel blozen hoor 🙂 @mezelf: Niet naast je schoenen gaan lopen! Ach, het duurt nog een jaar of 5 voordat de eerste commerciële PATS toepassingen op de markt zullen verschijnen. US Army zal als eerste zijn (oeps, dat mag ik niet vertellen, sorry Patrick). Vanuit TOP gaan we in 2010 (weer) aan de slag met dit onderwerp!

PS. meer interesse in pascalisatie (= hoge druk pasteurisatie)? Vanuit TOP b.v. draaien wij sinds een jaar de eerste pascalisatie fabriek van Nederland. Kom maar eens kijken.

Kleine aanvulling op 31-10-2009.
TOP is bezig om een samenwerking rondom pascalisatie op te starten met PreshaFood (we gebruiken dezelfde technologie). Hieronder een klein youtube filmpje. Sander bedankt voor de tip!

Bewegen om af te vallen is niet duurzaam

Op weg naar mijn wekelijkse roeiafspraak op het mooiste roeiwater van Nederland van de vereninging Pontos luister ik op de radio graag naar BNR. Op de zondagochtend is meestal de herhaling van BNR-gezond te horen. Tijdens deze uitzendingen heeft professor Katan een kleine column. Deze week ging het over afvallen – en specifiek afvallen volgens de nieuwste ‘goeroe’ dr. Frank. Het radiofragment is hier te beluisteren.

Katan zegt: “Voor afvallen bestaat geen quick fix zegt Katan in op BNR. In de basis is afvallen heel simpel. Minder eten en meer bewegen.”

En zo is het, afvallen is een balans tussen energie-iname, energie-verbruik en (negatieve) ophoping van energie (het zit iets ingewikkelder in elkaar, de snelheid van ophoping wordt hormonaal geregeld, zie ook Gary Taubes on YouTube, zijn stelling : “obesity is a disorder of excess fat accumulation”. Deze hypothese uit 1908 wordt ook Lipophilia). Natuurlijk is voorkomen van overgewicht ook beter dan genezen. Kortom op een gezond gewicht blijven lijkt me veel relevanter. Afvallen is dan immers niet nodig. Toch heeft deze uitspraak van Katan me aan het denken gezet. Te dik zijn is niet alleen erg vervelend voor de te dikke persoon zelf, maar het is ook nog eens harstikke onduurzaam. Dikke mensen zijn slecht voor het milieu. Er zijn immers veel te veel kcal opgenomen, en voor deze kcal is eerst heel wat grondstof in de vorm van gewassen, groente, fruit en vlees teveel genuttigd. Dikke mensen hebben ook meer energie per dag nodig dan dunne mensen.

Als je nu specifiek kijkt naar de activiteit “afvallen”, dan is bewegen/sporten helemaal onduurzaam. Je gaat bewust meer kcal verbranden om je eigen energie-voorraad op te branden. Niet echt milieuvriendelijk lijkt me! Minder eten is wat dat betreft een duurzamere manier om je interne energievoorraad op te maken en slanker te worden.

Afgelopen zaterdag stond er weer een heel stuk in de volkskrant over vlees-consumptie. Volgens de Partij van de Dieren zouden we minder vlees moeten gaan eten of een dag in de week bewust geen vlees nuttigen. Mijn advies aan de partij van de dieren: minder vlees consumeren is prima, bewegen is goed voor de gezondheid, maar bewegen om af te vallen is niet duurzaam. Zet dat maar in het partijprogramma. (en een beetje OJAH promoten mag ook wel, deze derde generatie vleesvervanger is EN duurzaam EN heel erg lekker. De discussie over duurzaamheid en vlees op foodlog is getiteld Wormen of naarden?). (zie ook vleeswijzer.nl)

http://video.ted.com/assets/player/swf/EmbedPlayer.swf

Roeien is overigens de meest fantastische manier van bewegen. Goed voor de longen en vrijwel al je spieren (70% benen, 20% rug, 10% armen). Verder is de belasting van je knieën en gewrichten lager dan bij hardlopen. Met mijn roeimaat Daan (DGA van mijn-werk.nl) wordt halverwege, en na afloop ook lang nagesproken over innovatie en ondernemerschap; dubbel inspirerend dus. Voor een ieder die een goede en empatische coach kan gebruiken: neem contact op met Daan via zijn website!

PS de uitzendingen BNR-gezond zijn heel aardig om naar te luisteren. Het archief staat hier.

PPS zie ook de discussie over bewegen en afvallen op foodlog Rode Hoed I (de discussie over het oerdieet). Zelf weet ik helemaal niets over dieeten, en ik verwijs de geïnteresseerde lezer graag dan ook graag door naar Yneke:

25 september 8.49
Yneke Vocking
Dick, wanneer ik een stappenplan zou moeten maken naar een gezonder leven dan zou het rijtje er zo uitzien: eerst meer bewegen, dan minder eten en pas daarna de keuze van voedingsmiddelen veranderen.

En het zou best kunnen dat door voortschrijdend wetenschappelijk inzicht de ideale voeding eruit gaat zien als de oerdis door Muskiet beschreven. Als iedereen zo zou eten dan hebben we inderdaad op wereldschaal een probleem.
Maar met het beschrijven van een ideale voeding ben je er niet. Het moet ook gegeten worden. Bijna iedereen is het er bijvoorbeeld ook over eens dat groente en fruit goed voor je zijn. Alleen lukt het maar weinigen om daar voldoende van te eten.

Aanvulling 10-1-2010
Dick heeft zonet een artikel geplaatst op foodlog. Dr Frank en klaar is Kees.

Liesbeth
Ik geloof in geen enkel wonderdieet. En dus ook niet in dit dieet. En bij elk wonderdieet ontbreekt de broodnodige variatie. De uitgangspunten van zijn dieet (verschuiving naar meer eiwiten) zijn overigens wel juist om af te vallen. Het gaat om
ca 70 -100 gram per dag en maximaal 125 gram eiwit. De reden dat het werkt:
1. je behoudt je spiermassa (en die verbrandt meer)
2. basaal metabolisme gaat niet omlaag
3. eiwit geeft verzadiging

Dit is van mij geen aanbeveling om je vol te proppen me eiwitten. Een gezond dieet bestaat uit meer.

Voor de liefhebbers hierbij nogmaals het Food & Nutrition Delta obesitas verslag.

Aanvulling 3 februari 2010.
De discussie over een gezond voedingspatroon gaat nog even door. Dit keer over vet en verzadigd vet. Lang geleden in 2006 begon Melchior Meijer met de discussie op Foodlog met de titel “Melchior Meijer en de discussie over verzadigd vet”. De discussie is 2 dagen geleden weer geopend. Dit keer omdat mijn grote geld Katan 🙁 te veel nadruk legt op vet en eigenlijk de werkelijke boodschap “vet is niet de issue, maar koolhydraten en suikers wel” niet verkondigd. Dick heeft de experts opgeroepen hun mening nogmaals te verkondigen. Lees vooral de lijn “Martijn, Melchior en Frits: en nu de waarheid over vet!”. Geloof het of niet, maar ook dr Frank (Frank van Berkum) doet mee! In het verleden heb ik hem een beetje belachelijk gemaakt (link), maar zijn reacties op de foodlog lijn spreken mij zeker aan.

De relatie tussen Kellogg’s, oerdieet en spijkers

In de rode hoed heb ik een paar weken geleden een interessante lezing aangehoord van Frits Muskiet over het oerdieet. Interessante materie; wat mij aanspreekt is de wetenschappelijk verklaring tussen gezond eten, onze receptoren en ons genen-pakket. De laatste week is het onderwerp “Spijkers en Kelloggs” hot topic in kranten (o.a. Volkskrant) en op foodlog.nl. Dit alles na een niet al te beste uitzending, want teveel gericht op de sensatie, van de Keuringsdienst van Waarde over dat onderwerp (link naar uitzending 15 okt 2009). Deze onderwerpen hebben toch een verband met elkaar :-).

De Kellogg’s ijzer case is inhoudelijk uitvoerig besproken op foodlog (link1, link2, link3). Inhoudelijk is het een eenvoudig onderwerp. We hebben metallisch ijzer (Fe, zoals zit in Kellogg’s) en ijzer-ionen (Fe_2+ en Fe_3+ zoals zit in spinazie en vlees). De ijzer-ionen in vlees zijn gemakkelijk opneembaar, metallisch ijzer een stuk slechter (afhankelijk van de matrix zelfs tot helemaal niet opneembaar). Als de metallische ijzer deeltjes maar klein genoeg zijn (groot oppervlak/volume ratio), kan ijzer/Fe in de maag omgezet worden naar Fe2+ dat wel opneembaar is (link). Volgens prof. Tiny van Boekel leidt de consumptie van metallisch ijzer in combinatie met calcium (=Kellogg’s met melk) niet tot een opname van het ijzer, al wordt dit argument door de een -door Kellogg’s gesponsord-wetenschappelijk artikel tegengesproken. Eigen onderzoek van de WUR laat zien dat metallisch ijzer niet (= heel slecht?) wordt opgenomen. Ik neig het argument van Tiny te volgen, maar heb daar geen wetenschappelijk bewijs voor.

Kellogg’s voegt waarschijnlijk liever metallisch ijzer aan haar Special K producten toe i.v.m. de prijs en i.v.m. smaak/verkleuring (al kan dit technisch opgelost worden door de ijzer-zouten te encapsuleren). Enfin, een eigen keus van Kellogg’s. IJzer als ingrediënt toepassen mag conform de EU verordeningen 1925/2006; 108/2008. Naar mijn beleving is de reactie van de VWA op 16 oktober inhoudelijk zwak, maar het is zoals het is. De stofwolken zijn neder gedaald, en ik verwacht dat we -op een 2e uitzending bij de KvW volgende week- geen vervolg artikelen en acties zullen gaan zien. Een mooi inhoudelijk onderwerp, waar we vanaf volgende week niet meer van zullen horen.

Maar waar wil ik eigenlijk naar toe? Natuurlijk naar de relatie met het oerdieet van Frits Muskiet. Judas M. heeft deze link gevonden. Stel me maar geen vragen over dit onderwerp. Zelf heb ik op wikipedia moeten opzoeken wat “Nephrology” betekent : het diagnostiseren en behandelen van nierstoornissen.

Een kleine update op bovenstaand artikel:
Liesbeth heeft inmiddels met de dietiste van Kelloggs gesproken, volgens de dietiste zou er maximaal 5% opgenomen kunnen worden. Zie hier haar reactie op foodlog en de vervolgreacties op haar reactie. Inmiddels wordt het Kellogg’s artikel ook door andere inhoudelijk experts doorgeprikt. Er is een isototopisch FeCl3 (of te wel ijzerzout) gebruikt als tracer. Dit ijzer-zout zorgt voor een vertekend beeld.

Liesbeth
Ik ben geen journalist maar houd erg van het checken van feiten. Ik heb daarom Kellog’s zelf gebeld. Ik heb gesproken met een dietiste. Ik heb het gevoel dat het verhaal dat ze vertelde wel klopte (ik ben geen chemicus).

In Kellog’s Special K zit gehydrogyneerd elementair ijzer. Dit wordt minder opgenomen dan ijzer in een zoutverbinding maar in een zoutverbinding krijgt eten een rare kleur en smaak en dat wil je niet bij eten. De biologische beschikbaarheid is afhankelijk van veel aspecten maar bedraagt gemiddeld ca 5% bij special K.

Ijzer komt zoals eerder geschreven door anderen in 2 vormen voor:
a. haemijzer in dierlijke producten, beter opgenomen dan nonhaem, ca 25%
b. non-haemijzer in plantaardige producten, opname tussen 1 en 10%

Special K ligt daar zo’n beetje tussen in. Ik ben absoluut geen voorstander van dit soort knutseleten maar ik denk niet dat Kellog’s onveiligere producten maakt dan andere leveranciers. Ik denk daarom dat het programma Keuringsdienst van Waarde geen goede uitzending heeft gemaakt. dat had niet gericht moeten zijn op een merk maar op knutselvoeding in het algemeen. Overigens heb ik begrepen van de consumentenbond (die helaas geen tijd heeft om hier in te duiken) dat er volgende week een vervolg komt door de Keuringsdienst van Waarde.

Persoonlijk ben ik geen voorstander van verrijking van voedsel. Dan is het steeds moeilijker om
een overzicht te hebben wat je binnen krijgt. Volgens het voedingscentrum is de logica: een gewoon ontbijt is een volkoren boterham als je daar een ander product voor verzint moet het minimaal die voedingswaarde hebben. Als dat niet zo is, voeg je dat toe. Persoonlijk vind ik dan dat je VEEL BETER een bruine boterham kunt eten. Dat lijkt me veel gezonder dan al dat geknutsel in de fabriek.

Update twee (d.d. 30-okt)
De KvW heeft gisteren de tweede uitzending over Kellogg gemaakt met de titel IJzer Extra. Dick Veerman was er snel bij met de vooraankondiging op Foodlog. Ook de VMT was blijkbaar getipt. Nieuwe inzichten zijn er niet (behalve het vermoeden dat VWA en de Denen in een vroegstadium contact hebben gehad). Wel is de vraag of het verrijken van voedsel nu wel verstandig is relevant. En als nu het verrijken geen zin heeft – zoals dit Kellogg’s voorbeeld- mag je dan wel verrijken puur en alleen i.v.m. een marketingoverweging? De redactie van foodlog vindt het ondertussen blijkbaar een leuk onderwerp: IJzer in je cracottes Nog een even een knip-en-plak uit een reactie (waar ik het eigenlijk wel inhoudelijk mee eens ben) :

Al die ambtenaren en voedingskundigen beseffen niet dat de meeste Nederlanders gewoon misleid worden. De gewone man/vrouw die zich langzamerhand bewust is geworden van het feit dat hij/zij gezond moet gaan eten is op die manier een gewillige prooi geworden van de industrie. Ik werd laatst met een schokkend voorbeeld hiervan geconfronteerd: een (veel te zware) vrouw die in onderzoek de inhoud van haar koelkast liet zien met allemaal ‘gezonde’ producten (lees: verrijkt, met allerlei claims, IKB-logo). Omdat ze dacht dat ze op die manier goed bezig was…

Aanvulling no. 3 d.d. 1-11-2009
Nog een paar knip-plak reacties uit de IJzer in je cracottes lijn van Foodlog.nl.. Ik weet te weinig van marketing en psychologie, maar gevoelsmatig kloppen de reacties.

Mark Lemmens
Ik mis toch nog steeds een beetje de ‘normale’ consument in dit verhaal. Er wordt wel telkens op de grote producenten dan wel de marketing afdeling geschoten, maar de rol van de consument blijft onderbelicht.

Daar waar een gemakzuchtige consument zijn portemonnee opentrekt, is er wel een gewillige fabrikant om in dat bewuste gat te springen. Daar waar een niet in de materie geïnteresseerde consument in de winkel staat, is er wel een marketeer te vinden, die een op die consument toegespitst product kan verzinnen
.

En die consument ís er. Die staat daar, met zijn zuurverdiende centen, geïndoctrineerd door de bladen, tv, de overheid en de niet aflatende stroom aan marketinggeweld, dat hij toch vooral maar gezond moet eten.

En dus laat die consument zich er eerst van overtuigen dat boter niet goed is, en dat met olijfolie je pas goed bezig bent, om nog geen 10 jaar later alweer braaf de Becel Light uit de schappen te trekken, omdat die olijfolie het nou toch ook weer niet helemaal was.

En die consument kóópt. Want “het staat er toch op?”. Mét extra vitamines, vezels of ander spul. Lighter dan light, want vet=slecht.

Maar die consument wéét niet beter. Want niemand vertelt hem dat hij, in plaats van vet, kilo’s extra suiker naar binnen werkt. Ja, dat staat wel op de verpakking, maar wanneer was de laatste keer dat ú de kleine lettertjes bij een product las? Bent u op de hoogte van de details van uw hypotheek, levensverzekering of garantievoorwaarden van de Nespresso?

De moraal? Ja, de fabrikant maakt gebruik van de consument, die braaf zijn producten koopt. Die fabrikant zou ook gek zijn dat niet te doen. Maar die consument laat zich ook neppen, want het boeit hem allemaal niet zo. Die kijkt naar wat hij in snelle flitsen te horen krijgt, en daarna naar zijn portemonnee.

Vergeet niet dat we hier met zijn allen bovengemiddelde interesse hebben in eten en voeding…

dick veerman
… … Minstens zo belangrijk is wat Mark Lemmens zojuist zegt: er wordt bewust misbruik van consumenten gemaakt omdat ze zich niet kunnen verweren. Dat komt niet omdat ze dom of ongeinteresseerd zijn, maar omdat ze niet alles hoeven te weten en er daarom op moeten kunnen vertrouwen dat ze niet voortdurend genept worden. Dat is niet zo, zegt Mark. Ik ben het met hem eens. … …

Jan Peter van Doorn
Daarin heeft Mark inderdaad helemaal gelijk. Zij het dat het een glijdende schaal is gebleken. Veertig jaar geleden waren A merken en Triple A banken te vertrouwen. Het merk was een kwaliteitszegel. Met een redelijk transparante value for money. Echter door de behoefte aan buitenlandse avontuurtjes, aandeelhouderswaarde en bonussen werd dat vertrouwen opgeofferd voor extreme winstoptimalisering. Terwijl de consument de boel nog steeds vertrouwde. Ten onrechte blijkt dus steeds vaker.

Aanvulling d.d. 22-11-2009
Volgens Katan heeft de media en de markt het gedaan (zie NRC-artikel). Jammer, zo’n suggestie. Mijn persoonlijk held Katan laat zich nu wel kennen. Dick Veerman kon het niet laten om een nieuwe Foodlog-lijn te starten: Katan en de keuringsdienst. Overigens heeft Katan wel in het NRC stuk zijn excusses aangeboden. Heel netjes van hem:

“En mijn eigen rol in deze affaire, was die smetteloos? Nee. Op het moment dat ik mijn commentaar leverde wist ik niet dat er vijf verschillende soorten ijzer- poeder bestonden voor toevoeging aan voedsel waarvan er maar één echt goed werkt. Ik had me er dus niet mee moeten bemoeien. Maar dan had u dit stuk niet gelezen.”

Het toegepaste onderzoeksbeleid, de lage prijzen ……. verbonden – een klein addendum

Een kleine toegift op onderstaande artikel. Zonet ben ik getipt door een interessant rapport van Krijn Poppe (LEI). Lees mee op pagina 50, 51 en 53 van het rapport.

op basis van technologische ontwikkeling stijgt de productie, wordt de kostprijs verlaagd en de concurrentiepositie verbeterd. Dit houdt de marge en het inkomen in stand, behalve voor die bedrijven die in deze dynamiek niet mee kunnen. Dat zijn de wijkers, wier productiemiddelen (met name grond) andere bedrijven helpt om tot schaalvergroting en hogere arbeidsproductiviteit te komen.

De aandacht voor kostprijsverlaging is overigens kenmerkend voor een exporterend land.

Na verloop van tijd ontstaat verzadiging van de markten wat volume betreft, en ontstaat er op basis van de gestegen welvaart vraag naar een meer gediffirentieerd aanbod van voedselproducten en -diensten. In figuur 4.3 is dat gemodelleerd als extra loops op het basiscommoditymodel uit figuur 4.2. Zoals in hoofdstuk 3 uiteengezet heeft de Nederlandse Landbouw (inclusief agribusiness) elke keer weer moeite met dergelijke ontwikkelingen, die wat haaks lijken te staan op het op kostprijs en schaalgrootte gebaseerde productiemodel: de Commissie van der Stee is nodig om de ketenomkering te bepleiten en dat leidt indirect tot onderzoeksfondsen als AKK. Later is een Taskforce nodig om de biologische landbouw te stimuleren (die aanvankelijk als bedreigend wordt gezien voor gangbare productie) en recent is er een Taskforce Multifunctionele Landbouw opgericht voor een vergelijkbaar doel. Blijkbaar zijn er elke keer bijzondere inspanningen nodig om een bypass op het grondmodel te creëren voor een meer op klantwaarde gebaseerde aanpak met bijbehorende nieuwe sector.
….
Een effect van deze toenemende vraag naar gedifferentieerde producten en diensten is dat de macht hierdoor eerst naar de multinationals met hun A-merken en daarna naar de retailkant van de waardeketen verschuift, wat tot gevolg heeft dat de toeleverende industrieën en landbouwsector nog sneller aan schaalvergroting moeten doen, of moeten gaan innoveren om niet aan de lage marges die voor bulk gelden ten onder te gaan. Substantiële innovatie wordt daarbij ’terug in de keten’ (bij boeren, tuinders en vooral bij zaadveredelaars) gelegd, terwijl ‘makkelijke’ product- en verpakkingsvariaties aan het einde van de ketens hoogtij vieren. Productattributen als natuurlijk, ambachtelijk, authentiek en gezond worden hierbij gehanteerd als verkoopargument, overigens niet altijd met onderbouwing. Omdat de snelheid van veranderingen op productniveau daarbij steeds hoger wordt, mislukken veel van de productintroducties en ontstaat een nieuwe vraag naar inzicht in wat consumenten nu werkelijk waarderen en willen blijven kopen. Uiteindelijk zijn de partijen aan het begin en eind van de keten daarmee degene die echt toegevoegde waarde weten te leveren (zij hebben ook intellectuele eigendomsrechten op merken en rassen), voor de partijen er tussen in blijft het basiscommoditymodel van margedruk en schaalvergroting dominant.

En nog een link naar een blog-item waar gesproken wordt over “kennis als dienst” :

Maar eetenconcepten, de ontwerpen van greenports, energieneutrale teeltkennis, managementsideeen… die exporteer je niet als produkt, dat moet toch echt als dienst. Voor goederen is een effectief agribusiness cluster, met gezamenlijke marketing via bijvoorbeeld “agriculturefromholland“. Voor diensten, advies of kennis dus, is eigenlijk geen goedwerkend apparaat. Veel van de kennis gaat op dit moment gratis, of zelfs met subsidie, via universiteiten de grens over. Wanneer gaan we aandacht besteden aan een marktgericht kennissysteem?

Zo dat sluit allemaal goed aan bij de presentatie : Nederland Innovatieland 3.0

Het toegepaste onderzoeksbeleid, de lage prijzen en scheve machtsverhoudingen zijn causaal aan elkaar verbonden.

Sinds een jaar houdt het denken aan ons eetsysteem –en vooral de machtsverhoudingen in de keten- me bezig (voedsel als maatschappelijke dienst) . Sinds mijn studie hou ik me tevens bezig met de rol van onderzoek bij innovatieprocessen en vragen zoals “hoe creëer je een innoverende en op waarde creatie gerichte maatschappij” (Nederland Innovatieland 3.0). Sinds de lezing van Rabbinge afgelopen week in de Rode Hoed (zie ook discussie op foodlog), begin ik me te realiseren dat er een sterke correlatie is tussen (a) de huidige machtsverhoudingen in de keten, (b) de rol van R&D (noem het maar” Wageningen” op de lage prijzen, en (c) het mondiale eetsysteem gericht op efficiency en bulk. Deze inzichten zijn niet helemaal uitgekristalliseerd, maar ik probeer toch maar alvast wat gedachten te delen.

Rabbinge begon zijn betoog in de Rode Hoed met een leuke anekdote rondom ‘vrijhandel’. Engeland koos in het verleden voor een volledige liberalisering. Veel boeren gingen failliet, gevolg was dat alleen de grote boeren overbleven in de UK. Frankrijk koos voor het sluiten van de grenzen en financiële support aan haar boeren (=subsidie). Nederland had blijkbaar graag de grenzen willen sluiten, maar koos uiteindelijk voor innovatie en het versterken van de samenwerking door de oprichting van de coöperaties en toegepaste onderzoekscentra rondom landbouw.

Het innovatieproces verliep in het verleden in Nederland al volgens de oude traditie van samenwerking. Het ministerie van LNV had zijn eigen onderzoeksinstituten zoals het IBVL en het Sprenger instituut, die later door allerlei fusies zijn uiteindelijk samengevoegd tot de “Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO)”. DLO is eind jaren negentig geprivatiseerd en vervolgens weer samengevoegd met de Wageningen Universiteit (WU) tot Wageningen Universiteit en Research Centre (Wageningen-UR oftwel WUR).

De DLO instituten kregen in het verleden hun onderzoeks-opdrachten vanuit de productschappen en vanuit coöperaties, maar hadden ook zelf voldoende middelen om vrij te experimenteren. De melkcoöperaties hebben lang zelfs hun eigen toegepaste instituut gehad : NIZO. De aldaar opgebouwde kennis werd via proefboerderijen direct uitgerold naar de praktijk. Dit is –samen met de open grenzen en goede infrastructuur van Nederland- een verklaring voor de hoge efficiency vergroting bij de boeren en tuinders in de laatste 50 jaar. Op dit moment moet de WUR opdrachten acquireren/verkopen uit ‘de markt’. Directe financiering via LNV neemt sterk af, de productschappen hebben weinig tot geen middelen meer te besteden, en de boeren achterban is verdeeld sterk verdeeld. De situatie is met name in de laatste 10 jaar sterk veranderd.

Rabbinge komt ook uit deze ‘WUR-school’, een school die altijd gewerkt heeft aan : schaalvergroting, samenwerken, praktijk onderzoek, yield verhoging. Samengevat : “veel productie per hectare voor weinig geld per eenheid product”. De opgebouwde kennis werd gewoon openbaar gepubliceerd in allerlei veelal Nederlandstalige publicaties (of te wel is vrij beschikbaar gesteld aan de “community”) Sinds tientallen jaren zijn de publicaties in het Engels en dus ook mondiaal beschikbaar (wat doet dit overigens met de toegankelijkheid van deze informatie voor Nederlandse boeren?). Rabbinge –en al zijn WUR collega’s zoals Van der Schans- zijn echter na de privatisering van DLO, en de (relatieve) verlaging van de directe eerste en tweede geldstromen, gedwongen om ‘de markt op te gaan’. Kortom om kennis te verkopen aan derden. In het verleden heeft het collectieve onderzoek de sector geen wind eieren gelegd, of de huidige situatie nu zo goed is voor de Nederlandse bedrijven (=BV-NL) en specifiek de agro-sector betwijfel ik echter ernstig.

De onderzoekspraktijk die ik ken sinds eind jaren negentig is, dat met LNV-subsidie, kennis rondom teelt en bewaren van agro-producten wordt ‘weggegeven’ aan het buitenland. Ook Rabbinge doet hier (denk ik) op grote schaal aan mee gezien zijn vele bijbanen en functies. Zelf noem ik dit fenomeen daarom maar ‘ontwikkelingshulp’ en twijfel ernstig of dit type ontwikkelingshulp nu wel zo verstandig is voor de BV-NL. Deze ‘gratis’ kennis werd en wordt ook gebruikt door buitenlandse zaadveredelaars, kunstmestproducenten en mega-boeren. Deze partijen hebben daardoor goede zakelijk posities hebben kunnen innemen. Dit is achteraf niet echt netjes van de wetenschappers t.o.v. de Nederlandse boeren en tuinders die met hun afdrachten in het verleden een groot gedeelte van de opgebouwde kennis hebben betaald. Let wel het gaat hier om typische Wageningse “toegepaste onderzoekskennis”, ik heb er zelf totaal geen enkele moeite mee als fundamentele onderzoeksresultaten wereldwijd worden verdeeld.

Mijn persoonlijke analyse en visie is derhalve:
– Nederlandse boeren en tuinders (en natuurlijk ook de belastingbetaler) hebben in het verleden veel geïnvesteerd in toegepast onderzoek en innovatie. Deze kennis is echter ook ‘gratis’ in het buitenland terecht gekomen.
– Ik kan het toegepaste R&D beleid uit het verleden – specifiek de laatste 50 jaar- niet loskoppelen van de huidige slechte markt-situatie. De schaalvergroting en efficiency heeft geleid tot zeer lage prijzen. Huidige boeren/agrariers/tuinders zijn daar niet blij mee.
– Ik denk dat supermarktketens in Nederland en UK (liberaal land + import vanuit Nederland) mede machtig geworden zijn door het innovatiebeleid van onze overheid gericht op ‘lage prijzen van onze agroproducten’. In de huidige markt maakt de retail hoge marges op basisvoedsel (AGF en Vlees), doordat de inkoopprijs zo laag is, en relatief een lage marge op A-merken (het bekende kruis-subsidiëren )
– Ik denk dat we in Nederland een transitie moeten maken naar de productie van kleinschalig duurzaam conventioneel hoog kwaliteit producten. Hoge kwaliteit, “specialities” (=diversiteit) en gezondheid dus. De door Rabbinge aangehaalde metropolitane landbouw is gunstig voor Afrika en Azie, maar niet voor de toekomst van Nederland. Diversiteit, kwaliteit en gezondheid kan wel bij onze toekomstige landbouw blijven horen (Zie ook Jan Willem Van der Schans ). Als we onze (toekomstige collectieve) toegepaste onderzoeksbudgetten netjes gaan inzetten kan dat met behoud van een lage prijs. De rest van de bulkproducten kunnen we altijd uit lage lonen landen halen.
– Door de lage marktprijzen zijn er ook geen middelen in de foodsector om sterk te innoveren en te investeren in echte intrinsieke productkwaliteit. De R&D middelen van de productschappen en de overheid (LNV) nemen ook af. Deze combinatie is overigens voor elke sector dodelijk. Overheid en bedrijfsleven zou middels beleid dit kunnen aanpassen (al vereist dat een grote mate van leiderschap en systeem-denk-kwaliteiten).
– Ik zou graag een liberaal “Engels” beleid willen gaan invoeren als het gaat om verkoop van producten (vrije markt, minimale subsidie). Daarnaast zou ik graag een protectionistischer “Franser” beleid willen hebben als het gaat om de opbouw en export van “kennis”. Eigen boer eerst ☺! Andere landen zullen gewoon de hoofdprijs moeten gaan betalen voor de opgebouwde “Wageningse Kennis”, Nederlandse producenten krijgen een eerste gebruikersrecht. En overheden zouden niet meer zomaar ‘kennisuitwisselingsprojecten’ moeten subsidiëren met het buitenland zonder dat er een zeer helder BV-NL belang is.
– Mijn advies is tevens dat LNV samen met de productschappen en de coöperaties een (virtueel) toegepast onderzoeksinstituut opricht, rondom het maken van hoog kwaliteit en gezonde (niche) producten (inclusief biologische). De bedrijven gaan de regie krijgen over de inzet van deze financiële middelen. Hoe dit te financieren? Enkele voorbeelden : (1) via een belasting op de omzet op niet-verse producten bij de supers, (2) ombuiging van de directe LNV middelen van WUR naar dit topinstituut, (3) via een vaste bijdrage van de boeren. De R&D-opdrachten worden openbaar aanbesteed aan die partij die het beste onderzoek tegen de laagste prijs kan aanbieden. Alle opgebouwde kennis wordt eigendom van de Nederlands boeren en de productschappen, daar liggen dan ook de eventuele valorisatie-benefits.

Spijtig genoeg kan ik aankomende week niet aanwezig zijn bij de Rode Hoed. Ik denk dat dit het meest interessante debat/onderwerp uit de serie gaat worden. Ik ben een liberaal die in principe graag alles aan de markt overlaat, maar hier zouden we wat mij betreft wat grenzen kunnen gaan trekken. Ik zie daarbij een rol voor onze overheid (EZ of LNV) in dat proces. Hoe langer ik daar over nadenk, des te meer ik tot de conclusie komt dat alleen onze overheid de huidige instabiele situatie kan corrigeren (en tegelijkertijd ben ik somber en heb ik geen vertrouwen in de competentie van onze overheid om deze regiefunctie te gaan voeren).

Mijn analyse rondom de macht-structuur is gebaseerd op simpele economische principes. Boeren ondernemingen zijn in grote mate ‘vaste kost’ bedrijven. De supers zijn inkooporganisaties, t.o.v. de omzet heeft de gemiddelde super vooral ‘variabele’ (inkoop) kosten. Innovatie en onderzoek kost geld, meestal in de vorm van ‘vaste projectkosten’. Van producenten en boeren wordt door de supers ook verwacht deze vaste ontwikkel-kosten nog eens te dragen.

Negen maanden geleden heb ik bij het ministerie van Economische Zaken een presentatie gegeven over de keten. Voor de liefhebbers, mijn presentatie staat hier. Innovatie kost geld, innoverende organisaties nemen risico. Dit genomen risico hoort normaal gecompenseerd te worden met een hogere winstmarge. Organisaties met hoge vaste kosten (boeren, maar ook voedselproducenten), nemen ook een tweede risico, kortom een tweede reden om voldoende winstmarge te kunnen verkrijgen. De huidige situatie in onze keten is grafisch weergegeven op de slides 17 tot en met 20.

De werkelijke probleem in ons Nederlandse eetsysteem zijn samengevat:
– Op dit moment zijn er oligopolies van supermarktketens. (te scheve machtsverhoudingen). Tussen de 70 en 80% van ons voedsel wordt ingekocht via de supermarktketens.
– Het gros van de supermarkten werkt met kruissubsidie systemen. Vers en gezonde producten zijn relatief duur (tot honderden procenten marge) , veel langhoudbare A-merken zijn relatief verkoop (en liggen soms onder de inkoopprijs in de winkel). Gaan we dit verbieden of verzinnen we een systeem waarbij prijsopbouw transparant gecommuniceerd wordt.
– Lokale overheden hebben invloed op het lokale vestigingsbeleid van supermarktketens, maar laten data aan de markt over (AH heeft in Amsterdam een martkaandeel van 60%). Ligt hier ook een taak bij de overheid? Wat gaat Nelie Kroes doen? 

– (te) lage prijzen op basisvoedsel die de boer in de EU krijgt. Boeren zullen op nog grotere schaal ermee gaan stoppen (op dit moment neemt het aantal boeren 5% -7% per jaar af), gaan we over op door multinationals gerund mega-farms?

– Ondanks alle verbeteringen zijn we nog steeds teveel gefocused op ‘bulk’, en veel te weinig op niches, gezondheid en kwaliteit op basis van intrinsieke productkwaliteit. Niet meer neppen, het verschil tussen de intrinsieke en extrensieke productkwaliteit zou kleiner moeten worden.
– De vaste projectkosten van innovatie en onderzoeksprojecten kunnen niet terugverdient worden. Niet door boeren en niet door producenten. De retailers zijn de lachende derde. Consumenten lijken op korte termijn ook voordeel te hebben, maar ik denk dat voordelen op middelange termijn heel snel gaan wegebben. Dit is een zorgelijke constatering.
– Bestaande hoogwaarde toegepaste kennis is en wordt ‘weggegeven’. Daar kunnen we BV-NL dus geen competitative advantages op behalen. De toegepaste kennisniveau lijkt niet te groeien naar een maatschappelijke gewenste richting.
– Er is een sterke correlatie tussen het LNV R&D beleid dat in het verleden is gevoerd, de machtsverhoudingen in de keten en de relatief zwakke situatie van Nederlandse boeren en tuinders. Dit punt zou nader onderzocht kunnen worden.
– Ook in Wageningen zou er een duidelijker onderscheidt gemaakt moeten worden in echt fundamenteel onderzoek (100% publiceren, nieuwschierigheidsgedreven) en toegepast (praktijk) onderzoek. Het toegepaste praktijkonderzoek is er voor de BV-NL. Regie –via de opzet van een virtueel toegepast onderzoeksinstituut- ligt bij bedrijfspartijen.
– Ik pleit voor een protectionistischer systeem rondom toegepaste onderzoekskennis en tevens een liberaler markt voor de handel in voedsel.

Het systeem zit, vanwege bovenstaande redenen, denk ik in een labiel economisch evenwicht. Labiele evenwichten zijn nooit stabiel. Het systeem gaat daarom denk ik binnen enkele jaren barsten. (= de FoodBubble). We zullen iets moeten aan doen.

Bovenstaande overwegingen zijn nog niet voldoende uitgekristaliseerd. To be continued ….. (bekijk ondertussen deel 2 waarin wordt gerefereerd naar het LEI)

Aanvulling d.d. 31-10-2009.

Ook de discussie over echt versus nep of te wel intrinsieke versus extrinsieke kwaliteit van voedsel hoort bij bovenstaande lijst. Ik heb een klein stukje hierover geschreven op dit blog. Zie de link alhier.

Aanvulling d.d. 22-12-2009
Eerste tekenen van de foodbubble? De titanic zinkt.

Aanvulling d.d. 10-1-2010
Ook Josien lijkt van mening te zijn dat we kennis als exportproduct zouden moeten gaan zien. Maar dan wel voor een prijs! Gratis bestaat niet. Haar droom staat kort hier.

Frits Muskiet: ‘Onze voeding moet gebaseerd zijn op eetpatroon oermens’

Afgelopen week de inspirerende lezing aangehoord van Frits Muskiet in de Rode Hoed **. Beargumenteerd vertelt hij waarom we eigenlijk weer een oerdieet zouden moeten gaan volgen. Vlees is okay, minder suiker en koolhydraten. En natuurlijk groente, fruit en vis.

Ook op foodlog wordt er nog over dit dieet en de Rode Hoed bijeenkomst gepraat : Rode Hoed I: wat kraakt er nou eigenlijk? en Hoe we eten, past niet bij wie we zijn en Muskiet: obesitasbestrijding is onzorgvuldige basis gezondheidsbeleid. Ik ben geen expert -ben ook niet van plan om me uitvoerig in te lezen- maar het komt plausibel over.

Enkele verslagen over de eerste Rode Hoed bijeenkomst zijn te vinden op (1) nieuwsvoordietisten – Karine Hoenderdos, (2) Biologica**

Aankomende week ga ik weer naar de Rode Hoed
.
** ik stem niet op PvdA of SP; eet gewoon vlees en conventionele voeding. Mijn standpunt is dat we een duurzaam conventioneel eetsysteem zouden moeten willen nastreven. Biologisch is soms niet duurzaam 🙂

Aanvulling d.d.d 13-12-2009

Hierbij een link naar een artikel van Frists Muskiet: Evolutionaire geneeskunde U bent wat u eet, maar u moet weer worden wat u at. Bekijk daarnaast ook het filmpje van Robert H. Lustig. Ik heb op 10 december een korte posting op F4I geplaatst met daarin de verwijzing.

Aanvulling 5 december 2010
Liesbeth heeft een paar korte stukjes geschreven over Oerdis en Paleo, en het voedingscentrum.

Food inc. en de discussie op Foodlog over ons eetsysteem

Zo met dit bericht ga ik het risico lopen om voor linkse rakker uitgemaakt te worden. De mensen die me kennen weten dat ik eerder liberaal ben dan links. Toch wordt het tijd voor een nieuwe politieke partij. Een soort van GroenRechts of Nederland Innovatieland 3.0, maar wel modern en passend bij de huidige tijd.

Enfin, een partij die staat voor een duurzame manier van zakendoen, een partij die participatie van alle betrokkenen op een positieve manier probeert te stimuleren. Een partij die optimaal gebruik maakt van Web 2.0 mogelijkheden (Open Innovatie en Open participatie), zonder de scheiding der machten te willen gaan aantasten. Denken in kansen en niet in beperkingen. Voordelen zien van vooruitgang en ook deze vooruitgang actief gaan “doen” zonder teveel beslag te leggen op de activa van toekomstige generaties. Of zonder eerst 25 jaar discussie en ‘onderzoek’. Een partij waar samenwerken vooropstaat, echter zonder in een polder-discussie te komen waar geen besluiten genomen durven worden. Samenwerken vaan gezamenlijke doelen, maar waarbij ook de eigen doelen nagestreefd kunnen blijven worden. Er is niets mis met een beetje (echt) leiderschap.

Binnen deze nieuwe politieke partij (of moeten we spreken over een movement 🙁 ), zijn er drie thema’s die ik graag zou willen gaan benadrukken (natuurlijk zijn er ook ander belangrijke thema’s) :
1- ons R&D en Innvatiesysteem, hoe creëren we een Nederland Innovatieland 3.0? Kortom hoe doorbreken we de kennisparadox en hoe voorkomen we de dat semi-overheidsorganisaties netjes met publieke middelen omgaan en we een level-playing field creeeren.
2- wat is de toekomst van ons eetsysteem? Het lijkt nu niet echt een goede kant op te gaan. Zelf heb ik nog niet de tijd genomen om Food Inc. te bekijken (zie ook het filmpje hieronder), maar de discussie is op Foodlog wel al aan de gang. Kijk maar eens op voedsel als maatschappelijke dienst, waar zit de fout in het eetsysteem? en Rode Hoed 1
3- de versnelde omslag maken naar een electricity based society (waar elektriciteit natuurlijk wel op een duurzame manier en bijvoorkeur “distributed” word gemaakt, opgeslagen en getransporteerd door heel Europa). We zouden in theorie als NL weer voor kunnen gaan lopen. En dat kan grote positieve effecten voor onze welvaart gaan hebben.

Deze onderwerpen wil ik als discussieonderwerpen gaan inbrengen bij de volgende Community of Talents (CoT) bijeenkomst. Leiderschap, kennis en enthousiasme is voldoende aanwezig binnen de LinkedIn groep “Innovatie 2.0-Community of Talents“. Lukt het om een breed draagvlak te gaan creëren voor dit initiatief?

Ter afsluiting nog even de trailer van Food Inc. (die film die ik zelf dus nog niet heb gezien ….)