Duurzaamheid in Food – een praktische aanpak (deel 5)

Dit artikel is een voortzetting van deel 4

Inmiddels is er al veel discussie op foodlog over het onderwerp duurzaamheid & voeding. Moet er een logo komen of niet? Wat is de rol van de overheid in dit proces? In dit deel 5 een korte update en daarnaast enkele meningen van mijzelf over dit onderwerp.

Om te beginnen is het interessant om de lijn op Foodlog te lezen die gaat over de laatste Rode Hoed sessie, waar ook de minister Gerda Verburg aanwezig was (link). Een stukje van Marijke Vos hoort ook bij het verplichte leesvoer: de overheid moet kiezen.

Ook de volgende link, waarin gesuggereerd wordt dat sommige mensen denken dat al lang bekend is wat duurzaamheid is, is het lezen waard (link) (ik geloof totaal niet dat het grote publiek weet wat duurzaamheid werkelijk is). Ten slotte de lijn waarin de vraag werd gesteld of er een logo moet komen of niet (link). Persoonlijk denk ik dat er een logo moet komen dat eigenlijk geen logo is. De huidige logo’s zijn eigenlijk zwart-wit logo’s. Logo’s die aangeven of iets wel of niet voldoet. Het A-G systeem of sterrensysteem gaat een stapje verder door een ‘rating’ te geven. Zelf denk ik dat we niet deze weg -goed/fout logo’s- moeten bewandelen.

Ik geloof wel in een heel modern ‘dynamisch’ “ik-bepaal-zelf-de-diepgang-logo-met-kwantitatieve-inhoud”. We beginnen met een 1-100% (of A-G score) bijvoorbeeld op de domeinen (a) milieu, (b) gezondheid, (3) diervriendelijkheid, (4) fairness (als een soort klavertje met 4 blaadjes, dit beeld heb ik niet zelf verzonnen, zie ook NRC artikel). Wil je als consument meer weten over “milieu”, dan kan dat. Je bekijkt dan gewoon de onderliggende waarden voor de indicatoren energie_grijs, energie_groen, water_verbruik, Afval. Dit alles via een scanner die in de winkel hangt, of via je mobieltje. Evidence based sustainibility en top (zie ook NRC 2008). Wil je alle gegevens weten en nalezen? dan kan dat ook de details staan dan gewoon op www.foodcyclopedia.nl of zo :-). Kijk ter inspiratie ook eens op: rankabrand

Drie praktijk voorbeelden die aangeven waarom “duurzaamheid” als containerbegrip zo moeilijk is:
fairtrade appelsap die niet milieuvriendelijk is.
– diervriendelijke kip die niet duurzaam is (Volwaard) (met link naar margemix)
– slaafvrije chocolade letters die uit een gewone chocolade letter-mal komt (link)

Deze lijnen en bijbehorende reacties hebben me flink geprikkeld in mijn denken. Een van mijn ideeen is om te gaan werken met een MySustainibility site, die naast de algemeen geaccepteerde en democratisch bepaalde verdeelsleutels, ook een persoonlijk profiel gebruikt om de overall-duurzaamheidsscore voor jouwzelf te bepalen. In de toekomst kan je met je mobieltje of een scanner in de winkel, een scan maken van een product. Afhankelijk van je persoonlijke wensen, kan je dan een gepersonaliseerd ‘advies’ krijgen rondom je potentiële ‘duurzame’ inkoop. Precies zoals Marcel ook eerder schreef.

Nog verder doorberedeneerd kan je je voorstellen dat we belasting gaan heffen op basis van de waarde van de blaadjes van het duurzaamheids-klavertje. Op deze manier heeft de overheid in de toekomst een instrument in handen om de ‘duurzame’ keuze ook financieel te stimuleren (of onduurzaam aankoopgedrag te straffen). Kortom beprijzing gaat ook mogelijk zijn. (na de discussie over km-beprijzing gaan we dus ook een discussie over voedsel-duurzaamheids-beprijzing krijgen 🙂)

Zogauw ik zin en tijd heb, zal ik nog een stukje schrijven over duurzaamheid en vlees. Inhoudelijk gezien is Meatfree Monday alvast een lees aanrader.

Aanvulling 25 december 2009
Met dank aan Joost Reus en Twitter : www.earthster.org

De margemix en de opbouw van categorieën – een Super geraffineerd maar onduurzaam spel.

Ik ga vandaag een open sollicitatie brief sturen naar de grootste super van het land. Nu weet ik het zeker, ik wil gaan werken bij de strategie afdeling van de categorie-managers in Zaandam. Wauw, ik maak gewoon een hele diepe buiging voor deze afdeling. Briljante strategen zitten daar. Even serieus, de brief gaat de deur niet uit, maar mijn bewondering is wel erg groot.

Ik zal beginnen met een kleine stukje theorie. Een productcategorie – pindakaas of kippenvlees – wordt opgebouwd zodat er bijvoorbeeld 4 tot 6 bijna equivalente producten in het schap liggen (dit doen de categorie-managers, niet de inkopers zelf). Voor pindakaas betekent dit dat er bijvoorbeeld (a) een zeer laag geprijst (merkloos) product aan de onderkant ligt, (b) een eigen Super-huismerk, (c) een A-merk (bv Calve van Unilever), (d) een exclusief top-merk aan de bovenkant (lokaal geproduceerd of zo 😉 ). Een hoop keuze vrijheid voor de consument, toch?! Een voorbeeldje met willekeurige getallen:

Dit wordt nu de margemix genoemd (niet te verwarren met kruis-subsidie **)

Deze truc wordt ook toegepast op kippenvlees (en link2). Er is euro-shopper met ingespoten eiwit-water, er is het gewone huismerk (de gewone kip), er is een merkproduct (b.v. Volwaard), een biologisch-huismerk en we voegen daar een exclusief kip-product aan toe, bijvoorbeeld Label Rouge (en link). Door nu slim met de prijzen, verpakking en THT-datum te spelen kan je de keuze van de consument zeer sterk beïnvloeden. Deze bewuste keuze beïnvloeding van consumenten gaat natuurlijk wel in de richting waar de totale winst (dus niet de omzet!) van de super gemaximaliseerd wordt. Winst is immers marge x omzet (=volume). Marge per product is niet relevant.

Tot een paar jaar geleden was de wereld lekker simpel. Je had ‘gewone’ huismerken en A-merken. Nu heeft de gemiddelde supermarkt al meerdere huismerk categorieën. AH heeft bijvoorbeeld (1) euro-shopper, (2) het gewone huismerk, (3) excellent (tot een tijdje geleden inderdaad een premium product), en (4) sinds kort een duurzaamheidscategorie “Puur&Eerlijk”. Wat is nu het patroon? De A-merken hebben indirect geholpen om de gewone huismerk-categorie te ontwikkelen. Prijs concurrentie vanuit Lidl en Aldi heeft geleidt tot een low budget scherp geprijsde categorie Euroshopper. Biologica (Eko, maar ook NGO’s zoals de dierenbescherming), helpt nu om de categorie Puur&Eerlijk op de bouwen. Kortom organisatie X investeert, en het rendeert bij organisatie Y ***. Who’s next?

Met Flevosap is hetzelfde gedaan. Eerst is het als lekker puur en eerlijk sapje opgenomen, en als er succes is, dan wordt er ook onder eigen huismerk “boomgaard” sap geïntroduceerd. En ook met “duurzaamheids” initiatieven gebeurt nu hetzelfde getuige de pas geïntroduceerde Puur en Eerlijk categorie.

Is dit systeem fout? Ja, en nee. Ja omdat ik vind dat de “innovator“, de gene die zijn nek uitsteekt, ook het rendement van zijn investering moet kunnen terugverdienen. Ja, omdat ik denk dat consumenten hiermee niet altijd transparant geinformeerd worden. Nee, omdat het wel generiek zorgt voor meer vooruitgang (meer keuze, meer kwaliteit, meer duurzaamheid). Persoonlijk hoop (en verwacht) ik overigens dat we terug gaan naar een situatie waarbij de intrinsieke productkwaliteit weer meer gaat tellen.

Elke super, dus ook AH, wil heel graag keuze hebben welke toe-leveranciers ze kunnen inzetten (=substitutie van toelevering) en natuurlijk wil elke super door een slimme categorie-opbouw de winst van de gehele categorie maximaliseren (waar niets mis mee is, dat is immers de economische molen waar we allemaal in zitten). Nogmaals een diepe buiging van mijn kant. Weet hoe het gaat, en buig ook diep met me mee.

** kruis-subsidie is het subsidieren tussen product-categorieën. Bijvoorbeeld veel marge op vers-gesneden huismerkproducten t.o.v. lagere marge op lang houdbaar A-merken. De marge-mix zit binnen een productcategorie met equivalente -inwisselbare-producten.

*** het vraagstuk van het probleem wie de vaste kosten van innovatie betaalt, heeft dus ook te maken met de margemix. Dit is dan ook onduurzaam in mijn ogen.

PS Als ik tijd heb zal ik wat ideeën op papier zetten rondom de vraag “wat is het alternatief als je producent bent?”. Toch een A-merkt neerzetten? Een verbod op huismerken? Moet de werkelijke producent met zijn naam op de verpakking worden gezet?

aanvulling d.d. 21-11-2009 (gedeelte uit een reactie van Dick Veerman)

… …
Paul, het gaat inderdaad om een prijsopbouw. De prachtige staafjes die laten zien welke kosten en winstopslag waar in de keten aan een product worden toegevoegd. Ik was gistermiddag in een bijeenkomst waarin het onder meer ging over die ‘vermaledijde’ super. Het is geen geheim hier dat ik wel eens wat lelijks over supers zeg. Het super bashen ging echter zo onfeitelijk en onjuist ver, dat ik ze ben gaan verdedigen. In een varkensblad dat jij waarschijnlijk leest heb ik de vergissing die velen maken afgelopen zomer als volgt verwoord:

Wyno Zwanenburg vond Varkens in Nood aan z’n kant om een betere verkoopprijs voor varkensvlees te bedingen. Zal het werken? Hoewel terecht, nee. De super maakt zelf wel uit hoe hij zijn margemix vormgeeft. Voor groenten en verwerkt vlees betalen supers ook weinig, maar het ligt er voor de hoofdprijs. Loss leaders zeggen niets over inkoopprijzen. Hema verkocht jarenlang uitstekende wijn voor weinig en kreeg er extra klanten door voor het hele assortiment. Winkeliers kijken naar de marge op de kassabon. Da’s geen diefstal, maar winkellogica.

Op die logica zijn business modellen waar in Europa honderden miljarden door heen stromen gepompt. Die kan ook Dick Boer of zijn grote voorbeeld het Engelse Tesco’s niet zomaar even veranderen.

Kortom, ja de staafjes zijn relevant, maar je moet in de spreadsheet naar de rijen kijken om te zien waar je in de kolommen iets kunt veranderen. De supers zitten op alle info en zullen eindeloos veel info kunnen aandragen om te laten zien dat het toch anders zit.
… …

De discussie op foodlog ging nog even door. Lees vooral vanaf hier de discussie nog eens na, mijn mening en suggesties probeer ik ook zo helder mogelijk weer te geven in de betreffende discussie-lijn. Het is volgens mijn gevaarlijk om alleen onderzoek te doen naar de kostprijs opbouw van producten (mijn stelling is overigens dat LEI et.al. (a) en de informatie en (b) de kennis niet hebben voor een dergelijk onderzoek). Veel relevanter is inzicht in de marge-mix EN kruis-subsidie tussen categorieen. Maar de echt interessante vraag is : Welk eetsysteem WILLEN we hebben? (zie ook reactie van Peter Jens – Biologica)

Be Humble – Dick Veerman (@ Community of Talents 30-9-09)

Alleen al vanwege de titel “Be Humble” verdient dit filmpje om apart geplaatst te worden. Op dezelfde dag dat Harold vertelde over her-uitvinden, gaf Dick Veerman (www.foodlog.nl) ook een korte speech. Zijn mooiste uitspraak: “ik lees geen marketingboeken meer”. Volgens mij bedoelt Dick hiermee hetzelfde als Harold. Het opstellen van nieuwe grote theorieën heeft geen zin, de kans dat ze al eerder beschreven zijn is groot. Kortom, 30 september was een mooie dag!

http://vimeo.com/moogaloop.swf?clip_id=7379237&server=vimeo.com&show_title=1&show_byline=1&show_portrait=0&color=&fullscreen=1

CoT 30-09-09 Dick Veerman “Be Humble” from FunnelVision on Vimeo.

Terwijl ik dit stukje schrijf komt er een tweet binnen van Stephan. In de Volkskrant van dit weekend stond weer eens een argumentenkaart (ik noem dat overigens gewoon een mindmap). Dit keer over de voor en nadelen van polarisatie. Bert zegt altijd “samenwerken kan pas goed als je eerst uit elkaar beweegt”, kortom als je eerst polariseert. Polariseren kan al snel tot geschreeuw leiden. Schreeuwen en ‘Be Humble’ lijken niet echt bij elkaar te passen. Of toch wel? Zou je op een nederige manier toch kunnen polariseren om je punt te maken?

Rode Hoed 2009: de toekomst van onze landbouw en ons voedsel – verwijzingen en F4I-blog items.

Waarom maar niet eens een stukje platte reclame maken op dit blog? Waarvoor? Voor een zeer goede en interessante serie over eten en ons eetsysteem die wordt gehouden in de Rode Hoed. Het programma hieronder heb ik onvervalst geknipt en geplakt (maar wel her en der aangepast). Maar als een beetje service zal ik de verwijzingen naar de Foodlog.nl pagina’s opnemen, indien mogelijk de presentaties op slideshare zetten, en aangeven of ik wel of niet aanwezig was. Als ik aanwezig ben dan twitter ik zoveel als ik kan. Zelf gebruik ik deze pagina ook als persoonlijk ‘kennismanagement’ systeem naar de grotere thema’s van ons eetsysteem.

De toekomst van ons landbouw en ons voedsel.
De debatcyclus omvat een reeks van 5 thema-avonden, voorafgegaan door een openingsavond tijdens de Week van de Smaak en afgerond met een slotmanifestatie waarbij de belangrijkste inzichten/conclusies worden gepresenteerd. De debatten worden geleid door Felix Rottenberg, en Foodlog doet verslag. Elke avond zijn er vanaf 21.45 uur kleine proeverijen toegespitst op het thema, met een toelichting door biologisch topkok Eric van Veluwen.

1. Dinsdag 22 september: Opening:
De avond van de goede smaak Openingsavond over de ontwikkeling van de ‘goede smaak’ vanuit historisch perspectief. Presentaties door:
• Wethouder Marijke Vos vanuit het initiatief Proeftuin Amsterdam en Amsterdam als Hoofdstad van de Smaak 2009.
• Schrijver Ronald Giphart over de kwestie van de goede smaak in verleden, heden en toekomst.
• Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum over voedsel en identiteit.
• Prof. Frits Muskiet over de ‘gezonde oerdis’, het dieet van onze verre voorouders.

Ik was aanwezig. Meer informatie is de vinden op de volgende pagina’s op foodlog: wat kraakt er nu eigenlijk? Zelf heb ik WEL enkele blog-pagina’s op F4I geschreven over het oerdieet: Frits Muskiet en het oerdieet en relatie kellogg en oerdieet

2. Woensdag 30 september: De crisis van ons landbouw- en voedselsysteem:
feiten en dilemma’s De voedselproductie moet de komende decennia fors omhoog omdat de wereldbevol- king en de vleesconsumptie toenemen. Tegelijk worden de basisgrondstoffen (olie, fosfaat en water) voor de landbouw schaars en neemt het areaal vruchtbare bodems af. Wat zijn de ontwikkelingsperspectieven voor vraag en aanbod? Van grootschalige en kleinschalige landbouw? Wat zijn de feiten en cijfers, mondiaal, in Europa, in Neder- land? Meer speciaal: hoe ontwikkelt zich de productie en consumptie van dierlijke en plantaardige eiwitten? Wat is de impact van biobrandstoffen? Hoe verhoudt de voed- selcrisis zich tot de energiecrisis, de klimaatcrisis en de economische crisis? Wat is de betekenis van urban farming waarbij stadsbewoners voedsel gaan verbouwen? Inleidingen:
Prof. Rudy Rabbinge (Wageningen Universiteit)
Jan Willem van der Schans (Landbouw-Economisch Instituut)

Ik was aanwezig. Meer informatie is de vinden op de volgende pagina’s op foodlog:
Rabbinge : Samen optrekken tegen retail en Van der Schans : stadslanbouw Zelf heb ik WEL enkele blog-pagina’s op F4I geschreven over deze sessie: Toegepast onderzoek en de rol van Wageningen, het addendum op dat artikel, de literatuurverwijzing naar VK en NRC en mijn opinie en een TED-film over stadslandbouw.

3. Maandag 5 oktober: De macht in de voedselketen.
Wie trekken er aan de touwtjes? In theorie zijn boeren en consumenten de meest bepalende spelers voor wat er wordt verbouwd en gegeten. Maar in de praktijk hebben andere spelers meer invloed: de retailsector, de levensmiddelenindustrie, de agribusiness, de zaad- en chemiebedrijven en de financiële sector. Alleen al Monsanto heeft meer dan 80% van de markt in gene- tisch gemanipuleerde zaden in handen. Retailers bepalen de prijzen voor ons voedsel. Wat zijn de gevolgen en risico’s van deze ontwikkeling? Zijn er voldoende countervai- ling powers? Hebben overheden voldoende kennis en mogelijkheden om publieke be- langen te waarborgen? Moeten we verder gaan op het pad van de vrije wereldmarkt? Wat zijn de gevolgen voor de inkomens van boeren en de kwaliteit van ons voedsel? Zijn er reële alternatieven denkbaar waarbij boeren en tuinders zonder voortdurende schaalvergroting economisch duurzaam kunnen ondernemen? Inleidingen:
• Prof. Jan Douwe van der Ploeg (Wageningen Universiteit)
Jan Willem Grievink (Counselor/onderzoeker/ConCeption)

Ik was NIET aanwezig. Meer informatie is de vinden op de volgende pagina’s op foodlog: Het voorproefje Rode Hoed III en Het is maar hoe je kijkt. Zelf heb ik GEEN blog-pagina’s op F4I geschreven, maar wel meegedaan in de discussie op Foodlog. Ook heb ik wel eens een lezing over het onderwerp macht in de keten gegeven (vanaf slide 17).

4. Donderdag 29 oktober: Nieuwe perspectieven voor voedsel
Naast verdere schaalvergroting en concentratie in de voedselketen is er een groeiende belangstelling voor lokaal en vers en biologisch geproduceerd voedsel en Community Supported Agriculture is een sterke groeimarkt. Op een ander niveau maken grote ondernemingen afspraken met internationale milieuorganisaties over verduurzaming in de keten zoals bij vis en soja. Voor zowel multinationaal opererende bedrijven als meer regionaal georiënteerde voedselproductie is verduurzaming een noodzakelijk perspectief. Wat zijn de belang- rijkste ontwikkelingen in de landbouw- en voedselketen op weg naar duurzame pro- ductiesystemen? Hoe kan de consument het best worden verleid om duurzaam ver- bouwd voedsel te kopen? Bieden coöperatieve landbouw, winkels en banken een alternatief? Hoe gaan grote retailers zich ontwikkelen? Inleiding:
Prof. Tim Lang (Centre for Food Policy, City University London) Food Policy for the 21th century: can we grow enough, sustainable and healthily?
Marc Jansen (directeur CBL, de brancheorganisatie van supermarkten) over duurzaamheid in de supermarkt en MSC vis.

Ik was aanwezig. Meer informatie is de vinden op de volgende pagina’s op foodlog:
een wijze Lang en brave Jansen en Duurzaam, ja dat is gewoon emotie. Daarnaast heeft Marc van Dinther een artikel over Lang geplaatst bij de Volkskrant. Zelf heb ik dit artikel overgenomen op dit F4I blog: Het feest van overvloed is voorbij. In dit blog-item staat ook mijn mening rondom wetgeving en duurzaamheid. Ik denk dat we er niet onderuit komen. De presentatie van Tim Lang is hier te vinden en de presentatie van Marc Jansen hier (zie overigens ook de reactie van Huib)

5. Dinsdag 10 november: Thema: Afrika Afrika kent een snelle bevolkingsgroei.
De voedselproductie kan de vraag, ondanks de grote inventitiviteit van boeren, niet bijbenen. Maar ondervoeding houdt ook verband met armoede, onderdrukking, oorlogen en milieurampen, met geringe marktkansen voor kleine boeren en geringe ondersteuning door instituties. Hoe kan de productivi- teit van de landbouw in Afrika worden verhoogd en kan ondervoeding worden terug- gedrongen? Op de ontwikkelingsagenda is landbouw decennia lang verwaarloosd. Wat zijn de per- spectieven? Ligt de oplossing in meer landbouw voor de landbouw of juist meer voor de export? Wat kunnen Aid en Trade bijdragen? Wat is het effect van het EU Land- bouwbeleid? Hoe werkt de internationale voedselhandel? Wat te denken van de mas- sale opkoop van landbouwgronden in Afrika door Arabische landen, China en Korea? Wat is de invloed van klimaatverandering? Inleidingen:
• Olivier de Schutter (VN-rapporteur over voedsel als mensenrecht).
• Prof. em. Niels Röling (Wageningen Universiteit)

Ik was NIET aanwezig. De discussies op foodlog staan hier en hier

6. Woensdag 18 november: Thema: Nederland
Nederland is een van de grootste voedselexporteurs en veevoerimporteurs ter wereld. We exporteren enorme volumes vlees, zuivel en bloemen. Nederland is ook hoofd- kwartier van multinationals als Ahold en Unilever. Wat is de rol van ons mondiaal opererende bedrijfsleven in het wereldvoedselsysteem? Moet de Nederlandse landbouw zich blijven richten op de wereldmarkt? Zo ja, is dat verenigbaar met het behoud van ons cultuurlandschap met koeien in de wei etc.? Inleidingen:
• Antoon Vermeer (voorzitter ZLTO)
• Teo Wams (directeur Natuurmonumenten).

Voorafgaande aan 18 november, stond er een interview met Antoon Vermeer in de Volkskrant van Zaterdag 14 november. De discussie op foodlog staat hier, en hier. Zelf was ik niet aanwezig.

7. Dinsdag 1 december: Uitsmijter
Aanbieding van de belangrijkste uit de debatten getrokken lessen aan minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Verder presentaties van enkele veelbelovende initiatieven voor een duurzame land- bouw en voedselketen. Met voorbeelden van verduurzaming in ketens van een multi- national en enkele meer lokaal gerichte initiatieven. Presentaties:
• Volkert Engelsman (directeur Eosta) over Nature & More en Soil & More
• Jan-Kees Vis (directeur duurzame landbouw Unilever) over gezonde en duurzame voeding
• Quirijn Bolle (oprichter winkelketen Marqt) over hun nieuwe foodformule
• Jaap Hoek Spaans (directeur Landzijde) over landbouw en zorg
• Ter afsluiting: de snacks van de toekomst! Met Pierre Wind

Zelf was ik niet aanwezig 🙁. De discussielijnen op foodlog zijn hier te vinden: link1 en link2 (lezing Verburg)

Partners
• Inhoud en programmering: Stichting Centrum voor Landbouw en Milieu (initiatiefnemer) en Biologica (med-initiatiefnemer).
• Mediapartners: De Volkskrant en Foodlog.
• Mede mogelijk gemaakt door: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en debatcentrum De Rode Hoed
• Klankbordgroep: Arie van den Brand / Paul Kuypers / Hans Hoogeveen / Anneke Groen.
• Projectleiding: Wouter van der Weijden / CLM.
• Projectuitvoering: Bert van Ruitenbeek /Ecominds en Lise Broekaar /Rode Hoed
• Presentator/debatleider: Felix Rottenberg.

Ontvlechten is het recept voor de komende jaren

Waar we ook kijken er wordt samengewerkt, prima toch? Of toch niet. Samenwerking kan ook zorgen voor een vertroebeling. Een heel intieme samenwerking kan leiden tot een fusie. Na een dergelijke fusie is de zg hybride organisatie ontstaan (wikipedia) (zie rapport Cie Cohen over deze materia uit 1997).

Als NGO’s en AH gaan samenwerken in Puur & Eerlijk (zie de foodlog discussie op: vandaag is het feest), dan klinkt dat mooi maar ik voorspel dat deze NGO’s het onderspit gaan delven doordat ze op termijn niet meer zichtbaar zijn. Consumenten – ikzelf in ieder geval wel- wantrouwen dit soort initiatieven. Hiermee zijn ze in mijn ogen niet duurzaam.

Een tweede voorbeeld van een (historische) samenwerking is die tussen WUR en het ministerie van LNV. Ik heb over dit onderwerp al veel geschreven en gedisucieerd. De Universiteit is zo afhankelijk van het ministerie dan je je kan afvragen of de ‘adviezen van WUR/WU/DLO’ wel afhankelijk zijn. Natuurlijk blijf je dan 25 jaar in het zelfde kringetje zitten. Joost Reus heeft de moed om daar wat woorden aan te besteden op zijn blog geplaatst. (en de discussie is ook weer opgepakt op foodlog: al 25 jaar geen stap verder)

Het type samenwerking dat we zien in de wetenschap – de zg publiek private samenwerking – heeft ook zijn langste tijd gehad. Ook over dit onderwerp heb ik al veel geschreven. Niet alleen op dit blog, maar ook binnen Innovatie 2.0 – Community of Talents. Enkele citaten vanaf dat betreffende (besloten) forum vanuit de discussielijn Kan de CoT wegbereider zijn?:

Jan Wouter Vasbinder:
Echter je moet wel een beeld hebben hoe die ontvlochten wereld er dan uit ziet, met antwoorden op vragen als: hoe komt de agendering van wetenschappelijk onderzoek tot stand, hoe ziet de brug naar de maatschappelijke relevantie er uit, etc?. Daarvan zijn vele (vooral in de VS) beproefde voorbeelden. Belangrijk is dat die de realiteit van de verdeling van talent, genialiteit en motieven als startpunt hebben. Een voorbeeld is het volgende: Er is een kleine groep wetenschappers die de kwaliteit hebben om, gedreven door intuïtie, de grenzen van de kennis te vinden en te verleggen. Die wetenschappers (die in Nederland in de categorie Spinoza prijswinnaars zitten), krijgen de ruimte om onderzoek te doen dat zij nodig achten en daarbij het talent te mobiliseren dat zij als zodanig herkennen.

Er is een veel grotere groep wetenschappers die voortreffelijk onderzoek kunnen doen, maar juist dat sprankje genialiteit (intuïtie) missen om tot echte doorbraken te komen. Die groep moet zijn richting krijgen van de eerste en projecten voorstellen die passen binnen die richting. Deze projecten wordt beoordeeld op wetenschappelijke merites. De keuze tussen de projecten die hoog scoren wordt gemaakt door derden die belang kunnen hebben bij de uitvoering ervan, industrie of andere partijen. Deze door derden gemaakte keuze wordt uitgevoerd, en kan ten dele worden gefinancierd door deze belanghebbenden. Het resultaat is dat wetenschappers onderzoek doen dat ze zelf hebben voorgesteld en dat door externe partijen als relevant wordt aangemerkt. Het resultaat is ook dat wetenschap en industrie (als pars pro toto voor alle derde partijen) zijn ontvlecht in de zin dat de wetenschap als enige de richting aangeeft en over de wetenschappelijke kwaliteit beslist en de industrie als enige over de relevantie voor samenleving en innovatie. In de VS werkt dit model al dertig jaar.

Het draaiboek om het in Nederland in te voeren ligt al jaren bij EZ en OCenW. Het model sluit aan bij bevindingen van bijvoorbeeld Rogers Hollingsworth die heeft aangetoond dat werkelijke vooruitgang in de wetenschap plaatsvindt in kleine onafhankelijke instituten. Dit model biedt ook plaats voor studenten. Die moeten, onder leiding van wetenschappers van de eerste twee groepen, methodes leren om orde te scheppen in de chaos van het onbekende. De echt talentvolle (daarin) kunnen wetenschapper worden, de minder talentvolle moeten hun opleiding buiten de universiteiten inzetten.

Universiteiten moeten eigenaar zijn van de kennis die binnen hun laboratoria is ontwikkeld (o.a. om te waarborgen dat die kennis in het publieke domein blijft), maar zelf geen kennis exploiteren. Ze kunnen (met echte professionals) een patentenportfolio opbouwen en exploitatierechten verlenen aan derden. Met een beeld van een ontvlochten wereld kun je een pad bedenken om daar te komen. Dat pad ligt bezaaid met valkuilen en belangen. Om die te ontlopen of te gebruiken zijn talenten nodig die mogelijk te mobiliseren zijn vanuit de CoT.

Wouter de Heij:
Bedankt voor je overzicht. Je bevestigt mijn ‘gevoel’ (okay een beetje ervaring heb ik inmiddels ook wel) rondom de ontvlechting. Ook geef je aan dat het draaiboek al bij EZ en OCenW klaar ligt. Mooi, dan hoeven we alleen maar een kopietje van dat draaiboek te bemachtigen. Ik deel je mening rondom universiteiten. Dus ook jij vind dat Universiteiten niet zelf kennis horen te exploiteren. Helemaal mee eens. Wel heb ik een ander suggestie. SenterNovem (mag ook een ander centrale overheidsklub zijn 🙂 ) die gaat voortaan eigenaar worden van alle octrooien die aan Universiteiten worden gegenereerd. SenterNovem gaat deze octrooien openbaar veilen aan derden. De universiteiten krijgen een bonus van bijvoorbeeld 35% op de opbrengst, de rest valt terug aan de staat, en wordt bij via innovatiesubsidies ter beschikking gesteld aan ondernemers. (soort van revolving fund). Dit systeem voorkomt een soort van vriendjes politiek (met name met multinationals).

Jan Wouter Vasbinder:
Als ik mijn sceptische of wantrouwende bril opzet deel ik je beeld van octrooien aan de universiteit. Maar ik heb het Amerikaanse beeld voor me en dat is heel anders. Een van de verschillen tussen de VS en Nederland is dat in de VS vertrouwen vanzelfsprekend is (ook al is vanzelfsprekendheid aangetast door Bush en zijn trawanten, maar Bush kon alleen president worden vanwege dat vertrouwen), terwijl het in Nederland zo langzamerhand een uitzondering is. En het recht dat ik me in de afgelopen decennia jaren heb toegeeigend is dat ik niet meebouw aan systemen die gebaseerd zijn op wantrouwen.

De Nederlandse overheid (wij dus) hebben in de afgelopen decennia het wantrouwen laten winnen, en onze moraal geijkt op dat wantrouwen. Zo heeft de Nederlandse overheid de Universiteiten tot prostitutie gedwongen en zijn de universiteiten er, aanvankelijk tegenstribbelend, van gaan genieten. Tegen dat licht gezien begrijp ik dat je zegt dat universiteiten octrooien aanvragen voor de cv’s van hun onderzoekers, etc. Maar zo zou het niet moeten zijn. Als de ontvlechting gelukt is, zal het ook niet meer zo zijn. Ik stel voor dat we daar eens rustig over praten.

Wouter de Heij:
Wij hebben inderdaad onze universiteiten gedwongen tot prostitutie. Bij ministeries kom ik veel trots tegen over het nederlandse innovatiesysteem, zelf ben ik verre van tevreden. Een goede innovatie ecosysteem (Nederland Innovatieland 3.0) is wat mij betreft een voorwaarde op ook op termijn in een welvarend land te kunnen blijven wonen. Ontvlechting – ik weet het het gaat weerstand opleveren – is pas stap 1. Stap 2 is om met een goed plan te komen daarom ben ik zo geinteresseerd in je masterplan. Je schrijft dat we een moraal op wantrouwen hebben. Ik onderschrijf dat.

Wij werken als bedrijf samen met universiteiten, kennisinstelling en andere bedrijven. met name bij kennisinstellingen weet ik niet welke ‘pet’ ze nu ophebben (a) toeleverancier, (b) samenwerkingspartner, (c) gericht op de business of alleen de kennisopbouw. Enfin, bij mij roept dat inderdaad ook wantrouwen op. Des te meer reden om tot een ontvlechting over te gaan. Ik zou graag weer terug gaan naar een scheiding der machten. Dit is de basis van onze maatschappij. Hierin is het helder waar welke organisatie voor staat en wat de functie van een dergelijke organisatie is.

Samenwerking is braaftaal, je kunt er eigenlijk niet op tegen zijn. Toch werkt een samenwerking alleen als elke samenwerkingspartner helder kan maken waar hij of zij voor staat en wat zijn eigen intrensieke waarden zijn (of de missie/vissie van de organisatie).

Ik heb de overtuiging dat je alleen goed kan samenwerken als je eerst uit elkaar beweegt zodat je eigen identiteit helder wordt. Hybride organisaties werken niet. Mijn advies is daarom : ontvlechting is het enige juiste recept in de nabije toekomst. Dit thema gaat de politieke agenda bepalen in de komende jaren denk en hoop ik!

Enkele voorbeelden van hybride organisaties en/of situaties:
– TNO is nog vlees nog vis. TNO heeft een boom aan private BV’s maar krijgt nog heel veel basisfinanciering van EZ. Daarnaast concurreert het op oneigenlijke gronden met private aanbieders. TNO moet daarom worden opgesplitst in een 100% overheids en in een 100% privaat gedeelte. Markt & Overheid en TNO en de kapper
– Idem voor Wageningen Universiteit en Research Centre (Wageningen-UR). WUR zou weer moeten worden opgesplitst in een Wageningen Universiteit gedeelte dat onder OCW zou kunnen gaan vallen en in een 100% privaat gedeelte (de huidige DLO instituten). Link1 en WUR zinkt
– Overheden gaan vanaf nu alles openbaar aanbesteden. Ook onderzoek en ontwikkeling. zie ook Nederland Innovatieland 3.0
– NGO’s blijven kritisch tegenover alle grote retailers. Volwaard wordt inmiddels al weer kapot gemaakt volgens sommigen (link1 & link2 & link3). Je schrijft erover in inmiddels is het al gebeurd. Volwaard ligt als Puur & Eerlijk bij AH. De volgende stap is ‘substitutie van de leverancier’. De marge-mix en het super geraffineerde spel.

Aanvulling om 17.43: ik heb zonet via de e-mail toestemming gekregen om de naam van “Persoon X” te noemen. Het gaat om Jan Wouter Vasbinder. Jan Wouter Vasbinder is een van de auteurs van het boek Innoveren – begrippen, praktijk, perspectieven. Wat mij betreft een van de betere Nederlandstalige boeken over Innovatie Management. Jan Wouter doet ook regelmatig mee met de discussie op Linkedin.

Aanvulling 26-10: dit alles heeft natuurlijk te maken met “scheiding der Machten” (wel een beetje ruim interpreteren 🙂 ). Het dillema voor de toekomst. Wie neemt welke rol in in de keten (link)? Gaan we verschuivingen krijgen? Ik denk het wel. Meer hierover tzt in een ander blog-item.

Grote en kleine druppels – ostwald vergroving.

In maart 2009 heb ik een klein stukje geschreven op foodlog over ostwald vergoving. Soms is het leuk om wetenschappelijke fenomenen als metafoor te gebruiken voor maatschappelijke issues.

Kleine druppels worden altijd groter. Gelukkig hebben grote druppels ook niet eeuwig bestaan. Laten we dus met zijn allen voldoende nederig blijven. ‘Groot’ is er ook niet voor eeuwig en altijd. Denk maar eens aan het Romeise rijk, IBM, de VS en grote politieke partijen. Fijn weekend.

Grote en kleine druppels
Een bekend fenomeen in de natuurkunde van de voedingswetenschappen is de Ostwald-vergroving. Zo zijn oliedruppels in water meestal niet even groot. Wilhelm Ostwald heeft in 1896 voor het eerst beschreven dat de kleine druppels kleiner worden en de grote groter worden. De grote slokken de kleine op, zodat er uiteindelijk twee massa’s ontstaan: een olie- en een waterlaag.

Ondanks de wat andere fysische achtergrond, zien we iets soortgelijks bij ijskristallen. De textuur van ijs –ook diepgevroren – verandert na verloop van tijd doordat grote kristallen groter worden. Ons consumptie-ijs gaat er ‘zanderiger’ van proeven. IJs dat korrelig smaakt, is oud.

Ostwald-vergroving zien we ook in onze maatschappij. Bedrijven die starten met radicaal vernieuwende technologieën (zgn. disruptieve ideeën) die aanslaan, groeien snel. Zo snel dat er daarna bijna geen ruimte meer is voor concurrentie in de vorm van kleinere spelers. Er is zelfs sprake van een aanzuigende werking die interessante kleine opkomende spelers al snel voor hun disruptieve uitgroeien ‘opslokt’.

Microsoft, TomTom en Google zijn tot de verbeelding sprekende voorbeelden. Natuurlijk heeft Google een lekker positief imago. Toch innoveert ook dit bedrijf niet meer uit zichzelf, maar door inlijving van jongere start-ups zoals bijvoorbeeld YouTube in. Een soort economische Ostwald-vergroving zorgt er in de vrije markt voor zien dat mono- of oligopolies ontstaan. De ruimte voor kleinere spelers neemt af. Met alle gevolgen van dien. Minder competitie leidt tot hogere prijzen, mindere kwaliteit en een afnemende innovatiebehoefte. In de economie leidt Ostwald’s effect tot een rem op innovatie.

Interne organisaties & Ostwald
Ostwald-vergroving zien we ook binnen organisaties optreden. Binnen kleine en startende bedrijven wordt meestal hard en met overgave gewerkt. Kleine bedrijven ‘willen’. Er is minimale ruimte voor secretaresses, HRM functionarissen en andere organisatiekosten die we eufemistisch ‘overhad’ noemen. Als bedrijven groeien wordt de schreeuw naar ‘structuur’ groter en ontstaan er altijd extra managementlagen en bureaucratische procedures. Het waterhoofd wordt groter en kostenreducties worden meestal op de werkvloer uitgevoerd. Weg motor voor venieuwing. Managementkosten nemen de plaats in van vernieuwingskracht.

Wat zien we binnen de voedingsindustrie?
Op het niveau van onze grootgrutters zien we dat ‘schaalvergroting’ – het gewone woord voor het economische Ostwald-effect – is opgetreden. In Nederland zijn er nog maar zes inkooporganisaties. In Engeland zijn het er zelfs nog maar drie. Leidt dit nu tot meer keuze en kwaliteit of juist tot minder op termijn?

Bij de meningsvorming daarover zien we ook iets dat op Ostwald-vergroving lijkt. De kleinere genuanceerde (tegen-) geluiden van materie-deskundigen worden niet meer opgepikt. De zware ongenuanceerde ideeën en gevoelens van de massa worden dat wel. Er ligt dan ook een schone taak voor kritisch schrijvend Nederland om die mening een stem te geven en te nuanceren. Een ander lichtpunt zie ik in moderne ICT – blogs, en fora – zijn ook kleinere meningen te publiceren. Onze communicatie is gelukkig gedemocratiseerd.

Toch ben ik somber over deze democratisering van het woord. Heel veel meer zenders leiden ook tot een versnippering van de boodschap. We hebben nu niet alleen veel ontvangers maar ook heel veel zenders. Maar luisteren we ook echt beter naar elkaar? Ik denk het niet. Mijn vraag dan ook is: wordt er ook echt beter gecommuniceerd? Ik heb zelf behoefte aan een maatschappelijke synthese van oude en nieuw manieren van kijken (de grote lijnen opnieuw uitzetten), een helder plaatje van onze toekomstige eetmaatschappij en krachtiger denkleiderschap.

Logo’s
Dat leiderschap ontbreekt, maar de natuur verdraagt geen vacuüm. Daarom versimpelen we complexiteit via logo’s als IKB, Milieukeur, Max Havelaar en EKO. Het zijn manieren om onze oninnovatieve gemakzucht te voeden. De ‘verlogoisering’ groeit en wordt daardoor steeds inhoudslozer, maar wel steeds dominanter. Ze zetten onze creativiteit en eigen denkvermogen uit en maken food-zombies van verstandige mensen.

Maatschappelijke communicatie
De dominantie en hiermee invloed van de landelijke dagbladen is voorbij, idem voor de publieke omroep. Veel publicaties verlopen nu via het internet. Maar zullen we niet gaan zien dat er eigenlijk niets veranderd? Nu.nl, tweakers.nl, marktplaats.nl en google.com zijn gewoon de nieuwe grote druppels op internet geworden. Is dat met foodlog.nl niet ook al aan het gebeuren?

Ostwald-vergroving wil ik waar mogelijk tegengaan. Monopolievorming is niet goed, noch in producten en diensten, noch in meningsvorming. Welvaart, vernieuwing, vooruitgang en duurzaamheid hebben niets te vrezen van openheid en innovatie. Integendeel.

De relatie tussen Kellogg’s, oerdieet en spijkers

In de rode hoed heb ik een paar weken geleden een interessante lezing aangehoord van Frits Muskiet over het oerdieet. Interessante materie; wat mij aanspreekt is de wetenschappelijk verklaring tussen gezond eten, onze receptoren en ons genen-pakket. De laatste week is het onderwerp “Spijkers en Kelloggs” hot topic in kranten (o.a. Volkskrant) en op foodlog.nl. Dit alles na een niet al te beste uitzending, want teveel gericht op de sensatie, van de Keuringsdienst van Waarde over dat onderwerp (link naar uitzending 15 okt 2009). Deze onderwerpen hebben toch een verband met elkaar :-).

De Kellogg’s ijzer case is inhoudelijk uitvoerig besproken op foodlog (link1, link2, link3). Inhoudelijk is het een eenvoudig onderwerp. We hebben metallisch ijzer (Fe, zoals zit in Kellogg’s) en ijzer-ionen (Fe_2+ en Fe_3+ zoals zit in spinazie en vlees). De ijzer-ionen in vlees zijn gemakkelijk opneembaar, metallisch ijzer een stuk slechter (afhankelijk van de matrix zelfs tot helemaal niet opneembaar). Als de metallische ijzer deeltjes maar klein genoeg zijn (groot oppervlak/volume ratio), kan ijzer/Fe in de maag omgezet worden naar Fe2+ dat wel opneembaar is (link). Volgens prof. Tiny van Boekel leidt de consumptie van metallisch ijzer in combinatie met calcium (=Kellogg’s met melk) niet tot een opname van het ijzer, al wordt dit argument door de een -door Kellogg’s gesponsord-wetenschappelijk artikel tegengesproken. Eigen onderzoek van de WUR laat zien dat metallisch ijzer niet (= heel slecht?) wordt opgenomen. Ik neig het argument van Tiny te volgen, maar heb daar geen wetenschappelijk bewijs voor.

Kellogg’s voegt waarschijnlijk liever metallisch ijzer aan haar Special K producten toe i.v.m. de prijs en i.v.m. smaak/verkleuring (al kan dit technisch opgelost worden door de ijzer-zouten te encapsuleren). Enfin, een eigen keus van Kellogg’s. IJzer als ingrediënt toepassen mag conform de EU verordeningen 1925/2006; 108/2008. Naar mijn beleving is de reactie van de VWA op 16 oktober inhoudelijk zwak, maar het is zoals het is. De stofwolken zijn neder gedaald, en ik verwacht dat we -op een 2e uitzending bij de KvW volgende week- geen vervolg artikelen en acties zullen gaan zien. Een mooi inhoudelijk onderwerp, waar we vanaf volgende week niet meer van zullen horen.

Maar waar wil ik eigenlijk naar toe? Natuurlijk naar de relatie met het oerdieet van Frits Muskiet. Judas M. heeft deze link gevonden. Stel me maar geen vragen over dit onderwerp. Zelf heb ik op wikipedia moeten opzoeken wat “Nephrology” betekent : het diagnostiseren en behandelen van nierstoornissen.

Een kleine update op bovenstaand artikel:
Liesbeth heeft inmiddels met de dietiste van Kelloggs gesproken, volgens de dietiste zou er maximaal 5% opgenomen kunnen worden. Zie hier haar reactie op foodlog en de vervolgreacties op haar reactie. Inmiddels wordt het Kellogg’s artikel ook door andere inhoudelijk experts doorgeprikt. Er is een isototopisch FeCl3 (of te wel ijzerzout) gebruikt als tracer. Dit ijzer-zout zorgt voor een vertekend beeld.

Liesbeth
Ik ben geen journalist maar houd erg van het checken van feiten. Ik heb daarom Kellog’s zelf gebeld. Ik heb gesproken met een dietiste. Ik heb het gevoel dat het verhaal dat ze vertelde wel klopte (ik ben geen chemicus).

In Kellog’s Special K zit gehydrogyneerd elementair ijzer. Dit wordt minder opgenomen dan ijzer in een zoutverbinding maar in een zoutverbinding krijgt eten een rare kleur en smaak en dat wil je niet bij eten. De biologische beschikbaarheid is afhankelijk van veel aspecten maar bedraagt gemiddeld ca 5% bij special K.

Ijzer komt zoals eerder geschreven door anderen in 2 vormen voor:
a. haemijzer in dierlijke producten, beter opgenomen dan nonhaem, ca 25%
b. non-haemijzer in plantaardige producten, opname tussen 1 en 10%

Special K ligt daar zo’n beetje tussen in. Ik ben absoluut geen voorstander van dit soort knutseleten maar ik denk niet dat Kellog’s onveiligere producten maakt dan andere leveranciers. Ik denk daarom dat het programma Keuringsdienst van Waarde geen goede uitzending heeft gemaakt. dat had niet gericht moeten zijn op een merk maar op knutselvoeding in het algemeen. Overigens heb ik begrepen van de consumentenbond (die helaas geen tijd heeft om hier in te duiken) dat er volgende week een vervolg komt door de Keuringsdienst van Waarde.

Persoonlijk ben ik geen voorstander van verrijking van voedsel. Dan is het steeds moeilijker om
een overzicht te hebben wat je binnen krijgt. Volgens het voedingscentrum is de logica: een gewoon ontbijt is een volkoren boterham als je daar een ander product voor verzint moet het minimaal die voedingswaarde hebben. Als dat niet zo is, voeg je dat toe. Persoonlijk vind ik dan dat je VEEL BETER een bruine boterham kunt eten. Dat lijkt me veel gezonder dan al dat geknutsel in de fabriek.

Update twee (d.d. 30-okt)
De KvW heeft gisteren de tweede uitzending over Kellogg gemaakt met de titel IJzer Extra. Dick Veerman was er snel bij met de vooraankondiging op Foodlog. Ook de VMT was blijkbaar getipt. Nieuwe inzichten zijn er niet (behalve het vermoeden dat VWA en de Denen in een vroegstadium contact hebben gehad). Wel is de vraag of het verrijken van voedsel nu wel verstandig is relevant. En als nu het verrijken geen zin heeft – zoals dit Kellogg’s voorbeeld- mag je dan wel verrijken puur en alleen i.v.m. een marketingoverweging? De redactie van foodlog vindt het ondertussen blijkbaar een leuk onderwerp: IJzer in je cracottes Nog een even een knip-en-plak uit een reactie (waar ik het eigenlijk wel inhoudelijk mee eens ben) :

Al die ambtenaren en voedingskundigen beseffen niet dat de meeste Nederlanders gewoon misleid worden. De gewone man/vrouw die zich langzamerhand bewust is geworden van het feit dat hij/zij gezond moet gaan eten is op die manier een gewillige prooi geworden van de industrie. Ik werd laatst met een schokkend voorbeeld hiervan geconfronteerd: een (veel te zware) vrouw die in onderzoek de inhoud van haar koelkast liet zien met allemaal ‘gezonde’ producten (lees: verrijkt, met allerlei claims, IKB-logo). Omdat ze dacht dat ze op die manier goed bezig was…

Aanvulling no. 3 d.d. 1-11-2009
Nog een paar knip-plak reacties uit de IJzer in je cracottes lijn van Foodlog.nl.. Ik weet te weinig van marketing en psychologie, maar gevoelsmatig kloppen de reacties.

Mark Lemmens
Ik mis toch nog steeds een beetje de ‘normale’ consument in dit verhaal. Er wordt wel telkens op de grote producenten dan wel de marketing afdeling geschoten, maar de rol van de consument blijft onderbelicht.

Daar waar een gemakzuchtige consument zijn portemonnee opentrekt, is er wel een gewillige fabrikant om in dat bewuste gat te springen. Daar waar een niet in de materie geïnteresseerde consument in de winkel staat, is er wel een marketeer te vinden, die een op die consument toegespitst product kan verzinnen
.

En die consument ís er. Die staat daar, met zijn zuurverdiende centen, geïndoctrineerd door de bladen, tv, de overheid en de niet aflatende stroom aan marketinggeweld, dat hij toch vooral maar gezond moet eten.

En dus laat die consument zich er eerst van overtuigen dat boter niet goed is, en dat met olijfolie je pas goed bezig bent, om nog geen 10 jaar later alweer braaf de Becel Light uit de schappen te trekken, omdat die olijfolie het nou toch ook weer niet helemaal was.

En die consument kóópt. Want “het staat er toch op?”. Mét extra vitamines, vezels of ander spul. Lighter dan light, want vet=slecht.

Maar die consument wéét niet beter. Want niemand vertelt hem dat hij, in plaats van vet, kilo’s extra suiker naar binnen werkt. Ja, dat staat wel op de verpakking, maar wanneer was de laatste keer dat ú de kleine lettertjes bij een product las? Bent u op de hoogte van de details van uw hypotheek, levensverzekering of garantievoorwaarden van de Nespresso?

De moraal? Ja, de fabrikant maakt gebruik van de consument, die braaf zijn producten koopt. Die fabrikant zou ook gek zijn dat niet te doen. Maar die consument laat zich ook neppen, want het boeit hem allemaal niet zo. Die kijkt naar wat hij in snelle flitsen te horen krijgt, en daarna naar zijn portemonnee.

Vergeet niet dat we hier met zijn allen bovengemiddelde interesse hebben in eten en voeding…

dick veerman
… … Minstens zo belangrijk is wat Mark Lemmens zojuist zegt: er wordt bewust misbruik van consumenten gemaakt omdat ze zich niet kunnen verweren. Dat komt niet omdat ze dom of ongeinteresseerd zijn, maar omdat ze niet alles hoeven te weten en er daarom op moeten kunnen vertrouwen dat ze niet voortdurend genept worden. Dat is niet zo, zegt Mark. Ik ben het met hem eens. … …

Jan Peter van Doorn
Daarin heeft Mark inderdaad helemaal gelijk. Zij het dat het een glijdende schaal is gebleken. Veertig jaar geleden waren A merken en Triple A banken te vertrouwen. Het merk was een kwaliteitszegel. Met een redelijk transparante value for money. Echter door de behoefte aan buitenlandse avontuurtjes, aandeelhouderswaarde en bonussen werd dat vertrouwen opgeofferd voor extreme winstoptimalisering. Terwijl de consument de boel nog steeds vertrouwde. Ten onrechte blijkt dus steeds vaker.

Aanvulling d.d. 22-11-2009
Volgens Katan heeft de media en de markt het gedaan (zie NRC-artikel). Jammer, zo’n suggestie. Mijn persoonlijk held Katan laat zich nu wel kennen. Dick Veerman kon het niet laten om een nieuwe Foodlog-lijn te starten: Katan en de keuringsdienst. Overigens heeft Katan wel in het NRC stuk zijn excusses aangeboden. Heel netjes van hem:

“En mijn eigen rol in deze affaire, was die smetteloos? Nee. Op het moment dat ik mijn commentaar leverde wist ik niet dat er vijf verschillende soorten ijzer- poeder bestonden voor toevoeging aan voedsel waarvan er maar één echt goed werkt. Ik had me er dus niet mee moeten bemoeien. Maar dan had u dit stuk niet gelezen.”

Frits Muskiet: ‘Onze voeding moet gebaseerd zijn op eetpatroon oermens’

Afgelopen week de inspirerende lezing aangehoord van Frits Muskiet in de Rode Hoed **. Beargumenteerd vertelt hij waarom we eigenlijk weer een oerdieet zouden moeten gaan volgen. Vlees is okay, minder suiker en koolhydraten. En natuurlijk groente, fruit en vis.

Ook op foodlog wordt er nog over dit dieet en de Rode Hoed bijeenkomst gepraat : Rode Hoed I: wat kraakt er nou eigenlijk? en Hoe we eten, past niet bij wie we zijn en Muskiet: obesitasbestrijding is onzorgvuldige basis gezondheidsbeleid. Ik ben geen expert -ben ook niet van plan om me uitvoerig in te lezen- maar het komt plausibel over.

Enkele verslagen over de eerste Rode Hoed bijeenkomst zijn te vinden op (1) nieuwsvoordietisten – Karine Hoenderdos, (2) Biologica**

Aankomende week ga ik weer naar de Rode Hoed
.
** ik stem niet op PvdA of SP; eet gewoon vlees en conventionele voeding. Mijn standpunt is dat we een duurzaam conventioneel eetsysteem zouden moeten willen nastreven. Biologisch is soms niet duurzaam 🙂

Aanvulling d.d.d 13-12-2009

Hierbij een link naar een artikel van Frists Muskiet: Evolutionaire geneeskunde U bent wat u eet, maar u moet weer worden wat u at. Bekijk daarnaast ook het filmpje van Robert H. Lustig. Ik heb op 10 december een korte posting op F4I geplaatst met daarin de verwijzing.

Aanvulling 5 december 2010
Liesbeth heeft een paar korte stukjes geschreven over Oerdis en Paleo, en het voedingscentrum.

What would google do? (part 1)

Dit keer geen uitleg over een natuurkundig fenomeen, maar wel een een korte samenvatting over What Would Google Do? (WWGD – Jeff Jarvis). Ondanks de herhalingen en het feit dat ook ik vind dat Google wellicht een te grote “druppel” aan het worden is, is dit boek wat mij betreft wel een aanrader. Jarvis internetjournalist, oprichter van Buzzmachine.com en tevens columnist bij de Guardian, is zelf geen werknemer van Google (geweest).

In WWGD wordt beschreven hoe de gratis classificeer dienst Google zo’n grote impact heeft gekregen op bedrijven en zelfs hele samenlevingen. Om maar gelijk met een korte samenvatting te beginnen op basis van de uitspraken van Jarvis, They didn’t do it by breaking rules. They operate by new rules of a new age:

  • Customers are now in charge. They can be geard around the globe and have impact on huge institutions in an instant.
  • People can find eacht other anywhere and coalescen around your – or against you. Your costumers are your ad agency. Your worst costomer is your best friend, your best friend is your partner.
  • The mass market is dead, replaced by the mass of niches. Think distributed. If you’re not searchable, you won’t be found. Join the open-source , gift economy.
  • Markets are conversations decreed The Cluetrain Manifestoip in 2000. That means, the key skill in any organization today is no longer marketing but conversation.
  • We have shifted from an economy based on scarcity to one base on abundance. The control of products or distribution will no longer guarantee a premium and profit.
  • Enabling cunstomers to collaborate with you-in crating, distributing, marketing and supporting products- is what creates a premium in today’s market.
  • There is an inverse relationship between control and trust. Hence, trust the people do not try to control them.
  • The most succesful enterprises todat are networks – which extract as little value as possible so they can grow as big as possible- and the platforms on whoch networks are built.
  • Owning pipelines, people, products, or even intellectual property is no longer the key to succes. Openness is. Be transparent, collaborate and don’t be evil.
  • Beware any strategy built ond protecion from cannibalization, for it probably means that the cannibals are at the door and ready to eat you for lunch. Protection is not a strategy of the future. Encourage, enable and protect open innovation. Hence, make innovations be your business. Its better for you to disrupt and cannibalize yourself than for a competitor to do it for you.

Het tweede gedeelte van het boek genaamd “If Google ruled the World” is ook aardig om te lezen. Jarvis beschrijft hierin een paar klassieke sectoren en probeert een doorkijk te geven naar versie 2.0 van elk van deze sectoren: (1) de media en entertainment sector (2) de reclame wereld, (3) retail, (4) nutsbedrijven, (5) productie, (6) dienstverleners, (7) banken, (8) gezondheidszorg, (9) overheid. Geen specifieke aandacht wordt gegeven aan de voedselverwerkende sector, boeren en telers en de rest van de keten. Al wordt er wel gesproken over Google Cola (mass-individualisation), Google Eats (restaurants) en Google Shops (retail), in een volgend bericht ga ik een poging doen om een Google Food te beschrijven.